CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Regiovisie Jeugdhulp en WMO - Utrecht West

Gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Regiovisie Jeugdhulp en Wmo 2025-2029 (Akkoordstuk)6.755 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regiovisie Jeugdhulp en Wmo Utrecht West

Regiovisie Jeugdhulp en Wmo - Utrecht West -

Gemeenten regio Utrecht West Bestuurlijk opdrachtgevers: Dick Polman, wethouder gemeente Stichste Vecht Mariëtte Pennarts, wethouder gemeente Woerden Ambtelijk opdrachtgevers: Marije Willems, directeur Sociaal Domein gemeente Montfoort Dorien van de Berg, directeur Samenleven gemeente Stichtse Vecht Projectleider regiovisie jeugdhulp en Wmo: Mirjam Muilwijk, Strategisch adviseur Sociaal Domein Copyright © Gemeenten regio Utrecht West. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. 2

Aanleiding De gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden werken al een aantal jaren op verschillende taken, beleidsterreinen en projecten samen in het sociaal domein. De gemeenten willen verder ontwikkelen op wat we al doen door dit te intensiveren en professionaliseren. Hiervoor is besloten om de koers voor samenwerking in het sociaal domein verder te verkennen en vast te leggen. 1 Het gezamenlijk hebben van een regiovisie Jeugdhulp en Wet Maatschappelijk Ondersteuning (Wmo) is hier onderdeel van. Deze regiovisie Jeugdhulp en Wmo is de stip op de horizon waar de regio Utrecht West naar toe wil werken en bouwt verder op de reeds aanwezige samenwerking. We werken gezamenlijk verder aan de vernieuwing, verbetering en doorontwikkeling binnen het sociaal domein. Een andere reden voor het opstellen van de regiovisie is het verder uitwerken van een gezamenlijke aanpak van en inkoop voor de Jeugdhulp en Wmo. Daarnaast stelt de Hervormingsagenda Jeugd eisen en voorwaarden aan de mate, kwaliteit en juridische vorm van samenwerking tussen jeugdhulpregio’s.

De regiovisie Jeugdhulp en Wmo geeft ook de mogelijkheid voor het verbinden en afstemmen van de andere (regionale) ontwikkelingen in het sociaal domein, zoals de ontwikkelingen en opgaven van de proeftuin Bescherming in Beweging Utrecht West, het Integraal Zorgakkoord (IZA), Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MOBW), Passend Onderwijs en de Participatiewet. De gemeenten in Utrecht West willen met deze regiovisie in samenwerking met de inwoners, vrijwilligers, mantelzorgers, (kerk) gemeenschappen, maatschappelijk partners, onderwijs, zorgaanbieders en huisartsen zich blijven inzetten voor een dekkend zorglandschap.

1 BMC rapport “Advies voor samenwerkingskoers Sociaal Domein Utrecht West”

3

Inleiding In de regio Utrecht West krijgen alle inwoners de kans om veilig op te groeien, zich te ontwikkelen, een opleiding te volgen, te werken, mee te doen in de maatschappij en gezond oud te worden. We willen dat alle inwoners kunnen leven in veiligheid en vanuit die veiligheid zich kunnen ontwikkelen en zo gezond en vitaal mogelijk oud kunnen worden. Zo kan iedereen optimaal zijn/haar leven vormgeven met de ondersteuning en hulp die daaraan bijdraagt. Als ouder of verzorger ondersteun je je kind op weg naar zelfstandigheid en volwassenheid. Dit gaat niet altijd vanzelf. Het is een samenspel van opgroeien en opvoeden tussen ouder/verzorger en kind in een uitdagende samenleving. Hier horen pieken en dalen bij. Dat samenspel kan ook ergens op dat pad naar volwassenheid gaan wijzigen of zelfs tot stilstand komen. Wat dan? Waar vind je hulp? En wie betaalt dat dan? Als gemeenten ondersteunen we onze inwoners bij het vinden van een passend antwoord. Niet alleen omdat we daar een wettelijke verplichting in hebben, maar ook omdat de gemeenten het belangrijk vinden dat alle inwoners de kans krijgen om mee te kunnen doen; thuis of zo thuis (nabij) mogelijk. Bij het opvoeden, opgroeien en ouder worden. Daar hebben we met elkaar een verantwoordelijkheid in. Dit vraagt om te kijken naar en het verkrijgen van duidelijkheid over de mogelijkheden van de inwoner en van de omgeving.

Dit is soms lastig en uitdagend, maar zo is soms ook het leven. Niet elke dag hoeft perfect te zijn. Het gaat om meer aandacht en minder zorg.

4

Utrecht West wil de kracht van haar inwoners benutten en hulpstructuren zo organiseren dat deze aansluiten bij de behoeften. Dat betekent voor ons professioneel vakmanschap, waarbij de professionals kunnen doen wat nodig is voor het bieden van de meest passende hulp en ondersteuning: eenvoudige processen om dit mogelijk te maken, nauwe samenwerking tussen de taakvelden Jeugd en Wmo, goede samenwerking met onze maatschappelijke partners. Vanuit deze visie willen we in Utrecht West een veilige en gezonde leefomgeving creëren en in stand houden in alle levensfasen. Hierbij willen we op tijd kwalitatief goede zorg met oog voor financiële beheersbaarheid bieden. Utrecht West wil dat de hulp en ondersteuning betaalbaar en beschikbaar blijft, nu en in de toekomst. Om dit te kunnen verwezenlijken is het goed organiseren van het sociaal domein en de zorg en de onderlinge samenwerking van groot belang. Onder het Sociaal Domein verstaan we alle vrijwilligers, mantelzorgers, (kerk)gemeenschappen, onderwijs, huisartsen, zorgaanbieders, professionals en organisaties die bijdragen aan het veilig opgroeien, ontwikkelen, meedoen in de maatschappij en gezond en vitaal oud worden. In de komende jaren werken we als regio enerzijds aan een veilige, gezonde en passende leefomgeving en anderzijds aan vernieuwing binnen het Sociaal Domein gericht op integrale hulp en ondersteuning.

Het uitgangspunt is het belang van de algehele gezondheid en ieders vermogen om zo goed mogelijk met levensuitdagingen om te gaan. In deze regiovisie is vastgelegd wat de gemeenten in Utrecht West gezamenlijk met de partners in het Sociaal Domein in de periode 2025-2029 willen bereiken.

5

Leeswijzer De regiovisie Utrecht West is een document waarin de gezamenlijke ambities en doelen van de regio rondom hulp en ondersteuning worden beschreven. Met deze visie bepalen we voor onszelf en partners een stip op de horizon die ten grondslag ligt aan hoe we samen willen werken en het is een basis voor verdere doorontwikkeling en vernieuwing in het Sociaal Domein, specifiek voor Jeugdhulp en Wmo. De opbouw van de regiovisie is als volgt: 1 2 3 4 5 6

stand van zaken en uitdagingen missie, visie en uitgangspunten doelen en aandachtspunten randvoorwaarden hoe we willen samenwerken als regio planning

6

1

Stand van zaken en uitdagingen

Vraagstukken als ‘het tekort aan personeel in het Sociaal Domein’, ‘de toenemende vergrijzing’, ‘de druk op het Sociaal Domein’ en ‘het tijdig beschikbaar houden van passende hulp’ zijn vraagstukken danwel uitdagingen die spelen op zowel landelijk als regionaal en lokaal niveau. Deze uitdagingen voor het Sociaal Domein overstijgen niet alleen de grenzen van het Sociaal Domein, maar ook de gemeentegrenzen. De regio Utrecht West is een uitgestrekt landelijk gebied. Hoewel de gemeenten zich allemaal kenmerken als plattelandsgemeenten is er een grote diversiteit in (omvang van) kernen en verschillende samenstelling van groepen mensen die daar samenleven. Dit is van invloed op de manier van samenleven in een gemeente en stelt de gemeenten voor de opgave om de vitaliteit van haar samenleving te behouden en waar mogelijk te versterken. Door als vijf gemeenten in de regio Utrecht West intensief samen te werken kan beter antwoord worden gegeven op de genoemde uitdagingen. Voor sommige vraagstukken werkt de regio ook bovenregionaal samen, bijvoorbeeld als het gaat om het beschikbaar krijgen en houden van vormen van hulp die vragen om zeer specifieke expertise, zoals hoog specialistische jeugdhulp.

Sinds 2020 is door de bovenregionale samenwerking op provinciaal niveau de beschikbaarheid van de bovenregionale functies, zoals jeugdreclassering en jeugdbescherming, meld- en adviespunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis) en essentiële functies, gewaarborgd. Door deze bovenregionale en regionale samenwerking is op succesvolle wijze de verbinding en samenwerking tot stand gekomen tussen het bovenregionale beleid en de uitvoering in Utrecht West. 7

Ook landelijke en andere (boven)regionale ontwikkelingen, zoals ‘de Hervormingsagenda Jeugd’, ‘het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming’, ‘Elke regio telt’, ‘het Integraal Zorgakkoord (IZA), het ‘Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)’ en ‘regionale koers maatschappelijk opvang en beschermd wonen U16’ vragen om intensieve samenwerking tussen veel en soms zelfs alle partners in het Sociaal Domein en dus ook om samenwerking tussen de gemeenten. Door de regionale samenwerking houden we benodigde zorgfuncties in de regio in stand en realiseren we verdere transformatie van zorg voor onze inwoners in Utrecht West. Op deze manier werken de gemeenten samen aan de vraagstukken en uitdagingen in het Sociaal Domein. Dit is belangrijk vanwege de sterke bevolkingsgroei, vergrijzing en stijgende vraag naar zowel maatschappelijke ondersteuning als jeugdhulp. Zorggebruik in de regio Utrecht West Er zijn verschillende data en gegevens bekend over het zorggebruik van de inwoners in Utrecht West. In deze regiovisie is de toe- en afname in de jeugdhulp en Wmo-voorzieningen opgenomen. Voor andere data en verdere verdieping en duiding van gegevens en cijfers wordt verwezen naar onder andere de bronnen het Centraal Bureau voor Statistiek en de gezondheidsmonitor van de GGD.

8

10% 5% 0% -5%

In sommige kernen van de Utrecht West gemeenten ligt het percentage jongeren dat jeugdhulp ontvangt gemiddeld lager dan het landelijk gemiddelde. Uitstroom uit verblijf is een knelpunt als gevolg van woningschaarste. 6% 5% 4% 3% 2% 1% 0%

Het aantal Wmo-cliënten per 1000 inwoners stijgt, net als landelijk, tot aan 64 cliënten per 1000 inwoners tot aan 2026, volgens het prognose model van de VNG. Dit komt neer op 87.9 duizend Wmo-gebruikers. Dit komt neer op een jaarlijkse stijging van 3,3%. Dit is hoger dat het gemiddelde in Nederland (2,9%).

9

Wat is de ambitie voor Utrecht West? Op basis van de bovengenoemde uitdagingen willen we de beschikbaarheid van hulp en ondersteuning toekomstbestendig organiseren zodat we de inwoners kunnen blijven ondersteunen wanneer dit nodig is, ook wanneer de druk op het Sociaal Domein toeneemt. We willen daarom inzetten op “samenredzaam” zijn en initiatieven hiertoe stimuleren en/of behouden. De focus op hulp en ondersteuning leidt vaak tot een aanbodgerichte benadering, versterkt door beleid van gemeenten en overheid. Wat nodig is, is bevordering van zelfredzaamheid. Of beter: samenredzaamheid. Om de samenleving te laten meebewegen, hebben en krijgen inwoners verantwoordelijkheden. Voor de bevordering en het creëren van samenredzaamheid is samenwerking van de gemeenten onderling én met maatschappelijke partijen, onderwijs en professionele organisaties noodzakelijk. In Utrecht West streven we ernaar dat inwoners waar mogelijk met mensen uit hun leefwereld tot oplossingen komen bij hulp- en/of ondersteuningsvragen. Wanneer dit niet mogelijk is, willen we dat zij makkelijk hun weg kunnen vinden om te komen tot passende hulp en ondersteuning. Dat betekent dat de sociale basis in de gemeente(n) op orde is en de lokale teams de kennis en kunde hebben om de ondersteuningsvraag snel te kunnen doorgronden en een passend ondersteuningsaanbod kunnen bieden.

Hierbij werken wij nauw samen met de partners in de sociale basis. Hier is een breed preventief en algemeen aanbod aan hulp en ondersteuning, dat dichtbij en op maat wordt geboden. Inwoners ontvangen hier zo snel als mogelijk hulp en/of ondersteuning bij hun vraag op het gebied van bijvoorbeeld opgroeien, opvoeden, eenzaamheid, geld, taal, gezondheid, relatie etc. We versterken het vakmanschap van de professionals en dragen zorg voor een goede samenwerking om de ondersteuning zo dicht10

bij mogelijk te kunnen aanbieden. Hiermee willen we vormgeven aan het efficiënt en duurzaam organiseren. Dat betekent ook dat we gezinnen helpen om vanuit hun eigen kracht een passende ondersteuning te vinden bij de hulpvraag. In de afgelopen jaren heeft de regio ingezet op doorontwikkeling en formalisatie van de samenwerking in de regio Utrecht West. Zo zijn er al mooie (wijk)initiatieven uitgewerkt en goede voorbeelden van het gezamenlijk oppakken van (beleids)vraagstukken en zorgvernieuwing ten aanzien van Jeugdhulp en Wmo, maar ook ten aanzien van onder andere IZA en MOBW. Een van de voorbeelden is de proeftuin Bescherming in Beweging, waar uitwerking is gegeven aan het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming. Hierbij wordt gewerkt aan vernieuwing en verbetering van de hulpverlening aan gezinnen en de bescherming van kinderen. De verbetering richt zich zowel op inhoudelijke verbetering als op een eenvoudigere en meer efficiënte organisatie van de keten. Ook de initiatieven als de samenwerking tussen maatschappelijk partners in het Vraag Informatie en Adviespunt (VIA) in Stichtse Vecht, NIO vrijwilligersorganisaties in Woerden en de TOUWteams in Oudewater (De Wulverhorst) zijn goede voorbeelden. Deze wijkinitiatieven zetten zich in voor vroegsignalering, het voorkomen van zware zorg, het versterken van gemeenschapskracht en bevorderen van regie door samenredzaamheid.

Deze initiatieven bieden een kans om breder in de regio op een meer structurele basis, in de hele regio toe te passen. De vorm en inzet van wijkinitiatieven verschilt per wijk en kern en is aangepast aan de lokale context. Door gezamenlijk te leren en ontwikkelen kunnen succesbepalende factoren op brede schaal worden toegepast bij nieuwe initiatieven. 11

Voorbeelden van eerder ingezette transformatieprojecten Utrecht West zijn: Combineren van casusgericht werk en datasturing (DRV) Pilot vereenvoudiging jeugdbescherming (OW,M,WO,SV,DRV) Gemeentelijke samenwerking met alle huisartsen (SV,WO,OW) onder andere via praktijkondersteuners (SV,WO) Werken vanuit de omgekeerde toets, een domeinoverstijgende aanpak voor integraal werken in gemeenten in het Sociaal Domein (M) Eenduidige lokale visie van bestuur, beleid en uitvoeringsorganisatie (OW,M) Intensivering van samenwerking tussen formele en informele zorg (SV) Maatwerkbendes (SV,WO) Positieve Gezondheid als antwoord op stijgende zorgvraag Samenredzaamheid bevorderen en creëren is ook onderdeel van Positieve Gezondheid. Het vraagt om anders naar gezondheid en zorg te kijken. Begrippen als ‘Positieve Gezondheid’ en ‘reablement’. Bij reablement werken we vanuit een activerende en doelgerichte aanpak die de autonomie van mensen centraal stelt. Voorbeelden hierbij zijn onder andere de ketenaanpakken, Kansrijke Start en Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) en Welzijn op recept. Dit zijn handvatten om de groei van de zorgvraag te beheersen. Vanuit het gedachtegoed van Positieve Gezondheid en reablement kan een zorgvraag voorkomen, verminderd of uitgesteld worden. Dat is nog onvoldoende ingebed in de samenleving en in de basis van zorg en welzijn.

De ketenaanpakken zijn nog niet zo lang gestart en vragen nog om verdere uitwerking en ontwikkeling.

12

Domein verbindende samenwerking Het is duidelijk dat de uitdagingen waarmee de regio zich geconfronteerd ziet, de grenzen van de domeinen Jeugd, Wmo, Arbeidsmarkt, Participatie, Onderwijs en Gezondheid overstijgen. We zien dat hulpvragen voor het kind vanuit de Jeugdwet vaak ook verband houden met de behoefte aan ondersteuning voor ouders. Ook bij kwesties rond bestaanszekerheid zien we dat er naast financiële vragen ook vragen rond werk en huisvesting kunnen spelen en dat deze vragen ook weer kunnen leiden tot problemen tussen gezinsleden. Het is nodig om de domeinen met elkaar te verbinden. Dit vraagt van alle betrokken partners in het Sociaal Domein om een integrale aanpak, waarbij gekeken wordt naar alle levensgebieden die van invloed zijn op het welbevinden. De regio omarmt het gedachtengoed van Positieve Gezondheid in deze aanpak. Daarnaast wordt voor iedere inwoner ook gekeken naar wat personen uit de directe omgeving van de inwoner (gezin, familie, vrienden, buurtgenoten, de sportclub en collega’s) kunnen betekenen. Dit laat zien dat de Sociaal Domein opgaven vragen om de beweging “van ‘zorg’ naar ‘preventie’ ”. Op de huidige manier doorgaan met het bieden van zorg en ondersteuning in het Sociaal Domein is niet houdbaar.

Om alle uitdagingen het hoofd te kunnen bieden, is het nodig om, op basis van deze inhoudelijke visie, het Sociaal Domein toekomstbestendig te organiseren. Hier ligt een opdracht voor alle partners in het Sociaal Domein, maar ook voor de inwoners zelf. Het is een opdracht die gezamenlijk opgepakt dient te worden.

13

de inwoner en zijn/haar sociaal netwerk gemeenschappen

gemeenschappelijke sociale basis

persoonlijke sociale basis

bewonersinitiatieven

institutionele sociale basis mantelzorg plekken voor ontmoeting vrijwilligers eerstelijns hulpverlening

verenigingen

professionals in de sociale basis

steunpunt vrijwilligers

accommodaties en voorzieningen

Uit landelijke onderzoeken blijkt dat er geen eenduidige definitie is over wat het voorveld is. Uiteraard is het wél nodig dat we duidelijk maken wat wij ermee bedoelen. Daarvoor gebruiken we het gespreksmodel van Movisie. Movisie onderscheidt binnen de sociale basis drie sferen: De persoonlijke sociale basis bestaat uit de inwoner zelf en diens sociale netwerk. De gemeenschappelijke sociale basis bestaat uit organisaties en activiteiten die door inwoners, vrijwilligers en verenigingen worden georganiseerd. De institutionele sociale basis bestaat uit professionals die, aangestuurd door de overheid, bepaalde voorzieningen bieden zoals buurthuizen, bibliotheken, opbouwwerk, buurtsportcoaches, mantelzorgondersteuning, jeugdgezondheidszorg, preventieve schulddienstverlening.

De partijen in de institutionele sociale basis dragen met hun voorzieningen en activiteiten bij aan het versterken van de persoonlijke en gemeenschappelijke sociale basis. De verschillende sferen en de samenhang worden verduidelijkt in bovenstaande figuur. De grenzen tussen de sferen overlappen elkaar en zijn poreus. 14

2

Missie, visie en uitgangspunten

2.1 Missie

Met de regio Utrecht West hebben we gezamenlijk de volgende missie: In Utrecht West willen we dat iedereen, ongeacht leeftijd, achtergrond of situatie, mee mag en kan doen op hun eigen manier, ook als er tegenslag en life events zijn die hulp en ondersteuning vragen. Dit willen we doen door hulp te bieden op het juiste moment, op de goede plek en zo duurzaam mogelijk. Zo willen we de jeugdhulp en Wmo beschikbaar, effectief en betaalbaar houden. 2.2 Visie

Om te werken aan onze gezamenlijke missie, is het van belang dat we zorg en ondersteuning mogelijk maken die nodig en dichtbij is. Vaak kan hulp geboden worden door personen uit de leefwereld van de inwoner (gezin, familie, vrienden, buurtgenoten, de sportclub, collega’s etc.). We willen zorgen dat in de leefwereld genoeg kansen zijn om door een sterk voorveld, inwoners te faciliteren en te laten participeren. Soms is er daarnaast meer nodig. Dan kan de inwoner rekenen op bredere hulp en ondersteuning of zorg vanuit het Sociaal Domein door ook het lokaal team te betrekken. Ook deze staat dichtbij huishoudens en is deel van hun omgeving. We willen dat de inwoner zoveel als mogelijk kan meedoen en zo zelfstandig als mogelijk kan functioneren. We erkennen hierbij dat niet iedereen in staat is om mee te doen. De gemeente kan dan hulp 15

en/of ondersteuning bieden. Ondersteuning wordt waar mogelijk eerst geboden vanuit het voorliggend veld. Het doel voor gemeenten en inwoner is om de ondersteuning zo licht en kort mogelijk te houden waarbij we kijken naar de mogelijkheden van de inwoner en zijn/haar directe omgeving. In gezamenlijke verantwoordelijkheid kijken professionals en de inwoner en/of het gezin wat nodig is en wie kan bijdragen aan het herstelproces van de gezinsleden en het gezin als geheel (matched care). Als de veiligheid van een inwoner en/of zijn/haar omgeving in het geding is, grijpt de overheid waar nodig in. Het Sociaal Domein heeft kansen om op veel vlakken te leren en ontwikkelen. In deze visie onderscheiden we hierin vier niveaus: Inwonersniveau: We willen meer ervaringsdeskundigheid inzetten bij beleidsontwikkelingen en/of zorgvernieuwing. Op basis van de ervaringen van inwoners kan de zorg worden doorontwikkeld, zodat men goed begrijpt wat in de zorg bijdraagt aan het behalen van het gewenste resultaat. Zorgproduct niveau: Daar waar mogelijk werken we met interventies waarvan de effectiviteit is aangetoond. We volgen de ontwikkelingen in het land en adapteren effectieve interventies als deze tot een beter resultaat leiden dan de door ons tot dan toe ingezette interventies. Professionalniveau: Versterken en (door)ontwikkelen vakmanschap.

Professionals leren van het delen van ervaringen, kennis en expertise. Gemeente- en regioniveau: In heel Nederland zijn regio’s bezig met de transformatie van het Sociaal Domein. De partners van het Sociaal Domein in Utrecht West werken samen met verschillende andere regio’s. We delen succesverhalen en ervaringen die niet hebben geleid tot het gewenste resultaat met elkaar. 16

Op al deze niveaus ontwikkelen we de komende jaren door. Op de verschillende niveaus zijn de partners in het Sociaal Domein voortdurend met elkaar in gesprek en reflecteren daarbij op de uitvoeringspraktijk. De opgedane kennis en ervaring binnen de verschillende opgaven (ambities) worden zorgvuldig verzameld, gebundeld en met elkaar gedeeld. Op deze manier wordt het lerend vermogen van Utrecht West op uitvoerend, beleidsmatig en bestuurlijk niveau optimaal benut. 2.3 Uitgangspunten

1.

Preventie

We ondersteunen inwoners om eigen oplossingen te vinden, met steun van familie en sociale netwerken. We werken samen aan een gezonde, sterke sociale basis, vroegsignalering en lichte vroegtijdige hulp. Ten behoeve van kinderen en gezinnen werken we aan een stevige pedagogische sociale basis om bij te dragen aan het gezond en veilig opgroeien. 2.

Ondersteuning op maat

Iedere inwoner is uniek. Voor het bieden van hulp en ondersteuning doen we wat nodig is en past bij de inwoners. Hulp wordt zoveel mogelijk lokaal en dichtbij georganiseerd, met regionale expertise voor complexe hulpvragen. Ondersteuning is collectief waar mogelijk en individueel waar nodig. Zo streven we naar effectieve en tijdige ondersteuning en zorg, zonder wachtlijsten. 3.

Verbinding en samenwerking

We werken aan een domeinverbindende aanpak om samen maatschappelijke opgaven aan te pakken en kennis en ervaring met elkaar te delen. Dit betekent ook meer eenduidig optrekken als regio en in opdracht van lokaal team en voorveld.

17

4.

Kwaliteit en financiële duurzaamheid

Utrecht West streeft naar verantwoorde en effectieve zorg binnen beschikbare budgetten. Hiermee richten we ons op langdurige houdbaarheid en effectiviteit van de zorg en hulpverlening. We zetten in op duurzame oplossingen, wat betekent dat we bij complexere en meervoudige vragen een goede analyse maken van wat nodig is om te komen tot goede en duurzame inzet.

18

3

Doelen en aandachtspunten

Welke doelen vloeien er voort uit de gezamenlijk missie en visie? Waar willen we met elkaar de komende jaren aan werken en wat heeft daarbij de aandacht? Netwerkversterking We laten de regie zoveel als mogelijk bij de inwoner(s). Wanneer een inwoner er niet in slaagt om een hulpvraag, klacht of tegenslag zelf aan te pakken, ondersteunen we de inwoner in het behouden van zelfregie door zijn/haar netwerk in te schakelen. We stimuleren de inwoner om personen uit zijn/haar directe omgeving, zoals gezin, familie, vrienden, buurtgenoten, sportclubleden of collega's, te betrekken en hen te vragen om mee te denken en te ondersteunen. Door dit netwerk actief in te zetten, wordt niet alleen de huidige hulpvraag of tegenslag effectief aangepakt, maar wordt ook het netwerk van de inwoner versterkt. Dit stelt de inwoner in staat om bij een volgende uitdaging opnieuw samen met het netwerk passende ondersteuning te vinden, waardoor de zelfregie verder wordt bevorderd. Daarnaast draagt het ook bij aan de sociale cohesie en het versterken van wijken. Collectieve oplossingen Het Sociaal Domein faciliteert en ondersteunt groepen inwoners met vergelijkbare problemen, klachten en tegenslagen in het werken aan oplossingen en/of behandeling. Het delen van ervaringen, elkaar steunen en het samen zoeken naar oplossingen draagt bij aan het voorkomen van escalatie van hulpvragen.

Voldoende lokale voorzieningen We kunnen voldoende lokale laagdrempelige voorzieningen bieden aan inwoners waar ze gebruik van kunnen maken en waar 19

zorgaanbieders en lokale wijkteams naar kunnen doorverwijzen als aanvullende hulp of naar kunnen afschalen. Preventie We werken voor onze inwoners aan een veilige en gezonde leefomgeving in alle levensfasen; van het kansrijk opgroeien tot het vitaal oud worden. We zoeken hierbij naar duurzame en passende oplossingen. We richten ons hierbij op Positieve Gezondheid. We zetten in op preventief aanbod in voorzieningen zoals welzijnsactiviteiten, buurtinitiatieven, gezondheidsbeleid, sport, cultuur en werk in de omgeving van de inwoner om te voorkomen dat problemen verergeren en signaleren wanneer zwaardere ondersteuning nodig is. Ook is aanbod nodig wanneer (zwaardere) ondersteuning is afgebouwd en de inwoner zelf weer verder kan. Doorlopende lijn en ketenaanpak We ondersteunen de gezinnen vanuit een doorlopende lijn met een geïntegreerde (keten)aanpak, gericht op een duidelijk einddoel en werken aan een soepele overgang 18-/18+. Deze is toekomstgericht en draagt maximaal bij aan de veiligheid, eigen regie en het welzijn voor kinderen/jongeren met complexe (gedrags)problemen. Het einddoel is om de jongere tijdig en ruim voor het 18e levensjaar, te helpen bij het verkrijgen van een stabiele basis op verschillende leefdomeinen. Net zoals in het gewone leven bij opgroeien naar volwassenheid. De leefdomeinen zijn support, wonen, school & werk, inkomen en welzijn.

Voor de inwoners van 18 jaar en ouder sluit ondersteuning aan bij de vraag en eigen mogelijkheden van de inwoner. Inwoners lossen zo veel als mogelijk hun eigen problemen op, met hulp uit het eigen netwerk.

20

Samenwerking, verbinding en afstemming met (Passend) Onderwijs Gezamenlijk met het onderwijs pakken we de verantwoordelijkheid op voor optimale ontwikkeling van leerlingen en jongeren vanuit een integrale, contextgerichte benadering (integraal arrangeren) waarin onderwijs en kernpartners samenwerken, waardoor de leefgebieden van het kind/de jongere met elkaar verbonden blijven. Door samenwerking en afstemming zijn we beter in staat om in gezamenlijkheid een passend aanbod voor elk kind/jongere te realiseren en thuiszitters te voorkomen. We sluiten hierbij aan op de visie op passend onderwijs in de regio Utrecht West zoals opgenomen in het document “samenwerkingsagenda passend onderwijs regio Utrecht West augustus 2023 – juli 2027”: de regio Utrecht West wil vanuit haar kernwaarden op basis van ondersteuningsbehoeften en inclusiegedachte door integraal te arrangeren een zo thuisnabij mogelijk aanbod voor elk kind/jongere realiseren en daarmee thuiszitters voorkomen. Hulp en ondersteuning is passend en dichtbij Als het niet lukt om vanuit het eigen netwerk en/of met de inzet van preventieve en/of algemene voorzieningen de hulpvraag te beantwoorden, kan specialistische hulp ingezet worden. Deze is gericht op zo passend en dichtbij mogelijk organiseren van hulp en ondersteuning. Vitaal ouder worden We bevorderen het zelfstandig kunnen blijven wonen van ouderen.

Dit omvat zorg en voorzieningen die het mogelijk maken dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig, comfortabel en veilig kunnen blijven wonen. Wanneer technologische ontwikkelingen hieraan kunnen bijdragen, dan zetten we deze in.

21

Thuis (of zo thuis mogelijk) opgroeien We zetten in op het voorkomen van uithuisplaatsingen. Als het kind niet thuis kan wonen, dan is het streven dat het kind zo thuis mogelijk opgroeit. Dit wil zeggen dat er een voorkeur is voor vrijwillige hulp, in een gezin, in het netwerk of een ander gezin met behoud van zoveel mogelijk contact met de eigen ouders. Als een kind in een gezinshuis, pleeggzin of residentiele setting moet wonen is het doel dit zo kort mogelijk te laten duren. Hierbij wordt ook verwezen naar de ontwikkeling, visie en werkwijze Bescherming in beweging Utrecht West. Hoog specialistische jeugdzorg zoveel mogelijk overbodig maken Kinderen met complexe (systeem)problematiek op meerdere levensgebieden blijven waar mogelijk met goede, specialistische ondersteuning thuis wonen. We erkennen dat er altijd een vorm van deze hoog specialistische Jeugdhulp beschikbaar moet zijn als de problematiek hierom vraagt. Professionele ondersteuning in de leefomgeving Bij zowel individuele als collectieve begeleiding wordt deze zo dicht mogelijk bij huis, in de leefomgeving van de inwoner aangeboden. In sommige gevallen is tijdelijk verblijf noodzakelijk en wordt in een beschermde omgeving ondersteuning geboden. Wanneer er geen perspectief is op herstel en inwoners afhankelijk zullen blijven van begeleiding, wordt deze begeleiding overgeheveld naar de Wet langdurige zorg (Wlz).

Tijdig en beschikbaar Als hulp en/of ondersteuning nodig is, is dat tijdig beschikbaar. We streven ernaar dat mensen zo snel als mogelijk geholpen worden en een wachtlijst zoveel mogelijk voorkomen kan worden. We bieden de juiste zorg op de juiste plek. Als zorg niet direct beschikbaar is, zorgen we ervoor dat er in de tussenliggende periode ondersteuning beschikbaar is. 22

4

Randvoorwaarden

Er is ruimte voor verbetering in de domein verbindende samenwerking tussen de eerstelijn, het sociaal domein en gemeenten op regionaal niveau. Om de uitwerking van deze visie te realiseren, zijn daarom randvoorwaarden benoemd. Op het moment van opstellen van deze regiovisie wordt nog niet (volledig) aan alle randvoorwaarden voor een duurzame en toekomstbestendige samenwerking voldaan. Het is primair de opdracht voor de regiogemeenten om hiervoor te zorgen, zowel in lokaal beleid als in regionaal beleid. Niet alle lokale teams in Utrecht West zijn op eenzelfde manier georganiseerd en werken eenduidig. De inkoop van Jeugdhulp en Wmo-voorzieningen worden (nog) niet gezamenlijk met de vijf gemeenten ingekocht en een goed inzicht in gezamenlijke data ten behoeve van monitoring en sturing vraagt aandacht. Inkooptraject Jeugdhulp en Wmo Het inkooptraject biedt de ruimte, kennis en samenwerking met de partijen in het Sociaal Domein om de randvoorwaarden te scheppen en na de inkoop en implementatie uit te voeren. Zo zal binnen het inkooptraject en de inkoopdocumenten onder andere vastgelegd worden hoe de gemeenten de beleidsdoelen volgend uit deze visie bereiken middels de sturing en bekostiging. Hierbij is aandacht voor sturing op kwaliteit, toegankelijkheid en financiële middelen.

Het inkooptraject zal ook zicht en inzicht geven op de tijdigheid van contracten alsmede de bekostiging en contractvormen. Deze regiovisie biedt de basis en onderlegger voor de verdere uitwerking van de hierboven genoemde onderdelen.

23

Samenwerking in een gemeenschappelijke regeling Naast het inkooptraject vraagt de samenwerking tussen de gemeenten van Utrecht West verdere uitwerking en is borging van de governance noodzakelijk. Vanuit de Hervormingsagenda Jeugd volgt de wettelijke verplichting dat elke jeugdzorgregio op 1 juli 2026 een gemeenschappelijke regeling moet hebben gevormd. Het voorliggend veld Het voorliggend veld, ook wel sociale basis genoemd, van de gemeenten is op orde. De informele en formele voorzieningen worden zo mogelijk dichter bij huis aangeboden. Dit betekent dat de voorzieningen in het voorliggend veld aansluiten op de vraag in de lokale samenleving en op de behoefte(n) van de inwoner; Het optimaliseren van het gebruik van (bestaande) ontmoetingsplekken. Het stimuleren van participatie. Het bevorderen van vroegsignalering, door in een vroeg stadium (lichte) problematiek te herkennen en dit bespreekbaar te maken, willen we erger voorkomen. Het versterken van vrij toegankelijke ondersteuning. Het versterken van het opvoedkundig klimaat: normaliseren en ouders in hun opvoeding versterken vanuit het gedachtegoed van de ‘pedagogische sociale basis’. Lokale teams op orde Het lokaal team is het vangnet voor de inwoner met een hulpvraag en bepaalt welke zorg er nodig is (licht of juist zwaarder). Dit team draagt de verantwoordelijkheid om snel en adequaat passende zorg te bieden.

Een goede toegangsfunctie draagt bij aan zicht en sturing op de inzet van zorg en ondersteuning. Dat betekent: Blijvend investeren in kennisvergroting en kennisdeling binnen én tussen de teams. 24

Toewerken naar voldoende capaciteit. Streven naar een eenduidige werkwijze in de casusregie, welke vakbekwaamheid vereist is, hoe zij de tijd en ruimte krijgen om hun vakbekwaamheid in te zetten. Samenwerken met netwerkpartners rond een gezin en voldoende tijd kunnen nemen voor de jeugdige en zijn gezin. Medewerkers worden gefaciliteerd in scholing en multidisciplinair overleg. We hanteren hierbij de vijf landelijke basisfuncties voor de doorontwikkeling van de lokale teams die ook zijn opgenomen in het landelijk document “richtinggevend kader toegang, lokale teams en integrale dienstverlening” van de VNG. Vanuit de Hervormingsagenda Jeugd geldt de wettelijke verplichting tot het versterken en eenduidig inrichten van de lokale teams. Hierbij zijn vijf onderdelen benoemd: 1 2 3 4 5

Veilige leefomgeving: houd altijd oog voor een veilige leefomgeving van de inwoner. Tijdig signaleren van de vraag: investeer in preventie; wees aanwezig daar waar de doelgroep is, zodat vragen gehoord worden. Maak verbinding met de wijk en werk outreachend. Vindbare en toegankelijke hulp: wees toegankelijk en vindbaar en voer een goede triage uit. Handelen met een brede blik: verhelder de vraag, plan van en met het huishouden en verleen ondersteuning, beleg de regie, maak duidelijke afspraken en houd een vinger aan de pols. Leren en verbeteren: verzamel inzichten, ga erover in gesprek en durf te veranderen.

25

De toegang tot zorg Elke gemeente heeft een lokaal team dat verantwoordelijk is voor het bieden van passende hulp en ondersteuning bij zorgvragen. Als dat nodig is, kan van daaruit worden doorverwezen naar gecontracteerd zorgaanbod. Deze teams spelen een cruciale rol voor onze inwoners en zijn onmisbaar bij het verwezenlijken van de ambities uit de regiovisie. Partners in het Sociaal Domein voeren hun taak ‘daar waar de inwoners zijn’ uit. Lokale teams komen thuis bij de inwoner, werken wijk-/kerngericht en zijn er op de scholen. Dit doen zij omdat zij daarmee herkenbaar en dichtbij beschikbaar zijn. In de wijk/kern en de scholen zijn plekken waar inwoners elkaar ontmoeten, de plek waar inwoners hun (hulp)vragen kunnen stellen en van waaruit maatschappelijke partners van het Sociaal Domein uitvoering geven aan hun taak. Samenwerking in kennis en expertise door een regionaal expertiseteam Bij complexe zorgvragen, waar de reguliere hulpverlening niet uit komt, organiseert Utrecht West een expertise team dat op korte termijn ongeacht de complexiteit van de zorgvraag en wachtlijsten, passende hulp kan organiseren. Op dit moment hebben de gemeenten in Utrecht West dit georganiseerd vanuit de gezamenlijke inzet van de samenwerkingspartners van Bescherming in Beweging en het expertise team van de hoog specialistische jeugdhulp.

Deze inzet kent een informeel karakter vanuit de visie dat het startpunt ligt bij de verantwoordelijkheid van het lokale team. Dit vraagt een doorontwikkeling van de huidige werkwijze omdat de lokale teams in Utrecht West dit nog niet in een formele structuur gezamenlijk georganiseerd hebben. De regio werkt toe naar een formele structuur voor de functies van een regionaal expertise team, dat voor elk kind, ongeacht de com26

plexiteit van de zorgvraag en wachtlijsten bij aanbieders, op korte termijn passende hulp wordt georganiseerd. Leren en ontwikkelen De partners binnen het Sociaal Domein werken samen met de lokale teams. Om van elkaar te kunnen leren en gebruik te kunnen maken van elkaars expertise en ervaringen is het belangrijk dat de lokale teams in de verschillende gemeenten op een vergelijkbare manier werken. De eenduidigheid in de werkwijze draagt niet alleen bij aan helderheid en consistentie in de uitvoering van lokale hulp, maar bevordert ook een effectievere en efficiëntere ondersteuning voor onze inwoners. De regio Utrecht West wil in partnerschap samen (verder) leren, ontwikkelen en groeien. Het is belangrijk om de komende jaren met elkaar te investeren in een gezond en lerend innovatie klimaat. Hierbij hoeft Utrecht West niet bij alles opnieuw het wiel uit te vinden maar kunnen bestaande, goede initiatieven overgenomen worden en eventueel verder uitgebouwd worden. Hierbij werken we bottom-up in afstemming en overeenstemming tussen uitvoering en beleid. Effecten meten Om onze ambities te realiseren worden initiatieven die gestart waren voor het opstellen van de regiovisie, in lijn gebracht met de regiovisie. Daarnaast zullen er, als dat nodig is, nieuwe initiatieven worden gestart met een vooraf gesteld doel en beoogde realisatie.

We maken kwalitatief en kwantitatief zichtbaar in hoeverre alles wat we doen ook echt tot de gewenste effecten en verbeteringen voor onze inwoners leidt. Uiteindelijk is het ons doel om waar nodig, binnen het beschikbare financiële kader, de best mogelijke zorg aan onze inwoners te bieden. Voor het monitoren gebruiken we indicatoren die zicht geven op het effect van de activiteiten op de ambitie. Hierbij maken we gebruik van bestaande monitoringssys27

temen of richten hiervoor, als dat nodig is, nieuwe systemen in. Zo kan zorgvuldig worden gemonitord en tijdig worden bijgestuurd. Binnen het beschikbare budget Het gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het verwezenlijken van de ambities heeft naast een inhoudelijke ook een financiële kant. De beschikbare financiële middelen voor het Sociaal Domein zijn gelimiteerd. De kosten die gemaakt worden voor het verwezenlijken van de ambities moeten gefinancierd worden vanuit het beschikbare budget.

28

5

Hoe we willen samenwerken als regio

Het realiseren van de ambities kunnen de gemeenten en partners in het Sociaal Domein niet los van elkaar. Hier is samenwerking voor nodig. In dit hoofdstuk wordt samenwerken vanuit twee invalshoeken nader belicht. Allereerst wordt ingegaan op de samenwerking tussen de vijf gemeenten van de regio. Daarna wordt het partnerschap tussen de Sociaal Domein partners beschreven. De huidige samenwerking van de gemeenten onderling heeft een aantal knelpunten die om een oplossing vragen. Het gaat dan om het ontbreken van de verbinding tussen beleid en inkoop, de aansturing van de regionale samenwerking en ambtelijke capaciteit. Daarnaast vraagt de Hervormingsagenda Jeugd ook om het formaliseren van de regionale samenwerking. De Hervormingsagenda Jeugd bevat 3 elementen: 1

2

3

Deze agenda verplicht de jeugdhulpregio’s zich om te vormen tot een gemeenschappelijke regeling voor zover dat nog niet het geval is. De regio Utrecht West kent nog geen gemeenschappelijke regeling voor deze taak. Dat jeugdhulpregio’s één inkoopsysteem voor de specialistische jeugdhulp hebben. Utrecht West kent op dit moment twee inkoopsystemen: een consortium in Stichtse Vecht en een open house vorm in De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater en Woerden. De jeugdhulpregio’s worden door het ministerie van VWS getoetst op hun robuustheid. Dat is gebeurd op basis van ingevulde vragenlijsten en gesprekken. Het oordeel van het ministerie is dat de regio Utrecht West zal worden gehandhaafd (en niet opgedeeld) maar dat ze zich moet versterken in bestuurlijke kracht. 29

Gemeentelijke samenwerking in het Sociaal Domein De samenwerking tussen de regiogemeenten vindt plaats op verschillende niveaus en onderdelen: bestuurlijk management beleid inkoop uitvoering van contract- en leveranciersmanagement backoffice toegang tot en uitvoering van hulp leren & ontwikkelen De regio zoekt naar een evenwicht tussen kwaliteitsverbetering, de juiste hulp op het juiste moment én een betaalbare inzet van zorg. De samenwerking richt zich op en vindt in ieder geval plaats wanneer: Het organiseren van zorg op regionaal niveau, kwalitatieve en/of financiële meerwaarde heeft. Het samenwerken een functioneel voordeel heeft. Het samenwerken de positie van de gemeenten ten opzichte van andere regio’s en aanbieders verstevigt. De samenwerking (wettelijk) verplicht is. Er gezamenlijk ingezet kan worden op leren en ontwikkelen. De leidende principes hierbij zijn: Er is kennis over het regionaal aanbod. Het is voor gemeenten en aanbieders belangrijk om op de hoogte te zijn van elkaars aanbod van informele ondersteuning en gecontracteerd aanbod, om elkaar snel te kunnen vinden en om elkaars expertise te benutten. De focus ligt op wat wél werkt. Hierdoor kunnen risico’s op zowel personeels- als financieel vlak worden gedeeld. 30

Het delen van kennis en expertise over (zeer) complexe problematiek. Het inkopen van specialistische (dure) voorzieningen. Het regionaal inzetten van specialistische expertise om de lokale toegang en indicatie te ondersteunen. Er wordt samengewerkt tussen gemeenten in de uitvoering van administratieve processen alsmede data en monitoring met betrekking tot zorggebruik. Dit geldt voor gemeenten onderling. In specifieke gevallen/opgaven ook voor mogelijkheden tussen gemeenten en andere partijen. De administratieve lasten en bureaucratie worden, daar waar dat kan, teruggebracht en monitoring wordt ingericht. Eenduidige werkwijze lokale teams. De lokale teams zijn het vangnet voor de kwetsbare inwoner. Zij hanteren allen de (vijf) basisfuncties. Waar mogelijk en zinvol wordt binnen de regio eenduidig gewerkt. Dat draagt bij aan overzicht en duidelijkheid naar de aanbieder toe. Versterking regionale samenwerking: lokaal én regionaal We werken nauw samen omdat we samen sterker staan, we meer kwaliteit kunnen bieden, we op die manier meer met minder mensen kunnen doen en we onze kennis en expertise verbreden. We hebben de intentie om te groeien van ‘lokaal, tenzij’ naar ‘lokaal én regionaal’. Dit doen we in de wetenschap dat in de gevallen waar regionale aanpak is ingezet, er altijd een lokale vertaling nodig is en lokale eigenheid noodzakelijk is.

Dit betekent dat we vaker samen het werk zullen doen/voorbereiden, maar dat de lokale eigenheid in de uitvoering ruimte moet houden.

Van samenwerken naar partnerschap De opgaven die voortvloeien uit de ambities in deze regiovisie vragen om de inzet van kennis, kunde en capaciteit die niet vanuit één organisatie kan worden geboden. Hiervoor is een gezamenlijke verantwoordelijkheid nodig. Iedere partner die betrokken is bij een 31

opgave brengt specifieke expertise in en zet deze in om, met betrekking tot een specifiek onderdeel van de opgave, tot een oplossing te komen. Daarnaast zet iedere partner zich ook in om de andere partners die betrokken zijn bij de opgave, te ondersteunen bij het vinden van de oplossingen waarop die partners expertise inzetten. Bij partnerschap zet je je in voor de ander, ook wanneer je daar zelf geen (direct) functioneel belang bij hebt. Deze partners in het Sociaal Domein dragen samen zorg voor: Het organiseren en bieden van ondersteuning en zorg aan inwoners die dat nodig hebben. Het voor de inwoners beschikbaar hebben van de benodigde zorgfuncties. De zorg en ondersteuning continue evalueren en verbeteren. Het vergroten van de leefbaarheid voor de inwoners. Het bevorderen van het meedoen in de maatschappij van de inwoners. Dit vraagt van de gemeenten, ten opzichte van de periode voorafgaand aan het opstellen van de regiovisie, om een verschuiving van de rol van ‘klassieke opdrachtgever’ naar ‘regisseur’ binnen het partnerschap. Tegelijkertijd vraagt het van de andere partners in het Sociaal Domein om te bewegen van ‘uitvoerder’ naar ‘medeverantwoordelijke’ binnen het partnerschap. Vanuit deze nieuwe rollen en verantwoordelijkheden kunnen afspraken gemaakt worden over wat de verschillende partners gaan bijdragen.

32

6

Planning

Deze regiovisie is vastgesteld voor de periode 2025-2029. In deze periode werken we aan het realiseren van de gestelde ambities. Het jaar 2025 staat in het teken van voorbereiding, waarbij we ons richten op: De structuur van het partnerschap. (Inkoop)doelstellingen formuleren. Het per opgave samenstellen van een groep van organisaties met specifieke kennis, kunde en capaciteit rond de opgave. Het inventariseren van lopende en gewenste ontwikkelingen. Het concretiseren van plannen. Het prioriteren en het in een tijdpad plaatsen van die plannen. Vanaf 2026 en doorlopend in 2027 gaan we de plannen implementeren en uitvoeren. Vanaf dat moment loopt het proces voor de verschillende opgaven mogelijk anders en kan de planning in tijd verschillen. Vervolgens volgt een periode van monitoring, evalueren en borgen.

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15152895/2