CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Beantwoording Schriftelijke vragen D66 VVD en RVB - Ontwikkelingen in uitvoering Jeugdwet

Politieke commissie 11 april 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Ontwikkelingen in uitvoering Jeugdwet (Op verzoek van VVD en CU-SGP)2.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

Categorie:

A

Naam indiener: Joanne Freeve, Bart Richter en Erik de Haan Fractie: D66, VVD en RVB Datum van indienen: 26-03-2024 Onderwerp: Ontwikkelingen in uitvoering Jeugdwet

In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Maarten van der Greft Datum beantwoording: 2 april 2024 Inleiding De fracties van D66, VVD en RVB zijn onaangenaam verrast door de RIB Ontwikkelingen in uitvoering Jeugdwet, waarin het college melding maakt van een financiële tegenvaller van € 2,7 miljoen voor de uitvoering van de Jeugdwet. Naar aanleiding van deze RIB hebben de fracties van D66, VVD en RVB de onderstaande vragen. De RIB Ontwikkelingen in uitvoering Jeugdwet staat geagendeerd voor de commissievergadering Samenleven van donderdag 11 april. Voor de discussie in de politieke commissievergadering zou het helpen als de vragen uiterlijk vrijdag 5 april beantwoord zijn. Vragen (Antwoorden volgen direct onder de vragen) 1. Kunt u uitleggen hoe u bent gekomen tot het bedrag in de begroting 2023 van 9,4 miljoen euro? Antwoord: Het bedrag van 9.4 miljoen is gebaseerd op het begrote bedrag voor 2022 in combinatie met de onderschrijding van de twee jaren daarvoor. De aanname is gedaan dat, vanwege de onderschrijding in de jaren 2021 en 2022, het begrote bedrag voor 2023 kon worden bijgesteld. 2. Dit betreft een daling ten opzichte van 2022 van 250k na jaren van stijging. In de begroting 2023 noemt u een inflatie van 12%, en dat dit mogelijk een kosten opdrijvend effect zou gaan krijgen. Waarom is er, bij deze hoge inflatie, toch gekozen om lager te begroten?

Antwoord: Het percentage is niet verrekend waardoor het begrote bedrag hoger zou uitvallen. Dit had wel moeten gebeuren. 3. Wanneer had u zicht op dat er meer jeugdzorg nodig was? Antwoord: Bij het opstellen van de Programmarekening 2023. Met de kennis van nu blijkt de monitoring onvoldoende te zijn waardoor de stijging van de kosten in een laat stadium pas in beeld kwam. Zie voor verdere toelichting het antwoord bij vraag 5. 4. Wanneer had u zicht op dat de jeugdzorg duurder werd? Antwoord: Zoals in de raadsinformatiebrief Ontwikkelingen in uitvoering Jeugdwet aangegeven zijn de hulpvragen complexer geworden. Dit is een landelijke trend en dit zien we ook in De Ronde Venen. Daarom zijn met zorgaanbieders nieuwe productafspraken gemaakt om de zorg te kunnen bieden die onze inwoners nodig hebben. Voor deze producten geldt een hogere tarifering. Op dat moment wisten we dat bepaalde zorg duurder zou worden. Daarentegen zagen we deze verwachte stijging van de kosten niet terug in de financiële maandrapportages tot en met oktober 2023. Naar nu blijkt geven de financiële maandrapportages op basis van 12 maanden geen reëel beeld. Monitoring op basis van 14 maanden geeft een beter beeld omdat de zorgaanbieders in de laatste 2 maanden van het jaar 200% declareren per maand in vergelijking met de eerste 10 maanden.

a) Met welk indexatiepercentage voor de jeugdzorg is gerekend in de begroting 2023? Antwoord: De begrote bedragen voor de uitvoering van de Jeugdwet zijn niet geïndexeerd voor 2023. Dit had wel moeten gebeuren. In eerste instantie had rekening gehouden moeten worden met een percentage van 12%. Na herberekening door de Nederlandse Zorgautoriteit is het indexatiepercentage in april regionaal (regio Utrecht West) bijgesteld naar 6,8%. Ook deze bijstelling heeft niet plaatsgevonden. b) Met welk percentagecijfer wordt de inkoop geïndexeerd? Antwoord: De inkoop had met 6,8% geïndexeerd moeten worden. c) Wanneer is dit percentage voor 2023 bekend geworden? Antwoord: Het bijgestelde indexatiepercentage is in april 2023 vastgesteld met terugwerkende kracht naar 1 januari 2023. 5. Naar aanleiding van de overschrijding jeugdzorg in 2019 zijn er destijds een aantal verbeterprocessen in gang gezet. Kunt u verklaren hoe dit toch weer is gebeurd, worden de verbeterprocessen uit 2019 niet meer gevolgd, wat is de reden daarvan? Antwoord: Naar aanleiding van de aanbevelingen in 2020 is er onder meer een managementrapportage Sociaal Domein ingevoerd. Waarbij de financiële gegevens gecombineerd werden met de gegevens vanuit de uitvoering (aantal beschikking en cliënten). Om uiteindelijk een goed beeld te krijgen zou ook een verplichtingenadministratie gekoppeld moeten worden aan deze rapportage.

Een dergelijke verplichtingenadministratie geeft weer wat er daadwerkelijk in rekening gebracht zou kunnen worden op basis van de beschikkingen. Deze verplichtingenadministratie wordt nu voor de zomer ingeregeld.

De aanbeveling om richtbudgetten op te stellen per aanbieder per gemeente is doorgevoerd. Vanuit de inkoopregio Utrecht-West wordt er met een budgetindicatie gewerkt. Dit is conform de Landelijke Contractstandaarden. Hierop worden controles uitgevoerd en bij een uitputting van 80% van het budget wordt onder andere het gesprek hierover met de desbetreffende aanbieder gevoerd. Verder kwam destijds naar voren dat administratieve/financiële processen formeel zijn ingeregeld, maar door beperkte informatievoorziening weinig worden uitgevoerd. Een van de punten waarop de afgelopen periode is ingezet om de informatievoorziening te vergroten is het project 315berichten geweest. In een 315-bericht verzoekt een aanbieder, op basis van een externe verwijzing, de gemeente om een toewijzing. Om een additionele controle op de juistheid hiervan toe te passen is er vanuit de gemeente ingezet op de controle van deze 315-berichten alsmede het nabellen van de aanbieder. Dit vraagt aanhoudend de aandacht van de gemeente. Ten aanzien van de aanbeveling om een gestructureerd proces in te richten op de circa 20 grootste (gemeentebreed) risicoposten op de programmabegroting en deze te voorzien van een extra inhoudelijk financiële discussie is verdieping op zijn plaats. Naar nu blijkt is de noodzaak hiertoe de afgelopen periode minder gevoeld daar het in 2021 en 2022 financieel geen gevolgen had. 6.

Welk structureel effect verwacht u? Verwacht u dat de stijging in 2024 in dezelfde lijn doorzet? Zowel met betrekking tot de kosten als de gestegen zorgvraag. Antwoord: De verwachting is dat de kosten voor de uitvoering van de Jeugdwet in de toekomst verder zal toenemen. Dit heeft een aantal oorzaken: -

-

De Ronde Venen maakt onderdeel uit van Utrecht West (UW). Binnen UW vindt er op dit moment een onderzoek plaats naar reële tarieven binnen de regio. Aangezien UW van oudsher aan de onderkant van de tarieven zit is de verwachting dat deze zullen stijgen. Er is een stijging van het aantal beschikkingen en gebruik van de Jeugdzorg, met name in de GGZ en Jeugdhulp met Verblijf (met uitzondering van Jeugdzorg+). Vanuit het Rijk krijgen gemeenten in 2026 een verminderd budget voor de kosten van Jeugdhulp en de voorgenomen bezuiniging van het Rijk van 500 miljoen maakt dat de uitdagingen budgettair voor de gemeente steeds groter worden.

Duidelijk is dat er een kentering in de benadering van wat wel en niet Jeugdzorg is zal moeten worden gemaakt. Binnen de Hervormingsagenda wordt dit normalisering van de Jeugdzorg genoemd. Hoewel een stijging verwacht wordt, is het niet goed in te schatten wat de omvang is van de stijging voor De Ronde Venen. Vooralsnog liggen de aantallen voor De Ronde Venen onder het landelijk gemiddelde.

7. Kunt u een verloop in de aanmeldlijst geven van september 2022 tot en met december 2023? Is hier sprake van inhaalzorg of uitgestelde zorg in 2023? Met andere woorden, hebben we in 2023 zorg geleverd die eigenlijk al in 2022 verleend had moeten worden? Antwoord: Aanmeldlijst September 22 Oktober 22 November 22 December 22 Januari 23 Februari 23 Maart 23 April 23

35 35 40 27 29 23 29 47

Mei 23 Juni 23 Juli 23 Augustus 23 September 23 Oktober 23 November 23 December 23

29 33 43 55 55 41 58 42

De aanmeldlijst geeft het aantal nieuwe meldingen weer die de gemeente heeft ontvangen in die maand. Deze meldingen komen bij ons op de aanmeldlijst en worden opgepakt zodra dit kan. Op dat moment doen we het onderzoek naar de hulpvraag en dit ronden we af met een plan waarin vaak een zorgaanbieder wordt genoemd die met de gestelde hulpvraag en de daarbij behorende doelen aan de slag kan gaan met de inwoner. Bij de zorgaanbieder is vaak sprake van een wachtlijst, waardoor de hulp pas start als de zorgaanbieder ruimte heeft om aan de slag te gaan. Tussen de melding en de levering van de zorg zit een behoorlijke periode waardoor een deel van de nieuwe meldingen van 2022 daadwerkelijk pas in 2023 starten met de zorg (en dus ook met de betaling daarvan). Er is dan sprake van uitgestelde zorg. 8. Kunt u inzicht geven in het aantal afgegeven beschikkingen? Antwoord: Het aantal beschikkingen was voor 2022 1225 en voor het 2023 1298. Dit staat niet gelijk aan het aantal jeugdigen dat is geholpen in het betreffende jaar. Per jeugdige kunnen er namelijk meerdere beschikkingen in een jaar zijn afgegeven. Aantallen jeugdigen: - 2022: 671 - 2023: 738

9. Welk percentage beschikkingen worden afgegeven door de gemeente en welk deel door (huis)artsen? Is hier een veranderende trend in op te merken? Antwoord:

Omschrijving verwijzer

Perc. 2022

Perc. 2023

Gemeente De Ronde Venen

44%

47%

Huisarts / POH-GGZ

34%

31%

Gecertificeerde instelling Rechter, Raad voor de Kinderbescherming of Officier van Justitie

11%

10%

5%

6%

Medisch specialist

3%

3%

Jeugdarts

3%

3%

Zelfverwijzer/geen verwijzer

0%

0%

Er is een stijgende lijn waarneembaar in het aantal beschikkingen dat door de gemeente De Ronde Venen wordt afgegeven. Waar in 2021 30% van de beschikkingen werd afgegeven door de gemeente is in de daaropvolgende jaren een stijging naar bijna 50% waarneembaar. Dit komt onder meer door intensieve samenwerking met het Lokaal Team en inzet van de POHGGZ Jeugd. Dit is een wenselijke ontwikkeling om meer regie te hebben als gemeente. Als gemeente hebben we alleen rechtstreeks invloed op de beschikkingen waar we zelf het gesprek over voeren met de betreffende zorgaanbieder. 10. Welke maatregelen kunt u treffen om de kostenstijging tegen te gaan? Antwoord: In het coalitieakkoord ‘In het hart’ staat: ‘de zorg en ondersteuning die nodig is, moet beschikbaar en toegankelijk zijn en zo dicht als mogelijk bij de inwoner worden gerealiseerd. Dit is één van de belangrijkste uitgangspunten binnen het sociaal domein.’ De zorg en ondersteuning die geboden wordt aan de jeugdige dient vooral kosteneffectief te zijn. In de zin van dat de jeugdige de passende zorg op het juiste moment krijgt, zodat dit eventuele kosten op een later moment en verdere verharding van de problematiek van de jeugdige voorkomt. Tegelijkertijd is Jeugdzorg een openeinderegeling. Dit betekent dat de gemeente de kosten moet dragen voor de hulp (in het kader van de Jeugdwet) die inwoners krijgen.

Daardoor is het moeilijk om een kostenstijging tegen te gaan. Er wordt actief ingezet op het voorkomen dat inwoners jeugdhulp nodig hebben. Dit ziet vooral op preventie, vroeg signalering en de inzet van de POHGGZ Jeugd bij huisartsen om verwijzingen naar specialistische GGZ te verminderen. Momenteel worden de maatregelen geïnventariseerd om de kostenstijging zoveel mogelijk te beperken. Te denken valt aan: - De inzet van de POH GGZ-Jeugd, zodat jeugdzorg mogelijk kan worden voorkomen; - Verbeteren en versterken samenwerking binnen Utrecht-West; - Aanpassing beleidsregels waardoor strakkere sturing op de uitvoering mogelijk is. Voor de zomer informeert het college de raad met een overzicht van de sturingsmogelijkheden inclusief maatregelenpakket om de kostenstijgingen te beperken.

11. Zijn er keuzes te maken om bepaalde zorg niet meer te vergoeden? Antwoord: Er worden geen bovenwettelijke taken uitgevoerd ten aanzien van de vergoeding van zorg door de gemeente. Dit betekent dat de zorg die niet vergoed hoeft te worden ook niet wordt vergoed door de gemeente. Op dit moment is dit dus niet mogelijk. Binnen Utrecht-West kan wel het gesprek worden aangegaan over welke zorg wel of niet (gezamenlijk) wordt ingekocht. 12. Is het mogelijk om een eigen bijdrage te vragen? Antwoord: Nee, als gemeente zijn wij gehouden om de Jeugdwet te volgen. Hierin staat dat als er sprake is van toeleiding en er een beschikking wordt afgegeven voor een jeugdige in de leeftijd van 0 – 18 jaar, deze kosten voor de gemeente zijn. De enige manier om te zorgen dat er een eigen bijdrage kan worden gevraagd is door aanpassing van de Jeugdwet. Op dit moment zijn er geen signalen dat de staatsecretaris voornemens is in de nieuwe Jeugdwet een eigen bijdrage op te nemen voor de inzet van Jeugdhulp. 13. Op welke manier kan de gemeenteraad sturen op de kosten van de Jeugdwet? Antwoord: Zoals eerder aangegeven is sturing op de kosten minimaal tot niet mogelijk. Wanneer structureel ingezet blijft worden op preventie en vroegsignalering waardoor jeugdhulp voorkomen kan worden, dan heeft dit invloed op de kosten.

Continuering van de investeringen in het voorveld is daarbij wenselijk en noodzakelijk. Deze investeringen dragen bij aan de mogelijkheid voor ouders en/of jeugdigen om meer gebruik te maken van vrij toegankelijke voorzieningen. Daarbij wordt er ook uitgegaan van de eigen verantwoordelijkheden en mogelijkheden van ouders, de jeugdigen en het informele netwerk. Of het aanscherpen van de beleidsregels kan bijdragen aan meer grip op de kosten van de Jeugdwet wordt nader onderzocht. 14. Op welke wijze kunt u de raad periodiek informeren over de voorgang van de kostenontwikkeling? Antwoord: De raad wordt vanaf de tweede kwartaalbrief sociaal domein periodiek geïnformeerd over de ontwikkelingen in de uitvoering van de Jeugdwet. Vanaf het derde kwartaal is de verplichtingenadministratie ingeregeld, en wordt de informatie in de kwartaalbrief uitgebreid met de analyses op basis van de verplichtingenadministratie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13997915/1