Bijlage 1 - Toelichting
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan De Hoef Oostzijde 119 11 april 2024
Colofon Toelichting bestemmingsplan Projectnummer: EX.19.1765 Versie: Vastgesteld Datum: 11 april 2024
Opdrachtgever Groene Hart Camping De Hoef Oostzijde 119 1426 AJ De Hoef
Locatie De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef
Opdrachtnemer: Agrifirm NWE B.V. Noordeinde 31 7941 AS Meppel
Postbus 1033 7940 KA Meppel
Projectleider T. van de Beek T: 06 39 11 13 15 E: t.vandebeek@agrifirm.com
Uitvoering C.M.R. Ensink-Tervoort T: 06 51 25 84 96 E: c.tervoort@agrifirm.com
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AGRIFIRM NWE B.V.
2
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Inhoudsopgave Colofon ........................................................................................................ 2 Inhoudsopgave ........................................................................................... 3 Hoofdstuk 1. Inleiding ................................................................................ 5 1.1
Algemeen .............................................................................. 5
1.2
Aanleiding en doel ................................................................. 5
1.3
Ligging en begrenzing plangebied ........................................ 5
1.4
Leeswijzer.............................................................................. 6
Hoofdstuk 2. Beschrijving van het plan ................................................... 7 2.1
Bestaande situatie plangebied .............................................. 7
2.2
Beschrijving plan ................................................................... 9
Hoofdstuk 3. Beleidskader ...................................................................... 13 3.1
Rijksbeleid ........................................................................... 13
3.2
Provinciaal beleid ................................................................ 14
3.3
Gemeentelijk beleid ............................................................. 16
Hoofdstuk 4. Planologische en milieukundige aspecten ..................... 21 4.1
Natuur .................................................................................. 21
4.2
Archeologie en cultuurhistorie ............................................. 22
4.3
Bodem ................................................................................. 24
4.4
Bedrijven en milieuzonering ................................................ 25
4.5
Fijnstof ................................................................................. 28
4.6
Water ................................................................................... 29
4.7
Externe veiligheid ................................................................ 30
4.8
Verkeer en parkeren ............................................................ 33
4.9
Duurzaamheid .................................................................... 35
4.10
Vormvrije M.E.R. beoordeling ............................................ 35
Hoofdstuk 5. Uitvoerbaarheid ................................................................. 37 5.1
Economische uitvoerbaarheid ............................................. 37
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................... 37
Hoofdstuk 6. Juridische planbeschrijving ............................................. 39 6.1
Algemeen ........................................................................... 39
6.2
Verbeelding ........................................................................ 39
6.3
Planregels........................................................................... 39
Bijlagen ...................................................................................................... 41 Bijlage 1: Situatietekening huidige situatie ............................................ 41
3
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Bijlage 2: Situatietekening huidige bebouwing en gebruik .................... 41 Bijlage 3: Situatietekening gewenste situatie ........................................ 41 Bijlage 4: Situatietekening gewenste bebouwing en gebruik ................ 41 Bijlage 5.1: Toelichting landschappelijk inpassingsplan ....................... 41 Bijlage 5.2: Tekening landschappelijk inpassingsplan .......................... 41 Bijlage 5.3: Overzichtstekening landschappelijk inpassingsplan .......... 41 Bijlage 6: Aeriusberekeningen .............................................................. 41 Bijlage 7: Quickscan flora en fauna ....................................................... 41 Bijlage 8: Bodemonderzoek .................................................................. 41 Bijlage 9.1: Verkeersonderzoek ............................................................ 41 Bijlage 9.2: Verkeerstelling 2024 ........................................................... 41 Bijlage 10: Verslag buurtparticipatie ...................................................... 41 Bijlage 11: Vormvrije m.e.r.-beoordeling ............................................... 41
4
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Hoofdstuk 1. Inleiding 1.1
Algemeen De voorliggende toelichting van het bestemmingsplan heeft betrekking op de functiewijziging van de agrarische bestemming naar een recreatieve bestemming aan de Hoef Oostzijde 119 te de Hoef. Om de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan te beoordelen is onderhavige toelichting opgesteld.
1.2
Aanleiding en doel De aanleiding voor het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is het voornemen van initiatiefnemer om de agrarische bestemming op het perceel aan de Hoef Oostzijde 119 te de Hoef om te zetten naar een recreatieve bestemming zodat de reeds gevestigde camping ‘Groene Hart Camping” verder kan ontwikkelen tot een volwaardig bedrijf met passende faciliteiten. Middels een partiële herziening van het bestemmingsplan zal omzetting van de bestemming mogelijk worden gemaakt.
1.3
Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied betreft de locatie De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef ligt in het buitengebied van de gemeente Ronde Venen. De locatie ligt op circa 1,7 kilometer ten zuiden van de kern de Hoef. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Mijdrecht, sectie C, nummer 8112 en 8113.
•
5
Figuur 1: Omgeving plangebied De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef (bron: topotijdreis)
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
1.4
Leeswijzer De toelichting is opgebouwd uit een vijftal hoofdstukken en enkele bijlagen. Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 ‘Beschrijving van het plan’, dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en de gewenste situatie binnen het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het van toepassing op dit plan zijnde beleid weergegeven en het plan wordt hieraan getoetst. In hoofdstuk 4 worden de planologische en milieukundige aspecten welke betrekking hebben op dit plan uitgewerkt. In het laatste hoofdstuk van dit plan wordt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit plan behandeld.
6
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Hoofdstuk 2. Beschrijving van het plan 2.1
Bestaande situatie plangebied Het bedrijf van initiatiefnemer heeft zich de afgelopen decennia ontwikkeld tot een uniek bedrijf. Op basis van de vergunde situatie is sprake van een agrarisch bedrijf met als neventak een camping, recreatieappartementen, drie hooiberghutten en bijbehorende faciliteiten. Deze activiteiten vinden plaats in verschillende gebouwen op het erf. Daarnaast bestaan het plangebied uit opslag, voersilo’s, erf, manoeuvreerruimte, een dierenweide en grasland, zie figuur 2.
•
Figuur 2: Situatietekening bestaande situatie
Vergunde dieraantallen Op 28 november 2019 is een milieumelding ingediend. Onderstaande tabel laat de vergunde dieren zien op basis van deze melding. Soort dier Guste- en dragende zeugen Vleesvarkens, opfokberen en -zeugen Dekberen Kraamzeugen Gespeende biggen Schapen ouder dan 1 jaar Vleesstieren 8-24 maanden Fokstieren >24 maanden Geiten ouder dan 1 jaar Pony’s Paarden • Tabel 1: Huidige dieraantallen
7
Aantallen 108 1 1 32 396 100 11 95 5 2 2
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Bebouwing In de bestaande situatie is in totaal 2.326 m2 bebouwing aanwezig. Dit is onderverdeeld in bebouwing voor de wonen, agrarisch en recreatie. Zie tabel 2 en figuur 3. Soort bebouwing Wonen Agrarisch Recreatie • Tabel 2: Huidige bebouwing
•
Oppervlakte 196 m2 1.224 m2 906 m2
Figuur 3: Situatietekening bestaande bebouwing inclusief gebruik
Feitelijk bestaand gebruik In de feitelijke situatie is een camping aanwezig met 30 kampeerplaatsen. Daarnaast zijn er 3 trekkershutten en is de voormalige noordelijke varkensstal verbouwd tot 8 appartementen, sanitair en een recreatieruimte. Om ook buiten het hoogseizoen voldoende inkomsten te genereren wordt de recreatieruimte tevens verhuurd als multifunctionele ruimte voor o.a. vergaderingen, workshops en (kinder)feestjes. Initiatiefnemer verhuurt de ruimte op basis van vraag. Gedurende de beginfase na oprichting van deze ruimte stond de vraag voornamelijk in verband met kleinschalige recreatieve activiteiten ten behoeve van bijbehorende camping. De vloeroppervlakte van de bestaande en vergunde recreatieruimte bedraagt 133 m2. De groepsruimte aan de voorzijde van de camping is voorzien van sanitair voor de campinggasten. Daarnaast wordt deze ruimte eveneens verhuurd als multifunctionele ruimte. De totale oppervlakte van dit gebouw bedraagt ca 115 m² waarvan ongeveer 12,5 m² het sanitair bedraagt voor de campingasten.
8
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Het gebouw te midden van het erf heeft een drieledige functie. Allereerst zit hier de receptie van de recreatieve tak gevestigd. Een deel wordt als garage gebruikt voor privégebruik en ten derde vindt er opslag plaats voor de agrarische tak die ziet op het houden van vee en het maaien van de aanwezige landbouwgronden voor hooi.
2.2
Beschrijving plan Initiatiefnemer is voornemens om de ontwikkeling van de afgelopen jaren door te zetten en de recreatietak verder te ontwikkelen tot een volwaardig bedrijf en de agrarische tak te beëindigen. In de voormalige zuidelijke varkensstal worden 10 appartementen gecreëerd waardoor het totaal aantal appartementen neer komt op 18. Daarnaast blijven de drie trekkershutten bestaan en wordt de camping uitgebreid tot 40 kampeerplaatsen. Zie figuur 4.
•
Figuur 4: Situatietekening gewenste situatie
Een aantal voormalige agrarische bouwwerken worden (gedeeltelijk) gesloopt, zie figuur 5. Het resterende deel van voormalige stalruimte achter de woning wordt voorzien van een nieuwe bovenbouw. Dit draagt bij aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit op het erf. Daarnaast kunnen op het nieuwe dakvlak zonnepanelen geplaatst worden zodat in het kader van duurzaamheid ook verdere stappen gezet worden. Hiervoor is reeds een vergunning verleend. De ruimte wordt in gebruik genomen als ontvangstruimte en bevat tevens een berging voor het bedrijf.
9
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
•
Figuur 5: Situatietekening gewenste bebouwing inclusief gebruik
Bebouwing In de voorgenomen situatie is in totaal 1.875 m2 bebouwing aanwezig. Dit is onderverdeeld in bebouwing voor de wonen, agrarisch en recreatie. Zie tabel 3 en figuur 5. Soort bebouwing Wonen Agrarisch (hobbymatig) Recreatie • Tabel 3: Huidige bebouwing
Oppervlakte 196 m2 279 m2 1.420 m2
De afgelopen jaren heeft zich een steeds grotere vraag ontwikkeld om de multifunctionele ruimtes te verhuren ten behoeve van workshops, vergaderingen, jubilea en andere bijeenkomsten met eenzelfde soort strekking. Initiatiefnemer wil graag in deze vraag voorzien en de ruimtes hiervoor te blijven gebruiken. Men kan in de recreatieruimte achterin de voormalige noordelijke varkensschuur genieten van een simpel (lunch)gerecht en een drankje nuttigen. Dit zal direct rendabel zijn voor initiatiefnemers omdat er inkopen gedaan kunnen worden naar behoefte. Deze ruimte wordt daarnaast maximaal eens per week in het laagseizoen verhuurd. Er zal een passende vergunning aangevraagd worden voor deze activiteiten. De groepsruimte aan de voorzijde van de camping is voorzien van sanitair voor de campinggasten. Daarnaast wordt deze ruimte eveneens verhuurd als multifunctionele ruimte. De totale oppervlakte van dit gebouw bedraagt ca 115 m² waarvan ongeveer 12,5 m² het sanitair bedraagt voor de campingasten. Ook deze ruimte wordt eens per week in het laagseizoen verhuurd, waarbij ook een passende vergunning wordt aangevraagd.
10
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Tot slot wil initiatiefnemer op deze locatie hobbymatig enkele dieren blijven houden. Dit ook ter vermaak van de gasten. Er worden circa 25 schapen en 3 paarden gehouden. Hiervoor is een nachtverblijf/schuilgelegenheid noodzakelijk. Dit bouwwerk in de huidige situatie reeds aanwezig en wordt verplaatst ten oosten van de zuidelijke appartementen. Achter de receptie zal een stuk opslag aanwezig zijn voor materialen die te maken hebben met het hobbymatige agrarische gebruik. Denk hierbij aan trekker, machines en voer. Landschappelijke inpassing Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld met als doel de ruimtelijke kwaliteit op de planlocatie te verhogen. Het inpassingsplan is opgenomen in bijlage 5 behorende bij dit plan. Hieronder is een uitsnede opgenomen van de voorgenomen landschappelijke inpassing.
•
Figuur 6: uitsnede landschappelijk inpassingsplan
De locatie ligt in het Groene Hart, met als meest kenmerkende kwaliteit het veenweidekarakter. Karakteristiek voor dit landschapstype zijn: • Openheid strokenverkaveling; • Lintbebouwing; • Landschappelijke diversiteit en een mix van functies; • Rust en stilte. Om de kwaliteit van dit waardevolle landschap te behouden en te versterken zet de provincie Utrecht in op maatregelen zoals slootherstel, realiseren van natuurvriendelijke oevers en het aanbrengen van passende beplantingen (knotwilgen) aan de perceelsranden. Ook de gemeente De Ronde Venen onderschrijft in de ‘Landschapsnota De Ronde Venen 2030’ (2014) deze ambitie voor het veenweidegebied.
11
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
In het Landschappelijk Inpassingsplan zijn de volgende maatregelen opgenomen: • De plaatsing van knotwilgen aan de slootkanten versterken het verkavelingspatroon, en laten tegelijkertijd voldoende zichtlijnen naar het achterland open; • De campingplaatsen zijn onverhard. De gasten plaatsen hun kampeermiddel op een stuk gemaaid gras. Gemiddeld zijn de plekken 70 tot 100 m2 groot; • Het plaatsen van hekwerken wordt zoveel mogelijk vermeden. Indien voor het hobbymatig houden van schapen en paarden hekwerken nodig zijn, dan krijgen deze een landelijke uitstraling door gebruik van onbehandelde ruwe houten palen bijvoorbeeld. Na de sluiting van het seizoen kan extensieve begrazing plaatsvinden op het kampeerterrein (met behulp van tijdelijke afrasteringen). Hierdoor wordt een structuurrijk weiland verkregen. • De pvc- buizen die als beschoeiing gebruikt zijn voor een deel van de slootoevers zullen worden verwijderd, zodat alle oeverlengtes milieuvriendelijk zijn; • De slootkanten worden niet bemest en niet met chemische onkruidbestrijdingsmiddelen behandeld. Het ecologisch slootschonen, waar initiatiefnemer al jarenlang mee bezig is, heeft inmiddels geresulteerd in botanisch waardevolle graslandranden met soorten als rietorchis, moeraswalstro, gele lis en munt. De tuintjes van de nieuw te realiseren appartementen worden aan de zuidkant gerealiseerd.
De reden voor deze opzit is tweeledig. Enerzijds omdat de onderheide verhardingen aan de andere kant dat onmogelijk maken. Anderzijds omdat dit niet bijdraagt aan de recreatieve beleving van de recreanten. Op de tekening staan schetsmatig drie te verwijderen (of reeds verwijderde) gebouwtjes met een kruis erdoor. Deze zijn opgenomen voor de oriëntatie van de inpassing. De hoofdentree is de bestaande noordelijke inrit de tweede inrit is ondergeschikt en toegankelijk via een hek om ambulances en dergelijke toe te laten op het terrein. Ten noordoosten van de grote parkeerplaats die midden op het terrein is gesitueerd, komt een propaantank te staan. Deze tank wordt landschappelijk ingepast door een haag zodat deze aan het zicht onttrokken wordt.
12
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Hoofdstuk 3. Beleidskader Bij elke ruimtelijk ontwikkeling dient getoetst te worden aan het vigerende beleid ter plaatse. Hieronder wordt uitsluitend ingegaan op het beleid dat relevant is voor dit plan.
3.1
Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 1 januari 2024 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel • Sterke en gezonde steden en regio’s • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijke gebied Met betrekking tot ‘toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied’ is in de NOVI aangegeven dat het landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten. Dit draagt bij aan een landelijk gebied waar het prettig wonen en recreëren is en waarin ruimte is en blijft voor vitale landbouw. Betekenis voor het project Voorliggend bestemmingsplan sluit aan op het thema ‘toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied’ uit de NOVI. Met het plan wordt een nieuwe, toekomstbestendige functie gegeven aan een vrijkomend agrarisch bouwperceel. 3.1.2.
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van dat bestemmingsplan een verantwoording moet plaatsvinden. Per 1 juli 2017 is het Bro op enkele onderdelen gewijzigd. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Betekenis voor het project Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. De ladder hoeft enkel doorlopen te worden als sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Met voorliggend bestemmingsplan wordt op een locatie dat was bestemd voor een intensief agrarisch bedrijf, een recreatief bedrijf mogelijk gemaakt.
13
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Artikel 3.1.6, lid 2 Bro geeft aan dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, aan enkele voorwaarden moet voldoen. In de Handreiking ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu staat dat accommodaties voor recreatie wel onder de stedelijke ontwikkeling vallen. Dit houdt in dat de toelichting een beschrijving moet komen van de behoefte. Het plan voldoet aan de visie verblijfsrecreatie 2022 van de gemeente De Ronde Venen. De gemeente geeft in de visie namelijk aan een positieve grondhouding in te nemen ten opzichte van voorstellen tot accommodatie voor verblijfsrecreatie in vrijkomende agrarische bebouwing. De vraag naar verblijfsrecreatie is niet statisch, maar verandert constant. Kijkend naar de landelijke prognose en vermoedelijke effecten de maatregelen door het coronavirus heeft Gemeente De Ronde Venen de ambitie om tot 2030 gemiddeld 3% groei per jaar in verblijfsrecreatie te realiseren. De beleving op de planlocatie is voornamelijk gericht op de verbindingszoeker. Omdat dit type mens graag de omgeving ontdekt en erop uittrekt, is dit type toerist waardevol voor de economie van de gemeente. Het aantrekken van deze soort recreanten is conform de visie en laat zien dat er behoefte bestaat voor een dergelijke ontwikkeling.
3.2
Provinciaal beleid 3.2.1. Omgevingsvisie Op 10 maart 2021 is de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht vastgesteld. Hierin staat hoe de provincie zich wil voorbereiden op de toekomst ten behoeve van de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie zijn de kwaliteiten beschreven en is ingegaan op de ontwikkelingen en ruimtelijke vragen die zich in de provincie afspelen, zoals bijvoorbeeld de bevolkingsgroei en het opwekken van duurzame energie. De Omgevingsvisie vervangt de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie, het Bodem, water en Milieuplan en het Mobiliteitsplan. Op grond van de kaart ‘Recreatie en toerisme’ ligt het plangebied in de gebied ‘recreatiewoning’. Ter plaatse van dit thema streeft de provincie naar voldoende vitale vakantieparken en recreatiewoningen voor verblijfsrecreatie. De provincie heeft de verwachting dat de verblijfsrecreatieve sector blijft groeien, waardoor ook het aanbod moet groeien om een goede balans te hebben tussen vraag en aanbod. Betekenis voor het project De ontwikkeling binnen de planlocatie draagt bij aan het aanbod voor recreanten en toeristen. Doordat initiatiefnemers al een zeer lange periode bekend zijn in de regio, worden ze reeds als voorbeeld genoemd door de provincie in verschillende brochures. Ze dragen op een positieve wijze bij aan de verblijfsrecreatieve sector.
3.2.2 Omgevingsverordening Provincie Utrecht Ook de Interim Omgevingsverordening (die sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet louter Omgevingsverordening heet) is op 10 maart 2021 vastgesteld. In deze verordening staan de juridische regels die bij de Omgevingsvisie horen. In artikel 9.2 is aangegeven dat bestemmingsplannen met locaties binnen landelijke gebieden geen verstedelijking toe mogen laten tenzij anders is bepaald.
14
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Artikel 9.9 geeft een instructieregel dat ziet op functiewijziging van een (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar stedelijke functie anders dan wonen. Hieronder is het artikel opgenomen. 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten die toestaan dat op agrarische bedrijfspercelen waar het agrarisch gebruik is beëindigd de bedrijfswoning en overige bedrijfsgebouwen een stedelijke functie, niet zijnde wonen, krijgen, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw of, in het geval van een glastuinbouwbedrijf, het bouwperceel ligt niet in een concentratiegebied glastuinbouw; b. door sloop wordt de oppervlakte van de fysiek aanwezige bebouwing met 50% gereduceerd, waarbij te behouden historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing niet in de berekening wordt betrokken, tenzij: i. het gaat om een nieuwe functie die voorziet in een kleinschalige woonzorgvoorziening, of ii. het gaat om een nieuwe functie die bijdraagt aan recreatieve beleving of recreatief gebruik waaraan in het gebied nadrukkelijk behoefte bestaat; iii.
het gaat om de hervestiging van één of enkele bedrijven die op hun oorspronkelijke locatie een ruimtelijk obstakel vormden of de kwaliteit van de leefomgeving ernstig aantasten en die op de nieuwe locatie, nabij de kern, goed inpasbaar zijn; iv. het gaat om vestiging van bedrijven die vanwege hun werkzaamheden met zwaar rijdend materieel zich voornamelijk richten op het landelijk gebied; v. er is sprake van twee of meer bouwpercelen waar de agrarische functie is beëindigd en op de betrokken bouwpercelen gezamenlijk wordt het vereiste slooppercentage van 50% wel gehaald; of vi. de ruimtelijke kwaliteit wordt op een andere wijze verhoogd dan alleen door sloop van bebouwing, in een mate die een lager slooppercentage dan 50% rechtvaardigt; c. te handhaven en nieuw op te richten bedrijfsgebouwen worden zo compact mogelijk gesitueerd binnen het voormalige bouwperceel en het bouwperceel wordt evenredig met de oppervlakte gesloopte gebouwen verkleind; d. de bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden worden behouden; en e. de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. 2. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Betekenis voor dit project De planlocatie ligt niet op een gewenste locatie voor een agrarisch bedrijf.
Het ligt in het groene hart op een locatie waar andere functies meer gewenst zijn. Het slooppercentage van de bestaande agrarische bebouwing komt neer op 35%. De sloop van 50% van de bebouwing is niet noodzakelijk indien het gaat om een nieuwe functie die bijdraagt aan de recreatieve beleving of het recreatief gebruik waaraan in het gebied nadrukkelijk behoefte bestaat. Bureau voor Ruimte en Vrije Tijd heeft in opdracht van de provincie Utrecht een onderzoek uitgevoerd naar de balans tussen de vraag en aanbod in de verblijfsrecreatieve
15
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
sector. Groene Hart Camping is daarin meegenomen. Op grond van dit onderzoek is de geboden beleving bij Groene Hart Camping het meest geschikt voor de verbindingszoekers. De verbindingszoeker ziet de vakantie als ontspanning, genieten, gezelligheid, rust en stilte, tijd voor elkaar. De volgende kenmerken van de ideale accommodatie behoren bij de verbindingszoeker: • Accommodatie is authentiek, gemoedelijk, knus, kleinschalig en rustig, met gastvrij personeel. • Een bekende hotelketen en camping met goede faciliteiten spreekt aan. • Mogelijkheid om nieuwe mensen te ontmoeten vinden ze gezellig. • In de omgeving veel mogelijkheden om nieuwe dingen te doen en de streek te verkennen: wandelen, fietsen, bezoeken bezienswaardigheden en musea. Groene Hart Camping draagt bij aan deze kenmerken door recreatieappartementen te realiseren en een camping te exploiteren met goede faciliteiten. Groene Hart Camping zorgt daardoor voor een recreatieve beleving. Daarnaast is een uitgebreid landschappelijk inpassingsplan opgesteld waardoor de ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd en gaat de stikstofdepositie omlaag door het beëindigen van de varkenshouderij. Dit zijn gegronde redenen om van de sloopeis van 50% af te wijken.
3.3
Gemeentelijk beleid 3.3.1. Bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’ Het plangebied aan de Hoef Oostzijde 119 is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’ van de gemeente De Ronde Venen. Ter plaatse van het plangebied gelden de volgende bestemmingen: • enkelbestemming ‘agrarisch met waarden – natuurwaarden’; • dubbelbestemming ‘waarde – archeologisch waardevol verwachtingsgebied landbodem categorie 2b en 4’ (deels); • dubbelbestemming ‘waterstaat – waterkering’ (deels); • gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerzone – luchthaven indelingsbesluit 5’; • gebiedsaanduiding milieuzone – veengebied kwetsbaar voor oxidatie’; • gebiedsaanduiding overige zone – cultuurhistorische waarden (deels); • gebiedsaanduiding overige zone – landbouwgebied. Tevens is een bouwvlak toegekend, zie figuur 7.
16
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
•
Figuur 7: Uitsnede plankaart bestemmingsplan De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef (bron:www.ruimtelijkeplannen.nl)
Op grond van de regels uit het bestemmingsplan heeft de locatie een bouwvlak van circa 16.000 m2. Conform het vigerend bestemmingsplan is het middels een wijzigingsbevoegdheid mogelijk om de agrarische bestemming te wijzigen in een vervolgfunctie, anders dan wonen, met inachtneming van het volgende: a. door de initiatiefnemer is aangetoond dat het agrarisch gebruik is beëindigd; b. met uitzondering van monumenten, karakteristieke bebouwing en de bedrijfswoning, wordt de oppervlakte van de overige bedrijfsgebouwen gereduceerd met ten minste 50%, tenzij: 1. het gaat om een nieuwe functie die voorziet in een kleinschalige woonzorgvoorziening en er geen nieuwe bebouwing wordt opgericht anders dan ter vervanging van bestaande bebouwing. Verdere nieuwe bebouwing is alleen mogelijk wanneer de nieuwe bebouwing ruimtelijk aanvaardbaar is en deze noodzakelijk is voor een goede zorgverlening; 2. het gaat om een nieuwe functie die bijdraagt aan recreatieve belevingsmogelijkheden waaraan in het gebied nadrukkelijk behoefte bestaat; 3. het gaat om de hervestiging van één of enkele bedrijven die op hun oorspronkelijke locatie een ruimtelijk obstakel vormden of de kwaliteit van de leefomgeving ernstig aantasten en die op de nieuwe locatie, nabij de kern, goed inpasbaar zijn; 4.
het gaat om vestiging van bedrijven die vanwege hun werkzaamheden met zwaar rijdend materieel zich voornamelijk richten op het landelijk gebied; 5. extra natuur wordt gerealiseerd binnen de Groene contour van de provincie. c. bij de uitzonderingssituaties als bedoeld bij sub b onder 1 t/m 5 dient per saldo sprake te zijn van verhoging van de ruimtelijke kwaliteit: d. het bestaande aantal bedrijfswoningen is toegestaan; e. de vervolgfunctie is milieuhygiënisch inpasbaar; f. er dient te worden voorzien in een adequate landschappelijke inpassing van het bouwvlak; g. de in lid 4.1 genoemde landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast; h. de vervolgfuncties zelfstandige kantoren en detailhandel zijn niet toegestaan.
17
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Betekenis voor dit project Vanwege het feit dat de vervolgfunctie ‘recreatie’ niet één op één passend is voor het plangebied en er maatwerk moet worden geleverd, wordt een partiële herziening van het bestemmingsplan opgesteld en is geen sprake van een wijzigingsplan. Er wordt in deze paragraaf echter wel getoetst aan de voorwaarden, zodat wordt aangetoond dat het plan voldoet. Het vergunde agrarische bedrijf wordt beëindigd en de varkensstal wordt omgebouwd tot appartementen. De milieumelding wordt ingetrokken zodra het bestemmingsplan onherroepelijk is. Zoals in paragraaf 3.2.2 reeds aan de orde is geweest, wordt de bedrijfsbebouwing met 35% gesloopt en vindt er in voldoende mate kwaliteitswinst plaats. Het aantal bedrijfswoningen neemt niet toe en in het volgende hoofdstuk wordt aangetoond dat de vervolgfunctie milieuhygiënisch inpasbaar is. Daarnaast is ook een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarbij is aangetoond dat de landschapswaarden niet onevenredig worden aangetast. De vervolgfunctie ziet op recreatie en niet op zelfstandige kantoren en detailhandel. Omdat in de gewenste situatie geen sprake meer is van een agrarisch bedrijf, zal de gebiedsaanduiding overige zone – landbouwgebied van de verbeelding worden verwijderd. 3.3.2. Structuurvisie De Ronde Venen 2030 De Structuurvisie De Ronde Venen 2030 is vastgesteld op 17 oktober 2013.
Op 29 september 2021 is de aanvulling op de structuurvisie vastgesteld. In deze structuurvisie wordt in beeld gebracht hoe de gemeente De Ronde Venen er in 2030 uit ziet. De visie op de gemeente is er een van een gemeente in het Groene Hart met sterke relaties met de Noordvleugel: Amsterdam en omstreken. Die relaties wil de gemeente uitbouwen en versterken, zodat de gemeente fungeert als intermediair tussen het Groene Hart en de Metropool. Maar De Ronde Venen wil ook een gemeente zijn waar het goed recreëren is, waar gezellige kleine aantrekkelijke kernen zijn en waar het goed wonen en werken is. Een netwerk van groene en blauwe verbindingen, gezellige dorpjes met voldoende aanbod, mooie woonomgevingen en een gevarieerde werkgelegenheid zorgen daarvoor. In verder een weids open landschap. De verbindingen met de stad en haar voorzieningen zijn geoptimaliseerd en verblijven of wonen in De Ronde Venen is gewild. De volgende beleidsthema’s zijn in de structuurvisie aangemerkt als ‘van gemeentelijk belang’: • Leefbaarheid - Een prettige woon- en werkomgeving voor de inwoners van De Ronde Venen staat aan de basis van ons ruimtelijk beleid.
Dit omvat voldoende woningen met een kwaliteit die aansluit bij de behoefte, de openbare ruimte, voorzieningen en alle andere aspecten die bepalend zijn voor de waardering van de woon- en werkomgeving; • Landschap - Het open en groene karakter van het landelijke gebied is het ‘kapitaal’ van De Ronde Venen. Het bepaalt een groot deel van de identiteit van de gemeente en biedt plaats aan agrarische, niet-agrarische en recreatieve ondernemers. Balans tussen bescherming en gezonde dynamiek is noodzakelijk. • Lokale economie - Een gezonde lokale economie begint met ideeën, inzet en investeringen van lokale ondernemers. De gemeente creëert uitnodigende randvoorwaarden voor ondernemers. Vernieuwing en innovatie zijn belangrijk voor
18
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
•
groei. De gemeente wil binnen haar mogelijkheden helpen om obstakels die vernieuwing en innovatie in de weg staan, uit de weg te ruimen. Duurzaamheid - Duurzaamheid als lokaal belang houdt in: duurzaamheid dichtbij de mensen. Geen grootschalige gemeentelijke projecten, maar ondersteuning van kleinschalige initiatieven van inwoners en lokale ondernemers.
In structuurvisie wordt mogelijkheid gegeven om na beëindiging van een agrarisch bedrijf de functie om te zetten in andere functies, waaronder recreatie. Mits er kwaliteitswinst wordt geboekt. Dit kan onder meer door de sloop van bedrijfsgebouwen. Betekenis voor het project In het plangebied wordt een vergund agrarisch bedrijf in de vorm van een varkenshouderij beëindigd en omgezet in een recreatieve bestemming. Dit is passend binnen de structuurvisie omdat het aansluit bij de behoefte van de omgeving en bijdraagt aan het landschap en de lokale economie. Daarnaast wordt asbest gesaneerd dat bijdraagt aan de verduurzaming. 3.3.3. Visie verblijfsrecreatie – Toekomstvisie verblijfsrecreatie De Ronde Venen 2030 De visie verblijfsrecreatie – Toekomstvisie verblijfsrecreatie De Ronde Venen 2030 is vastgesteld op 16 december 2020. De visie geeft een kader en richting bij ondernemers die dagrecreatie en/of verblijfsrecreatie willen ontwikkelen. In de visie staan basisuitgangspunten en een aantal specifieke uitgangspunten voor concrete overnachtingsvormen. Deze gebruikt de gemeente vanaf nu bij het beoordelen van nieuwe initiatieven. De Ronde Venen heeft de ambitie om verblijfsrecreatie gematigd te laten groeien (gemiddeld 3% per jaar tot 2030).
Dit sluit aan bij de wens om het authentieke karakter van de deelgebieden Plassengebied, Buitengebied en Abcoude en omgeving te behouden, maar daarnaast mogelijkheden te bieden voor ontwikkeling en innovatie van verblijfsrecreatie. Uit onderzoek blijken 3 typen verblijfsrecreanten goed aan te sluiten bij de deelgebieden. Dit zijn de Stijlzoeker, de Rustzoeker en de Zakentoerist. Deze typen passen bij de gewenste toekomstbeelden van inwoners, stakeholders en bestaande dorpsvisies. et Plassengebied is aantrekkelijk voor alle 3 de typen verblijfsrecreant. Het Buitengebied trekt met name de Rustzoeker en Zakentoerist. Abcoude en omgeving spreken de Stijlzoeker en Zakentoerist aan. De omgeving van Abcoude is interessant voor de Rustzoeker. Het buitengebied kenmerkt zich door het open landschap, kleinschaligheid, veel water, dijkjes en authentieke agrarische bebouwing. Bij een matige toename van verblijfsrecreatie is het van belang dat de accommodaties passen bij dit cultuurlandschap. Bij het buitengebied passen kleinschalige verblijfsaccommodaties en activiteiten die rekening houden met de rust en stilte in het gebied. De visie biedt mogelijkheden om vrijkomende agrarische bebouwing om te zetten in recreatief gebruik.
Betekenis voor het project Zoals in zowel de paragraaf over het rijksbeleid als over het provinciale beleid is al uitgebreid stilgestaan bij het feit dat de beleving op Groene Hart Camping voornamelijk is gericht op de verbindingszoeker omdat dit type mens graag de omgeving ontdekt en erop
19
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
uittrekt, waardoor de waardevol zijn voor de lokale economie. Dit betekent dat het plan in overeenstemming is met de visie.
20
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Hoofdstuk 4. Planologische en milieukundige aspecten 4.1
Natuur Per 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De nieuwe Wet natuurbescherming (Natuurwet) voorziet in vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur, in decentralisatie van bevoegdheden naar provincies en in een goede aansluiting op het omgevingsrecht. Er wordt beter aangesloten op de Europese regelgeving en er wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen soorten die Europees beschermd zijn en nationaal beschermde soorten. De Wet natuurbescherming is, door de samenvoeging van de wetten, zowel gericht op de gebiedsbescherming als de soortenbescherming. 4.1.1. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bepaalt dat nieuwe of uitbreidingen van bestaande economische activiteiten moeten worden getoetst op hun effect op de Natura 2000gebieden. Het bedrijf van initiatiefnemer beschikt in de huidige situatie over een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming voor uitoefening van het agrarische bedrijf. Omdat het agrarische bedrijf wordt beëindigd, heeft het plan een positief effect op de natuurwaarden in en om het project. Om aan te tonen dat er geen toename is van stikstofemissie in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase zijn stikstofberekeningen uitgevoerd. Zie bijlage 6.
Uit deze berekeningen volgt dat de maximale projectbijdrage bij de herinrichting en het nieuwe gebruik 0,00 mol/ha/jaar bedraagt op de meest dichtbijgelegen stikstofgevoelige habitattypen. Er is daardoor geen sprake van significant negatieve gevolgen waardoor instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000 gebieden in gevaar zouden kunnen komen. 4.1.2. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor ‘andere soorten’, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Er is een quickscan ecologie uitgevoerd waarin is onderzocht wat het effect is van het voorliggende plan op de flora en fauna in en rond het plangebied. De gehele quickscan is opgenomen in bijlage 7 bij deze toelichting. Op deze plek volstaat de conclusie van het rapport. De voorgenomen ontwikkeling en de daarbij behorende werkzaamheden, zullen naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed.
Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Alle verbouwwerkzaamheden dienen bij voorkeur verricht te worden buiten het broedseizoen (15 maart t/m 15 juli).
21
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het aspect natuur geen belemmeringen zijn voor de realisatie van onderhavig plan.
4.2
Archeologie en cultuurhistorie 4.2.1. Archeologie Begin 1992 ondertekende Nederland het Verdrag van Valletta/Malta. Daarmee heeft de zorg voor het archeologische erfgoed een prominentere plaats gekregen in het proces van de ruimtelijke planvorming. Uitgangspunten van het verdrag zijn het vroegtijdig betrekken van archeologische belangen in de planvorming, het behoud van archeologische waarden in situ (ter plaatse) en de introductie van het zogenaamde "veroorzakerprincipe". Dit principe houdt in dat degene die de ingreep pleegt financieel verantwoordelijk is voor behoudsmaatregelen of een behoorlijk onderzoek van eventueel aanwezige archeologische waarden (indien de gemeente archeologisch beleid heeft vastgesteld). Vanaf 1 juli 2016 bundelt de Erfgoedwet bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. De Erfgoedwet bevat daarnaast regels voor omgang met archeologie in het algemeen.
Zo is het verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met archeologische waarden. Op grond van het vigerende bestemmingsplan heeft de planlocatie twee soorten archeologische bestemmingen, namelijk: • Dubbelbestemming Waarde – Archeologisch waardevol verwachtingsgebied landbodem categorie 2b (zuidwestelijk deel plangebied); • Dubbelbestemming Waarde – Archeologisch waardevol verwachtingsgebied landbodem categorie 4 (noordoostelijk deel plangebied); Binnen de dubbelbestemming categorie 2b is het verboden om zonder archeologisch onderzoek meer dan 100 m2 en 30 cm diep te graven. Voor categorie 4 is dan 2.000 m2 en 30 cm. Ten behoeve van de werkzaamheden voor het realiseren van de recreatieve bestemming worden bovenstaande verstoringsnormen niet overschreden. Een archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. De archeologische dubbelbestemmingen uit het vigerende bestemmingsplan blijven van toepassing.
22
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
•
Figuur 8: Uitsnede plankaart bestemmingsplan De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef (bron:www.ruimtelijkeplannen.nl)
4.2.2. Cultuurhistorie Per 1 juli 2011 is de Modernisering Monumentenzorg (MoMo) in werking getreden. Als gevolg van de MoMo is de Bro per 1 januari 2012 (artikel 3.6.1, lid 2) gewijzigd. Wat eerst alleen voor archeologie gold, geldt nu ook voor al het cultureel erfgoed: in de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. In de structuurvisie (paragraaf 3.3.2) wordt aandacht besteed aan de cultuurhistorie. Hierin is vastgelegd dat de in de gemeente aanwezige cultuurhistorische waarden worden behouden en waar mogelijk moeten worden versterkt. De ‘kwaliteitsgids Utrechtse landschappen’ (2011) beschrijft zes gebiedskaternen met daarbij een landschapstypebeschrijving: • Groene Hart; • Linies; • Eemland; • Rivierengebied; • Utrechtse heuvelrug; • Gelderse vallei. De locatie ligt in het Groene Hart, met als meest kenmerkende kwaliteit het veenweidekarakter. Karakteristiek voor dit landschapstype zijn: • Openheid strokenverkaveling; • Lintbebouwing; • Landschappelijke diversiteit en een mix van functies; • Rust en stilte. De opstrekkende verkaveling is het belangrijkste cultuur-historische relict van de ontginningsgeschiedenis. De ontginningsgeschiedenis van dit deel van het Groene Hart is bijzonder oud.
Al in de middeleeuwen werd het gebied in cultuur gebracht door het aanbrengen van ontwateringssloten. Nadat het van oorsprong moerassige, venige gebied met kronkelige veenriviertjes op deze manier werd ontgonnen begon ook het inklinken van de bodem. Inklinking van het ontwaterde veen leidt tot bodemdaling; dit is een onomkeerbaar proces dat tot op heden voortduurt. Het gebied werd voor akkerbouw ongeschikt en voortaan als weiland gebruikt, vandaar de aanduiding veenweidegebied.
23
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
De ontginningsgeschiedenis is duidelijk herkenbaar in het landschap door het ritme van de verkaveling. Het slootpatroon vormt de belangrijkste structuurdrager van het landschap. Het zorgt voor geleding van het landschap in de lengte. De cultuurhistorie komt daarnaast tot uiting door de aanwezigheid van kaden, dijkjes, lintdorpen en kronkelende veenriviertjes. Zie hiervoor ook het landschappelijk inpassingsplan. Met het voornemen om de agrarische bestemming om te zetten in een recreatieve bestemming, wordt deze belangrijke slotenpatroon in stand gehouden. In het bestemmingsplan wordt tevens aandacht besteed aan de cultuurhistorie. Langs de dijk en de dijkhelling geldt de gebiedsaanduiding ‘overige zone – cultuurhistorische waarden’. Deze elementen zijn zeer waardevol voor het gebied en daarom is het op grond van de regels niet toegestaan om op de dijk of dijkhelling te bouwen of de helling van de dijk te egaliseren. Met het voorgenomen plan worden deze elementen niet aangetast. Conclusie Archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor dit plan.
4.3
Bodem Bij de verkenning van mogelijkheden om nieuwe ontwikkelingen in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico’s voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Ten behoeve van voorgenomen ontwikkeling is een onderzoek naar de bodemkwaliteit uitgevoerd. In het bodemonderzoek is nog uit gegaan van 120 schapen en een schuur/schuilgelegenheid van 800 m2. Deze plannen zijn echter naar beneden bijgesteld, zie hoofdstuk 2. Dit doet niets af aan de geldigheid van het onderzoek. Doel van het onderzoek was om na te gaan in hoeverre activiteiten in het verleden mogelijk ter plaatse verontreiniging van grond en/of grondwater kunnen hebben veroorzaakt. Daarnaast heeft het onderzoek als doel inzicht te verkrijgen in de te verwachtte algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het bodemonderzoek is uitgevoerd en toegevoegd als bijlage bij het plan. Op deze plek volstaat enkel de conclusie. De bovengrond rond de (toekomstige) appartementen-blokken aan De Hoef Oostzijde is licht verontreinigd met koper, kwik en lood.
Indicatief is de grond AW- of wonen-kwaliteit. Dat past bij de bestemming van het terrein. In de bovengrond van het kadastrale perceel C-4854 zijn meerdere metalen boven de achtergrondwaarde verhoogd. Indicatief is deze grond industrie-kwaliteit. Dat komt overeen met de gegevens van de bodemkwaliteitskaart. Dit perceel maakt, in tegenstelling tot wat in het bodemonderzoek is vermeld, geen deel uit van dit bestemmingsplan. Bevoegd gezag bij de beoordeling van de resultaten van het onderzoek in relatie tot de verbouwplannen en bestemmingswijziging is Omgevingsdienst Utrecht, Gemeente De Ronde Venen.
24
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan.
4.4
Bedrijven en milieuzonering Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen en recreëren. Bij de planontwikkeling dient rekening gehouden te worden met milieuzoneringen om zodoende de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Per bedrijfstype is indicatief aangegeven wat de afstand tot een gevoelige functie dient te zijn (de zogenaamde afstandentabel). De aan te houden richtafstanden hebben betrekking op stof, geluid, gevaar en geur. Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening gehouden te worden met milieuzoneringen om zodoende de kwaliteit van het woon- en leefklimaat te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat ze hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden uit kunnen voeren.
De richtafstanden welke zijn opgenomen in de VNG-publicatie kunnen worden aangehouden om inzichtelijk te maken of er genoeg ruimte zit tussen bedrijven en gevoelige functies. Deze afstanden zijn gebaseerd op het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ of ‘rustig buitengebied en kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. In het geval een locatie gelegen is binnen een ‘gemengd gebied’ kunnen de richtafstanden met één stap worden verkleind. Het plangebied aan de Hoef Oostzijde 119 te de Hoef is gelegen binnen een gebied waar veelal woningen, agrarische gronden en bedrijven zijn gelegen. Het is te kwalificeren als rustig buitengebied. Met betrekking tot milieuzonering is enerzijds de mogelijke hinder vanaf het recreatieterrein op de omgeving relevant en anderzijds de eventuele hinder van bedrijven in de omgeving op het recreatieterrein. 4.4.1 Het plan als ontvanger van eventuele hinder De voorgenomen ontwikkeling ziet op de uitbreiding van een camping tot 40 kampeerplaatsen en het aantal overnachtingsmogelijkheden tot 21. Daarnaast zullen twee zalen worden gebruikt ten behoeve van aan de recreatie ondergeschikte activiteiten, zoals horeca, verhuur voor feesten en partijen e.d.
25
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Een kampeerterrein en recreatieruimte zijn geen gevoelige functie wat betreft geur en geluid. Een recreatieappartement is dat wel. In het kader van de ruimtelijke ordening is echter wel van belang dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. In de directe omgeving van het plangebied zijn agrarische percelen aanwezig die extensief worden gebruikt. De agrarische activiteiten staan een goed verblijfsklimaat niet in de weg. De dichtstbijzijnde bedrijvenbestemming is gelegen aan de Hoef Oostzijde 117a te De hoef. Het daar gevestigde bedrijf betreft een handelskwekerij in vaste planten. Het geldende bestemmingsplan staat hier bedrijven tot en met categorie 2 toe of vergelijkbare bedrijven. Dit perceel bevindt zich op circa 370 meter vanaf het plangebied waardoor ruimschoots aan de richtafstanden wordt voldaan. 4.4.2. Het plan als bron van eventuele hinder In de huidige situatie is sprake van een varkenshouderij. Een varkenshouderij is een milieubelastende activiteit. Dit bestemmingsplan regelt echter beëindiging van de (voormalige) varkenshouderij ter plaatse van het plangebied en regelt dan ook dat het niet langer toegestaan zal zijn ter plaatse een varkenshouderij te vestigen en uit te oefenen.
Het plan ziet daarnaast op een ontwikkeling, waarbij ter plaatse wordt omgeschakeld naar een volwaardig recreatieterrein met een camping, 21 recreatieve nachtverblijven, een kleinschalige horeca en de verhuur van twee recreatieruimtes. Dit zijn eveneens milieubelastende activiteiten. In tabel 4 zijn de uit de VNG-publicatie volgende aan te houden richtafstanden voor voornoemde activiteiten weergegeven. Activiteit Fokken/houden van varkens Kampeerterreinen, vakantiecentra e.d. met keuken •
Geur (m)
Stof (m)
Geluid (m)
Gevaar (m)
200
30
50
0
30
0
50
30
Tabel 4: Richtafstanden van milieubelastende activiteiten binnen het plangebied o.g.v. de VNG
Geconstateerd kan worden dat met de in het plangebied voorgenomen ontwikkeling op het maatgevend aspect sprake wordt van een aanzienlijk kleinere aan te houden richtafstand. In het algemeen heeft deze ontwikkeling dan ook als gevolg dat de activiteiten ter plaatse van het plangebied minder hinder betekenen voor de omgeving. In de onderstaande figuur is een situatietekening opgenomen waar de geurcontouren en geluidcontouren van de dichtstbijzijnde woning staan weergegeven.
26
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
•
Figuur 9: Situatietekening met geur- en geluidscontouren
4.4.2.1 Geluid Voor de recreatieve bestemming is geluid maatgevend en is in beginsel een richtafstand van 50 meter van toepassing. Deze richtafstand is het uitgangspunt voor grootschalige kampeerterreinen, vakantiecentra met keuken. Bij de indeling van het terrein is rekening gehouden met deze richtafstand door de activiteiten die de meeste geluiden veroorzaken zo ver mogelijk van de naastgelegen woningen te realiseren. De camping, de recreatieruimtes, de trekkershutten en een groot deel van de appartementen liggen daardoor buiten de 50 meter. De afstand tussen de nieuwe bestemmingen en het bouwvlak wordt hiermee vergroot, hierdoor wordt de overschrijding van de richtafstanden dus verkleind. In tabel 5 wordt deze overschrijding in de nieuwe situatie vergeleken met de bestaande situatie. Richtafstand bestaand
Richtafstand nieuw
Geluid
50
50
Geur
200
30
•
Overschrijding bestaand
Overschrijding nieuw
40 (50-10) 190 (200-10)
31 (50-19) 11 (30-19)
Tabel 5: vergelijking overschrijding bestaand en nieuw
In de voormalige zuidoostelijk gelegen varkensstal, appartementen, komen tussen de 35 en de 50 meter van de naastgelegen woning. Gemeten vanaf het bouwvlak van de buren tot de te realiseren appartementen. Vanwege duurzaamheid is echter gebruik gemaakt van de bestaande bebouwing.
27
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
De gasten van Groene Hart Camping zijn te kwalificeren als verbindingszoeker (zie hoofdstuk 2) omdat dit type mens graag de omgeving ontdekt en erop uittrekt. Daarnaast hechten de bezoekers veel waarde aan rust en zorgen initiatiefnemers ook dat dit gehandhaafd blijft. Hierdoor is aannemelijk dat er geen geluidsoverlast plaatsvindt. 4.4.2.2 Geur Ten aanzien van het aspect geur geldt een afstand van 30 meter ten opzichte van geurgevoelige objecten in een rustig woongebied. De varkenshouderij had een geurafstand van 200 meter. Doordat de varkenshouderij met het bestemmingsplan wordt beëindigd, wordt het aspect geur verbeterd. 4.4.2.3 Gevaar Ten aanzien van het aspect geldt een richtafstand van 30 meter ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten in een rustig woongebied. Binnen het plangebied is zowel een propaantank als een dieseltank aanwezig. Hiervoor gelden op grond van het Activiteitenbesluit wet Milieubeheer nadere regels over afstand en gebruik. Er wordt een milieumelding gedaan waarbij wordt aangetoond dat aan deze regels wordt voldaan. Hiermee kan voor dit aspect worden voldaan aan een goede milieuzonering. Conclusie De milieuzonering vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan. In de huidige situatie (agrarische bestemming) is de afstand van de dichtstbijzijnde buren tot de agrarische bestemming 11 meter.
In de toekomstige situatie (recreatie bestemming) is dit 19 meter. Er treedt daarom een verbetering op.
4.5
Fijnstof Hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Bij de start van een project moet onderzocht worden of het effect relevant is voor de luchtkwaliteit. Ruimtelijk-economische initiatieven mogen worden uitgevoerd als aan één of meer van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • Grenswaarden niet worden overschreden; • De luchtkwaliteit per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft; • Het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit; • Het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). ‘Niet In Betekenende Mate’ De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' verslechteren. Deze projecten worden niet meer beoordeeld op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Draagt een klein project niet of nauwelijks bij aan luchtverontreiniging, dan is er geen belemmering voor. Het ministerie VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de concentratie NO2 of PM10 met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling.
Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de regeling NIBM omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld:
28
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
• •
Woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen; Kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen.
Voorgenomen ontwikkeling valt niet binnen de bovengenoemde categorieën. Vanuit zorgvuldigheid is een toets uitgevoerd met de NIBM-tool waarbij als uitgangspunt een toename van 289 naar 337 motorvoertuigen per etmaal (over het gehele jaar) is aangehouden als gevolg van de ontwikkeling. De resultaten van de berekening zijn hieronder weergegeven.
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie
2023
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
356
Aandeel vrachtverkeer
10,0%
NO2 in μg/m
3
0,58
PM10 in μg/m
3
0,08
Extra verkeer als gevolg van het plan
Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m
3
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig •
Tabel 6: NIBM berekening
De conclusie geeft aan dat het extra verkeer in niet betekenende mate is en er geen nader onderzoek nodig is. Ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit zijn er geen knelpunten voor de voorgenomen ontwikkeling waardoor sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan.
4.6
Water Bij een ruimtelijke ontwikkeling dienen waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze meegewogen te worden. De watertoets is hiervoor het toetsinstrument. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ontwikkeling en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. Dat verkleint de kans op problemen zoals overstroming door onvoldoende veilige dijken, wateroverlast door onvoldoende bergingsmogelijkheden voor het hemelwater of een slechte waterkwaliteit. Het resultaat is een waterbestendige ontwikkeling. Maar het gaat niet alleen om het voorkomen van problemen. Ruimte voor water kan ook de ruimtelijke kwaliteit en de leefomgeving van mens en dier verbeteren. Nieuwe situaties moeten voldoen aan
29
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
het principe van Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen: de hydrologische situatie dient minimaal gelijk te blijven aan de oorspronkelijke situatie. Het plangebied valt binnen het beheersgebied van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Waternet zorgt namens het waterschap voor schoon oppervlaktewater, veilige dijken en het waterpeil in de sloten en vaarten. Het beleid van AGV is verwoord in het Waterbeheerplan en diverse beleidsnota’s. In de keur van het waterschap zijn geboden en verboden opgenomen voor de bescherming van de functionaliteit van waterlopen en waterkeringen. De legger dient als basis voor de vergunningverlening door de waterbeheerder. Het waterschap hanteert het beleid dat bij het aanbrengen van meer dan 1.000 m² verharding in stedelijk gebied of meer dan 5.000 m² in landelijk gebied 10% daarvan gecompenseerd moet worden in de vorm van oppervlaktewater voor waterberging. Door compensatie wordt voorkomen dat ernstige peilstijging optreedt door afstromend regenwater met wateroverlast tot gevolg. Er worden met de voorgenomen ontwikkeling gebouwen gesloopt en een parkeerplaats aangelegd. De parkeerplaats bestaat uit water doorlatend granulaat. Hierdoor heeft het plan een positieve bijdrage aan de waterhuishouding. Het hemelwater wordt afgevoerd naar de sloot en de appartementen worden aangesloten op het riool zodat via daar het afvalwater geloodst kan worden.