CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Onderzoek restlevensduur Nellesteinsebrug, Abcoude

Gemeenteraad 17 december 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Aanvullend budget vervanging Nellesteinsebrug, Abcoude6.216 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nebest B.V.

Marconiweg 2 4131 PD Vianen Postbus 106 4130 EC Vianen

T 085 489 01 00 F 085 489 01 01 E info@nebest.nl I www.nebest.nl

Nellesteinsebrug te Abcoude Onderzoek restlevensduur landhoofden

Opdrachtgever

Vobi Infra

Rapportnummer

P54557-02

Status

Definitief

Rapportdatum

30 juni 2023

Uitvoering

ing. X.T. ter Meulen

Projectleider

ing. X.T. ter Meulen

Autorisatie

Naam

Paraaf

Datum

Auteur

ing. X.T. ter Meulen

Digitaal akkoord

30-06-2023

Controle

ing. M.W. van Zandwijk

Digitaal akkoord

30-06-2023

Vrijgave

H.N.G. Adema

Digitaal akkoord

30-06-2023

IBAN NL47 RABO 0171 7681 67 | BIC RABONL2U | BTW NL008929439B01 | HR 23046375 Op al onze werkzaamheden is de ‘Rechtsverhouding opdrachtgever - architect, ingenieur en adviseur DNR 2011’ van toepassing. Deze voorwaarden liggen op ons kantoor ter inzage en zijn ook in te zien op onze website (www.nebest.nl).

Titel

:

Rapportnummer :

Nellesteinsebrug te Abcoude P54557-02

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .............................................................................................................................4

2

GEGEVENS VAN DE CONSTRUCTIES ...............................................................................5

2.1

Locatie ....................................................................................................................................5

2.2

Nellesteinsebrug ....................................................................................................................5

3

WIJZE VAN ONDERZOEK ...................................................................................................6

3.1

Uitvoeringsdata ......................................................................................................................6

3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6

Uitgevoerde werkzaamheden ................................................................................................6 Visuele inspectie boven de waterlijn ......................................................................................6 Visuele inspectie onder de waterlijn.......................................................................................6 Monstername betonkernen ....................................................................................................6 Monstername hout .................................................................................................................6 Betondekking, chloridegehalte en carbonatatiediepte ...........................................................6 Wapeningsconfiguratie ..........................................................................................................7

3.3 3.3.1 3.3.2

Gebruikte onderzoeksapparatuur ..........................................................................................7 Hilti PS 300 Ferroscan ...........................................................................................................7 Hilti PS 1000 Betonradar .......................................................................................................7

4

VISUELE INSPECTIE ............................................................................................................8

4.1

Boven waterlijn .......................................................................................................................8

4.2

Onder waterlijn .......................................................................................................................8

5

MATERIAAL- EN MEETKUNDIG ONDERZOEK ...............................................................10

5.1

Betondekking, chloridegehalte en carbonatatiediepte .........................................................10

5.2

Wapeningsconfiguratie ........................................................................................................11

5.3

Houtmonstername................................................................................................................13

6

RESTLEVENSDUURONDERZOEK....................................................................................14

6.1

Rekenmethode .....................................................................................................................14

6.2

Uitgangspunten ....................................................................................................................15

6.3

Restlevensduur ....................................................................................................................15

7

ANALYSE EN CONCLUSIE ................................................................................................16

7.1

Landhoofden ........................................................................................................................16

7.2

Fundering .............................................................................................................................17

Bijlage 1 Inspectietekening inspectie- en onderzoekslocaties Bijlage 2 CUR 121 Rekenbladen restlevensduur betonkernen

Titel

:

Rapportnummer :

Nellesteinsebrug te Abcoude P54557-02

Bijlage 3 Laboratoriumresultaten houtmonsters

Titel

:

Rapportnummer :

1

Nellesteinsebrug te Abcoude P54557-02

4

INLEIDING

Vobi Infra gaat in opdracht van de gemeente De Ronde Venen werkzaamheden uitvoeren aan de Botsholsebrug (nabij Winkeldijk 45) en de Nellesteinsebrug (nabij Winkeldijk 32) in Abcoude. Hierbij wordt de bovenbouw van de bruggen vervangen en is handhaving van de huidige onderbouw voorzien. Vobi Infra heeft Nebest B.V. opdracht verleend voor een onderzoek aan de onderbouw, waarbij onderzoek antwoord moet geven op onderstaande vragen: • • • •

Wat is de huidige staat van de onderbouw? Welke schades zijn op (korte) termijn te verwachten en wat is de restlevensduur van de onderbouw? Wat is de wapeningsconfiguratie van de onderbouw, met name die van de Nellesteinsebrug (geen tekeningen beschikbaar)? Welke maatregelen dienen te worden genomen om de onderbouw minimaal 50 jaar te kunnen handhaven?

In voorliggend rapport worden de resultaten van de inspectie en het onderzoek aan de Nellesteinsebrug weergegeven, aangevuld met een (herstel)advies op hoofdlijnen.

Titel

:

Rapportnummer :

Nellesteinsebrug te Abcoude P54557-02

2

GEGEVENS VAN DE CONSTRUCTIES

2.1

Locatie

5

De brug is gelegen aan de Winkeldijk te Abcoude. De Nellesteinsebrug nabij nr. 32. Op onderstaande figuur 2.1 is de locatie van de brug weergegeven.

Nellesteinsebrug Botsholsebrug

Figuur 2.1: Overzicht locatie Nellesteinsebrug. 2.2

Nellesteinsebrug

De Nellesteinsebrug bestaat uit betonnen landhoofden gefundeerd op houten palen. Het stichtingsjaar van de brug is omstreeks 1961. Het brugdek bestaat uit stalen liggers met houten dekplanken. De bovenbouw bestaat uit een combinatie van staal en hout. Van de brug zijn onderstaande tekeningen ontvangen: •

B10070 Matentekening, d.d. okt-1961.

Onderstaand is een doorsnede en een foto van het zijaanzicht van de brug weergegeven.

Figuur 2.2: Fragment ontwerptekening, langsdoorsnede Nellesteinsebrug.

Foto 2.1: Zijaanzicht Nellesteinsebrug.

Titel

:

Rapportnummer :

Nellesteinsebrug te Abcoude P54557-02

3

WIJZE VAN ONDERZOEK

3.1

Uitvoeringsdata

6

Het onderzoek is uitgevoerd op 24 mei 2023 door ing. X.T. ter Meulen. 3.2

Uitgevoerde werkzaamheden

3.2.1

Visuele inspectie boven de waterlijn

Voor de inventarisatie van de onderhoudstoestand is een visuele inspectie uitgevoerd conform CURAanbeveling 72:2011 klasse 1.2 (technische inspectie). Hierbij zijn de fysiek bereikbare delen van de landhoofden boven de waterlijn op handafstand geïnspecteerd. Naast de visuele beoordeling is het betonoppervlak gecontroleerd op losliggende/holklinkende delen door middel van afkloppen met een hamer. De locatie, het type en de omvang van schades en overige gebreken zijn vastgelegd en van de kenmerkende schadebeelden zijn foto’s gemaakt. 3.2.2

Visuele inspectie onder de waterlijn

Voor de verificatie van de archieftekeningen en een inventarisatie van de huidige onderhoudstoestand van de fundering van de landhoofden van de Nellesteinsebrug, onder de waterlijn, is een visuele inspectie uitgevoerd met behulp van een duikinspectieteam, waarbij schades en afwijkingen over de gehele lengte zijn vastgelegd. 3.2.3

Monstername betonkernen

Voorafgaand aan het boren van de betonkernen is tot een maximale diepte van 30 cm de positie van de wapening gedetecteerd en gemarkeerd met als doel het doorboren van de wapening tot een minimum te beperken. Voor de bepaling van de carbonatatiediepte en het chloridegehalte is op zes locaties (K7 tot en met K12) een betonkern Ø 50 mm (lengte circa 80-100 mm) geboord. De kernen zijn conform onderstaande verdeling geboord: •

Drie kernen per landhoofd van de Nellesteinsebrug.

Na afloop van de werkzaamheden zijn de boorgaten hersteld met behulp van een krimparme cementgebonden reparatiemortel die voldoet aan NEN-EN 1504-3 klasse R4. 3.2.4

Monstername hout

Voor de bepaling van de aantasting en materiaaleigenschappen van de houten funderingspalen bij de Nellesteinsebrug, zijn drie houtmonsters genomen door middel van een aanwasboor. 3.2.5

Betondekking, chloridegehalte en carbonatatiediepte

Voor de bepaling van de betondekking op de wapening zijn ter plaatse van boorlocatie K7 tot en met K12 twaalf waarden van de betondekking op de 1e wapeningslaag gemeten met behulp van een dekkingsmeter.

Titel

:

Rapportnummer :

Nellesteinsebrug te Abcoude P54557-02

7

Van betonkernen K7 tot en met K12 is op zes opeenvolgende onderzoeksdieptes (0-10 mm, 10-20 mm, 20-30 mm, et cetera) het chloridegehalte bepaald in overeenstemming met de voorschriften van de Bouwdienst Rijkswaterstaat, zoals vastgelegd in BSW-rapport 96-01. De bepaling geschiedt door middel van de ISESAM-methode. Deze methode komt overeen met de bepaling door middel van directpotentiometrie met standaardadditie volgens voornoemd BSW-rapport. Daarnaast is van betonkernen K7 tot en met K12 de carbonatatiediepte bepaald conform NEN-EN 14630. De carbonatatiediepte is bij elk van deze betonkernen gemeten vanaf het buitenste betonoppervlak. 3.2.6

Wapeningsconfiguratie

Voor de bepaling van de configuratie (hart-op-hartafstand en betondekking) van de wapening in de landhoofden zijn diverse lijnscans uitgevoerd met behulp van een Ferroscan (Hilti PS 300) en Betonradar (Hilti PS 1000). Voor de bepaling van de toegepaste wapeningsdiameters en -profilering is op twee locaties de wapening beperkt destructief vrijgemaakt met behulp van elektrisch slijp- en hakgereedschap. Vervolgens zijn de wapeningsdiameters gemeten met behulp van een schuifmaat. Na afloop van de werkzaamheden zijn de locaties hersteld met behulp van een krimparme cementgebonden reparatiemortel. 3.3 3.3.1

Gebruikte onderzoeksapparatuur Hilti PS 300 Ferroscan

Een Hilti PS 300 Ferroscan werkt met een elektromagnetisch signaal en is geschikt voor de positie- en dieptebepaling van wapeningsstaal in beton. De maximale detectiediepte bedraagt ± 15 cm. De meetnauwkeurigheid van de dieptebepaling is afhankelijk van de toegepaste wapeningsdiameters en hart-op-hartafstand. Als detectiemethode kan gebruik worden gemaakt van een ‘lijnscan’. Bij het maken van een lijnscan wordt uitsluitend de wapening loodrecht op de scanrichting waargenomen. 3.3.2

Hilti PS 1000 Betonradar

Een Hilti PS 1000 Betonradar werkt met een hoogfrequent elektromagnetisch radarsignaal en is geschikt voor de positiebepaling van wapeningsijzers (en andere objecten) in beton. De maximale detectiediepte bedraagt ± 30 cm. Als detectiemethode kan gebruik worden gemaakt van een ‘lijnscan’. Bij het maken van een lijnscan wordt uitsluitend de wapening loodrecht op de scanrichting waargenomen.

Titel

:

Rapportnummer :

Nellesteinsebrug te Abcoude P54557-02

4

VISUELE INSPECTIE

4.1

Boven waterlijn

8

Aan de Nellesteinsebrug zijn geen schades aan de betonnen onderdelen van de landhoofden waargenomen. Hierbij is het belangrijk om te vermelden dat grote delen van het zuidelijke landhoofd niet zichtbaar zijn door houten afwerking, kunststofafwerking en kabelkokers (zie foto 4.1 en foto 4.2).

Foto 4.1: Vleugelwand zuidelijk landhoofd. 4.2

Foto 4.2: Frontwand zuidelijk landhoofd.

Onder waterlijn

De landhoofden van de Nellesteinsebrug zijn visueel geïnspecteerd onder de waterlijn door Nebest Duikinspectie B.V. Tijdens de inspectie is vastgesteld dat de betonnen landhoofden gefundeerd zijn op houten funderingspalen. De achterste rij palen is niet bereikbaar door de aanwezigheid van een houten onderloopsheidscherm. Tijdens de visuele inspectie zijn geen ernstige en/of levensduur verlagende bevindingen aangetroffen. De palen zijn bij de aansluiting met de onderzijde van het landhoofd onregelmatig door mortel die is langsgelopen tijdens de aanleg van het landhoofd. Verder zijn er geen bijzonderheden aangetroffen. In de aangeleverde matentekening (B10070 Matentekening, d.d. okt-1961) is een palenplan getekend, waarbij het zuidelijk en noordelijk landhoofd een verschillende hoeveelheid palen hebben. De hoeveelheid palen in de eerste rij varieert ook per landhoofd, zie figuur 4.3.

Titel

:

Rapportnummer :

Nellesteinsebrug te Abcoude P54557-02

9

1 – Ø 250 mm 5 – Ø 300 mm 2 – Ø 260 mm

3 – Ø 350 mm 6 – Ø 290 mm 4 – Ø 300 mm

Zuidelijk landhoofd

Noordelijk landhoofd

Figuur 4.3: Palenplan Nellesteinsebrug uit tekening B10070 Matentekening, d.d. okt-1961. De verdeling van houten palen in de voorste palenrij komt in de praktijk overeen met de tekening, zoals deze in figuur 4.3 zichtbaar is. De eerste rij van het zuidelijk landhoofd heeft vier houten palen, waar het noordelijk landhoofd in de eerste rij twee stuks bevat. De diameters van de aangetroffen palen zijn opgemeten en ingetekend.

Titel

:

Rapportnummer :

Nellesteinsebrug te Abcoude P54557-02

10

5

MATERIAAL- EN MEETKUNDIG ONDERZOEK

5.1

Betondekking, chloridegehalte en carbonatatiediepte

In onderstaande tabellen zijn de resultaten weergegeven van de gemeten betondekkingen, chloridegehaltes en carbonatatiedieptes.

10-20 mm

20-30 mm

30-40 mm

40-50 mm

50-60 mm

gem.

max.

[mm]

0-10 mm

[%] 95%grens

[mm] s.a.

Carbonatatiediepte

gem.

Chloridegehalte t.o.v. cementmassa

max.

Betondekking

min.

Onderdeel

st.

Locatie

K7

Noordelijk landhoofd, vleugelwand

6

32

36

34

2

32

0,1

0,3

0,2

0,1

0,1

0,1

9

9

K8

Noordelijk landhoofd, vleugelwand

6

22

30

27

3

23

0,2

0,2

0,2

0,1

0,2

0,1

8

8

K9

Zuidelijk landhoofd, bovenzijde vleugelwand

7

25

41

32

5

24

0,5

0,3

0,2

0,1

0,1

0,1

2

2

K10

Noordelijk landhoofd, vleugelwand

8

26

33

29

2

25

0,2

0,3

0,2

0,2

0,1

0,1

16

16

K11

Noordelijk landhoofd, zijkant frontwand

8

15

31

26

6

15

1,4

1,0

1,3

0,6

0,4

0,2

5

7

K12

Noordelijk landhoofd, bovenzijde frontwand

11

26

33

31

2

27

0,5

0,7

0,5

0,3

0,2

0,2

2

2

s.a.

Standaardafwijking.

95%grens

Statistisch bepaalde ondergrens waar boven 95% van de betondekking zich bevindt. Berekening 95%-grens = gem – (1,64 * s.a.).

Tabel 5.1: Resultaten gemeten betondekkingen, chloridegehaltes en carbonatatiedieptes Nellesteinsebrug.

Titel

:

Rapportnummer :

5.2

Nellesteinsebrug te Abcoude P54557-02

11

Wapeningsconfiguratie

Locatie Onderdeel Type Hoofdwapening 1

2

Vleugelwand

Frontwand

Meetresultaten Aantal, diameter en Gem. betonLaag Profilering Opmerking(en) gem. h-o-hafstand dekking [mm] [mm] 45 - 51 mm (noord) Zie figuur 5.7. 1e 2 Ø10-108 Glad 21 – 33 (zuid) e

Beugelwapening

2

Flankwapening

e

1

Ø16-165

Glad

Beugelwapening

e

1

Ø16-150 (boven) Ø16-174 (onder)

Glad

Flankwapening

e

2 Ø10

Glad

2

Ø10-154

Glad

Nvt.

Zie figuur 5.7.

25 mm (noord) Zie figuur 5.7. 27 – 34 mm (zuid) 29 (boven) Zie figuur 5.8. 78 (onder) Nvt.

Zie figuur 5.8.

Foto nr. 5.9 + 5.10 5.11 + 5.12 5.10 5.13 - 5.15 5.14 - 5.16

Tabel 5.2: Resultaten gemeten wapeningsconfiguraties.

Figuur 5.1: Wapeningsconfiguratie vleugelwanden.

Foto 5.3

Figuur 5.2: Wapeningsconfiguratie frontwand.

Foto 5.4

Titel

:

Rapportnummer :

Nellesteinsebrug te Abcoude P54557-02

12

Foto 5.5

Foto 5.6

Foto 5.7

Foto 5.8

Foto 5.9

Foto 5.10

Titel

:

Rapportnummer :

5.3

Nellesteinsebrug te Abcoude P54557-02

13

Houtmonstername

Bij beide landhoofden zijn houtmonsters genomen, drie in totaal. De monsters zijn genomen uit de volgende palen, volgens de nummering van figuur 4.3: • • •

Paal 1 – HM1 Paal 3 – HM2 Paal 6 – HM3

De houtmonsters zijn onderzocht op houtsoort, soort, mate en ernst van de aantasting. Op basis hiervan is een uitspraak gedaan over de huidige en theoretische verwachte korte-duurdruksterkte over 30 jaar. De resultaten van de houtmonsteranalyse zijn samengevat weergegeven in navolgende tabel. De volledige laboratoriumresultaten zijn opgenomen in Bijlage 3 van deze rapportage.

Houtsoort

Gemiddelde ernstige aantasting (mm)

Verwachte uitbreiding ernstige aantasting (mm)

Rest Ø 2023 (matig tot niet aangetast; mm)

Rest Ø na 30 jaar (matig tot niet aangetast; mm)

Procentuele rest Ø 2023 (matig tot niet aangetast; mm)

Procentuele rest Ø na 30 jaar (matig tot niet aangetast; mm)

Gemiddelde korteduur druksterkte volledige diameter (N/mm2)

Repr. Draagverm. kop volledige diameter (kN)

Monster #

ø Paal (mm)

HM1

250

Vuren

0

0

250

250

100%

100%

10,2

500

HM2

350

Vuren

0

0

350

350

100%

100%

11,3

1084

HM3

290

Vuren

0

0

290

290

100%

100%

11,6

766

Tabel 5.3: Resultaten houtmonsteranalyse.

Titel

:

Rapportnummer :

Nellesteinsebrug te Abcoude P54557-02

6

RESTLEVENSDUURONDERZOEK

6.1

Rekenmethode

14

De restlevensduur van een betonconstructie wordt doorgaans op twee manieren benaderd. Enerzijds het constructieve aspect (wanneer is de constructieve sterkte niet meer gewaarborgd), anderzijds het aspect duurzaamheid (wanneer gaat de wapening corroderen). Voor het aantonen van een constructieve restlevensduur is een herberekening van de constructie vereist. Deze valt buiten de scope van dit onderzoek. Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt daarom verder ingegaan op de restlevensduur op het gebied van duurzaamheid. Wapening en beton gaan goed samen, omdat het alkalische milieu van beton het wapeningsstaal beschermt tegen corrosie. Deze beschermingslaag wordt de passiveringslaag genoemd. Door carbonatatie van de betondekking of indringing van chloride kan deze laag worden aangetast en is wapening in beton niet langer beschermd tegen corrosie. Binnen het corrosieproces van wapening in beton kennen wij twee fasen: 1) 2)

Initiatiefase: de fase waarin de passiveringslaag rondom de wapening teniet wordt gedaan. Propagatiefase: de fase waarin wapeningscorrosie zich ontwikkelt.

Bij de bepaling van de restlevensduur van een betonconstructie, als het gaat om duurzaamheid, wordt aangenomen dat de levensduur van een betonconstructie voorbij is als de initiatiefase is afgelopen. In figuur 6.1 is een schematische weergave van beide fasen opgenomen, waarbij de rekenkundige “einde levensduur” met rood is aangegeven.

Rekenkundige einde levensduur

Figuur 6.1: Schematische weergave initiatiefase, propagatiefase en einde levensduur. Het einde van de initiatiefase is bepaald conform CUR-Aanbeveling 121:2018. Op basis van de beschikbare meetgegevens is de voortschrijding van het carbonatatiefront en de chloride-indringing bepaald totdat een vooraf bepaalde kritische waarde wordt bereikt. Deze waarde wordt als “einde van de initiatiefase” beschouwd. Aan de hand van de resultaten van deze bepaling wordt de restlevensduur onderverdeeld in drie tijdsintervallen namelijk: a) b) c)

< 5 jaar > 5 jaar en < 15 jaar > 15 jaar

Titel

:

Rapportnummer :

6.2

Nellesteinsebrug te Abcoude P54557-02

15

Uitgangspunten Leeftijd constructie Nellesteinsebrug: (2023 – 1961=) 62 jaar. Kritisch chloridegehalte: 0,5% ten opzichte van het cementgewicht. Bij een aantal onderzoekslocaties is bepaald dat in de buitenste schijf (0-10 mm) van de kern een lager chloridegehalte is gemeten dan in de tweede (sporadisch derde) schijf. Vanuit de CUR-Aanbeveling dienen deze waardes niet meegenomen te worden in de berekening in verband met het niet verkrijgen van een ideaal chlorideprofiel (zie CUR-Aanbeveling 121:2018, bijlage A, pagina 25).

• • •

6.3

Restlevensduur

In tabel 6.1 is van elke onderzoekslocatie de berekende restlevensduur op basis van de gemeten carbonatatiediepte en het chlorideprofiel aangegeven per tijdsinterinval. In bijlage 2 is van elke onderzoekslocaties het rekenblad toegevoegd. Kern

K7 K8 K9 K10 K11 K12

Onderdeel

Noordelijk landhoofd, vleugelwand Noordelijk landhoofd, vleugelwand Zuidelijk landhoofd, bovenzijde vleugelwand Noordelijk landhoofd, vleugelwand Noordelijk landhoofd, zijkant frontwand Noordelijk landhoofd, bovenzijde frontwand

Restlevensduur carbonatatie

Restlevensduur chloride

a

b

c

a

b

c

< 5 jaar

> 5 jaar en < 15 jaar

>15 jaar

< 5 jaar

> 5 jaar en < 15 jaar

>15 jaar

-

-

X

-

-

X

-

-

X

-

-

X

-

-

X

-

-

X

-

-

X

-

-

X

-

-

X

X

-

-

-

-

X

-

X

-

Tabel 6.1: Restlevensduur Nellesteinsebrug op basis van CUR-Aanbeveling 121:2018.

Titel

:

Rapportnummer :

Nellesteinsebrug te Abcoude P54557-02

7

ANALYSE EN CONCLUSIE

7.1

Landhoofden

16

Betondekking, chloridegehalte en carbonatatiediepte De minimale betondekking op de betonnen onderdelen van de landhoofden varieert tussen de 15 en 32 mm. Op drie van de zes meetlocaties is sprake van een (sterk) verhoogd chloridegehalte 1 op één of meerdere onderzoeksdieptes. Het maximaal gemeten chloridegehalte bedraagt 1,4% ten opzichte van de cementmassa. Bij twee van de zes meetlocaties, te weten K11 en K12, is sprake van een verhoogd chloridegehalte ter plaatse van de wapening. 0F

De gemeten maximale carbonatatiedieptes variëren tussen de 2 en 16 mm. Op geen van de zes meetlocaties wordt de minimale betondekking overschreden door de maximale carbonatatiediepte. Oorzaak Op basis van de meetresultaten concluderen wij het volgende: • •

Carbonatatie speelt geen noemenswaardige rol ten aanzien van toekomstig te verwachten betonschades, waar het carbonatatiefront op geen enkele locatie nabij de wapening aanwezig is. Op enkele locaties is een verhoogd chloridegehalte gemeten, waarbij deze ter hoogte van K11 en K12 ook ter plaatse van de wapening verhoogd is. Gezien de omstandigheden waaraan het object wordt blootgesteld en de meetresultaten kan deze chloride alleen zijn aangevoerd door chloridehoudend lekwater als gevolg van strooi-/dooizouten.

Prognose schadeontwikkeling Het maximaal gemeten chloridegehalte betreft 1,4% ten opzichte van de cementmassa. Bij K11 is op de diepte van de wapening sprake van een sterk verhoogd chloridegehalte1. Bij K12 is op de diepte van de wapening sprake van een verhoogd chloridegehalte1. Bij een chloridegehalte tussen 0,5 tot 1,0% m/m ten opzichte van het cementgewicht is sprake van een verhoogd chloridegehalte en bestaat een reële kans op het ontstaan van chloridegeïnitieerde wapeningscorrosie. Het daadwerkelijke optreden van corrosie wordt hier nog voor een deel bepaald door andere factoren, zoals de carbonatatiediepte en voldoende aanwezigheid van vocht. Door middel van de restlevensduurberekeningen conform CUR-Aanbeveling 121:2018 is bepaald dat bij K11 en K12 een theoretische restlevensduur aanwezig is van respectievelijk 0 en 14 jaar als gevolg van de huidig aanwezige chloride-indringing (in combinatie met de betondekking). Momenteel heeft de aanwezige chloride-indringen nog niet geleid tot visueel zichtbare betonschade als gevolg van wapeningscorrosie. Ter hoogte van K11 kan op termijn schade ontstaan als gevolg van de chloride-indringing. Dit is overigens sterk afhankelijk van de aanwezigheid van vocht en zuurstof bij de wapening. Ten behoeve van het achterhalen van de wapeningsconfiguratie is nabij K11 de betondekking weggehakt waarbij de wapening is blootgelegd.

Ondanks het verhoogde chloridegehalte is hierbij geen wapeningscorrosie aangetroffen, zie foto 5.13 en 5.14.

Titel

:

Rapportnummer :

Nellesteinsebrug te Abcoude P54557-02

17

Te nemen maatregelen Ter hoogte van K11 is een verhoogd risico op schade aanwezig, waarbij op termijn schade kan gaan ontstaan. De betondekking kan preventief hersteld worden, echter achten wij reactief herstel, na het ontstaan van schade, ook een goede optie. Daarnaast adviseren wij periodiek de landhoofden te inspecteren, met een interval van tussen de 5 en 10 jaar. Het doel hiervan is het signaleren van schades om de ernst hiervan in te schatten en toekomstig onderhoud te bepalen. Eventueel preventief en/of reactief herstel dient te worden uitgevoerd conform CUR-Aanbeveling 118, waarbij de onderstaande classificaties moeten worden aangehouden:

• • •

Uitvoeringsklasse: RT (technische reparatie). Milieuklasse: XC4, XD3, XF2. Gevolgklasse: GK2.

Uitgangspunt is dat toekomstige betonschade primair wordt veroorzaakt als gevolg van chloridegeïnitieerde wapeningscorrosie. Grote delen van het zuidelijk landhoofd zijn niet inspecteerbaar door de aanwezigheid van wrijfhout, kabelkokers en kunststofafwerking. Door deze belemmeringen is het ook niet mogelijk geweest om monsters te nemen uit de risicovolle onderdelen van het landhoofd (frontwand). Wij adviseren om het zuidelijke landhoofd identiek te behandelen als het noordelijk landhoofd. 7.2

Fundering

De fundering van de landhoofden van de Nellesteinsebrug zijn onder de waterlijn bekeken en onderzocht. Uit de aangetroffen houten funderingspalen zijn drie stuks houtmonsters genomen. De geïnspecteerde houten funderingspalen verkeren over het algemeen in goede staat. De aangetroffen paaldiameter varieert van 250 tot 350 mm. Uit de houtmonsteranalyse volgt dat de buitenste schil licht (paal 3) tot matig (paal 1 en 6) is aangetast. Bij de palen met matige aantasting varieert de aantasting tussen de 16 en 21 mm. In geen van de drie palen is een zachte schil geconstateerd. De gemiddelde korte-duurdruksterkte van de volledige paaldiameter varieert van 10,2 tot 11,6 N/mm2. Het theoretisch bepaalde paalkopdraagvermogen varieert tussen de 500 en 1084 kN. De verwachte restdiameter van de houten palen over 30 jaar is vergelijkbaar met de huidige gemeten diameter. De verwachte uitbreiding van ernstige aantasting van het hout blijft beperkt voor de komende 50 jaar, mits de palen volledig onder water blijven gedurende de levensduur. Dit is een kritisch punt, waarbij het kortdurend droogstaan van de palen catastrofale gevolgen kan hebben voor de bacteriële aantasting en uiteindelijk de constructieve capaciteit.

Titel

:

Rapportnummer :

Bijlage 1

Nellesteinsebrug te Abcoude P54557-02

Inspectietekening inspectie- en onderzoekslocaties

Botsholsebrug K6 K5

2 1 K3

K4

K1

K2

Nellesteinsebrug K10

K9

K12

K11

K7

K8

Project Projectnummer Datum Omschrijving

K1

Kernboring zijkant

K3

Kernboring bovenzijde

1

Schadelocatie

: Abcoude restlevensduuronderzoek landhoofden Nellesteinsebrug : P54557-02 : 23-6-2023 : Inspectietekening schade- en onderzoekslocaties

Titel

:

Rapportnummer :

Bijlage 2

Nellesteinsebrug te Abcoude P54557-02

CUR 121 Rekenbladen restlevensduur betonkernen

K7 Rekenwijze resterende duur initiatiefase voor chloride-geïnitieerde wapeningscorrosie

Conform CUR-Aanbeveling 121:2018 Bijlage A

C: Chloridegehalte t.o.v. cementgewicht [%]

Chloridegehalte, gefitte curve

Invoer Bouwjaar tinsp

1961 62 jaar

Ccrit

0,5 %

xM

34,3 mm 1,9 mm 29,3 mm

Sa xM-5 Laboratoriumresultaten

Midden van gemeten plak [mm]

0,8 0,71

0,7 0,6 0,5 0,4 0,3 0,2 0,1 0,0

0

20

40

60

80

100

x: Onderzoeksdiepte [mm] Gemeten chloridegehalte

Cs

Poly. (Gefitte curve)

Gemeten chloridegehalte [%]

x

C

C_geschat Standaardfout^2

5 15

0,3

0,3

0,001941

25 35 45 55

0,2 0,1 0,1 0,1

0,2 0,1 0,1 0,1

0,022248 0,017866 0,000490 0,002666

Som

tI

1031 jaar

Ccrit_berekend

0,5 %

Restlevensduur

(tI - tinsp)

=

Tijdsinterval a b c

< 5 jaar > 5 en < 15 jaar > 15 jaar

<--

0,045211 <--

Cs

0,71

Ci Da

0,09 2,12

Bepaling modelparameters Cs, Ci en Da, door standaardfout zo klein mogelijk te maken

einde initiatiefase t.o.v. bouwjaar <--

Ccrit_berekend matchen aan Ccrit door wijzigen tI >50 jaar

K7 Rekenwijze resterende duur initiatiefase voor carbonatatie-geïnitieerde wapeningscorrosie

Conform CUR-Aanbeveling 121:2018 Bijlage B

Invoer xm Sa xM-5 xc,m Bouwjaar tinsp

Restlevensduur Tijdsinterval a b c

= = =

34,3 mm 1,9 mm 29,3 mm

gemiddelde betondekking standaardafwijking gemiddelde betondekking inclusief veiligheidsmarge

= = =

9,0 mm 1961 jaar 62 jaar

gemiddelde carbonatatiediepte

tI

>50 jaar

=

< 5 jaar > 5 en < 15 jaar > 15 jaar

leeftijd constructie op moment van inspectie

<--

K8 Rekenwijze resterende duur initiatiefase voor chloride-geïnitieerde wapeningscorrosie

Conform CUR-Aanbeveling 121:2018 Bijlage A

C: Chloridegehalte t.o.v. cementgewicht [%]

Chloridegehalte, gefitte curve

Invoer Bouwjaar tinsp

1961 62 jaar

Ccrit

0,5 %

xM

27,3 mm 3,2 mm 22,3 mm

Sa xM-5

0,3 0,3

0,24

0,2 0,2 0,1 0,1 0,0

0

20

Laboratoriumresultaten

Midden van gemeten plak [mm]

60

80

100

Gemeten chloridegehalte

Cs

Poly. (Gefitte curve)

Gemeten chloridegehalte [%]

x

C

C_geschat Standaardfout^2

5

0,2

0,2

0,010472

15

0,2

0,2

0,011078

25 35 45 55

0,2 0,1 0,1 0,1

0,1 0,1 0,1 0,1

0,077312 0,035850 0,000548 0,005224

Som

tI

40

x: Onderzoeksdiepte [mm]

############## jaar

Ccrit_berekend

0,2 %

Restlevensduur

(tI - tinsp)

=

Tijdsinterval a b c

< 5 jaar > 5 en < 15 jaar > 15 jaar

<--

0,140484 <--

Cs

0,24

Ci Da

0,08 6,53

Bepaling modelparameters Cs, Ci en Da, door standaardfout zo klein mogelijk te maken

einde initiatiefase t.o.v. bouwjaar <->50 jaar

Ccrit_berekend matchen aan Ccrit door wijzigen tI

K8 Rekenwijze resterende duur initiatiefase voor carbonatatie-geïnitieerde wapeningscorrosie

Conform CUR-Aanbeveling 121:2018 Bijlage B

Invoer xm Sa xM-5 xc,m Bouwjaar tinsp

Restlevensduur Tijdsinterval a b c

= = =

27,3 mm 3,2 mm 22,3 mm

gemiddelde betondekking standaardafwijking gemiddelde betondekking inclusief veiligheidsmarge

= = =

8,0 mm 1961 jaar 62 jaar

gemiddelde carbonatatiediepte

tI

>50 jaar

=

< 5 jaar > 5 en < 15 jaar > 15 jaar

leeftijd constructie op moment van inspectie

<--

K9 Rekenwijze resterende duur initiatiefase voor chloride-geïnitieerde wapeningscorrosie

Conform CUR-Aanbeveling 121:2018 Bijlage A

C: Chloridegehalte t.o.v. cementgewicht [%]

Chloridegehalte, gefitte curve

Invoer Bouwjaar tinsp

1961 62 jaar

Ccrit

0,5 %

xM

32,3 mm 5,7 mm 27,3 mm

Sa xM-5 Laboratoriumresultaten

Midden van gemeten plak [mm]

0,7 0,64

0,6 0,5 0,4 0,3 0,2 0,1 0,0

0

20

40

60

80

100

x: Onderzoeksdiepte [mm] Gemeten chloridegehalte

Cs

Poly. (Gefitte curve)

Gemeten chloridegehalte [%]

x

C

C_geschat Standaardfout^2

5

0,5

0,5

0,000831

15

0,3

0,3

0,000002

25 35 45 55

0,2 0,1 0,1 0,1

0,2 0,1 0,1 0,1

0,021079 0,022535 0,000519 0,003714

Som

tI

1478 jaar

Ccrit_berekend

0,5 %

Restlevensduur

(tI - tinsp)

=

Tijdsinterval a b c

< 5 jaar > 5 en < 15 jaar > 15 jaar

<--

0,048679 <--

Cs

0,64

Ci Da

0,09 2,34

Bepaling modelparameters Cs, Ci en Da, door standaardfout zo klein mogelijk te maken

einde initiatiefase t.o.v. bouwjaar <--

Ccrit_berekend matchen aan Ccrit door wijzigen tI >50 jaar

K9 Rekenwijze resterende duur initiatiefase voor carbonatatie-geïnitieerde wapeningscorrosie

Conform CUR-Aanbeveling 121:2018 Bijlage B

Invoer xm Sa xM-5 xc,m Bouwjaar tinsp

Restlevensduur Tijdsinterval a b c

= = =

32,3 mm 5,7 mm 27,3 mm

gemiddelde betondekking standaardafwijking gemiddelde betondekking inclusief veiligheidsmarge

= = =

2,0 mm 1961 jaar 62 jaar

gemiddelde carbonatatiediepte

tI

=

< 5 jaar > 5 en < 15 j > 15 jaar <--

leeftijd constructie op moment van inspectie

>50 jaar

K10 Rekenwijze resterende duur initiatiefase voor chloride-geïnitieerde wapeningscorrosie

Conform CUR-Aanbeveling 121:2018 Bijlage A

C: Chloridegehalte t.o.v. cementgewicht [%]

Chloridegehalte, gefitte curve

Invoer Bouwjaar tinsp

1961 62 jaar

Ccrit

0,5 %

xM

28,6 mm 2,4 mm 23,6 mm

Sa xM-5

0,5 0,46

0,5 0,4 0,4 0,3 0,3 0,2 0,2 0,1 0,1 0,0

0

20

Laboratoriumresultaten

Midden van gemeten plak [mm]

60

80

100

Gemeten chloridegehalte

Cs

Poly. (Gefitte curve)

Gemeten chloridegehalte [%]

x

C

C_geschat Standaardfout^2

5 15

0,3

0,3

0,000029

25 35 45 55

0,2 0,2 0,1 0,1

0,2 0,2 0,1 0,1

0,004868 0,054815 0,021943 0,004117

Som

tI

40

x: Onderzoeksdiepte [mm]

############## jaar

Ccrit_berekend

0,5 %

Restlevensduur

(tI - tinsp)

=

Tijdsinterval a b c

< 5 jaar > 5 en < 15 jaar > 15 jaar

<--

0,085771 <--

Cs

0,46

Ci Da

0,08 6,07

Bepaling modelparameters Cs, Ci en Da, door standaardfout zo klein mogelijk te maken

einde initiatiefase t.o.v. bouwjaar <->50 jaar

Ccrit_berekend matchen aan Ccrit door wijzigen tI

K10 Rekenwijze resterende duur initiatiefase voor carbonatatie-geïnitieerde wapeningscorrosie

Conform CUR-Aanbeveling 121:2018 Bijlage B

Invoer xm Sa xM-5 xc,m Bouwjaar tinsp

= = =

28,6 mm 2,4 mm 23,6 mm

gemiddelde betondekking standaardafwijking gemiddelde betondekking inclusief veiligheids

= = =

16,0 mm 1961 jaar 62 jaar

gemiddelde carbonatatiediepte

tI

=

> 5 en < 15 jaar > 15 jaar

<--

Restlevensduur Tijdsinterval a b c

< 5 jaar

leeftijd constructie op moment van inspectie

>50 jaar

K11 Rekenwijze resterende duur initiatiefase voor chloride-geïnitieerde wapeningscorrosie

Conform CUR-Aanbeveling 121:2018 Bijlage A

C: Chloridegehalte t.o.v. cementgewicht [%]

Chloridegehalte, gefitte curve

Invoer Bouwjaar tinsp

1961 62 jaar

Ccrit

0,5 %

xM

25,5 mm 6,7 mm 20,5 mm

Sa xM-5 Laboratoriumresultaten

Midden van gemeten plak [mm]

4,0 3,69

3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0

0

20

40

60

80

100

x: Onderzoeksdiepte [mm] Gemeten chloridegehalte

Cs

Poly. (Gefitte curve)

Gemeten chloridegehalte [%]

x

C

C_geschat Standaardfout^2

5 15 25 35 45 55

1,3 0,6 0,4 0,2

1,2 0,7 0,4 0,2

0 jaar

Ccrit_berekend

############## %

Restlevensduur

(tI - tinsp)

=

Tijdsinterval a b c

< 5 jaar > 5 en < 15 jaar > 15 jaar

<--

3,69

Ci Da

0,11 4,89

0,003591 0,013126 0,012250 0,000695

Som

tI

Cs

0,029662 <--

Bepaling modelparameters Cs, Ci en Da, door standaardfout zo klein mogelijk te maken

einde initiatiefase t.o.v. bouwjaar <--

Ccrit_berekend matchen aan Ccrit door wijzigen tI -62 jaar

K11 Rekenwijze resterende duur initiatiefase voor carbonatatie-geïnitieerde wapeningscorrosie

Conform CUR-Aanbeveling 121:2018 Bijlage B

Invoer xm Sa xM-5 xc,m Bouwjaar tinsp

Restlevensduur Tijdsinterval a b c

= = =

25,5 mm 6,7 mm 20,5 mm

gemiddelde betondekking standaardafwijking gemiddelde betondekking inclusief veiligheidsmarge

= = =

5,0 mm 1961 jaar 62 jaar

gemiddelde carbonatatiediepte

tI

>50 jaar

=

< 5 jaar > 5 en < 15 jaar > 15 jaar

leeftijd constructie op moment van inspectie

<--

K12 Rekenwijze resterende duur initiatiefase voor chloride-geïnitieerde wapeningscorrosie

Conform CUR-Aanbeveling 121:2018 Bijlage A

C: Chloridegehalte t.o.v. cementgewicht [%]

Chloridegehalte, gefitte curve

Invoer Bouwjaar tinsp

1961 62 jaar

Ccrit

0,5 %

xM

30,6 mm 2,2 mm 25,6 mm

Sa xM-5 Laboratoriumresultaten

Midden van gemeten plak [mm]

1,4

1,31

1,2 1,0 0,8 0,6 0,4 0,2 0,0

0

20

40

60

80

100

x: Onderzoeksdiepte [mm] Gemeten chloridegehalte

Cs

Poly. (Gefitte curve)

Gemeten chloridegehalte [%]

x

C

C_geschat Standaardfout^2

5 15

0,7

0,7

0,001927

25 35 45 55

0,5 0,3 0,2 0,2

0,5 0,3 0,2 0,2

0,006703 0,000104 0,008315 0,004119

Som

0,021168 <--

Cs

1,31

Ci Da

0,17

Bepaling modelparameters Cs, Ci en Da, door standaardfout zo klein mogelijk te maken

tI

76 jaar

einde initiatiefase t.o.v. bouwjaar

Ccrit_berekend

0,5 %

<--

Restlevensduur

(tI - tinsp)

=

Tijdsinterval a b c

< 5 jaar > 5 en < 15 jaar > 15 jaar

<--

3,84

Ccrit_berekend matchen aan Ccrit door wijzigen tI 14 jaar

K12 Rekenwijze resterende duur initiatiefase voor carbonatatie-geïnitieerde wapeningscorrosie

Conform CUR-Aanbeveling 121:2018 Bijlage B

Invoer xm Sa xM-5 xc,m Bouwjaar tinsp

Restlevensduur Tijdsinterval a b c

= = =

30,6 mm 2,2 mm 25,6 mm

gemiddelde betondekking standaardafwijking gemiddelde betondekking inclusief veiligheidsmarge

= = =

2,0 mm 1961 jaar 62 jaar

gemiddelde carbonatatiediepte

tI

>50 jaar

=

< 5 jaar > 5 en < 15 jaar > 15 jaar

leeftijd constructie op moment van inspectie

<--

Titel

:

Rapportnummer :

Bijlage 3

Nellesteinsebrug te Abcoude P54557-02

Laboratoriumresultaten houtmonsters

Bepaling houtsoort en toestand funderingshout

Rapportnummer: Opdrachtgever: adres: code/plaats: Contactpersoon: Project:

L01428 Nebest B.V. Postbus 106 4130 EC VIANEN Xander ter Meulen P54557

Nummer houtmonster: Ontvangstdatum: Analysedatum: Rapportdatum:

Laborant: Vrijgave:

R. de Jong W. Mooibroek

Paraaf: Paraaf:

Bouwjaar constructie: Houtsoort: Paaldiameter: Lengte spinthout: Lengte tot hart paal: Fractie 1 (buiten) 2 3 4 (kern)

lengte [mm] 16 25 28 35

Niet meetbaar 0-3 N/mm2 4-6 N/mm2 7-9 N/mm2 10-12 N/mm2 13-15 N/mm2 16-18 N/mm2 19-21 N/mm2 22-24 N/mm2

Opmerkingen:

1961 vuren 250 mm n.v.t. 104 mm aantasting matig licht niet aangetast niet aangetast

Gemiddelde korteduur-druksterkte, huidig: Gemiddelde korteduur-druksterkte, na 30 jaar: Draagvermogen kop, huidig: Zachte schil huidig: Zachte schil na 30 jaar: vochtgehalte [% m/m] 240 205 148 166

dichtheid [kg/m³] 384,1 351,9 320,9 299,7

HM08416 16-06-23 19-06-23 20-06-23

10,2 N/mm² 9,6 N/mm² 500 kN 0 mm 0 mm *) druksterkte [N/mm²] 7 9 14 12

150 mm

Op basis van de gevonden houtstructuren (picioide kruisvlakstippels, harsgangen, uniseriële hofstippels en straaltracheïden) wordt geconcludeerd dat het om een vuren paal gaat. De aangetroffen aantasting is veroorzaakt door erosiebacteriën.

Bepaling houtsoort en toestand funderingshout

Rapportnummer: Opdrachtgever: adres: code/plaats: Contactpersoon: Project:

L01428 Nebest B.V. Postbus 106 4130 EC VIANEN Xander ter Meulen P54557

Nummer houtmonster: Ontvangstdatum: Analysedatum: Rapportdatum:

Laborant: Vrijgave:

R. de Jong W. Mooibroek

Paraaf: Paraaf:

Bouwjaar constructie: Houtsoort: Paaldiameter: Lengte spinthout: Lengte tot hart paal: Fractie 1 (buiten) 2 3 4 (kern)

lengte [mm] 18 35 35 35

Niet meetbaar 0-3 N/mm2 4-6 N/mm2 7-9 N/mm2 10-12 N/mm2 13-15 N/mm2 16-18 N/mm2 19-21 N/mm2 22-24 N/mm2

Opmerkingen:

1961 vuren 350 mm n.v.t. 123 mm aantasting licht niet aangetast niet aangetast niet aangetast

Gemiddelde korteduur-druksterkte, huidig: Gemiddelde korteduur-druksterkte, na 30 jaar: Draagvermogen kop, huidig: Zachte schil huidig: Zachte schil na 30 jaar: vochtgehalte [% m/m] 205 161 193 136

dichtheid [kg/m³] 336,8 351,8 313,3 378,3

HM08417 16-06-23 19-06-23 20-06-23

11,3 N/mm² 11,3 N/mm² 1084 kN 0 mm 0 mm *) druksterkte [N/mm²] 9 13 10 15

150 mm

Op basis van de gevonden houtstructuren (picioide kruisvlakstippels, harsgangen, uniseriële hofstippels en straaltracheïden) wordt geconcludeerd dat het om een vuren paal gaat. De aangetroffen aantasting is veroorzaakt door erosiebacteriën.

Bepaling houtsoort en toestand funderingshout

Rapportnummer: Opdrachtgever: adres: code/plaats: Contactpersoon: Project:

L01428 Nebest B.V. Postbus 106 4130 EC VIANEN Xander ter Meulen P54557

Nummer houtmonster: Ontvangstdatum: Analysedatum: Rapportdatum:

Laborant: Vrijgave:

R. de Jong W. Mooibroek

Paraaf: Paraaf:

Bouwjaar constructie: Houtsoort: Paaldiameter: Lengte spinthout: Lengte tot hart paal: Fractie 1 (buiten) 2 3 4 (kern)

lengte [mm] 21 18 36 33

Niet meetbaar 0-3 N/mm2 4-6 N/mm2 7-9 N/mm2 10-12 N/mm2 13-15 N/mm2 16-18 N/mm2 19-21 N/mm2 22-24 N/mm2

Opmerkingen:

1961 vuren 290 mm n.v.t. 108 mm aantasting matig niet aangetast niet aangetast niet aangetast

Gemiddelde korteduur-druksterkte, huidig: Gemiddelde korteduur-druksterkte, na 30 jaar: Draagvermogen kop, huidig: Zachte schil huidig: Zachte schil na 30 jaar: vochtgehalte [% m/m] 262 187 124 104

dichtheid [kg/m³] 300,4 343,4 332,5 314,7

HM08418 16-06-23 19-06-23 20-06-23

11,6 N/mm² 10,2 N/mm² 766 kN 0 mm 0 mm *) druksterkte [N/mm²] 6 11 16 19

150 mm

Op basis van de gevonden houtstructuren (picioide kruisvlakstippels, harsgangen, uniseriële hofstippels en straaltracheïden) wordt geconcludeerd dat het om een vuren paal gaat. De aangetroffen aantasting is veroorzaakt door erosiebacteriën.

Bepaling houtsoort en toestand funderingshout Rapportnummer: L01428

Bijlage

Onderzoek: De beoordeling van de mate van aantasting en de onderverdeling in verschillende fracties worden uitgevoerd aan de hand van de fysieke eigenschappen van het natte houtmonster. De korteduur-druksterkte wordt herleid uit het vochtgehalte en de dichtheid (indicatief) van het houtmonster (zeer ernstig aangetaste schil wordt niet meegenomen in de berekening van de korteduur-druksterkte). De gemiddelde korteduur-druksterkte van een funderingspaal op t=0 wordt bepaald door de druksterktes van de delen die 'niet aangetast' en 'licht' aangetast zijn te middelen. Vervolgens wordt de gemiddelde korteduur-druksterkte van paal bepaald voor huidig (zonder aangetaste schil) en dit wordt lineair geëxtrapoleerd naar t=30. Om te corrigeren voor de excentriciteit van de paal worden de fracties vermenigvuldigd met de verhouding tussen de som van de fracties en de straal van de paal (in het rapport worden de originele fractielengtes vermeld). De zachte schil wordt gezien als de ernstig en zeer ernstig aangetaste delen. De uitbreiding hiervan wordt lineair geëxtrapoleerd met behulp van de ouderdom van de paal.

Wanneer een fractie dermate gedesintegreerd is dat volumebepaling niet meer mogelijk is (in rapport 'niet meetbaar') of de kern van de paal niet in het monster aanwezig is (zie opmerkingen in rapport), zal de druksterkte van de voorgaande fractie geëxtrapoleerd worden naar de gedesintegreerde fractie/de ontbrekende fractie tot de kern voor het berekenen van het draagvermogen om zo, conservatief, het volledig oppervlak te incorpereren. De houtsoort wordt microscopisch bepaald. In geval van grenen wordt de hoeveelheid spinthout vastgesteld. De soort van aantasting (bacterieel, schimmel) wordt eveneens microscopisch vastgesteld.

Verklaring van opmerkingen in het rapport: *) De aangetroffen bacteriële aantasting is onder (grond)water tot stand gekomen. Bij gelijkblijvende omstandigheden is het de verwachting dat de aantastingssnelheid gelijk blijft. (Bij grenen: totdat het gehele spinthout is aangetast. Daarna neemt de aantastingssnelheid fors af). ¹) Deze druksterkte < 3 N/mm² wordt niet meegenomen bij de berekening van de gemiddelde korteduur-druksterkte. ²) Deze fractie is < 5 mm, de druksterkte is daardoor minder betrouwbaar. ³) De druksterkte is aangepast naar de maximaal mogelijke druksterkte van 24 N/mm 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14803426/2