CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Statenbrief Tussenbalans-II-RES

Politieke commissie 8 oktober 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Statenbrief Tussenbalans II RES (op verzoek van CDA en PvdA/GL)3.920 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Statenbrief Tussenbalans II

Aan Provinciale Staten Onderwerp Datum Documentnummer Van Telefoonnummer E-mailadres Domein/opgave Team Portefeuillehouder Bijlage

Tussenbalans II RES 17‑09‑2024 UTSP-2796994939-54183 Wijnand Jonkers & Robin Hoenkamp +31628918807 robin.hoenkamp@provincie-utrecht.nl SLO PL1 Huib van Essen 1. Tussenbalans II RES

Geachte leden van Provinciale Staten, Essentie / samenvatting: Zoals aangekondigd in de Statenbrief meest kansrijke gebieden windenergie is een Tussenbalans II voor de RES-regio’s opgesteld. Hierin wordt duidelijk of er genoeg concrete en realiseerbare plannen van gemeenten voor duurzame opwek zijn om de RES-doelen in 2030 te halen. Uit deze Tussenbalans blijkt dat in RES-regio Amersfoort het bod voldoende geconcretiseerd is. In de regio’s U16 en Foodvalley hebben meerdere gemeenten (verdere) stappen gezet om hun aandeel in de RES te vergroten en concretiseren. Verschillende gemeenten hebben de provincie verzocht om projectbesluiten te vervolgen. Het gaat om Vlasakkers (81), A28 (84) in gemeenten Amersfoort, Leusden en Soest, knooppunt Eemnes (75) op grondgebied van de gemeente Baarn en het gebied langs het Amersterdam-Rijnkanaal in de gemeente Wijk bij Duurstede (78). Voor deze gebieden wordt een projectbesluitprocedure vervolgd. Om de totale doelstelling van 2,4 TWh in 2030 te halen blijkt het wel nodig om aanvullend projectbesluitprocedures voor 0,25-0,5 TWh voor windenergie te vervolgen. In deze brief worden de hoofdlijnen van de uitkomsten van de Tussenbalans II weergegeven en wordt het proces om rond het einde van het jaar te komen tot de keuze van aanvullende gebieden waar een provinciale projectbesluitprocedure wordt vervolgd toegelicht.

Deze Statenbrief dient, conform de Werkwijze Programma’s en Projectbesluiten en zoals is afgesproken in het eerste startgesprek op 11 oktober 2023, ter bespreking voor het tweede startgesprek met uw Staten op 16 oktober. Inleiding: Voorgeschiedenis: Om de in het Klimaatakkoord afgesproken opwekcapaciteit van zonne- en windenergie op land te realiseren hebben 30 regio’s in het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) in 2021 een bod gedaan richting het Rijk. In de afgelopen jaren hebben wij samen met de drie regio’s in de provincie Utrecht gewerkt aan het halen van het bod voor grootschalige duurzame elektriciteit van in totaal 3,05 TWh in 2030. Regio Foodvalley ligt gedeeltelijk in Gelderland, waarmee het Utrechtse deel van de drie regio’s opgeteld 2,4 TWh omvat. Deze boden zijn vastgelegd in de RES’en 1.0 welke op 30 juni (regio Foodvalley en regio Amersfoort) en 6 oktober 2021 (regio U16) door uw Staten en andere RES-partners (m.u.v. gemeente Montfoort) zijn vastgesteld. Realisatie van de boden is noodzakelijk voor het behalen van de door u in de Omgevingsvisie opgenomen

1 van 8

doelstelling om in 2030 minimaal 55% van het elektriciteitsgebruik in de provincie Utrecht op te wekken uit hernieuwbare bronnen. Op 21 september 2022 heeft u een besluit genomen over het statenvoorstel Tussenbalans Regionale Energiestrategieën (RES) Provincie Utrecht. Hierin is besloten dat de provincie start met een projectbesluitprocedure indien er op 1 december 2022 onvoldoende windlocaties in beeld zijn om 1 TWh windenergie in 2030 te realiseren. Zoals aangegeven in de Statenbrief Voortgang Windenergie van 14 februari 2023 waren de totale plannen van gemeenten onvoldoende (concreet) om zicht te hebben op realisatie van de afgesproken doelstelling voor 2030. In de periode erna is dit beeld niet veranderd, zoals ook blijkt uit de voortgangsrapportages U16, Amersfoort & Foodvalley. Bovendien heeft in de onlangs gepubliceerde Monitor Wind op Land de provincie Utrecht in 2023 nog steeds de minste plannen en gerealiseerde windparken van alle provincies. Omdat uit de eerste Tussenbalans is gebleken dat aanvullende windlocaties nodig zijn voor de realisatie van de totale 2,4 TWh zijn we begin 2023 gestart met de eerste stappen van een projectprocedure en is een kennisgeving voornemen en participatie gedaan. Ook is de verkenningsfase gestart met onder meer een plan-m.e.r. procedure ten behoeve van locatiekeuzes voor windenergie.

Voor dit planMER is een concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld en op 14 februari 2023 in ontwerp ter inzage gelegd. In de Nota van Beantwoording is een reactie gegeven op de zienswijzen die daarop zijn ingediend. In het Coalitieakkoord 2023-2027 is uitgewerkt hoe vormgegeven wordt aan het proces zoals aangekondigd in de Tussenbalans. Hierin is het belang van verbeteren van de balans tussen zonne- en windenergie en het halen van de doelstelling van 2,4 TWh duurzame opwek bevestigd. Dit betekent dat er geen apart doel voor windenergie is, zoals bijvoorbeeld de eerder genoemde 1 TWh, maar dat het gaat om realisatie van de totale doelstelling van de RES’en via wind en zonne-energie. In het startgesprek deel 1 dat op 11 oktober 2023 heeft plaatsgevonden zijn we met uw Staten aan de hand van de Statenbief proces windenergie in gesprek gegaan over het vervolgproces. In januari 2024 bent u geïnformeerd over de uitkomsten van het planMER en het burgerforum windenergie dat samen heeft geleid tot de 27 meest kansrijke gebieden voor windenergie. In juni 2024 heeft u het Beleidskader lokaal eigendom en participatie bij windenergieprojecten vastgesteld waarmee lokaal eigendom in de projectbesluiten voor windenergie wordt geborgd. Daarbij bent u ook geïnformeerd over het vervolgproces.

De eerste fase start na dit besluit over de Tussenbalans II en wordt afgesloten met besluitvorming over in welke gebieden een projectbesluit vervolgd wordt. In het startgesprek deel 2 kunt u aandachtspunten meegeven voor dit besluit. Een overzicht van het hele proces is te vinden in de eerdere memo Proces meest kansrijke gebieden windenergie. We bevinden ons nu bij de afronding van fase 0 en de start van fase 1 (zie figuur 1 Proces projectbesluiten).

2 van 8

Figuur 1 Proces projectbesluiten

3 van 8

Tussenbalans II Oproep aan gemeenten In de brief die op 11 januari 2024 aan gemeenten is gestuurd staat een oproep aan gemeenten om concreet te maken hoe invulling wordt gegeven aan de RES-doelstellingen. Hierbij wordt gevraagd het volgende op te nemen in de raadsbesluiten: - Het aandeel van de opwek in een bepaald gebied. - Een goede benutting van opwekpotentie in gebieden voor windenergie. - Een planning wanneer besluitvorming over vergunningverlening plaatsvindt en waarbij realisatie voor 2030 realistisch en haalbaar is. - Informatie vanuit Stedin of de projecten voor 2030 aansluitbaar zijn. - Indien er bestaand beleid is waarin gebieden voor duurzame opwek zijn aangegeven en er is nog geen ruimtelijke procedure met initiatiefnemer gestart, wordt in het raadbesluit in ieder geval aangegeven: • Een stappenplan en planning voor de ruimtelijke procedure en vergunningverlening. • Hoe eventuele drempels voor initiatiefnemers om het project op te pakken kunnen worden gemitigeerd. • Hoe de uitvoering in de praktijk geborgd is. Plannen die voldoen aan deze oproep worden meegerekend als haalbaar voor 2030. Voor een aantal gemeenten geldt echter dat er nu nog net niet voldaan kan worden aan deze oproep, bijvoorbeeld omdat het raadsbesluit pas na de zomer komt, maar dat voorzien wordt dat het wel mogelijk is om voor het einde van het jaar te voldoen.

We willen de ruimte bieden om voor het eind van het jaar, wanneer de keuze gemaakt wordt in welke gebieden projectbesluitprocedures vervolgd worden, de plannen alsnog voldoende te concretiseren. Hieronder wordt dit verder toegelicht. Conclusies Tussenbalans II Er wordt in RES verband gewerkt aan doelen voor duurzame energieopwekking via wind en zonne-energie. Provincie, gemeenten en waterschappen werken hiervoor samen in RES regio’s. In de Tussenbalans II is daarom een analyse per RES regio gemaakt. Het was ook een nadrukkelijk verzoek van de RES partners waaronder gemeenten om naar de opgave per RES regio te kijken en niet provinciaal. Regio FoodValley De 3 Utrechtse gemeenten zijn ver met het halen van hun aandeel van 0,1 TWh in de RES Foodvalley. Er zijn voor 0,08 TWh plannen opgepakt die voldoende concreet zijn. Er zijn ook een aantal plannen die al behoorlijk concreet zijn, maar nog net niet ver genoeg. De komende periode werken we samen om voor de overige 0,02 TWh inzet op zowel zon als wind te concretiseren en verder te brengen, waarmee mogelijk aan het einde van het jaar voldoende concrete plannen zijn opgepakt om het doel te halen in 2030. Indien de projecten niet voldoende geconcretiseerd worden kan het nodig zijn om tot 0,02 TWh aan provinciale projectbesluiten te vervolgen.

Door planuitval en vertraging staat het doelbereid voor 2030 in de regio FoodValley als geheel overigens ook onder druk. Samen met alle RES-partners (dus ook in Gelderland) bezien wij of en hoe de RESambitie binnen bereik kan worden gebracht. Bovenstaande inzet beschouwen wij als onze bijdrage daaraan. Regio Amersfoort In deze regio zijn sinds de oproepen veel plannen geconcretiseerd en aangevuld. Er zijn voldoende concrete plannen om het regionale bod van 0,5 TWh te halen. Er zijn iets meer plannen gemaakt, maar deze plannen zijn nodig om een reëel perspectief te hebben op realisatie van het RES-doel. Gezien de slagingskans van projecten zal er in de praktijk altijd sprake zijn van planuitval, waardoor extra opwek in de planfase nodig is om het regionale bod in 2030 te behalen. Zo is er in de regio Amersfoort nog onzekerheid over de uiteindelijke omvang en realisatie van de diverse windplannen door mogelijke beperkingen zoals defensie-ontwikkelingen en effect op natuurwaarden. Wij achten het voor de regio Amersfoort op dit moment echter niet nodig om aanvullende projectbesluiten voor windenergie te nemen, anders dan waar de gemeenten de provincie om verzocht hebben. Mocht het doelbereik voor deze regio door planuitval uit zicht raken dan zullen wij u daarover informeren en op dat moment bezien of en hoe de RES-ambitie weer binnen bereik kan worden gebracht.

4 van 8

Regio U16 In deze regio zijn verschillende besluiten genomen waarmee het halen van het RES-bod dichterbij is gekomen. Veel gemeenten hebben een stap vooruit gezet om een wezenlijke bijdrage te leveren aan het gemeenschappelijk doel. Wel moet geconstateerd worden dat er onvoldoende concrete plannen zijn om daadwerkelijk het doel van 1,8 TWh te halen. Er is 1,32 TWh aan voldoende concrete plannen die voldoen aan de bovengenoemde oproep aan gemeenten, waarmee er nog 0,48 TWh nodig is om het doel te halen (nog afgezien van de effecten van eventuele planuival) . Onder de 1,32 TWh valt ook het verzoek van Wijk bij Duurstede om het bevoegd gezag voor het gebied langs het Amsterdam-Rijnkanaal (78) op te nemen. Daarnaast is er circa 0,23 TWh aan plannen die nu nog niet concreet genoeg zijn, maar waarvan een goede kans is dat dat aan het einde van het jaar wel het geval is. Dat betekent dat er voor de regio U16 met de huidige inzichten aan het einde van het jaar in ieder geval voor 0,25 TWh (ongeveer 12 moderne windturbines) aan provinciale projectbesluiten voor windenergie vervolgd moet worden om het doel te halen (aanvullend op gebied 78 in Wijk bij Duurstede). Afhankelijk van hoe ver de projecten aan het einde van het jaar geconcretiseerd zijn kan dat oplopen tot 0,48 TWh.

Zoals genoemd in de statenbrief NRD RES U16 ten behoeve van herijking zal de provincie gebieden voor mogelijke provinciale projectbesluiten inbrengen in de RES herijking. De RES herijking zal medio 2025 ter besluitvorming voorliggen aan de gemeenteraden, Provinciale Staten en de Algemeen Besturen van de Waterschappen. Mocht het doelbereik voor deze regio in een later stadium door planuitval toch weer uit zicht raken, dan zullen wij u daarover informeren en op dat moment bezien of en hoe de RES-ambitie weer binnen bereik kan worden gebracht. Vervolg voor gemeenten In de Tussenbalans II RES (bijlage 1) is een analyse gemaakt van het totaal van gerealiseerde projecten en plannen die concreet genoeg zijn om volledig te voldoen aan de oproep aan gemeenten in zoals hierboven beschreven. Gemeenten Utrecht, Houten, Nieuwegein en Wijk bij Duurstede voldoen aan de oproep omdat zij hun opwekpotentie voor windenergie voldoende benutten. In de RES-regio Amersfoort zijn de plannen voldoende concreet om zicht te hebben op het halen van het RES-bod voor 2030. In gebieden in de volgende gemeenten worden de komende periode alleen projectbesluitprocedures vervolgd op verzoek van gemeenten: - OER A28: Leusderheide (84) en Vlassakkers (81)- Amersfoort & Soest. Gemeente Leusden heeft aangegeven de uitwerking hiervoor bij de provincie te laten.

- 1 windturbine ten zuiden van knooppunt Eemnes (75) – Baarn - Gebied langs het Amsterdam Rijnkanaal 78)- Wijk bij Duurstede Voor de gebieden in Baarn en Wijk bij Duurstede wordt de dit najaar een bestuursovereenkomst tussen gemeente en provincie voorbereid waarover u geïnformeerd zult worden. Voor OER A28 is de volgende stap het tekenen van een samenwerkingsovereenkomst met alle betrokken partijen, ook hierover wordt u geïnformeerd. In de Tussenbalans II is ook geconstateerd dat een aantal gemeenten (soms ver) gevorderd is met (concrete) plannen voor windenergie, maar nog niet volledig voldoet aan de oproep uit onze brief. Het gaat om gemeenten Montfoort, Woerden, Lopik, Vijfheerenlanden, Rhenen, De Bilt en Oudewater. Om deze gemeenten de ruimte te geven hun eigen plannen nog verder te brengen geven we deze gemeenten tot het einde van het jaar extra tijd om hun projecten verder te concretiseren. Deze gemeenten zullen we de komende periode ondersteunen om de plannen verder te brengen zodat deze een bijdrage zullen leveren aan de gezamenlijke RES-doelen. Als het deze gemeenten lukt om de plannen voldoende te concretiseren en daarbij goed gebruikmaken van hun opwekpotentie, zullen de gebieden in die gemeente aan het einde van het jaar niet in aanmerking komen voor projectbesluitprocedures.

Het is afhankelijk van de totale tekort aan het einde van het jaar hoeveel van de opwekpotentie in gemeenten ten minste benut moet worden. Op dit moment blijven alle gebieden in deze gemeenten wel nog in beeld. Gemeenten Stichtse Vecht, De Ronde Venen, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal en Renswoude hebben aangegeven geen windenergie mogelijk te willen maken in hun gemeenten. Gebieden in deze gemeenten blijven nog wel in beeld voor een provinciaal projectbesluit. Als voor het einde van het jaar het bod van FoodValley voldoende concreet kan worden zal ook het kansrijk gebied in de gemeenten Renswoude en Veenendaal niet benut te hoeven worden. In de gemeenten Bunschoten, IJsselstein, Bunnik en Zeist liggen geen kansrijke gebieden voor windenergie.

5 van 8

Dit betekent dat de volgende meest kansrijke gebieden sowieso in beeld blijven voor een projectbesluit: Gebieden 35, 39 en 43 in Stichtse Vecht en gebied 38 in De Ronde Venen. Verder blijven 1 (Oudewater), 8 (Oudewater en Montfoort), 10 (Lopik), 18 (Oudewater en Montfoort), 20 (Woerden), 23 (Lopik), 24 (Montfoort en Woerden), 28 (Vijfheerenlanden) 42 (Lopik), 48 (Vijfheerenlanden), 57 (Vijfheerenlanden),59 (Vijfheerenlanden) en gebied 96 (Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal en Renswoude) voorlopig nog in beeld. Er zijn vooralsnog geen kansrijke gebieden voor windenergie afgevallen wegens technische belemmeringen. Aan het einde van het jaar maken we een keuze voor welke van deze gebieden een projectbesluit vervolgd wordt. Die keuze is dus ook mede-afhankelijk van in hoeverre deze laatste gemeenten hun plannen in het najaar verder concretiseren. In de alinea’s hieronder wordt beschreven welke uitgangspunten gehanteerd worden in de keuze voor aanvullende gebieden waarvoor rond het einde van het jaar de projectbesluitprocedure vervolgd wordt. We brengen gemeenten per brief op de hoogte van dit vervolgproces. Keuze gebieden voor vervolg provinciale projectbesluitprocedures In het startgesprek deel 1 heeft u aandachtspunten voor het proces meegegeven.

In het tweede deel van het startgesprek op 16 oktober 2024 gaan wij graag met uw Staten in gesprek over de aandachtspunten voor de gebieden waar projectbesluitprocedures (mogelijk) vervolgd worden. Gebieden in gemeenten die voor het einde van het jaar hun plannen voldoende hebben geconcretiseerd en de ruimtelijke mogelijkheden voldoende benut komen niet meer in aanmerking voor het vervolgen van een provinciale projectbesluitprocedure rond het einde van het jaar. Hieronder wordt een toelichting gegeven op de eerder door uw Staten vastgestelde kaders die hierbij als uitgangspunt genomen worden. Motie ‘Wie goed doet, goed ontmoet’ Op 20 maart 2024 is motie M24-21| Wie goed doet, goed ontmoet aangenomen. In uitvoering van deze motie zal voor de keuze van gebieden waar projectbesluiten vervolgd worden geïnventariseerd worden welke gemeenten concrete plannen hebben voor duurzame opwek en daarmee al vergevorderd zijn (vergunning verleend of project gerealiseerd) in het leveren van een wezenlijke bijdrage in het gemeenschappelijk RES 1.0 bod. De gebieden in deze gemeenten zullen als laatste overwogen worden voor een projectbesluit. Dit betekent dat bij de keuze van gebieden eerst gekeken wordt naar gemeenten die nog geen vergunningen verleend hebben voor wind- en zonneparken.

Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie is aangegeven dat we de duurzame energiebronnen concentreren, om spreiding in het landschap te voorkomen en om de energie-infrastructuur optimaal te benutten. Daarnaast is hierin de voorkeur uitgesproken voor gebieden op of nabij bedrijventerreinen. Besluit Tussenbalans 2022 In uw besluit over de Tussenbalans in 2022 heeft u meegegeven bij de selectie van gebieden aandacht te hebben voor de volgende punten: - Kwaliteit leefomgeving, in het bijzonder gezondheidsaspecten en beperken van geluidshinder; - Ecologie, met specifiek aandacht voor risico op slachtoffers van vogels en vleermuizen; - Landschap, waarbij wordt aangesloten bij de denkrichtingen in de RES’en zoals opwek bij hoofdinfrastructuur en vanuit een regionaal, gemeentegrens overstijgend perspectief; - Aansluitbaarheid op en efficiënte benutting van het elektriciteitsnet. Lokaal eigendom Zoals opgenomen in het Beleidskader lokaal eigendom en participatie bij windenergieprojecten zullen gebieden waar de kans groter is op een hoger percentage lokaal eigendom een grotere kans hebben om gekozen te worden voor het vervolgen van de projectbesluitprocedure. Conform het amendement 24-52 zal uitsluitend gekeken worden naar gebieden waar een minimum van 50% lokaal eigendom gerealiseerd zal worden.

6 van 8

Advies burgerforum Het advies van het burgerforum zal meegenomen worden in de keuze voor gebieden. De prioritering van de hoofdkeuzes die de provincie kan gebruiken om een afweging te maken tussen de gebieden ziet er volgens het burgerforum als volgt uit: 1. Kies voor plekken die zorgen voor zo weinig mogelijk extra overlast voor mensen. 2. Kies voor plekken waar de natuur en dieren er het minst last van hebben. 3. Kies voor plekken waar je windmolens bij elkaar kunt zetten (en er minder plekken nodig zijn). 4. Kies voor plekken waar de bevolking zeggenschap en het meeste voordeel kan hebben van de financiële opbrengst. 5. Kies voor plekken waar windmolens het best kunnen passen bij het landschap. 6. Kies voor plekken met de laagste kosten voor de maatschappij op gebied van aansluiting, proceduretijd etc. 7. Kies voor plekken waar windmolens helpen andere problemen die spelen in de maatschappij op te lossen. 8. Kies voor plekken die het minst invloed hebben op plekken die belangrijk zijn voor geschiedenis en cultuur. Bij elke hoofdkeuze zit een toelichting die in het rapport te vinden is. Ook zijn hier algemene aandachtspunten te vinden die het burgerforum heeft meegegeven bij de realisatie van windenergieprojecten.

Overige aandachtspunten Er zal een integrale toets uitgevoerd worden om de effecten op toekomstige ontwikkelingen in de provincie in beeld te brengen en zal de ruimtelijke samenhang van de projecten getoetst worden. Ook zullen de aandachtspunten die de Commissie voor de milieueffectrapportage heeft meegegeven in haar advies op het planMER windenergie, dat is uitgevoerd ten behoeve de keuze van de meest kansrijke gebieden, meegenomen worden. In reactie op dit advies zijn verschillende aanvullingen gedaan op het planMER welke te vinden zijn op toevoeging n.a.v. advies Commissie MER. De projectbesluiten zullen uiteindelijk getoetst worden aan Rijksnormen die op dat moment gelden. De verwachting is dat de inhoud hiervan in de loop van dit jaar bekend wordt. Volgens planning treden de normen medio 2025 in werking wat op tijd is om de projectbesluiten daaraan te toetsen Communicatie / Participatie: Heldere communicatie richting inwoners en mogelijkheden tot participeren zijn van groot belang. In het beleidskader Lokaal Eigendom en Participatie heeft u hierover de kaders vastgesteld. Hierin worden verschillende fases benoemd. Dit najaar zal fase 1 uitgevoerd worden voor de aanvullende gebieden die nog in beeld zijn voor een projectbesluit. Na besluitvorming door GS over de keuze van de gebieden eind 2024 is deze eerste fase afgerond.

Fase 2 zal starten na vaststelling van de gebieden. Per gebied volgt een uitgebreid participatieproces. Voor de gebieden waar de provincie reeds is verzocht om het projectbesluit te vervolgen kan dit najaar al met fase 2 gestart worden. Fase 1 beleidskader lokaal eigendom en participatie: informatiesessies voor inwoners Zoals eerder aangekondigd in de memo proces meest kansrijke gebieden windenergie die op 14 mei jl. met u is gedeeld zullen er informatiebijeenkomsten georganiseerd worden voor inwoners uit gebieden die nog in beeld zijn voor een projectbesluit. Op deze manier spreken we als provincie de inwoners niet pas ná besluitvorming over de gebieden waar projectbesluiten genomen gaan worden en krijgen inwoners de kans om alle vragen en zorgen te delen. Na het startgesprek deel 2 op 16 oktober krijgen inwoners uit alle gebieden die nog in beeld zijn de mogelijkheid om deel te nemen aan deze informatiebijeenkomsten. Hiervan zullen er drie georganiseerd worden verspreid over de provincie. In deze bijeenkomsten zal in gespreksrondes aan tafels een toelichting worden gegeven op het proces en is er ruimte voor beantwoording van vragen en aandacht voor zorgen van inwoners. Deze bijeenkomsten zijn bedoeld voor inwoners van gebieden in gemeenten die niet zelf al processen

7 van 8

zijn gestart voor windenergie. Er zal een verslag gemaakt worden van deze bijeenkomsten dat met PS gedeeld zal worden als bijlage bij de statenbrief rond het einde van 2024 over de keuze van gebieden. Fase 2 beleidskader lokaal eigendom en participatie: participatieprocessen in de gekozen gebieden door gemeenten Voor gebieden waar gemeenten de provincie hebben verzocht om de ruimtelijke procedure te doorlopen zal het participatieproces samen met gemeenten vanaf dit najaar opgezet worden. Dit geldt voor gebied 78 in Wijk bij Duurstede, het Baarnse deel van gebied 75 en de OER A28 gebieden 81 en 84. Inwoners en andere stakeholders zullen dit najaar benaderd worden voor bijeenkomsten voor de OER A28. Voor de gebieden 75 en 78 zal eerst een bestuursovereenkomst tussen gemeente en provincie gesloten worden alvorens de participatieprocessen daar zullen starten. Fase 2 beleidskader lokaal eigendom en participatie: participatieprocessen in de aanvullende gebieden Direct na besluitvorming rond het einde van het jaar over de aanvullende gebieden waar (indien nodig) een projectbesluitprocedure vervolgd wordt, start een intensief participatieproces in het gebied geleid door de provincie (waar gewenst in samenwerking met de gemeente).De participatieprocessen zullen vormgegeven worden conform het vastgestelde beleidskader Lokaal Eigendom en Participatie.

De provincie coördineert in deze fase het participatieproces waarbij het doel is om tot een omgevingsovereenkomst te komen tussen de initiatiefnemer(s) en de omgeving. Meer hierover is te vinden in het beleidskader Lokaal Eigendom en Participatie. Vervolgprocedure / voortgang: De RES is als strategisch dossier aangemerkt en wordt als Strategische Provinciale Statenagenda- sessie op 25 september besproken. In deze sessie zal ook een toelichting gegeven worden op de Tussenbalans, met ruimte voor technische vragen. Eind dit jaar- begin volgend jaar besluiten wij in welke gebieden een projectbesluitprocedure vervolgd wordt. Bij het besluit van GS rond het einde van het jaar over aanvullende gebieden waar een projectbesluitprocedure wordt vervolgd wordt u met een Statenbrief geïnformeerd met een onderbouwing van deze keuze en een toelichting over het vervolgproces. Begin 2025 zal er een infosessie met PS gepland worden om het besluit over de keuze van gebieden toe te lichten. Wat Informatiebijeenkomsten Keuze gebieden Infosessie met PS over keuze gebieden Participatieprocessen in de gekozen gebieden Ontwerp-projectbesluiten Projectbesluiten

Wanneer Najaar 2024 Eind 2024-begin 2025 Begin 2025 Vanaf begin 2025

Stap werkwijze Nvt Nvt

Vanaf 2025 2025-2026

Ontwerp PB Projectbesluit

PS Statenbrief ter info

Nvt Statenbrief ter info Statenbrief ter info

Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Voorzitter, mr. J.H. Oosters

Secretaris, mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen

8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14615021/1