CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting BP De Hoef Westzijde 39

Gemeenteraad 12 oktober 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan De Hoef Westzijde 39 (AKKOORDSTUK)11.318 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In het geldende bestemmingsplan Buitengebied-West is in artikel 33.3 als voorwaarde opgenomen dat bij het toestaan van extra woningen op basis van een afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid een onderbouwing van de geluidsituatie moet worden gegeven. De gemeente De Ronde Venen vraagt in het kader van een bestemmingsplan ook om een onderbouwing van de geluidsituatie. De planlocatie bevindt zich in het bebouwingslint van De Hoef Westzijde. In deze omgeving zijn geen transportroutes of inrichtingen aanwezig die leiden tot geluidsoverlast. Vanwege de landelijke aard van de omgeving zijn ontwikkelingen die geluidsoverlast met zich meebrengen niet te verwachten. De initiatiefnemer realiseert zich terdege dat er geluidhinder vanwege luchtverkeer op kan treden. Toekomstige bewoners van de woning worden hierover tijdig en juist geïnformeerd. Zoals in de inleiding van dit hoofdstuk staat vermeld is deze paragraaf gebaseerd op een iets ander bouwplan. Dit andere bouwplan leidt niet tot andere uitkomsten. Immers de locatie van de woning is zo goed als gelijk gebleven.

Hoofdstuk 4

28

Conclusie Het luchtverkeer vanwege Schiphol levert geen belemmering op voor de gewenste ontwikkeling.

4.12 M.e.r.-beoordeling Op basis van een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient de gemeente in veel gevallen te beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook bij kleine projecten het milieu relatief zwaar kan worden belast en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Er dient sprake te zijn van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’. Of dat het geval is hangt naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder meer de aard, de omvang en de milieugevolgen van de stedelijke ontwikkeling zijn relevant. Als een ontwikkeling aanzienlijke negatieve milieugevolgen heeft dan wijst dit op een stedelijk ontwikkelingsproject. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:  belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk;  belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld. Doorwerking plangebied De jurisprudentie over wat een ‘stedelijke ontwikkelingsproject’ is, is constant in beweging waarbij steeds meer gekeken wordt naar de concrete omstandigheden van het geval. Onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging spelen een rol.

Uit recente jurisprudentie (9 juni 2019) is bovendien gebleken dat alleen een vor-vrije m.e.r in de toelichting niet voldoende is, maar dat er een expliciet een m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen moet worden. Hiervoor is een aanmeldnotitie noodzakelijk. Daarom is de gemeentelijke lijn om alle woningbouwprojecten een mer-beoordelingsnotitie op te stellen en een expliciet mer-beoordelingsbesluit te laten nemen. Als bijlage 6 bij deze toelichting is een vormvrije m.e.r. beoordeling / aanmeldingsnotitie gevoegd. Op basis daarvan kan een m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen worden. Indien het plan vergeleken wordt met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan op basis van de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.

Aanbevolen wordt - na nadere kennisname van de vormvrije m.e.r.-beoordeling - een gemeentelijk besluit voor te bereiden waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming van het bestemmingsplan ‘De Hoef Westzijde 39, De Hoef’, gemeente De Ronde Venen geen milieueffectrapportage wordt vereist.

Hoofdstuk 4

29

Zoals in de inleiding van dit hoofdstuk staat vermeld is deze paragraaf gebaseerd op een iets ander bouwplan. Dit andere bouwplan leidt niet tot andere uitkomsten. Immers de locatie van de woning is zo goed als gelijk gebleven. Conclusie Er is geen noodzaak voor het uitvoeren van een m.e.r.-procedure.

Hoofdstuk 4

30

5.

JURIDISCHE PLANOPZET

5.1 Inleiding Het bestemmingsplan is een juridisch bindend plan dat bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, waarbij de regels de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden regelen en de verbeelding de rol heeft van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave, verantwoording en onderbouwing van het bestemmingsplan en als uitleg bij de verbeelding en regels. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat het bestemmingsplan langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP 2012 kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.

Dit bestemmingsplan is opgesteld in overeenstemming met de SVBP 2012 en wordt op de voorgeschreven wijze digitaal beschikbaar gesteld.

5.2 Plansystematiek Het voorliggend bestemmingsplan is opgesteld het realiseren van een vrijstaande woning conform de uitgangspunten en randvoorwaarden, zoals beschreven in hoofdstuk 2, juridisch-planologisch mogelijk te maken. De regels en de verbeelding zijn zodanig opgesteld dat de bouw- en gebruiksmogelijkheden daarvoor een juridisch kader bieden. De basis voor het opstellen van de regels en verbeelding is het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied – West’. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: 1. inleidende regels; 2. bestemmingsregels; 3. algemene regels; 4. overgangs- en slotregels. Hoofdstuk 1: inleidende regels Dit hoofdstuk bestaat uit de begripsbepalingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). In de begripsbepalingen worden omschrijvingen gegeven van diverse in het bestemmingsplan gebruikte begrippen/termen. De begripsbepalingen zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Artikel 2 bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van oppervlakten, percentages,

Hoofdstuk 5

31

hoogte en dergelijke. Hiermee kan op een eenduidige manier toepassing worden gegeven aan de regels. Hoofdstuk 2: bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen opgenomen (enkel- en dubbelbestemmingen). Een bestemming kan als volgt zijn opgebouwd volgens de SVBP2012 (met dien verstande dat een specifieke bestemming niet alle genoemde elementen hoeft te bevatten):  bestemmingsomschrijving;  bouwregels;  nadere eisen;  afwijken van de bouwregels;  specifieke gebruiksregels;  afwijken van de gebruiksregels;  omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;  omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk;  wijzigingsbevoegdheid. De in het plangebied aanwezige bestemmingen zijn met bestemmingsvlakken op de verbeelding aangegeven. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. In de regels wordt per bestemming bepaald waar en onder welke voorwaarden gebouwen mogen worden gebouwd en welke gebruiksmogelijkheden er worden toegestaan. Dit wordt eventueel met een bouwvlak en aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering (maximale goot- en of bouwhoogte) op de verbeelding aangeven. In de volgende paragraaf worden de in het plan opgenomen bestemmingen per bestemming nader beschreven.

Hoofdstuk 3: algemene regels Algemene regels zijn regels die gelden voor meerdere bestemmingen, dan wel een algemene strekking hebben. Hierin is onder andere een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de beoogde maatregelen voor landschappelijke inpassing ook juridisch te borgen. Hoofdstuk 4: overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat het voor elk bestemmingsplan verplichte overgangsrecht voor bouwen en gebruik en de slotregel met daarin de citeertitel van de planregels.

5.3 Bestemmingen In dit bestemmingsplan zijn de bestemmingen ‘Tuin – Landschappelijk’ en ‘Wonen - Bebouwingsconcentraties’ opgenomen en enkele dubbelbestemmingen

Hoofdstuk 5

32

Bestemming ‘Tuin – Landschappelijk’ Deze bestemming ligt op de voortuin en de zuidelijks zijtuin om de gewenste openheid te waarborgen. Hier mag niet (vergunningsvrij) gebouwd worden. Bestemming ‘Wonen - Bebouwingsconcentraties’ Deze bestemming is opgenomen voor de rest van het plangebied. De gronden zijn bestemd voor het wonen in maximaal één woning, al dan niet met een beroep of bedrijf aan huis onder voorwaarden. Verder zijn bijbehorende voorzieningen zoals tuinen, erven, groen, water en parkeervoorzieningen. Binnen het bestemmingsvlak ligt een bouwvlak, waarbinnen het hoofdgebouw is toegestaan. Binnen de bouwaanduiding ‘bijgebouwen’ zijn ook bijgebouwen toegestaan. De bouwmogelijkheden zijn gebaseerd op het geldende bestemmingsplan Buitengebied – West. Dubbelbestemmingen De gronden hebben niet alleen de bestemming ‘Wonen – Bebouwingsconcentraties’ gekregen, maar zijn ook mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden en de instandhouding van de waterkering langs de Kromme Mijdrecht. Dit betekent dat gebruik en bouwen binnen het plangebied alleen is toegestaan als de belangen van de archeologie en waterkering niet onevenredig worden aangetast.

Hoofdstuk 5

33

6.

UITVOERBAARHEID

In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6.1 Economische uitvoerbaarheid De uitvoering van de ontwikkeling is volledig voor rekening en risico van een particuliere initiatiefnemer. Het bouwplan betreft een bouwplan waarop de GREX wetgeving van toepassing is. Dit omdat er een hoofdgebouw wordt toegevoegd. Medewerking is alleen mogelijk met een exploitatieplan of een anterieure overeenkomst. Er is een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en initiatiefnemer. Met die overeenkomst is verzekerd dat alle wettelijk te verhalen kosten die de gemeente maakt, worden verhaald op de initiatiefnemer. Eventuele kosten voor de inrichting en overige voorzieningen zijn voor rekening van de initiatiefnemer. In deze anterieure overeenkomst wordt ook verzekerd dat eventuele uit te betalen tegemoetkomingen in planschade niet voor rekening van het gemeentebestuur komen. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden:  Vooroverleg;  Inspraak  Vaststellingsprocedure. 6.2.1 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De

Hoofdstuk 6

34

instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geïnformeerd. Naar aanleiding van opmerkingen van de provincie is een Landschappelijk Inpassingsplan opgesteld. De daarin opgenomen te nemen maatregelen zijn geborgd in de planregels en op de verbeelding. 6.2.2 Inspraak De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken. Gelet op de omvang en inhoud van dit bestemmingsplan is er voor gekozen om geen inspraak toe te passen, dit omdat er al een omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden. 6.2.3 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan heeft plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure heeft het ontwerpbestemmingsplan in de periode van 27 mei t/m 7 juli ter inzage gelegen. In deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Naar aanleiding van een reactie van het Waterschap is het Landschappelijk inpassingsplan aangepast. Er is een alternatieve plek gevonden voor een solitaire landschapsboom.

Voor het overige zijn er geen wijzigingen aangebracht in het ontwerpbestemmingsplan..

Hoofdstuk 6

35

SEPARATE BIJLAGEN

Bijlage 1: Quickscan flora en fauna Bijlage 2: Aerius berekening Bijlage 3: Vooronderzoek bodem Bijlage 4: Waterparagraaf Bijlage 5: Akoestisch onderzoek Bijlage 6: Aanmeldingsnotitie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13132223/1