CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 Bijlage 7 Flora&Fauna onderzoek NIEUW 18042023

Gemeenteraad 20 april 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan brandweerkazerne - AKKOORDSTUK2.392 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

bestemmingsplan Brandweerkazerne Abcoude

Bijlage 7 Beknopte natuurtoets brandweerkazerne Abcoude

243

Actualisatie

beknopte

natuurtoets

brandweerkazerne Abcoude projectnummer: P001092 Onderwerp:

Actualisatie beknopte natuurtoets brandweerkazerne Abcoude

Datum:

13-04-2023

Inleiding KADER De initiatiefnemer is van plan om op een perceel aan de Burgemeester des Tombeweg nabij Abcoude een brandweerkazerne te realiseren. Hiervoor wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. Om de uit1

voerbaarheid van het plan te toetsen, is op 28 april 2022 een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Hierna is de exacte locatie van het plangebied circa 20 m naar het noordoosten verschoven. Gezien de natuurwaarden in het plangebied zijn veranderd, is de voorliggende actualisatie van de inventarisatie uit 2022 uitgevoerd. Het doel van de inventarisatie is om na te gaan of aanvullend onder2

zoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de natuurtoets op 5 april 2023 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren: helder, droog, circa 6˚C en een zwakke wind. PLANGEBIED EN PLANNEN Het plangebied ligt aan de Burgemeester des Tombeweg naast de Carpoolplaats Abcoude A2 net ten westen van Abcoude (figuur 1). Het nieuwe plangebied is ten opzichte van het oude plangebied, dat in april 2022 getoetst is, enkele meters naar het noordwesten verplaatst. Het plangebied wordt begrensd door het fietspad langs de Burgemeester des Tombeweg in het zuiden. Ten noorden van het plangebied ligt een sloot met daarachter een groot agrarisch perceel. Aan de west- en oostzijde van het plangebied ligt de berm van het fietspad langs de Burgemeester des Tombeweg. In het noordwesten van het plangebied staan enkele struiken en opslag van bomen en langs de zuidzijde staan enkele kleine gewone essen. In het plangebied zelf is geen bebouwing of permanent oppervlaktewater aanwezig.

1

BügelHajema Adviseurs (mei 2022). P001092 – Beknopte natuurtoets Brandweerkazerne Abcoude.

2

De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden.

Figuur 1. Locatie van het plangebied (rood). Bron kaartondergrond: www.ruimtelijkeplannen.nl.

Foto’s 1 en 2. Impressie van het plangebied op 28 april 2022. Links het plangebied gezien vanuit het noordoosten. Rechts het plangebied gezien vanuit het zuidwesten.

datum 13-04-2023

projectnummer P001092

2

De plannen bestaan uit de bouw van een brandweerkazerne. Hiervoor wordt de vegetatie verwijderd en grond vergraven. In dit rapport wordt ervan uitgegaan dat de bomen in het zuiden van het plangebied worden verwijderd. Soortenbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -

alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4);

-

dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9);

-

nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.103.11).

Van deze laatstgenoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. INVENTARISATIE 3

Uit het raadplegen van gegevens van de laatste vijf jaar in de Nationale Databank Flora en Fauna

(NDFF © 11 april 2023) blijkt dat in de directe omgeving (0 - 1 km) van het plangebied diverse beschermde diersoorten bekend zijn. Het betreft vogels met jaarrond beschermde nesten, zoogdieren, amfibieën en een reptiel (ringslang). Het grasland in het plangebied bestaat voornamelijk uit algemene gras- en plantensoorten, zoals Engels raaigras, vijfvingerkruid, smalle weegbree, duizendblad, akkerdistel, paardenbloem, raapzaad, grote brandnetel, ridderzuring, fluitenkruid en kleefkruid. De opgaande beplanting in het gebied is beperkt tot de jonge essen langs de zuidelijke rand van het plangebied en de opslag langs de noordwestelijke grens. Gezien de terreingesteldheid, voedselrijkdom en het ontbreken van waarnemingen (NDFF), zijn beschermde plantensoorten niet in het plangebied te verwachten. In de directe omgeving van het plangebied zijn meerdere vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten bekend, zoals huismus en gierzwaluw (NDFF). Gezien het ontbreken van bebouwing in het plangebied, kan de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van gebouwbewonende soorten als huismus en gierzwaluw worden uitgesloten. Ook zijn in de jonge bomen en opslag in het plangebied tijdens

3 De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd.

datum 13-04-2023

projectnummer P001092

3

het veldbezoek geen nesten waargenomen. Hierdoor kan de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van vogels, zoals de uit de omgeving bekende buizerd of sperwer (NDFF), worden uitgesloten. In de struiken in het noordwesten van het plangebied kunnen algemene vogelsoorten, zoals merel, broeden. Nesten van algemene vogelsoorten zijn alleen tijdens de broedperiode beschermd. Het plangebied kan een klein onderdeel uitmaken van het foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals buizerd of huismus. In de directe omgeving van het plangebied zijn meerdere beschermde vleermuissoorten waargenomen, zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis (NDFF). In de bomen in het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen holtes of scheuren waargenomen die als verblijfplaats voor vleermuizen kunnen dienen. Ook is in het plangebied geen bebouwing aanwezig waarin vleermuizen een verblijfplaats kunnen hebben. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied kan dan ook worden uitgesloten. Wel vormt het plangebied mogelijk onderdeel van het foerageergebied van vleermuizen die rondom opgaande structuren foerageren, zoals gewone dwergvleermuis en laatvlieger.

In het plangebied zijn geen groenstroken of watergangen aanwezig die onderdeel uitmaken van een doorgaande structuur, die dienst kan doen als essentiële vliegroute van vleermuizen. De sloot ten noorden van het plangebied maakt wel onderdeel uit van een doorgaande structuur en kan onderdeel uitmaken van een essentiële vliegroute. Het grasland en de struiken in het plangebied vormen geschikt leefgebied voor een aantal grondgebonden zoogdiersoorten, zoals de uit de omgeving bekende soorten bunzing, wezel en egel (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Utrecht een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb. In de directe omgeving van het plangebied is het voorkomen van de niet-vrijgestelde otter bekend (NDFF). Vanwege het ontbreken van geschikt leefgebied, zoals meren of rivieren, kan de aanwezigheid van otter in het plangebied worden uitgesloten. Vanwege het ontbreken van geschikt leefgebied en/of waarnemingen uit de omgeving (NDFF) kan de aanwezigheid van niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten in het plangebied worden uitgesloten. In de directe omgeving is ringslang waargenomen (NDFF). Vanwege het ontbreken van geschikte broeihopen of water in het plangebied, is geschikt leefgebied voor ringslag niet aanwezig. Ringslang wordt dan ook niet in het plangebied verwacht.

Het grasland in het plangebied vormt geschikt landbiotoop voor een aantal algemene amfibieënsoorten, zoals de uit de omgeving bekende soorten gewone pad en bruine kikker (NDFF). Voor deze algemene soorten geldt in de provincie Utrecht een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. De niet-vrijgestelde amfibieënsoorten alpenwatersalamander en rug-

datum 13-04-2023

projectnummer P001092

4

streeppad zijn ook in de omgeving van het plangebied waargenomen (NDFF). Vanwege het ontbreken van permanent oppervlaktewater in het plangebied kan de aanwezigheid van alpenwatersalamander worden uitgesloten. De nabijgelegen sloot bevatte tijdens het veldbezoek geen waterplanten, waar alpenwatersalamander zijn eieren op kan afzetten. Ook ontbreekt geschikt overwinteringsbiotoop, met struweel en stenen of hout waaronder alpenwatersalamander kan overwinteren. In het plangebied ontbreekt geschikt leefgebied voor rugstreeppad, zoals goed vergraafbare grond en ondiepe tijdelijke wateren zonder watervegetatie. Hierdoor kan de aanwezigheid van rugstreeppad in het plangebied worden uitgesloten. Beschermde soorten uit de soortgroepen vissen en ongewervelden zijn in de directe omgeving niet bekend (NDFF). Het plangebied biedt deze soortgroepen ook geen geschikt leefgebied. Gezien dit gegeven kan de aanwezigheid van beschermde vissen en ongewervelden worden uitgesloten. TOETSING Als gevolg van de plannen gaan geen jaarrond beschermde nesten van vogels of verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. Ook van andere soortgroepen gaan geen verblijfplaatsen of essentieel leefgebied verloren. Nader onderzoek is niet nodig. Bij uitvoering van het plan wordt het plangebied mogelijk minder geschikt als foerageergebied voor buizerd of huismus.

Het plangebied vormt door de geringe grootte echter hooguit een klein onderdeel van het foerageergebied. Bovendien is in de directe omgeving veel alternatief en hoogwaardig foerageergebied aanwezig. Ook kan bij de realisatie van de brandweerkazerne nieuw foerageergebied ontstaan, bijvoorbeeld door de aanleg van heggen of door het maaien van het gras in het plangebied. Een negatief effect op vogels met jaarrond beschermde nesten door verlies van foerageergebied treedt niet op. Ook kan het plangebied minder geschikt worden als foerageergebied voor vleermuizen, zoals gewone dwergvleermuis of laatvlieger. Echter zal ook voor vleermuizen het plangebied niet geheel ongeschikt worden. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op vleermuizen door verlies van foerageergebied treden niet op. Het vernietigen of verstoren van in gebruik zijnde nesten van (algemene) vogelsoorten is bij wet verboden. Dit kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. De meeste vogels broeden tussen half maart en half juli.

datum 13-04-2023

projectnummer P001092

5

Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Utrecht. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Gebiedsbescherming Voor het onderhavige plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland.

Dit netwerk moet voldoende robuust zijn voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor provincie Utrecht uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht (vastgesteld op 10-03-2021). NATUUR BUITEN HET NNN Naast het NNN wijst de provincie Utrecht ook landbouwgronden aan als Groene Contour en als weidevogelkerngebied. Gronden die zijn aangewezen als Groene Contour wil de provincie Utrecht omvormen tot natuurgebied om daarmee het NNN te versterken. Na realisatie wordt de nieuwe natuur opgenomen als onderdeel van het NNN. Weidevogelkerngebied zijn van groot internationaal belang voor de bescherming van weidevogels. Voor weidevogelkerngebieden buiten het NNN gelden regels voor het behoud van de kwaliteit en oppervlakte van het weidevogelkerngebied. INVENTARISATIE Het plangebied ligt circa 2 km ten oosten van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Botshol’. Het dichtstbijzijnde natuurgebied aangewezen als NNN, is de watergang circa 700 m ten zuiden van het

datum 13-04-2023

projectnummer P001092

6

plangebied. De weilanden 270 m ten westen van het plangebied zijn aangewezen als weidevogelkerngebied. Het plangebied is geen onderdeel van een gebied dat is aangewezen als Groene Contour. TOETSING Het plangebied ligt op ruime afstand van het Natura 2000-gebied ‘Botshol’. Hierdoor zijn in potentie alleen effecten mogelijk door externe werking. Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000gebied door bebouwing, wegen en het agrarisch gebied. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Er kan sprake zijn van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden tijdens de aanlegen/of gebruiksfase. Daarom dient een AERIUS-berekening te worden gemaakt waaruit blijkt of tijdens de aanleg- en/of gebruiksfase sprake is van stikstofdepositie boven 0.00 mol N/ha/ja in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden. Het NNN, de Groene Contour en de weidevogelkerngebieden in Utrecht kennen geen externe werking. Met de uitvoering van de plannen gaat geen NNN, Groene Contour of weidevogelkerngebied verloren, waardoor negatieve effecten hierop kunnen worden uitgesloten. Beschermde houtopstanden 2

De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 1.000 m en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom. INVENTARISATIE EN CONCLUSIE Er wordt er in dit rapport van uitgegaan dat de bomen in het plangebied binnen de bebouwde kom houtopstanden vallen. Het indienen van een kapmelding bij de provincie Utrecht is in dit geval niet nodig. Conclusie Voor dit plan is op 5 april 2023 een veldbezoek uitgevoerd en daarnaast zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en om het plangebied uit de NDFF geraadpleegd. Uit het veldbezoek en de verspreidingsgegevens is een voldoende beeld van de natuurwaarden in het gebied verkregen om een toetsing aan de Wnb op te baseren. Het aanvragen van een ontheffing voor de Wnb is niet nodig.

Wel moet bij de werkzaamheden rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Dit betekent dat er bij voorkeur buiten het broedseizoen wordt gewerkt, dus buiten de periode half maart

datum 13-04-2023

projectnummer P001092

7

tot half juli. Het is ook mogelijk om voor het broedseizoen te starten met de werkzaamheden en continu door te werken. Dan is het waarschijnlijk dat vogels niet in het plangebied gaan broeden vanwege de continue verstoring. Is de wens om de werkzaamheden in het broedseizoen te starten, dan is het nodig om het plangebied voorafgaand aan de start te (laten) inventariseren op broedgevallen. Zijn er op dat moment vogels aan het broeden, dan kunnen de werkzaamheden pas starten als de jongen zijn uitgevlogen. Negatieve effecten ten aanzien van in het kader van de Wnb beschermde Natura 2000-gebieden kunnen nog niet worden uitgesloten. Een AERIUS-berekening moet uitwijzen of de stikstofdepositie al dan niet boven de 0.00 mol N/ha/ja uitkomt. Het plan is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid.

datum 13-04-2023

projectnummer P001092

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12643091/2