Bijlage 1 - Conceptbesluit wijzigingen uitgeschreven van de Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland 2018
Tekst van het document
Besluit burgemeester en wethouders gemeente Amstelveen tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland 2018
Zaaknummer: Z24-036722
Burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen; in acht genomen het besluit tot toestemming van de raad tot wijziging van de regeling; besluiten: Artikel I De Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland wordt als volgt gewijzigd: A. In “Overwegende dat” wordt gewijzigd, “tweede” wordt “vierde” B. Artikel 2, Belang, huidige tekst wordt lid 1, verwijderen “voor zover het de gastgemeenten betreft.” toegevoegd wordt: lid “2. Doel is het ontzorgen van de overgedragen werkzaamheden en deze zo doelmatig mogelijke met hoge kwaliteit uit te voeren.” en lid “3. Van de gastheergemeente treedt het team Belastingen of de opvolger daarvan naar buiten onder de naam ‘Gemeentebelastingen Amstelland’.” C. Artikel 4, Mandaat collegebevoegdheden, Toegevoegd wordt lid “5. Het college van de gastheergemeente is bevoegd namens de gastgemeente op grond van de Archiefwet 1995 zorg te dragen voor archiefbescheiden als gevolg van de overgedragen werkzaamheden. Vervanging of vernietiging vindt plaats binnen de kaders van de interne regelingen van de gastheergemeente en daaruit voortvloeiende procedures.” D. Artikel 6, Ambtelijke bevoegdheden Lid 4 wijzigen, “belastingambtenaar” wordt “belastingdeurwaarder”. E. Artikel 19, Wijziging van de regeling, het derde lid respectievelijk het vijfde lid komen te luiden: 3.
“De colleges en de burgemeesters van de gemeenten besluiten omtrent de voorgestelde wijziging niet dan nadat zij hun raden in de gelegenheid hebben gesteld daarover een zienswijze naar voren te brengen en zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden, overeenkomstig artikel 1, tweede, derde en vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.” 5. “De wijziging van de regeling treedt in werking op de dag nadat de wijziging is gepubliceerd overeenkomstig artikel 26 van de Wet en is opgenomen in het register als bedoeld in artikel 136 van de Wet.” F. Artikel 20 Toetreding
Pagina
2 van 3
Lid 4 wordt vervangen door: “De colleges en de burgemeesters van de gemeenten besluiten omtrent de voorgestelde wijziging niet dan nadat zij hun raden in de gelegenheid hebben gesteld daarover een zienswijze naar voren te brengen en zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden, overeenkomstig artikel 1, tweede, derde en vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen” Toegevoegd wordt: lid “7 De wijziging van de regeling treedt in werking op de dag nadat de wijziging is gepubliceerd overeenkomstig artikel 26 van de Wet en is opgenomen in het register als bedoeld in artikel 136 van de Wet.” G. Artikel 21 Uittreding. De leden en de tekst worden vervangen door: “1. Van uittreding is sprake indien het college van één van de gemeenten besluit om de samenwerking op basis van de regeling te beëindigen. Een besluit tot uittreding door het college van één van de gemeenten wordt niet genomen dan nadat zij hun raad in de gelegenheid hebben gesteld daarover een zienswijze naar voren te brengen en zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raad, overeenkomstig artikel 1, tweede, derde en vierde lid, van de Wet. 2. Uittreding uit de regeling geschiedt door toezending van het daartoe strekkende besluit van het college van de gemeente die wenst uit te treden aan het college van de gastheergemeente.
Het college van de gemeente die uittreedt overlegt daarbij ook het toestemmingsbesluit van de raad. Een besluit tot uittreding van een college wordt door de gastheergemeente gedeeld met de colleges van de gastgemeenten. 3. Indien een besluit tot uittreding, als bedoeld in het eerste lid, is genomen geven de colleges van de gemeenten gezamenlijk een onafhankelijke registeraccountant opdracht om een uittredingsplan op te stellen. 4. Het uittredingsplan bevat de, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende gemeente. Het uittredingsplan bepaalt de systematiek voor berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. Deze systematiek is gebaseerd op: a. Relevante regelgeving; b. Relevante jurisprudentie; c. Feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding. Wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uit-treedsom. 5. De uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten.
Onder frictiekosten wordt verstaan alle te maken incidentele kosten door de niet-uittredende gemeenten die het directe gevolg zijn van de beslissing tot uittreding van de uittredende gemeente. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig, te maken dan wel te dragen door de gastheergemeente die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarin begrepen, ontstaan bij de gastheergemeente als direct gevolg van de uittreding. Van te compenseren desintegratiekosten is alleen sprake bij uittreding door een gastgemeente. De gemeenten doen bij uittreding al het redelijkerwijs mogelijke om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. De kosten die de uittredende gemeente maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van die gemeente. 6. Het college van de gastheergemeente is belast met de uitvoering van het uittredingsplan als bedoeld in het derde lid. 7. Uiterlijk zes maanden na de bekendmaking van de besluiten tot uittreding als bedoeld in het tweede lid stellen de colleges van de gemeenten het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende gemeente omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 8.
De uittredende gemeente is gehouden om de in het uittredingsplan vastgestelde uit-treedsom te voldoen in maximaal drie jaarlijkse gelijke termijnen, startend in het eerste jaar dat de uittreding in werking is getreden. De termijnen dienen jaarlijks uiterlijk op 31 januari te zijn voldaan. Over de termijn(en) die niet is (zijn) voldaan in het eerste jaar dat de uittreding in werking is getreden, is jaarlijks rente verschuldigd. Het uittredingsplan bepaalt het rentepercentage.
Pagina
3 van 3
9. De uittreding treedt in werking op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen en bekendgemaakt, tenzij de colleges van de gemeenten daarover anders besluiten.” H. Artikel 22, Opheffing, Lid 2 wordt gewijzigd in;” 2. Een besluit tot opheffing door de colleges van de gemeenten wordt niet genomen dan nadat zij hun raden in de gelegenheid hebben gesteld daarover een zienswijze naar voren te brengen en zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden, overeenkomstig artikel 1, tweede, derde en vierde lid, van de Wet.” Toegevoegd wordt: lid “7. Het besluit tot opheffing treedt in werking op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar waarin de besluiten tot opheffing zijn genomen, tenzij de colleges en de burgemeesters van de gemeenten daarover anders besluiten.”
Artikel II Dit besluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking overeenkomstig artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De gastheergemeente draagt zorg voor publicatie van de geconsolideerde versie en van de wijziging van de regeling in het register als bedoeld in artikel 136 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Aldus vastgesteld in de vergadering van XX. De secretaris,
Bert Winthorst De voorzitter,
Tjapko Poppens