Bijlage 1 Nota van Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Het Oosterland - oorspronkelijke versie
Tekst van het document
Indiener 16. Ontvangstdatum: 14-07-2023 Inhoud zienswijze A. Indiener verzoekt geen aandacht meer te besteden aan plan Het Oosterland en geen bebouwing toe te staan in Het Oosterland/aan ‘de andere kant van’ de wetering. Indiener is destijds beloofd dat Het Wickelhofpark een zachte overgang van cultuur (bebouwing) naar natuur (landelijk gebied) zou blijven.
Zie ook de reactie op zienswijze 7. C en 12.B. Er wordt nu ook al gewandeld en gefietst door het Wickelhofpark. De fietspaden zorgen voor de verbinding met de bestaande voorzieningen in Mijdrecht, zoals Adelhof, school en sportveleden. In de nadere uitwerking van de verbindingen zal getracht worden duidelijk onderscheid te maken tussen de fietsverbindingen en wandelpaden en dit zal ook zo worden ingericht dat de paden worden gebruikt waar ze voor bedoeld worden. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
Ontvankelijk Reactie gemeente De woningbouwopgave in de gemeente is groot. De gemeente heeft een grote woningbouwopgave / -ambitie. Om te voorzien in voldoende woningen zijn meerdere ontwikkellocaties in de gemeente nodig, waaronder Het Oosterland. Er is in het stedenbouwkundig plan rekening gehouden met de waarden van en om het plangebied. Er is ruime groenblauwe structuur in het plan opgenomen om aan te sluiten op o.a. het Wickelhofpark en het landelijk gebied. Het Wickelhofpark is in het verleden aangelegd als buffer tussen de bestaande wijk en de toen nog mogelijke uitbreiding van het kassengebied aan de Tuinderslaan-Oosterlandweg. In plaats van het kassengebied worden er nu nieuwe woningen gebouwd. De overgang van het park naar de nieuwe wijk bestaat uit een opgaande
24
bossingel, een brede strook gras en een brede watergang. De gemeente wil graag voldoende woningen realiseren voor haar inwoners. Dat doet ze bij voorkeur door middel van nieuwbouw binnen het bestaand stedelijk gebied of als dat niet kan, zo dicht mogelijk tegen het bestaand stedelijk gebied aan. De woningbouwbehoefte in de gemeente is dusdanig groot dat dit niet volledig binnen het bestaand stedelijk gebied is op te lossen. Dit gegeven betekent dat er geen harde garanties zijn te geven aan inwoners dat gebieden aan de randen van de kernen voor altijd onbebouwd blijven. Daar komt bij dat hier niet sprake is van natuur, maar een gebied met glastuinbouw en agrarisch gebruik. Conclusie: de zienswijze is ongegrond. B. Indiener verzoekt indien het plan toch door zal gaan het aantal woningen terug te brengen naar het oorspronkelijk gecommuniceerde aantal; namelijk 700-750.
Er is grote behoefte aan veel (betaalbare) woningen. Betaalbare woningen zijn in oppervlakte kleiner dan woningen uit het hogere segment. Vanuit de gedachte om meer betaalbare woningen te realiseren, is het aantal woningen ook toegenomen. De dichtheid in de nieuwe woonwijk is nog relatief laag met veel ruimte voor groen en water. Ook is de woningbouwopgave in de gemeente zeer groot. De gemeente heeft een woningbouwopgave en -ambitie van 4.800 woningen (zie het Ruimtelijk Perspectief). Om hier in te voorzien zijn meerdere ontwikkellocatie in de gemeente nodig, waaronder ook Het Oosterland. Wel is naar aanleiding van de reactie op zienswijze 6 een regeling toegevoegd, waarmee er een fasering in de tijd is bewerkstelligd. Voor 2030 mogen enkel de eerste 600 woningen worden gerealiseerd en pas na 2030 mag het resterende programma worden gerealiseerd. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
C. Indiener verzoekt de flats zo te positioneren dat ze volkomen uit het zicht van de bebouwing op de Meerkoet en Aalscholver zijn en de flats niet aan de parkkant te bouwen. D. Indiener verzoekt geen fietspaden door het park laten lopen.
25
Zie hiervoor de reactie op zienswijze 4.C. en 15 B en C. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
Zie ook de reactie op zienswijze 7. C en 12.B. Er wordt nu ook al gewandeld en gefietst door het Wickelhofpark. De fietspaden zorgen voor de verbinding met de bestaande voorzieningen in Mijdrecht, zoals Adelhof, school en sportveleden. In de nadere uitwerking van de verbindingen zal getracht worden duidelijk onderscheid te maken tussen de
fietsverbindingen en wandelpaden en dit zal ook zo worden ingericht dat de paden worden gebruikt waar ze voor bedoeld worden. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
Indiener 17. Ontvangstdatum: 10-07-2023 Inhoud zienswijze A. Indiener verzoekt snelheidsbeperkende maatregelen toe te passen op de Dr. J. van der Haarlaan om zo lawaai te reduceren en de veiligheid van fietsers te garanderen. Indiener vraagt om: - Borden - Drempels - Gelijkwaardige kruising bij de Dr. J. van der Haarlaan – Roerdomp – Meerkoet met voorrang voor fietsers - Voorrang voor fietsers bij Karekiet, Houtduif- Aalscholver en bij de Dr. J. van der Haarlaan – Oosterlandweg.
Ontvankelijk Reactie gemeente Zie ook de reactie op zienswijze 7.C. Er is in het kader van het bestemmingsplan mobiliteitsonderzoek uitgevoerd. De conclusie is dat de capaciteit van de wegen voldoende is om de toekomstige verkeersintensiteiten op een goede en verkeersveilige manier te verwerken. Er zijn in het verleden al verkeersremmende drempels gerealiseerd aan de dr. J van der Haarlaan. Er is een toetsing uitgevoerd of de geluidbelasting te veel toeneemt door het extra verkeer en daar waar de infrastructuur wel wordt aangepast (aansluiting Oosterlandweg nieuwe hoofdontsluitingsweg). Hieruit komt naar voren dat de geluidbelasting niet zodanig toeneemt bij bestaande woningen, dat maatregelen moeten worden genomen. De toename van de geluidbelasting blijft onder de 2dB. Er wordt daarom geen noodzaak gezien om aanvullende maatregelen te treffen op de Dr. J. van der Haarlaan om lawaai te reduceren. Overige mogelijke verkeersmaatregelen zijn deels opgenomen in plan (kruising Dr. J. van der Haarlaan/Oosterlandweg) en deels niet relevant voor dit project, wel afweging in het kader van uitvoering van het gemeentelijk Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
B. Indiener verzoekt de hoogbouw een kwartslag tegen de klok in te draaien om zo het karakter van het Wickelhof te behouden.
Zie ook de reactie op zienswijze 4.C. Er is bewust in het ontwerp voor het woongebied gekozen voor appartementen aan de zijde van het Wickelhofpark om zo stedenbouwkundig aan te sluiten bij de bestaande bebouwing/bouwhoogte aan de andere kant van het Wickelhofpark. Met de situering van de hoogbouw wordt rekening gehouden met de bestaande bebouwing/bouwhoogte aan de andere zijde van Wickelhofpark, het Wickelhofpark zelf en de bestaande bebouwing aan de Oosterlandweg/Tuinderslaan.
26
Variatie in bouwhoogte en typologie is daarnaast binnen een bouwblok het uitgangspunt. Slechts een beperkt deel van de bebouwing zal dan ook de maximale bouwhoogte benaderen. Deze hogere bebouwing zal gedeeltelijk zichtbaar zijn vanuit de appartementen aan de andere zijde van het Wickelhofpark. De exacte locaties en de massa's zijn nu nog niet bekend. Op basis van het bestemmingsplan en beeldkwaliteitplan worden de plannen in delen verder uitgewerkt. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
Indiener 18. Ontvangstdatum: 07-07-2023 Inhoud zienswijze A. Indiener heeft een aantal opmerkingen over het door Peutz gedane onderzoek naar wegverkeerslawaai en geluidshinder. In het onderzoek is geen rekening gehouden met de toename aan verkeersbewegingen en het lawaai die volgt vanuit de projecten Argon en De Meijert. Indiener geeft aan dat de geluidshinder deels wordt veroorzaakt door het rijden over de betonblokken met ribbels langs de weg. Over de nieuwe woningen staat aangegeven dat zij een geluidswerende muur moeten bevatten. Indiener vraagt zich af hoe dat met bestaande woningen zit. Indiener verzoekt om stil asfalt.
Ontvankelijk Reactie gemeente Zie ook de reactie op zienswijze 7.C. Ten behoeve van het bestemmingsplan is een verkeersonderzoek uitgevoerd door Goudappel Coffeng. Hierin zijn de projecten Argon en De Meijert meegenomen. Om aan de normen van de Wet geluidhinder te kunnen voldoen wordt bij 2 nieuw te bouwen woningen overwogen een gebouwgebonden scherm aan te brengen. De normen van de Wet geluidhinder gelden niet in situaties waarin geen nieuwe woningen bij bestaande wegen en geen nieuwe wegen, of reconstructie van bestaande wegen, bij bestaande woningen plaatsvindt (autonome groei). Er is wel een toetsing uitgevoerd of de geluidbelasting te veel toeneemt daar waar de infrastructuur wel wordt aangepast. Hieruit komt naar voren dat de geluidbelasting niet zodanig toeneemt bij bestaande woningen, dat maatregelen moeten worden genomen. Er is een afweging gemaakt tussen kosten van stil asfalt en de baten (geluidreductie). Hieruit is gebleken dat het niet kosteneffectief is stil asfalt aan te brengen. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
B. Indiener verzoekt om een nieuwe geluidsmeting bij zijn woning (niet in het weekend of in de vakantieperiode en meer dan 24 uur) aangezien hij zelf al een meting heeft gedaan die tussen de 80-100 decibel uitkomt. 27
Het ene moment is het drukker dan het andere, soms rijden er veel personenauto’s en dan weer meer vrachtwagens. En zelfs het weer heeft invloed op geluid. Door het geluid kortstondig te meten, krijg je dus enkel een momentopname. In geluidberekeningen bij wegverkeerslawaai moet de gemeente volgens de Wet geluidhinder uitgaan van een gemiddeld
geluidniveau over een heel jaar, waarbij geen rekening wordt gehouden met incidentele geluiden van ambulances, andere hulpdiensten, motoren met een zogenaamde ‘sportuitlaat’ en zwaar vrachtverkeer. Een momentopname kan daarom niet getoetst worden aan de normen uit de Wet geluidhinder. Conclusie: de zienswijze is ongegrond. C. Indiener verzoekt 30 km/u in plaats van 50 km/u toe te passen op de Oosterlandweg.
De Oosterlandweg vervult in de toekomst een belangrijke functie voor de ontsluiting van Het Oosterland. Bij deze functie past een “gebiedsontsluitingsweg” met een maximumsnelheid van 50 km/u. Ook gelet op de toekomstige verkeersintensiteit en de inrichting met een vrijliggend fietspad is een maximumsnelheid passend. Overigens vindt er een herinrichting plaats van het gedeelte van de Oosterlandweg tussen de Schattekerkerweg en de Dr. J. van der Haarlaan in het kader van het project. De komgrens verschuift naar een locatie ten noordwesten van de kruising met de Schattekerkerweg. Het uitgangspunt is om hier een duidelijke overgang te realiseren met bijbehorende snelheidsremmende maatregelen. Het aanpassen van de maximumsnelheid behoort overigens niet tot de mogelijkheden van het bestemmingsplan. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
Indiener 19. Ontvangstdatum: 14-07-2023 Inhoud zienswijze A. Indiener geeft aan dat de plaatsing van hoge appartementsgebouwen vlak tegen het Wickelhofpark aan betekent dat er veel licht wordt geblokkeerd en dat de natuur en uitstraling van het park daar veel last van zullen hebben. Het natuurlijke karakter van het park door de plaatsing van de appartementen wordt sterk verminderd. Het uitzicht vanuit het park wordt ook geblokkeerd. Het opgestelde rapport van het ecologisch onderzoeks- en adviesbureau ging uit van minder woningen. Indiener verzoekt de appartementsgebouwen midden in de toekomstige wijk óf langs de kerkvaart te plaatsen. 28
Ontvankelijk Reactie gemeente Zie de reactie op zienswijze 4.C. 7A Het Wickelhofpark maakt onderdeel uit van de gemeentelijke hoofdgroenstructuur en wordt door de gemeente als waardevol gezien. Ook zal het park dienen als buffer tussen de bestaande woongebieden en het nieuwe woongebied. Gelet hierop is her ook in het belang van de gemeente om het unieke karakter Wickelhofpark te behouden. In het plan voor het Oosterland is mix van woningen voorzien. Gestapelde woningbouw maakt hier onderdeel van uit. Het gestapelde programma wordt in het gehele plangebied afgewisseld met grondgebonden woningen. Het grootste deel van het gestapelde programma wordt in de zone langs het Wickelhofpark gerealiseerd. Hier is een maximale bouwhoogte van 17 meter toegestaan. Hiermee is de maximale bouwhoogte iets lager dan de bestaande appartementen aan de andere zijde
van het Wickelhofpark. De groene ruimte tussen de bouwblokken maakt zichtlijnen mogelijk vanuit Het Oosterland op het Wickelhofpark en andersom. Variatie in bouwhoogte en typologie is daarnaast binnen een bouwblok het uitgangspunt. Slechts een beperkt deel van de bebouwing zal dan ook de maximale bouwhoogte benaderen. Deze hogere bebouwing zal gedeeltelijk zichtbaar zijn vanuit de appartementen aan de andere zijde van het Wickelhofpark. De exacte locaties en de massa's zijn nu nog niet bekend. Op basis van het bestemmingsplan en beeldkwaliteitplan worden de plannen in delen verder uitgewerkt. Het park en de bestaande watergang blijven als zodanig gehandhaafd. In het park is een brede strook gras en een strook opgaande beplanting die een functie heeft als visuele en ruimtelijke buffer. Voor de ontwikkeling van de nieuwe wijk is een quickscan flora en fauna uitgevoerd geweest. De effecten van de nieuwe ontwikkeling op de aanwezige dieren is daarin onderzocht. Er zijn geen negatieve effecten van de ontwikkeling op beschermde soorten in het Wickelhofpark. Conclusie: de zienswijze is ongegrond. B. Indiener geeft aan dat de beoogde fietsroutes door het Wickelhofpark ervoor zullen zorgen dat het wandelgebied verloren gaat. Een mix van fietsers en voetgangers is gevaarlijk.
Indiener stelt als alternatief voor alleen een fietsroute langs de Kerkvaart en de Oosterlandweg te realiseren zodat het wandelgebied gevrijwaard blijft.
Zie ook de reactie op zienswijze 4.A, 5. A. Er komen diverse fiets- en wandelverbindingen met de bestaande voorzieningen in Mijdrecht. Dit zorgt voor een goede aansluiting van de wijk op Mijdrecht en het stimuleert het gebruik van de fiets en het wandelen. Dit sluit aan bij het principe van duurzame mobiliteit. In het kader van de verdere uitwerking van deze verbindingen wordt in de gaten gehouden dat de verschillende gebruikers veilig en prettig gebruik kunnen maken van het park. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
Indiener 20. Ontvangstdatum: 07-07-2023 Inhoud zienswijze A. Indiener verzoekt om een groenstrook als buffer tussen het Wickelhofpark en de nieuwe wijk; dit zou de flora en fauna in het park ten goede komen. Deze groenstrook zorgt er ook voor 29
Ontvankelijk Reactie gemeente Zie ook de reactie op zienswijze 7.A. Het park had als doel om een groene buffer te vormen tussen de wijk en het bestaande kassengebied. De bedoeling is altijd geweest om het kassengebied uit te breiden tot aan de bestaande watergang. Daarmee is bij het
dat de bomenrij aan de westelijke kant van het park niet direct aan de achtertuinen van de nieuwe wijk grenzen. Indiener wil graag dat het onmogelijk wordt dat de bomenrij als gevolg van klachten van toekomstige bewoners ooit verlaagd dan wel verwijder kan worden. Indiener verzoekt hierover een duidelijke beschrijving in het bestemmingsplan op te nemen.
ontwerp van het park rekening gehouden. De uitbreiding van het kassengebied gaat niet plaatsvinden er wordt een nieuwe wijk gebouwd. Het park en de bestaande watergang blijven als zodanig gehandhaafd. In het park is een brede strook gras en een strook opgaande beplanting die een functie heeft als visuele en ruimtelijke buffer. Voor de ontwikkeling van de nieuwe wijk is een quickscan flora en fauna uitgevoerd geweest. De effecten van de nieuwe ontwikkeling op de aanwezige dieren is daarin onderzocht. Er zijn geen negatieve effecten van de ontwikkeling op beschermde soorten in het Wickelhofpark. Daar komt bij dat in het plan een ruime groenblauwe structuur is opgenomen om aan te sluiten op o.a. het Wickelhofpark en het landelijk gebied. In deze structuur is veel ruimte voor flora en fauna en de algehele opzet van de wijk zal de biodiversiteit in het gebied laten toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
B. Indiener wil graag de garantie dat het Wickelhof park nooit een ontwikkellocatie voor woningbouw zal worden.
Het Wickelhofpark is geen onderdeel van dit bestemmingsplan en het bestemmingsplan maakt dan ook geen woningen in het Wickelhofpark mogelijk. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
C. Indiener verzoekt de appartementengebouwen maximaal 4 lagen hoog te maken en verzoekt deze ook aan de westkant van het plangebied te positioneren ter voorkoming van horizonvervuiling voor de inwoners aan de oostkant van het Wickelhofpark.
Zie de reactie op zienswijze 4.C. 15.C. Gestapelde woningbouw maakt onderdeel uit van het programma. Het gestapelde programma wordt in het gehele plangebied afgewisseld met grondgebonden woningen. Het grootste deel van het gestapelde programma wordt in de zone langs het Wickelhofpark gerealiseerd. Hier is een maximale bouwhoogte van 17 meter toegestaan. Hiermee is de maximale bouwhoogte iets lager dan de bestaande appartementen aan de andere zijde van het Wickelhofpark. De gebieden met lagere hoogtes zijn bewust in de nabijheid van bestaande woningen aan de Tuinderslaan en Oosterlandweg opgenomen. Variatie in bouwhoogte en typologie is daarnaast binnen een bouwblok het uitgangspunt. Slechts een beperkt deel van de bebouwing zal dan ook de maximale bouwhoogte benaderen. Deze hogere bebouwing zal gedeeltelijk zichtbaar zijn vanuit de appartementen aan de andere zijde van het Wickelhofpark. De gemeente vindt niet dat er sprake is van horizonvervuiling. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
30
D. Indiener geeft aan dat op de tekening in het beeldkwaliteitsplan 5 sterren (= locatie voor appartementengebouw) staan aangegeven en dat in het bestemmingsplan 3 sterren zijn aangegeven. Indiener verzoekt te bevestigen dat de tekening uit het beeldkwaliteitsplan incorrect is en dat slecht op 3 locaties appartementsgebouwen komen.
De verwarring wordt begrepen. In het beeldkwaliteitsplan is onderscheid gemaakt tussen ‘specials’ die zijn aangeduid met een ster en verschillende deelgebieden. Het is niet zo dat er enkel ter plaatse van de sterren appartementengebouwen komen. Het bestemmingsplan heeft op meerdere plekken een hogere bouwhoogte opgenomen waarbinnen appartementen mogelijk zijn. Een van de voornaamste gebieden waar appartementen zijn voorzien, is het deelgebied De Hoven. Maar er zijn bijvoorbeeld ook ideeën om beneden-bovenwoningen in het plangebied te realiseren. Dat zou ook vallen onder het begrip appartement. De exacte locaties en de massa's zijn nu nog niet bekend. Op basis van het bestemmingsplan en beeldkwaliteitplan worden de plannen in delen verder uitgewerkt. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
31
E. Indiener maakt bezwaar tegen fietsverbindingen tussen de nieuwe wijk en de wijk Wickelhof als deze fietsverbindingen niet voorzien zijn van verkeersremmende elementen voor gemotoriseerd tweewieler vervoer. Dit kan bijvoorbeeld door hekjes. Indiener verzoekt deze maatregelen zowel aan de kant van de nieuwe wijk als aan de kant van de wijk Wickelhof te plaatsen.
Zie onder andere ook de reactie op zienswijze 4.A. 5.A., 7.B.
F. Indiener geeft aan dat in het bestemmingsplan één fietsverbinding door het Wickelhofpark langs de Walstro staat aangegeven. In het beeldkwaliteitsplan staan drie verbindingen aangegeven. Dit zou het fietsverkeer beter spreiden. Indiener verzoekt de drie verbindingen in het bestemmingsplan op te nemen en bij alle drie de verbindingen verkeersremmende maatregelen toe te passen.
De zienswijze doelt waarschijnlijk op afbeelding 12 in de toelichting welke afkomstig uit het rapport van Goudappel om de reistijd te vergelijken van de auto en de fiets tussen Oosterland en winkelcentrum Adelhof. Deze afbeelding is enkel om de reistijd te illustreren en hier zijn geen rechten aan te ontlenen. Zoals verder in de toelichting is aangeven, komen er in de toekomstige situatie tenminste één fietsverbinding en twee voetgangersverbindingen tussen het plangebied en Mijdrecht door het Wickelhofpark. Daarnaast wordt ook ingezet op het bieden van een fietsverbinding via de Kerkvaart en een fietsverbinding parallel aan de Oosterlandweg. Hierdoor kunnen bewoners gemakkelijk binnendoor op de fiets naar het winkelcentrum zonder hinder op te lopen door andere verkeersdeelnemers.
Er komen diverse fiets- en wandelverbindingen met de bestaande voorzieningen in Mijdrecht. Dit zorgt voor een goede aansluiting van de wijk op Mijdrecht en het stimuleert het gebruik van de fiets en het wandelen. Dit sluit aan bij het principe van duurzame mobiliteit. In het kader van de verdere uitwerking van deze verbindingen wordt in de gaten gehouden dat de verschillende gebruikers veilig en prettig gebruik kunnen maken van het park. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
In het kader van de verdere uitwerking van deze verbindingen wordt in de gaten gehouden dat de verschillende gebruikers veilig en prettig gebruik kunnen maken van het park. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
Indiener 21. Ontvangstdatum: 13-07-2023 Inhoud zienswijze A. Indiener verwacht een enorme verkeerstoename op de Oosterlandweg en de Doctor J. Van der Haarlaan waardoor grote hinder en geluidsoverlast veroorzaakt wordt op o.a. de woningen aan de Houtduif. Indiener geeft aan dat eigen metingen aantonen dat het geluidsniveau op de achtergevel van de woning aan de Houtduif al waarden aangeeft tussen de 57-70 DB. Dit overschrijdt al de grenswaarden zoals vastgelegd in de Wet geluidhinder.
Ontvankelijk Reactie gemeente Zie ook de reactie op zienswijze 7.C. en 18.B. Het klopt dat de verkeersintensiteit op de Doctor J. van der Haarlaan zal toenemen nadat de wijk gerealiseerd is. Hierdoor neemt de geluidbelasting in de achtertuinen van de Houtduif toe. Er is een toetsing uitgevoerd of de geluidbelasting te veel toeneemt door het extra verkeer en daar waar de infrastructuur wel wordt aangepast (aansluiting Oosterlandweg nieuwe hoofdontsluitingsweg). Hieruit komt naar voren dat de geluidbelasting niet zodanig toeneemt bij bestaande woningen, dat maatregelen moeten worden genomen. De toename van de geluidbelasting blijft onder de 2dB. Het ene moment is het drukker dan het andere, soms rijden er veel personenauto’s en dan weer meer vrachtwagens. En zelfs het weer heeft invloed op geluid. Door het geluid kortstondig te meten, krijg je dus enkel een momentopname. In geluidberekeningen bij wegverkeerslawaai moet de gemeente volgens de Wet geluidhinder uitgaan van een gemiddeld geluidniveau over een heel jaar, waarbij geen rekening wordt gehouden met incidentele geluiden van ambulances, andere hulpdiensten, motoren met een zogenaamde ‘sportuitlaat’ en zwaar vrachtverkeer. Een momentopname kan daarom niet getoetst worden aan de normen uit de Wet geluidhinder. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
B. Indiener geeft aan dat in het onderzoek dat door Peutz is gedaan een duidelijke weergave van de directe geluidsbelasting op de kruising van de Oosterlandweg en Doctor J. van der Haarlaan ontbreekt. De geluidsbelasting op het meest drukke punt ontbreekt, evenals de geluidsbelasting op de 32
Zie de hierboven gegeven reactie. Er is een toetsing uitgevoerd of de geluidbelasting te veel toeneemt door het extra verkeer en daar waar de infrastructuur wel wordt aangepast (aansluiting Oosterlandweg - nieuwe hoofdontsluitingsweg). Hieruit komt naar voren dat de geluidbelasting niet zodanig toeneemt bij bestaande woningen, dat maatregelen moeten worden genomen. De toename van de
Doctor J. van der Haarlaan en de Oosterlandweg ontbreken. Indiener geeft aan dat de directe impact op zijn woongenot en leefbaarheid groot is. Snelheidsbeperkende maatregelen zoals drempels veroorzaken alleen maar meer trillingen en hinder.
geluidbelasting vanwege het extra verkeer van de ontwikkeling van Het Oosterland blijft onder de 2dB. Los van het project is er sprake van een autonome toename aan verkeer, wat gepaard kan gaan met een toename van het geluid in de leefomgeving. Hier gaat het bestemmingsplan echter niet over. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
C. Indiener geeft aan gedurende langere tijd overlast te zullen ondervinden van het bouwverkeer. In het ontwerpbestemmingsplan wordt hier niets over aangegeven en onduidelijk is welke wegen gebruikt zullen worden en welke maatregelen getroffen zullen worden.
Zie ook reactie op zienswijze 4.B. Bouwverkeer en – stromen moeten nog worden uitgewerkt. Ook dit zal veilig gebeuren en in goed overleg tussen gemeente en ontwikkelaar/aannemer, waarbij overlast voor de omgeving zoveel mogelijk voorkomen wordt. Dit is een uitvoeringsaspect en het bestemmingsplan gaat daar niet over. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
D. Indiener geeft aan dat het onduidelijk is waar een nieuwe bushalte gerealiseerd zal worden. Als gevolg van de overlast is het voor indiener onaanvaardbaar dat deze ter hoogte van de Houtduif wordt gepositioneerd.
E. Indiener geeft aan dat de precieze effecten van de klimaatverandering in de toekomst nog onduidelijk is. Door bouw van Het Oosterland en wegvallen van het weilandgebied zal de druk op de waterhuishouding in het Wickelhofpark toenemen. Indiener vraagt zich af de waterhuishouding dan nog bestand zal zijn om wateroverlast/een overstroming op de Houtduif te voorkomen. In het plan wordt er nu onvoldoende duidelijkheid geschept.
Zie ook de reactie op zienswijze 14.A. In het plan is nagedacht over waar een mogelijke nieuwe bushalte kan komen die nuttig zou zijn voor de toekomstige bewoners van het Oosterland. Dit betekent niet dat hier daadwerkelijk een bushalte komt. Dit is nog onderwerp van studie en is ook aan de OVconcessiehouder. Conclusie: de zienswijze is ongegrond. Ten opzichte van de huidige situatie zal het wateroppervlak sterk worden vergroot. Hiermee ontstaat er ruimte in het watersysteem om het hemelwater te kunnen verwerken. Hemelwater opgevangen op platte daken, overkappingen of schuurtjes voeren vertraagd af via tuinen naar het omliggende waterrijke landschap. Waar mogelijk, voert water eerst af naar verlaagde groenvoorzieningen. Dit om water langer vast te houden en voorzuivering te laten plaatsvinden. Het waterrijke landschap vormt een spons dat hemelwater vasthoudt. De brede groenzones en waterpartijen bieden ruimte voor het opvangen van hemelwater. Met deze maatregelen voorkomen we dat Het Oosterland wateroverlast gaat opleveren voor de naburige wijken. In het plan kan een deel van het overtollige hemelwater uit de aangrenzende wijken opgevangen. Deze zaken zijn in meer detail beschreven in paragraaf 5.4. van de toelichting en in de
33
Notitie watertoets welke een bijlage bij de toelichting vormt. Conclusie: de zienswijze is ongegrond. F. Indiener geeft aan dat naast de grote impact op de leefbaarheid in de woning ook de waarde en de aantrekkelijkheid op de woning door de verkeerstoename zal dalen. Indiener zal zelf moeten investeren in geluidswerende maatregelen (zoals isolatie). Daarnaast geeft indiener aan dat er mogelijk financiële consequenties zullen zijn als gevolg van psychische en lichamelijke klachten door o.a. geluidsoverlast. Indiener geeft aan dat verder behandeling van het plan alleen kan plaatsvinden als door de initiërende partij garantie kan worden gegeven dat er geen schade – in welke vorm dan ook – aan gezondheid, leefbaarheid en woongenot voor de direct omwonenden aan de Houtduif zal zijn en minimaal en aantoonbaar is voldaan aan de wettelijke richtlijnen op dat gebied.
Indiener 22. Ontvangstdatum: 10-07-2023 Inhoud zienswijze A. De indiener geeft namens zijn cliënt aan dat in het ontwerpbestemmingsplan het perceel van gelegen aan de Tuinderslaan 15B, kadastraal bekend als Mijdrecht, sectie C, nummer 8692 ten onrechte buiten beschouwing gelaten is. Het ontwerpbestemmingsplan getuigt niet van een goede ruimtelijke ordening. In het bestemmingsplan Buitengebied-West heeft het perceel de enkelbestemming ‘agrarisch’, met functieaanduiding ‘glastuinbouw’ en ‘kas'. Omdat het perceel net buiten de plangrenzen van het ontwerpbestemmingsplan valt getuigt het ontwerpbestemmingsplan niet van een goede ruimtelijk ordening. Doordat in het ontwerpbestemmingsplan de aan de west-, zuid- en oostelijk aangrenzende percelen wijzigen naar de bestemming ‘woongebied’ 34
Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat wordt voldaan aan de wettelijke richtlijnen op dit gebied. De Wet geluidhinder biedt geen handvatten de autonome groei van het wegverkeer en de daarmee gepaard gaande toename in geluidbelasting tegen te gaan. Huiseigenaren dienen zelf geluidwerende maatregelen te nemen indien zij de situatie niet acceptabel vinden. Er is geen gemeentelijk beleid of budget om knelpunten ten aanzien van geluidhinder aan te pakken. Het (planologisch) karakter van de Oosterlandweg en de Doctor van den Berglaan verandert niet met de komst van de nieuwe wijk. De groei van het verkeer blijft (ruimschoots) binnen de capaciteit van deze wegen. Hierdoor lijkt het bestemmingsplan geen grondslag te bieden voor een tegemoetkoming in planschade, maar desgewenst kan een planschadeverzoek worden ingediend. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
Ontvankelijk Reactie gemeente De gronden hebben geen glastuinbouwgebruik maar zijn in gebruik als grasland met enkele bouwwerken. Dit gebruik kan zich continueren ook als het nieuwe bestemmingsplan in werking treedt. Vanuit goede ruimtelijke ordening is het van belang om niet alleen naar de feitelijke legale situatie te kijken, maar ook wat er planologisch mogelijk is. Op het perceel 8692 is agrarisch gebruik toegestaan en ook glastuinbouw. Glastuinbouw zou hinder kunnen geven op de toekomstige woningen hier omheen. Kassen hebben een richtafstand van 30 meter in het omgevingstype rustige woonwijk (milieucategorie 2). Doordat er woningen binnen 30 meter van dit perceel mogelijk worden gemaakt, wordt een toekomstige invulling met kassen op dit perceel bemoeilijkt. Het is echter niet heel realistisch dat er op dit kleine perceel een nieuw glastuinbouwbedrijf wordt gerealiseerd. De uitdagingen voor moderne glastuinbouwbedrijven bevindt zich in verduurzaming, innovatie en het inrichten van
wordt het onmogelijk om op dit achterblijvende perceel nog de functieaanduiding ‘glastuinbouw’ of ‘kas' te realiseren. Het perceel vormt een onlosmakelijk geheel met de percelen aan de west-, zuid- en oostzijde, die wel binnen het plangebied vallen. In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan staat aangegeven dat het gebied geen toekomstperspectief als glastuinbouwconcentratiegebied heeft. Door het groeiende gemengde karakter ontstaan belemmeringen voor de uitbreiding van de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven’ dit geldt ook voor de bedrijfsvoering van cliënt. Indiener geeft namens cliënt om het perceel op te nemen in het plangebied met eveneens de enkelbestemming ‘Woongebied’ met bouwvlak.
kostenefficiënte bedrijfsprocessen. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden worden nieuwe glastuinbouwbedrijven steeds groter. Het is niet voor niks dat de glastuinbouw aan de Tuinderslaan plaats maakt voor woningbouw. Gelet hierop acht de gemeente het niet realistisch dat de maximaal planologische invulling hier te bereiken is. Op basis daarvan kan gemotiveerd worden getoetst aan de huidige vorm van gebruik en hinder. Het onderzoek op milieuzonering wordt aangevuld met een toets van de mogelijke hinder van dit perceel en de uitkomsten krijgen een plek in de toelichting van het bestemmingsplan. Het huidige agrarische gebruik geeft geen hinder op de toekomstige woningbouw. Eventueel kan indiener een verzoek om planschade indienen, wanneer hij meent als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan schade te lijden. Overigens lijkt het niet ‘onmogelijk’ om perceel 8692 te betrekken bij gebruik overeenkomstig de bestemming ‘Agrarisch’ van het naastgelegen perceel 3442, met die kanttekening dat voor de realisatie van een glastuinbouwbedrijf de bestemming van perceel 3442 eerst moet worden gewijzigd. De overige in de bestemmingsomschrijving omschreven functies blijven onverkort toegestaan op perceel 8692 (artikel 3.1 bestemmingsplan Buitengebied West). Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
B. Indiener geeft namens cliënt aan dat het niet meenemen van het perceel in het ontwerpbestemmingsplan niet getuigt van een zorgvuldige belangenafweging. Het perceel wordt thans gebruikt voor het weiden van vee, echter dit gebruik is eindig. Cliënt blijft door dit ontwerpbestemmingsplan met een onbruikbaar, solitair liggend perceel achter. Indiener verzoekt namens cliënt om zijn belangen mee te nemen in de afweging en het perceel op te nemen in het plangebied met de enkelbestemming ‘woongebied’ met bouwvlak.
Het huidige gebruik past binnen de agrarische bestemming die op het perceel ligt. Dit gebruik kan zich continueren ook als het nieuwe bestemmingsplan in werking treedt. Wanneer een nieuw gebruik gewenst is, dan dient hiervoor een plan gemaakt te worden. Om dit op te kunnen nemen in het bestemmingsplan, dient hiervoor een concreet verzoek te worden gedaan, waarbij aangegeven dient te worden welke toekomstige functie en bebouwing gewenst is. Daarbij dient de ruimtelijke aanvaardbaarheid onderbouwd te zijn. Wanneer indiener van de zienswijze dit wenst, kan een dergelijk verzoek bij de gemeente worden ingediend zodat dit wordt beoordeeld. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
C. Indiener geeft namens cliënt aan dat het niet hebben van een (koop)overeenkomst met de ontwikkelaar geen rechtvaardig 35
Het bestemmingsplan is opgesteld om de ontwikkeling van Het Oosterland mogelijk te maken. De gebiedsontwikkeling van Het Oosterland is al langere tijd bekend en de
argument is om het perceel buiten het plangebied te laten. Cliënt is nooit benaderd door de ontwikkelaar.
voorbereiding van het bestemmingsplan loopt al een geruime tijd. In deze periode is er door de eigenaar van het betreffende perceel geen concreet verzoek gedaan bij de ontwikkelaar of de gemeente om te komen tot wijziging van de bestemming. Wanneer gewenst kan een concreet verzoek worden ingediend bij de gemeente. Dit zal dan worden beoordeeld en kan na akkoord bevinden een eigen planologische procedure doorlopen. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
D. Indiener geeft aan dat indien het perceel toch buiten het plangebied wordt gelaten het ontwerpbestemmingsplan niet getuigt van een goede ruimtelijke ordening aangezien de exploitatiemogelijkheden van het agrarische perceel beperkt worden. Er is namelijk ter plaatse van de aangrenzende percelen met de bestemming ‘woongebied’ geen sprake van een goed woon- en leefklimaat nu de richtafstanden uit de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering (2009)’ niet zijn gehanteerd.
Indiener 23. Ontvangstdatum: 20-7-2023 Inhoud zienswijze A. Indiener maakt bezwaar tegen de appartementen direct grenzend aan het Wickelhofpark. Indiener vraagt zich af of deze appartementen niet aan de Kerkvaart of midden in de wijk geplaatst kunnen worden. B. Indiener lijkt het beter het Wickelhofpark niet te veel fietsend te maken en zeker niet dwars er doorheen. Indiener verzoekt de fietsroute over de Kerkvaart of de Oosterlandweg te plannen
36
Zie de reactie onder A. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.
Niet ontvankelijk Reactie gemeente De zienswijze is op 20 juli 2023 persoonlijk bezorgd bij de gemeente en hiermee buiten de zienswijzetermijn ingediend. Deze liep tot en met 14 juli 2023. De zienswijze is daarom niet ontvankelijk. Conclusie: zienswijze is niet ontvankelijk Zie reactie onder a
3 Aanpassingen Ontwerp bestemmingsplan 3.1
Wijzigingen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen
Als gevolg van de zienswijzen is het ontwerpbestemmingsplan op onderdelen gewijzigd. Het bestemmingsplan zal dan ook gewijzigd worden vastgesteld. Hierna is een overzicht gegeven van de wijzigingen. 3.1.1 -
-
-
3.1.2 -
-
Wijzigingen verbeelding De bestemmingsgrenzen van Groen, Verkeer en Water ter hoogte van de aansluiting van de nieuwe ontsluitingsweg op de Oosterlandweg worden zodanig iets aangepast om te komen tot een grotere afstand van de grens van de verkeersbestemming tot de grens van het woonperceel van de indiener van de zienswijze (zienswijze 1). De zone ‘wonen uitgesloten’ wordt aangepast’ en verruimd rond het bedrijf aan de Oosterlandweg 22a-24, waarbij wordt uitgegaan van een richtafstand van 30 meter plus de geur- en geluidcontouren die zijn berekend wanneer deze op een grotere afstand liggen dan 30 meter (zienswijze 3). Op de verbeelding wordt een zone ‘wonen uitgesloten’ van 10 meter opgenomen rondom het perceel Oosterlandweg 40 daar waar deze richtafstand overlapt met de bestemming ‘Woongebied’ (zienswijze 3). Wijzigingen regels in artikel 8.5.2 onder a wordt de horeca categorie 1 gewijzigd in horeca categorie 1a en 1b (zienswijze 3). artikel 8.4.1 van de regels wordt aangevuld met de voorwaarde dat sprake dient te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, beoordeeld op basis van de toets van stap 2 uit de VNG brochure Bedrijven en milieuzonering. Artikel 8 Woongebied wordt aangepast in verband met zienswijze 6. Aan artikel 8.2.1 lid e. wordt de hieronder onderstreepte tekst toegevoegd: “e.
het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 830, inclusief het aantal woningen uit artikel 5.1 en met inachtneming van het gestelde in lid 8.5.4;” Vervolgens wordt een nieuw artikel 8.5.4 toegevoegd: “8.5.4 Woningbouwprogramma a. Van het maximumaantal woningen, zoals opgenomen in artikel 8.2.1 sub e. mogen niet meer dan 600 woningen worden gebouwd vóór 1 januari 2030. b. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het realiseren van meer dan 755 woningen zolang het resterende aantal van 75 woningen niet is opgenomen in het provinciale Programma Wonen en Werken.”
3.1.3 Toelichting en bijlagen bij de toelichting Om aan de “Groen Groeit Mee” voorwaarde uit artikel 9.13 lid 1 van de Interim omgevingsverordening te voldoen is een aanvullende notitie Groen Groeit Mee Het Oosterland Mijdrecht (Veenenbosenbosch, december 2023) opgesteld. Deze notitie is opgenomen als een nieuwe bijlage bij de toelichting en in paragraaf 4.3 Provinciaal beleid van de toelichting is dit beknopt beschreven en naar de bijlage verwezen.
3.2
Ambtshalve wijzigingen
Behalve bovenstaande wijzigingen die voortkomen uit de ingediende zienswijzen, zijn er ook wijzigingen aangebracht die niet gerelateerd zijn aan een van de zienswijzen. Dit heeft veelal te maken gehad met voortschrijdend inzicht en actuelere informatie. Deze wijzigingen worden gezien als ambtshalve wijzigingen.
37
3.2.1 Regels en Verbeelding De volgende wijzigingen zijn aangebracht in de regels en de verbeelding: • In artikel 8.5.3 van de regels is de voorwaardelijke verplichting voor het Groenblauwe raamwerk opgenomen. Hier wordt verwezen naar bijlage 3. Het bestand in bijlage 3 bij de regels is vervangen voor een nieuwe bijlage. • Er is rond het bedrijf aan de Schattekerkerweg 1 een zone opgenomen met de aanduiding ‘wonen-uitgesloten’ op basis van de richtafstand van de geldende bestemming. • In verband met uniformiteit in begrippen met het bestemmingsplan Dorpskernen dienen de volgende begrippen te worden aangepast zodat ze overeenkomen met het bestemmingsplan Dorpskernen, vastgesteld op 27 november 2023: o 1.13a bestaand: bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, met uitzondering van bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
o 1.14 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen en aantallen: afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen en aantallen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering zijn, dan wel gebouwd kunnen worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, met uitzondering van afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen en aantallen die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. o 1.31 dakopbouw: De zinsnede “waarbij…… uitkomt” verwijderen uit de begripsomschrijving. o 1.42 huishouden: Persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Kamerverhuur wordt hier niet onder verstaan. o 1.45 kamerverhuur: Het verhuren of het aanbieden van kamers voor bewoning. Er is sprake van kamerverhuur als er onzelfstandige woonruimte wordt verhuurd. o 1.46 kelder: Een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke (ondergrondse) ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,5 meter boven peil. o 1.73 wonen: Het duurzaam hoofdverblijf houden door een huishouden in een woning of ander daartoe bestemd onderkomen. Kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen.
o Voor kamerverhuur wordt de volgende afwijkingsmogelijkheid opgenomen: Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in hoofdstuk 2 om kamerverhuur toe te staan, met inachtneming van het volgende: ▪ Per woning worden maximaal 2 kamers verhuurd ten behoeve van de huisvesting van maximaal 1 persoon per kamer; ▪ De verhuur vindt plaats in de door de (particuliere) verhuurder zelf bewoonde woning; ▪ De kamer(s) zijn in het hoofdgebouw en/of aangebouwde bijgebouwen gesitueerd; ▪ De belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; ▪ Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig het bepaalde in artikel 16.4, tenzij hiervan wordt afgeweken op grond van artikel
3.2.2 Toelichting en bijlagen bij de toelichting Aanpassingen in de toelichting (wordt niet gezien als een wijziging van het ontwerp bestemmingsplan, maar voor de volledigheid hier benoemd). • Notitie watertoets: aangepast op basis van de reactie van het waterschap; • Onderzoek milieuzonering: aangepast op basis van opmerkingen van de omgevingsdienst en aangevuld met een beoordeling van perceel 8692; 38
• • • •
39
Stikstofdepositieonderzoek: vernieuwd op basis van het meest recente aeriusmodel van 6 november 2023; Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling: aanpassingen in verband met wijziging van de hiervoor beschreven onderzoeken; Er is een nieuwe versie van het Beeldkwaliteitsplan, welke als bijlage 1 bij de toelichting is opgenomen en de vorige versie daarmee vervangt. Toelichting: op diverse plaatsen zijn tekstuele wijzigingen doorgevoerd die verband houden met de wijzigingen van de onderzoeken, het beeldkwaliteitsplan, de groenblauwe hoofdstructuur en de zienswijzennota.