Bijlage 1 Beleidsplan grootschalige zonnevelden De Ronde Venen 2023 - concept (zonder amendementen)
Tekst van het document
42
BELEID ZONNEVELDEN DE RONDE VENEN
Hoe de initiatiefnemer grondeigenaren- en gebruikers in het omliggende gebied betrekt.
Denk aan het onderzoeken van grondruil en/of sociale grondvergoedingen (zie randvoorwaarde C3).
De gemeente toetst of er participatie heeft plaatsgevonden zoals vastgelegd in het participatieplan. Bij het indienen van de vergunningaanvraag levert de initiatiefnemer een verslag in van het participatietraject. In dat verslag staat: • Hoe het participatietraject is verlopen: wie wanneer betrokken is geweest en op welke manier. • Welke inbreng betrokkenen hebben gegeven. • Tot welke aanpassingen de participatie heeft geleid en welke afspraken zijn gemaakt. Daar waar de participatie niet heeft geleid tot aanpassing, wordt toegelicht waarom. • Voor welke vorm van financiële participatie is gekozen en waarom. • Welk samenwerkingsverband van inwoners en omwonenden voor ten minste 50% mede-eigenaar is van het initiatief. • Eventuele afspraken over grondruil. • Eventueel gemaakte afspraken over sociale grondvergoedingen. • Beschrijving van het maatschappelijk draagvlak voor het initiatief. Randvoorwaarde B.3: Initiatiefnemer maakt een participatieverslag en geeft daarin aan wat er met de inbreng is gebeurd en waarom.
5. VOORWAARDEN FINANCIELE PARTICIPATIE
5.1 FINANCIELE PARTICIPATIE 5.1.1 Wat is financiële participatie Onder financiële participatie verstaan wij dat de omgeving meeinvesteert en financieel meeprofiteert van een initiatief. In sommige gevallen gaat het ook om het meedelen in de risico’s en hebben investeerders zeggenschap over het initiatief. De initiatiefnemer stelt een participatieplan op waarin zij aangeeft op welke wijze lokaal eigendom is georganiseerd en wordt gefinancierd. 5.1.2 Waarom is financiële participatie belangrijk? Zonnevelden hebben een impact op de leefomgeving. Het is daarom belangrijk dat de omgeving ook de voordelen ervaart van zonnevelden. Dit kan door de gemeenschap te laten delen in de opbrengst en zeggenschap te geven over het initiatief. Zonder lokaal eigendom vloeit de winst van zonnevelden naar de ontwikkelaars, die vrijwel altijd van buiten de gemeente komen. Dit wordt door direct omwonenden van zonnevelden met lede ogen aangezien. De gemeente wil de inwoners van gemeente De Ronde venen laten meeprofiteren. Zo worden de lusten en lasten van energie opwek beter verdeeld. 5.1.3 Uitgangspunt vanuit Klimaatakkoord Er zijn geen wettelijke bepalingen over financiële participatie.
Vanuit het klimaatakkoord en de RES 1.0 wordt als opdracht meegegeven: Om de projecten voor de bouw en exploitatie van hernieuwbaar op land in de energietransitie te laten slagen, gaan in gebieden met mogelijkheden en ambities voor hernieuwbare opwekking, partijen
44
BELEID ZONNEVELDEN DE RONDE VENEN
gelijkwaardig samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie. In het nationaal Klimaatakkoord wordt 50% lokaal eigendom van initiatieven nagestreefd. Dit is ondertussen gebruikelijk bij de realisatie van zonneparken in Nederland.
5.2 VOORWAARDEN
45
Lokaal eigendom Een groot lokaal eigendom creëert meer draagvlak onder de inwoners en het stimuleert daarmee verduurzaming. De initiatiefnemer realiseert ten minste 50% lokaal eigendom. We sluiten daarbij aan op het landelijk Klimaatakkoord waarin 50% lokaal eigendom wordt nagestreefd. Onder lokaal eigendom verstaan wij dat inwoners van gemeente De Ronde Venen en/of omwonenden van andere gemeenten die op maximaal 5 km van het initiatief wonen mede-eigenaar zijn.
waarbij het element van zeggenschap ontbreekt, tellen niet mee voor het percentage lokaal eigenaarschap. Schijnconstructies waarbij het lokaal eigendom in werkelijkheid bestaat uit een verband van commerciële ontwikkelaars, grondeigenaren en/of ondernemingen zijn ook niet toegestaan.
In het begin van een initiatief hoeft het lokaal eigenaarschap nog niet geregeld te zijn. Inwoners hebben immers tijd nodig zich te informeren en organiseren. Wel geldt dat hoe eerder dit geregeld is hoe beter. In ieder geval bij vergunningverlening moet het lokaal eigendom geregeld zijn. De gemeente stuurt hier op aan via het participatieplan. Lokaal eigendom kan overigens ook in fases worden uitgebreid. Bijvoorbeeld 50% bij vergunningverlening en nog eens 25% bij oplevering van het initiatief (totaal 75% lokaal).
Locatie specifieke vergoedingen Naast lokaal eigendom vragen wij ook de winst lokaal in te zetten. Dit kun je in verschillende vormen organiseren, passend bij het initiatief en wensen vanuit de participatie. Tijdens de procesparticipatie kan men gezamenlijk zoeken naar een passende vorm (zie voorwaarde B2). Dit kan bijvoorbeeld de verduurzaming van een dorp zijn. Het fonds wordt jaarlijks aangevuld met een deel van de opbrengst van het initiatief.
Er zijn verschillende rechtsvormen om het lokaal eigendom te organiseren (coöperatie, stichting, vereniging, N.V., B.V. enzovoort). De rechtsvorm is niet leidend. Van belang is dat de rechtsvorm toestaat dat ieder die dat wil toe kan treden. Daarnaast is van belang dat de gemeenschap zeggenschap heeft over het initiatief en kan delen in de opbrengsten. Doel is het direct of indirect stimuleren van verduurzaming en investeringen in de fysieke leefomgeving. Men kan als richtlijn voor de organisatie van lokaal eigendom hanteren dat het bestaat uit minimaal 25 inwoners/omwonenden waarin zij allen evenveel zeggenschap hebben, onafhankelijk van hoeveel zij geïnvesteerd hebben. Financiële deelneming (bijvoorbeeld obligaties),
Daarnaast zijn dit ook mogelijke vormen: • Omwonendenregeling: een regeling waarbij omwonenden jaarlijks een bedrag krijgen uitgekeerd of andere voordelen ervaren, zoals gratis isolatie van de woning of korting op de energierekening. • Afname van opgewekte stroom door grootverbruikers; • Financiële participatie middels aandelen (dit kan een goed alternatief zijn als er onvoldoende draagkracht is voor risicodragend meeparticiperen); • Sociale grondvergoeding; • Aanbieden gereduceerd tarief voor stroomafname.
BELEID ZONNEVELDEN DE RONDE VENEN
Randvoorwaarde C.1: Initiatiefnemer organiseert voor ten minste 50% lokaal eigendom.
Randvoorwaarde C.2: Initiatiefnemer stort tenminste 0,50 euro per opgewekte MWh in een gebiedsfonds en ondersteunt een neutrale totstandkoming van de organisatie ervan. Voorstel financiële participatie De gemeente bepaalt aan de hand van een door de initiatiefnemer op te stellen rapportage of aan de voorwaarden voor lokaal eigendom en locatiespecifieke vergoedingen is voldaan. De gemeente maakt, in samenspraak met de omgeving, over de vorm van de financiële participatie aanvullende afspraken met de initiatiefnemer. Alleen indien er in de directe omgeving, ondanks afdoende en aantoonbare inzet van de initiatiefnemer, onvoldoende belangstelling is voor de hierboven beschreven (participatie)modellen kan hiervan worden afgeweken. In dat geval dient een initiatiefnemer met een (representatieve) vertegenwoordiging van omwonenden en de gemeente overeenstemming te bereiken over een andere wijze waarmee een project ten gunste komt aan de directe omgeving. Bij de start van een project wordt de initiatiefnemer gevraagd een voorstel te doen voor het uitwerken van de financiële participatie. Het plan voor financiële participatie vormt een onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing van de omgevingsvergunning. De gemaakte afspraken worden in anterieure overeenkomsten vastgelegd.
46
BELEID ZONNEVELDEN DE RONDE VENEN
Samengevat betekent financiële participatie: • Bij commerciële initiatieven wordt lokaal eigendom als randvoorwaarde gesteld: omwonenden moeten –direct of indirecteen financieel voordeel hebben bij het opwekken van energie. • Bij de start van een project wordt de initiatiefnemer gevraagd een voorstel te doen voor het uitwerken van de financiële participatie. • Het plan voor financiële participatie vormt een onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing van de omgevingsvergunning. • De gemaakte afspraken worden in anterieure overeenkomsten vastgelegd. Aanvullende randvoorwaarden: We willen voorkomen dat een pachter wordt gedwongen zijn bedrijf te beëindigen, omdat de grondeigenaar op de gepachte gronden zonnevelden ontwikkelt. Als het agrarisch bedrijf van de pachter daardoor niet meer levensvatbaar is, zorgt de initiatiefnemer ervoor dat de pachter vervangende grond kan pachten of op een andere manier compensatie krijgt. Randvoorwaarde C.3: Initiatiefnemer treedt in contact met pachters en huurders om uit te sluiten dat ze niet onevenredig geschaad worden door de komst van het zonneveld. Dit legt initiatiefnemer vast in het participatieverslag.
De planontwikkeling en exploitatie van een zonneveld is voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De gemeentelijke kosten voor de planvoorbereiding en de eventuele afwikkeling van planschadeclaims tegen een zonneveld zijn voor de initiatiefnemer. Dit verhaalt de gemeente op hem via een anterieure overeenkomst. Dit komt bovenop de standaard leges uit de legesverordening. Het afsluiten van zo’n overeenkomst is een voorwaarde voor het verlenen van de ruimtelijke medewerking. Randvoorwaarde C.4: De kosten van de planontwikkeling van een zonneveld zijn voor de initiatiefnemer. De gemeente wil graag de investeringen zoveel mogelijk ten goede laten komen aan de lokale gemeenschap. Daarom is het wenselijk dat er met bedrijven uit de gemeente wordt samengewerkt. Randvoorwaarde C.5: Bij de bouw, exploitatie en het onderhoud van een zonneveld stimuleert de gemeente samenwerking met lokale bedrijven.
47
BELEID ZONNEVELDEN DE RONDE VENEN
6. OVERZICHT : EEN ZONNEVELD KAN WORDEN TOEGESTAAN, ALS: …
6.1 OVERZICHT RANDVOORWAARDEN Randvoorwaarden Voorwaarden zonnevelden in het landschap
Initiatiefnemer stelt een landschappelijk inpassingsplan op waarin in ieder geval wordt aangetoond dat aan de randvoorwaarden van A1 t/m A18 wordt voldaan. A.1: De panelen dienen zoveel mogelijk recht uitgelijnd te worden. Door de vorm van de kavel is dit niet altijd mogelijk langs alle randen. Om een rustige, nettere opstelling te krijgen, dient in die gevallen gekozen te worden om niet het volledige terrein te willen benutten. Of kies voor grilligere randen daar waar het niet zichtbaar is. A.2: Panelen mogen, vanwege landschappelijke inpassing en zichtbaarheid, in de open landschappen maximaal 1,5 meter hoog zijn of als het maaiveld van openbare wegen in de omgeving hoger is minimaal onder de kijkhoogte van een gemiddelde staande volwassene blijven. A.3: De afscherming van het zonneveld wordt opgelost via landschappelijke inpassingsmiddelen. Wanneer dit niet mogelijk is, kan een hekwerk toegepast worden. Een hekwerk mag maximaal 2 meter hoog zijn, gemeten vanaf maaiveld. De onderste 10 centimeter van het hekwerk is op voldoende plekken open om kleine zoogdieren het gebied te laten kunnen doorkruisen. Het hekwerk moet transparant zijn (gaas of spijlen) in een neutrale dekkende kleur (grijs, groen). A.4: Minimaal 30% van het perceel dient ingezet te worden voor landschappelijke inpassing.
A.5: De afstand van een zonneveld tot woningen/tuinen is ten minste 50 meter of minder als dat met de betreffende bewoners wordt overeengekomen. A.6: Omwonenden en verkeer mogen geen / zo min mogelijk last hebben van de schittering van een zonneveld. A.7: Er wordt uitgegaan van meervoudig ruimtegebruik, dit is per park verschillend: recreatief medegebruik, verbetering biodiversiteit, bijdrage wateropgave. A.8: Transformatorhuisjes (nodig om de elektriciteit om te zetten) maken onderdeel uit van het landschappelijk inpassingsplan. Ze moeten passend zijn bij het ontwerp van het zonneveld. A.9: Er mag geen permanente verlichting op het zonneveld worden gerealiseerd. Tijdelijke verlichting ten behoeve van onderhoud is toegestaan.
49
BELEID ZONNEVELDEN DE RONDE VENEN
A.10: Met de plaatsing van zonnepanelen moeten bestaande watergangen gerespecteerd worden, hierbij moeten de regels van de Keur van het waterschap worden nageleefd. In het landschappelijk inpassingsplan moet aangetoond worden dat rekening is gehouden met voldoende waterberging en dat met het waterschap is afgestemd is hoe onderhoud van de watergangen kan plaatsvinden (bijvoorbeeld door afspraken over een afstand van de panelen tot de watergang). De minimale afstand tot de insteek van een watergang bedraagt 3 meter. A.11: Een zonneveld tast de bodem zo min mogelijk aan. De Gedragscode Zon op Land van Holland Solar moet minimaal worden nageleefd. In het landschappelijke inpassingsplan moeten deze maatregelen beschreven worden. A.12: Bij de plaatsing van een zonneveld moeten de negatieve effecten op de natuur gecompenseerd worden. Daarnaast moeten er in het landschappelijk inpassingsplan maatregelen worden opgenomen die de biodiversiteit in de directe omgeving van het zonneveld versterken. A.13: De invloedssferen van verschillende zonnevelden mogen elkaar niet overlappen. A.14: Een zonneveld moet zich voegen naar het laadvermogen van het landschap. De maatregelen om hieraan te voldoen, moeten beschreven staan in het landschappelijk inpassingsplan. A.15: Gebruik de Uitnodigingskaart om te bepalen of een zonneveld op die locatie mogelijk is.
A.16: In geval van agrarische grond is vooroverleg met andere agrariërs (aangrenzende percelen) verplicht. In het participatieverslag moet worden aangegeven dat het (toekomstig) gebruik van de grond andere agrariërs niet in de weg zit of een alternatief worden geboden. A.17: Bestemming van agrarische grond onder zonnevelden blijft ‘Agrarisch’. De vergunning voor een zonneveld is tijdelijk (25 jaar). A.18: In het landschappelijke inpassingsplan moet initiatiefnemer aangeven welke onderdelen van de landschappelijke inpassing gehandhaafd blijven, wanneer de opstelling na verloop van tijd wordt opgeruimd.
50
BELEID ZONNEVELDEN DE RONDE VENEN
Voorwaarden procesparticipatie
B.1: De gemeente zorgt voor een kader met heldere eisen en wensen. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor een goed participatieproces bij het initiatief. B.2: Initiatiefnemer maakt een participatieplan. B.3: Initiatiefnemer maakt een participatieverslag en geeft daarin aan wat er met de inbreng is gebeurd en waarom.
Voorwaarden financiële participatie
C.1: Initiatiefnemer organiseert voor ten minste 50% lokaal eigendom. C.2: Initiatiefnemer stort 0,50 euro per opgewekte MWh in een gebiedsfonds en ondersteunt een neutrale totstandkoming van de organisatie ervan. C.3: Initiatiefnemer treedt in contact met pachters en huurders om uit te sluiten dat ze niet onevenredig geschaad worden door de komst van het zonneveld. Dit legt initiatiefnemer vast in het participatieverslag. C.4: De kosten van de planontwikkeling van een zonneveld zijn voor de initiatiefnemer. C.5: Bij de bouw, exploitatie en het onderhoud van een zonneveld stimuleert de gemeente samenwerking met lokale bedrijven.
51
BELEID ZONNEVELDEN DE RONDE VENEN
7. STAPPENPLAN EN RUIMTELIJKE PROCEDURE
7. STAPPENPLAN EN RUIMTELIJKE PROCEDURE Een initiatiefnemer heeft een bepaald gebied voor ogen om een zonneveld te realiseren. In onderstaande stappen staat beschreven wat een initiatiefnemer moet doen om zijn planvoornemen in procedure te brengen bij de gemeente: De voorfase 1. Initiatief Initiatiefnemer leest voorliggend Beleid Zonnevelden en bepaalt eerst of een zonneveld in het beoogde gebied mogelijk is. De uitnodigingskaart is daarbij leidend. Initiatiefnemer meldt het initiatief bij de gemeente, de gemeente geeft informatie over welke eisen zij stelt aan procesparticipatie. 2. Omgevingsanalyse De initiatiefnemer brengt de verschillende belangen rondom een initiatief in beeld en maakt een inschatting van een mogelijke botsing van belangen. 3. Participatie-advies De gemeente adviseert de initiatiefnemer over de participatie en de samenhang met de gebiedsparticipatie die de gemeente organiseert. 4. Participatieplan De initiatiefnemer stelt een participatieplan op. In het participatieplan staat: • Hoe de initiatiefnemer inwoners betrekt • Hoe de initiatiefnemer belangengroepen betrekt • Hoe de initiatiefnemer komt tot eigendoms- en financiële participatie (zie voorwaarden C.1 en C.2) • Hoe de initiatiefnemer grondeigenaren- en gebruikers in het 53
BELEID ZONNEVELDEN DE RONDE VENEN
omliggende gebied betrekt. Denk aan het onderzoeken van grondruil en/of sociale grondvergoedingen (zie voorwaarde C.3) De gemeente toetst het participatieplan aan haar eerder gegeven advies. 5. Uitvoering participatieplan De initiatiefnemer voert het participatieplan uit. 6. Verslag De initiatiefnemer legt de resultaten van de participatie vast in een verslag. In dat verslag staat: • Hoe het participatietraject is verlopen: wie is wanneer betrokken geweest en op welke manier • Welke inbreng hebben betrokkenen gegeven • Tot welke aanpassingen de participatie heeft geleid en welke afspraken zijn gemaakt. Daar waar de participatie niet heeft geleid tot aanpassing, wordt toegelicht waarom. • Voor welke vorm van financiële participatie is gekozen en waarom. • Welk samenwerkingsverband van inwoners en omwonenden voor ten minste 50% mede-eigenaar is van het initiatief. • Eventuele afspraken over grondruil. • Eventueel gemaakte afspraken over sociale grondvergoedingen. • Beschrijving van het maatschappelijk draagvlak voor het initiatief. 7. Evaluatie De participatie eindigt met een evaluatie van het participatietraject met alle partijen die hebben deelgenomen. Een verslag van de evaluatie wordt bij het participatieverslag en toegevoegd aan de stukken voor de ruimtelijke procedure.
De procedure 8. Principeverzoek Initiatiefnemer stelt een ruimtelijke onderbouwing en een landschappelijk inpassingsplan op waarin in ieder geval wordt aangetoond dat aan de randvoorwaarden van A1 t/m A18 wordt voldaan. Initiatiefnemer dient principeverzoek in bij de gemeente inclusief landschappelijk inpassingsplan en participatieverslag. 9. Vooroverleg Gemeente nodigt initiatiefnemer uit voor vooroverleg om planvoorstel van het zonneveld te bespreken. a. Waar nodig past initiatiefnemer het planvoorstel aan. 10. Ruimtelijke onderbouwing Initiatiefnemer stelt ruimtelijke onderbouwing voor het zonneveld op. 11. Vergunningsaanvraag Initiatiefnemer vraagt omgevingsvergunning aan voor afwijken van het bestemmingsplan. Onderdeel van deze aanvraag is: a. De ruimtelijke onderbouwing b. Het landschappelijk inpassingsplan c. Het participatieverslag d. De verantwoording van het lokaal eigendom Wanneer de initiatiefnemer de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan ingediend heeft, begint de ruimtelijke procedure.
54
BELEID ZONNEVELDEN DE RONDE VENEN
12. Besluit College Het college beslist over de omgevingsvergunningaanvraag en geeft een Ontwerp Verklaring van geen Bedenkingen af (OVVGB). 13. Zienswijzeperiode Start van de zienswijzetermijn van 6 weken. 14. Verklaring van geen bedenkingen Na het beoordelen van de zienswijzen en eventuele aanpassingen geeft het college een definitieve Verklaring van Geen Bedenkingen af. Wordt er geen beroep aangetekend? Dan kan de bouw en ingebruikname van het zonneveld starten.
8. BEGRIPPENLIJST
• • •
• • • • •
56
Zonneveld: een verzameling zonnepanelen die op meerdere manieren geplaatst kunnen worden. Bijvoorbeeld op de grond, hoger op een installatie of meerdere panelen op een paal. Initiatief: Een project voor de realisatie van zonnevelden in de gemeente De Ronde Venen. Initiatiefnemer: De organisatie die de aanvraag voor om vergunning doet voor een zonneveld. Dit kan bijvoorbeeld een commerciële ontwikkelaar, coöperatie of grondeigenaar zijn. De initiatiefnemer is de trekker van het initiatief. Ontwikkelaar: De organisatie die een zonneveld ontwikkelt. Vaak is dit een commerciële ontwikkelaar, maar dat hoeft niet. De ontwikkelaar is vaak de initiatiefnemer. Grondeigenaar: Een persoon of organisatie die grond in eigendom heeft. Biodiversiteit: De verschillende planten en dieren in een gebied vormen samen de biodiversiteit. Het wordt ook wel ‘soortenrijkdom’ genoemd. Procesparticipatie: Het betrekken van inwoners en partijen voorafgaand aan een formeel besluitvormingsproces over een zonneveld. Financiële participatie: De omgeving investeert en profiteert financieel mee van een initiatief. In sommige gevallen gaat het ook om het meedelen in de risico’s en hebben investeerders zeggenschap over het initiatief.
BELEID ZONNEVELDEN DE RONDE VENEN
BIJLAGE 1 BELEIDSKAART
Aangewezen voor zonnevelden; ja mits Uitgesloten voor zonnevelden; tenzij ruimtelijke ontwikkeling niet belemmerd worden Uitgesloten voor zonnevelden
v D S
Zones weidevogelgebied; aandachtsgebied Zones Natuurnetwerk Nederland; aandachtsgebied Veenweidegebied Droogmakerij Stroomruggen Zones landschapstypen
De gemeente De Ronde Venen heeft als ambitie om tot 2030 95 hectare zon op land te realiseren. Het 95 hectare blokje is op schaal met de kaart hiernaast.
BIJLAGE 2 INGERICHTE NATUUR
Natura2000 gebied NatuurNetwerk Nederland
Ingerichte natuur
LEEUWARDEN - ROTTERDAM - DEVENTER - MIDDELBURG - EINDHOVEN 61
BELEID ZONNEVELDEN DE RONDE VENEN