Bijlage 1 - Analyse tweede voortgangsrapportages - Monitoring robuustheid omgevingdiensten
Tekst van het document
Monitoring robuustheid omgevingsdiensten Analyse tweede voortgangsrapportages
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 2 september 2025 Definitief
Monitoring robuustheid omgevingsdiensten │ Analyse tweede voortgangsrapportages
Colofon Rapporttitel Monitoring robuustheid omgevingsdiensten │analyse tweede voortgangsrapportages Opdrachtgever Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Adviseur(s) •
Marieke Prins, 06 - 18 20 95 98, m.prins@ambient.nl
•
Casper van de Sande, 06 - 42 46 44 23, c.vandesande@ambient.nl
•
David van den Burg, 06 - 14 30 66 79, d.vandenburg@ambient.nl
Kwaliteitscontrole David van den Burg Ons projectnummer P25051-01 Datum 2 september 2025 Versie Definitief
Ambiënt Advies BV Arthur van Schendelstraat 550, 3511 MH Utrecht Postbus 255, 3500 AG Utrecht Website: https://ambient.nl/
Pagina 2 van 19
Monitoring robuustheid omgevingsdiensten │ Analyse tweede voortgangsrapportages
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding ...................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding............................................................................................ 4
1.2
Opdracht ............................................................................................. 5
1.3
Aanpak................................................................................................ 5
1.4
Leeswijzer............................................................................................ 6
Methode om de robuustheidscriteria te analyseren ............................................... 7 2.1
Taxatie individuele randvoorwaarden/kpi’s ................................................. 7
2.2
Algehele taxatie .................................................................................... 9
Bijlage 1.
Tijdschema ........................................................................................ 11
Bijlage 2.
Managementsamenvatting .................................................................... 13
Bijlage 3.
Monitoringsinstrument algehele taxatie.................................................... 19
Pagina 3 van 19
Monitoring robuustheid omgevingsdiensten │ Analyse tweede voortgangsrapportages
1
Inleiding
1.1 Aanleiding Pijler 1, één van de zes pijlers van het op 30 september 2023 beëindigde Interbestuurlijk Programma Versterking VTH (IBP VTH), richtte zich op robuuste omgevingsdiensten en financiering. De commissie Van Aartsen concludeerde dat omgevingsdiensten onvoldoende robuust zijn om vanuit professionele distantie te handelen. Het bestuurlijk overleg IBP VTH heeft op 22 juni 2023 ingestemd met het voorstel van pijler 1 dat een robuuste omgevingsdienst voldoet aan vier criteria: effectiviteit, ontwikkelvermogen, wendbaarheid en efficiency. Daarnaast moeten zij zorgdragen voor de nadere uitwerking van deze criteria naar een zestal kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) en bijbehorende randvoorwaarden. Op 4 juli 2023 is de Tweede Kamer1 geïnformeerd over deze robuustheidscriteria (zie hoofdstuk 2). Deze kpi’s geven de ondergrens aan. Alle omgevingsdiensten moeten hier op uiterlijk 1 april 2026 aan voldoen. Alle omgevingsdiensten hebben in oktober 2023 een ‘zelftoets’ uitgevoerd, aan de hand van een door het IBP VTH ontwikkelde toetsingskader 2. Met het voldoen aan de zes kpi’s zijn er een zestal randvoorwaarden aanwezig die nodig zijn om goed te kunnen functioneren. Ook deze randvoorwaarden zijn opgenomen in het toetsingskader.
Uit de door het IBP VTH beoordeelde zelftoetsen blijkt dat er twee omgevingsdiensten zijn die voldoen (omgevingsdienst Brabant Noord en omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied)3. De overige 26 omgevingsdiensten hebben op 1 april 2024 een plan van aanpak aangeleverd waarmee ze moeten aantonen welke maatregelen ze treffen om op 1 april 2026 aan de ondergrens te voldoen. Als stelselverantwoordelijke is het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) verantwoordelijk voor het bepalen van de haalbaarheid van de plannen van aanpak als ook voor het monitoren en bijsturen van de voortgang. Elke omgevingsdienst die niet al op basis van de zelftoets voldeed, levert hiervoor elke driemaal een voortgangsrapportage aan, te weten op 31 december 2024, 30 juni 2025 en op 1 april 2026 een eindrapportage (zie bijlage 1 voor een planning). De Tweede Kamer is op 15 april 2025 4 door staatssecretaris Jansen geïnformeerd over de voortgang van het proces om te komen tot robuuste omgevingsdiensten op basis van de eerste voortgangsrapportage.
Kamerstukken 22 343 en 28 663 nr. 360 Het toetsingskader is opgenomen als bijlage 6 bij de Eindnotitie robuuste omgevingsdiensten van pijler 1 (IBP VTH, 22 juni 2023). 3 Kamerstukken 22 243 en 28 663 nr. 390 4 Kamerstukken 22 343 en 28 663 nr. 419 1
2
Pagina 4 van 19
Monitoring robuustheid omgevingsdiensten │ Analyse tweede voortgangsrapportages
In onderstaande tabel is deze voortgang samengevat. Algehele taxatie PvA
Legenda
1e VP
2
3
Voldoet aan alle robuustheidscriteria
10
12
Het is (op dit moment) aannemelijk dat de OD op 1 april 2026 aan de robuustheidscriteria zal voldoen
6
9
Het is (op dit moment) de vraag of de OD op 1 april 2026 aan de robuustheidscriteria zal voldoen
9
3
Het is (op dit moment) niet aannemelijk of dat OD op 1 april 2026 aan de robuustheidscriteria zal voldoen
1.2 Opdracht Het ministerie van I&W heeft Ambient Advies BV verzocht om ondersteuning bij de analyse en de hernieuwde inschatting van de haalbaarheid om op 1 april 2026 robuust te zijn aan de hand van de tweede voortgangsrapportages. Ambient is gevraagd om per omgevingsdienst de voortgangsrapportage te analyseren en te komen tot een advies zodat I&W een inschatting kan maken van de haalbaarheid (taxatie). Ook is Ambient gevraagd om voor elke omgevingsdienst een conceptbrief op te stellen die IenW gebruikt om de omgevingsdienst te informeren over het resultaat van de taxatie van de tweede voortgangsrapportage.
1.3 Aanpak Ambient heeft gebruik gemaakt van het monitoringsinstrument dat ook gebruikt is voor de analyse van het plan van aanpak en wat ook de basis vormt voor de analyse van de voortgangsrapportages. Het monitoringsinstrument bestaat uit: •
Een monitoringsinstrument voor de beoordeling van de individuele randvoorwaarden en kpi’s 5. Dit monitoringsinstrument is door Twijnstra en Gudde, onder begeleiding van de begeleidingscommissie van pijler 1, ontwikkeld voor de analyse van de plannen van aanpak. Het monitoringsinstrument is onderdeel van het rapportageformulier en beschrijft per randvoorwaarde en kpi waaraan voldaan moet worden om op 1 april 2026 robuust te zijn. De toelichting van elke randvoorwaarde/kpi in het monitoringsinstrument is gebaseerd op hetgeen wat is vastgesteld op bestuurlijk niveau in het IBP VTH.
•
Een monitoringsinstrument om vanuit de individuele beoordeling te komen tot een algehele taxatie. Dit monitoringsinstrument is door Ambient ontwikkeld, onder begeleiding van IenW, voor de analyse van de eerste voortgangsrapportage (zie bijlage 3).
Bij de analyse is gebruik gemaakt van de informatie die door elke omgevingsdienst is aangeleverd in de tweede voortgangsrapportage en eventueel aanvullende documenten. De door Ambient uitgevoerde analyse en voorlopige inschatting van de haalbaarheid op basis Het monitoringsinstrument dat gebruikt is voor de analyse van het plan van aanpak bevat, naast de zes kpi’s, drie van de zes randvoorwaarden. Onduidelijk is waarom de overige drie randvoorwaarden destijds bij de analyse van de plannen van aanpak niet zijn opgenomen in het monitoringsinstrument.
5
Pagina 5 van 19
Monitoring robuustheid omgevingsdiensten │ Analyse tweede voortgangsrapportages
van de tweede voortgangsrapportages is in een werksessie op 31 juli 2025 met de accounthouders van IenW voor de omgevingsdiensten getoetst en waar nodig bijgesteld. Dit heeft geresulteerd in een concept-beoordeling met een taxatie per OD op zowel de individuele kpi’s als een algehele taxatie. De concept-beoordeling en een begeleidende e-mail is van 5 augustus tot en met 12 augustus voorgelegd aan de omgevingsdienst voor hoor en wederhoor. In de begeleidende e-mail is een samenvatting opgenomen van de conceptbeoordeling en een overzicht van de gemaakte aannames en ontbrekende informatie om tot een goede analyse te komen. Een uitzondering daargelaten heeft elke omgevingsdienst gebruik gemaakt van de gelegenheid om met een reactie te komen. Deze reactie is verwerkt en heeft geleid tot een definitieve beoordeling met een taxatie per OD op zowel de individuele kpi’s als een algehele taxatie. De algehele taxatie van alle OD’s is opgenomen in een managementsamenvatting die door de staatssecretaris gebruikt worden om de Tweede Kamer te informeren over de voortgang. Per omgevingsdienst is er een conceptbrief opgesteld met daarin de algehele taxatie en de aandachtspunten op basis van de individuele taxatie per randvoorwaarde/kpi, zodat het voor een omgevingsdienst duidelijk is welke stappen er nog nodig zijn om op 1 april 2026 robuust te zijn.
Het ministerie van I&W is eindverantwoordelijk voor de inhoud van de brief. Aandachtspunt Omdat de omgevingsdiensten nog ruim een half jaar de tijd om aan alle robuustheidscriteria te voldoen, betekent dit dat de ruimte om de benodigde stappen te zetten en daarover bestuurlijk af te stemmen steeds kleiner wordt. Bij de beoordeling van de tweede voortgangsrapportage heeft de planning een belangrijke rol gespeeld bij de inschatting van de haalbaarheid. Dit mede met het oog dat uiteindelijk op 1 april 2026 een omgevingsdienst moet voldoen aan alle robuustheidscriteria om robuust te zijn. De kleur oranje zal bij het beoordelen van de volgende voortgangsrapportage in haar geheel vervallen: er wordt wel of niet voldaan.
1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat de methode die gebruikt is om de haalbaarheid in te schatten met zowel aandacht voor de individuele taxatie van de kpi’s als het komen tot een algehele taxatie per OD. In bijlage 1 is de planning opgenomen. In bijlage 2 is de managementsamenvatting opgenomen en in bijlage 3 het monitoringsinstrument (stroomschema) om te komen tot de algehele taxatie.
Pagina 6 van 19
Monitoring robuustheid omgevingsdiensten │ Analyse tweede voortgangsrapportages
2
Methode om de robuustheidscriteria te analyseren
Bij elke omgevingsdienst is aan de hand van het monitoringsinstrument op basis van de tweede voortgangsrapportage de haalbaarheid ingeschat voor de drie randvoorwaarden en zes kpi’s uit het monitoringsinstrument. Dit monitoringsinstrument is gebruikt destijds voor de analyse van het plan van aanpak en vormt ook de basis voor de analyse van de voortgangsrapportages. De randvoorwaarden/kpi’s zijn individueel getaxeerd en uiteindelijk is bij elke omgevingsdienst een algehele taxatie gegeven.
2.1 Taxatie individuele randvoorwaarden/kpi’s Ambient heeft op basis van de informatie uit de tweede voortgangsrapportage alle randvoorwaarden/kpi’s geanalyseerd op hun haalbaarheid om op 1 april 2026 aan te voldoen. Ambient heeft van elke randvoorwaarde/kpi de haalbaarheid ingeschat op basis van de beschikbare informatie die door de OD’s verstrekt is bij de tweede voortgangsrapportage en eventueel aanvullende informatie naar aanleiding van het hoor en wederhoor. Hierbij is alle informatie betrokken, dus bijvoorbeeld ook informatie die de OD bij een andere randvoorwaarde/kpi opgenomen had, of als de informatie van een andere omgevingsdienst kwam. Ook openbare informatie zoals besluiten van AB/DB zijn, waar relevant, betrokken om de informatie uit de voortgangsrapportage te verifiëren. Bij de taxatie van de individuele randvoorwaarden/kpi’s is de volgende kleurcodering gebruikt: Taxatie
Omschrijving •
Er wordt op dit moment voldaan aan de randvoorwaarde/kpi.
•
De geformuleerde maatregel lijkt afdoende te zijn om het gestelde doel te realiseren; en
•
De OD lijkt binnen de eigen invloedssfeer in staat te zijn de maatregelen voor 1 april 2026 te realiseren.
•
Acties zijn op dit moment nog globaal in het PvA of voortgangsrapportage beschreven; en
•
De OD geeft aan dat realisatie van de maatregel voor 1 april 2026 plaatsvindt."
•
Acties zijn op dit moment nog globaal in het PvA of voortgangsrapportage beschreven; of
•
De geformuleerde maatregel in het PvA; of voortgangsrapportage lijkt afdoende te zijn om het gestelde doel te realiseren; en
•
De OD geeft aan dat realisatie van de maatregel pas na 1 april 2026 gerealiseerd is.
•
Actie ontbreekt of is onvoldoende uitgewerkt; of
•
De haalbaarheid van de actie wordt betwijfeld door de beperkte invloedssfeer van de OD en het is op dit moment nog te onduidelijk of er grote (bestuurlijke of financiële) afhankelijkheid is; of
•
Een OD geeft aan niet te willen of te kunnen voldoen aan het criterium.
Naar mate de datum van 1 april 2026 nadert, is er minder tijd om acties in gang te zetten om te voldoen aan alle randvoorwaarden en kpi’s. Om die reden is bij de beoordeling per
Pagina 7 van 19
Monitoring robuustheid omgevingsdiensten │ Analyse tweede voortgangsrapportages
individuele randvoorwaarde en kpi die nu niet groen of rood zijn, onderscheid gemaakt in lichtoranje en donkeroranje. Lichtoranje: de actie is nog te globaal beschreven waarbij het onduidelijk is of de
•
actie gaat leiden tot het voldoen aan het criterium, maar indien de actie hiertoe leidt, lijkt het met de gegeven planning wel per 1 april 2026 te gaan voldoen. Donkeroranje: de actie is of te globaal beschreven of de juiste actie is wel de juiste
•
om te voldoen aan het criterium, maar evident is dat op basis van de bijgeleverde planning niet per 1 april 2026 voldaan wordt. Bij een donkeroranje taxatie zal bij een ongewijzigde planning, uiteindelijk op 1 april 2026 de taxatie omslaan in rood. De donkeroranje duiding geeft de omgevingsdiensten de gelegenheid om hun planning nog bij te stellen. Omgevingsdiensten hebben nog ruim een half jaar om aan alle robuustheidscriteria te voldoen. Bij de beoordeling van de volgende voortgangsrapportage zal uiteindelijk het oranje oordeel in zijn geheel komen te vervallen: de omgevingsdienst voldoet wel (groen) of niet (rood) aan alle robuustheidscriteria. Aandachtspunten In de brieven naar aanleiding van de beoordeling van de eerste voortgangsrapportage is nadrukkelijk verzocht dat de omgevingsdienst van elke randvoorwaarde/kpi, ook die al op basis van de zelftoets voldeden, een update te geven inclusief motivatie waarom ze (nog altijd) voldoet. •
Veel omgevingsdiensten hebben hier gehoor aan gegeven. Bij een aantal bleek uit de motivering dat de randvoorwaarde/kpi anders geïnterpreteerd is dan eerder door pijler 1 van het IBP VTH beoogd was. Dit heeft geleid tot een minder positieve beoordeling dan de omgevingsdienst aan zichzelf ten tijde van de zelftoets heeft toegekend.
•
Er zijn nog altijd veel omgevingsdiensten die, anders dan de status, geen toelichting geven waaruit blijkt dat men (nog altijd) voldoet. Er is echter een aantal criteria waar de beoordeling in 2023 geen garantie geeft dat men nu ook voldoet. Denk bijvoorbeeld aan de kpi kwaliteitscriteria waar per 1 januari 2025 de kwaliteitscriteria 3.0 vigeren.
•
Bij de kpi kwaliteitscriteria blijkt de toelichting belangrijk om te bepalen of voldaan wordt. Als men èn voldeed aan de kwaliteitscriteria 2.3 èn toereikende stappen zet om de omslag naar 3.0 te maken, voldoet men nu al. De criteria gelden immers wel vanaf 1 januari 2025, omgevingsdiensten hebben op grond van artikel 5 van de modelverordening een jaar de tijd om hieraan te voldoen. Bij de volgende voortgangsrapportage moet uit de informatie die verstrekt wordt door de omgevingsdienst blijken of voldaan wordt aan de kwaliteitscriteria 3.0.
In het rapportageformulier is voor het eerst voor elke omgevingsdienst helder op een rijtje gezet wat er bij elke randvoorwaarde/kpi nodig is om te voldoen. Dit is geen nieuwe informatie, maar dit isop bestuurlijk niveau vastgesteld tijdens het IBP VTH. Toch is dit de maatlat waarlangs de randvoorwaarde/kpi’s gelegd moeten worden en dit leidt er bij sommige omgevingsdiensten toe dat men of 1) niet de juiste motivatie aanlevert of 2) niet voldoet nu men inzicht heeft in wat er met de randvoorwaarde/kpi bedoeld wordt. Denk bijvoorbeeld aan de definitie van opleidingsuitgaven.
Pagina 8 van 19
Monitoring robuustheid omgevingsdiensten │ Analyse tweede voortgangsrapportages
Het laatste aandachtspunt is de informatiedichtheid. Een omgevingsdienst die aangeeft een BI-strategie vastgesteld te hebben voldoet. De omgevingsdienst de BI-strategie echter meelevert, wordt beoordeeld op niet alleen het hebben van een BI-strategie, maar ook of de verplichte onderdelen in de BI-strategie zijn opgenomen. Hiermee loopt de omgevingsdienst die veel informatie verstrekt eerder de kans om negatiever beoordeeld te worden dan de omgevingsdienst die niet het stuk als bewijslast meestuurt. Uiteindelijk is het de verantwoordelijkheid van de omgevingsdienst om de juiste informatie aan te leveren. Bij de inschatting van de haalbaarheid wordt vertrouwd op de (soms) summiere informatie die is aangeleverd.
2.2 Algehele taxatie De algehele taxatie is de basis voor de informatie die is opgenomen in de managementsamenvatting die de staatssecretaris aan de Tweede Kamer stuurt (zie bijlage 2). Deze algehele taxatie geeft aan of verwacht kan worden dat de omgevingsdienst op 1 april 2026 robuust is, oftewel voldoet aan alle robuustheidscriteria. Hierbij is onderscheid tussen de omgevingsdiensten die op dit moment al voldoen (op basis van de zelftoets of inmiddels op basis van de tweede voortgangsrapportage) en de omgevingsdiensten die op dit moment nog niet voldoen. Er is onderscheid gemaakt in vier kleuren: Taxatie
Omschrijving De OD voldoet op dit moment aan de robuustheidscriteria Het is (op dit moment) aannemelijk dat de OD op 1 april 2026 aan de robuustheidscriteria zal voldoen. Het is (op dit moment) de vraag of de OD op 1 april 2026 aan de robuustheidscriteria zal voldoen. Het is (op dit moment) niet aannemelijk of de OD op 1 april 2026 aan de robuustheidscriteria zal voldoen.
De algehele taxatie gaat gepaard met een algemene toelichting als ook een toelichting op de individuele randvoorwaarden/kpi’s die (nog) niet voldoen (rood/oranje). Ambient heeft zich gehouden aan het monitoringsinstrument dat is ontwikkeld voor de analyse van de eerste voortgangsrapportage en wat destijds als bijlage was opgenomen bij de rapportage van de analyse van deze eerste voortgangsrapportage. Dit monitoringsinstrument, wat een stroomschema is, is opgenomen in bijlage 3.
Pagina 9 van 19
Monitoring robuustheid omgevingsdiensten │ Analyse tweede voortgangsrapportages
Aandachtspunten Algemeen De eerder bij de beoordeling van de eerste voortgangsrapportage opgestelde methode voldoet nog altijd om te komen tot de algehele taxatie. Donkeroranje bij individuele randvoorwaarde/kpi versus oranje bij algehele taxatie Bij het analyseren van de tweede voortgangsrapportage is, zoals eerder genoemd, de planning zwaarder meegewogen. Dit heeft ertoe geleid dat sommige individuele randvoorwaarden/kpi’s de individuele kleurcode donkeroranje kregen. Dit zijn de randvoorwaarden/kpi’s waarbij (waarschijnlijk) de juiste stappen gezet worden, maar evident is dat deze stappen (te laat) worden uitgevoerd om per 1 april 2026 te voldoen. In de algehele taxatie heeft de aanwezigheid van dergelijke donkeroranje randvoorwaarden/kpi’s ertoe geleid dat de algehele taxatie op zijn minst de kleurcode oranje kreeg. Er is voor gekozen om de oranje kleurcodering van de algehele taxatie niet, zoals bij de individuele randvoorwaarden/kpi’s, op te splitsen in donker- en lichtoranje. De Tweede Kamer is immers nu gewend de eerder gecommuniceerde managementsamenvatting en het wijzigen van de kleurcodering zou mogelijk tot verwarring leiden en het minder goed vergelijkbaar maken.
Het maakt wel dat de legenda bij de kleurcode oranje van de algehele taxatie (die stelt “het is de vraag of er per 1 april 2026 voldaan wordt”) niet langer passend is als evident is dat de stappen niet tijdig gerealiseerd worden, ondanks dat er uiteindelijk (waarschijnlijk) voldaan gaat worden. Tijdspad tot 1 april 2026 steeds korter Bij de beoordeling van de volgende voortgangsrapportage vervalt de oranje kleur. Een omgevingsdienst voldoet wel (groen) of niet (rood) aan alle robuustheidscriteria. Hiermee bestaat er een kans dat meer omgevingsdiensten bij de volgende beoordeling rood kleuren dan nu het geval is.
Pagina 10 van 19
Monitoring robuustheid omgevingsdiensten │ Analyse tweede voortgangsrapportages
Bijlage 1.
Tijdschema
Overzicht proces robuuste omgevingsdiensten
Pagina 11 van 19
Monitoring robuustheid omgevingsdiensten │ Analyse tweede voortgangsrapportages
Overzicht stappen tot heden
Pagina 12 van 19
Bijlage 2.
Managementsamenvatting
Algehele taxatie per omgevingsdienst Legenda en overzicht Kleur
Toelichting
Taxatie: Uiterlijk 1-4-2026 robuust PvA
1e VP
2e VP
Taxatie: voldoet aan de robuustheidscriteria
2
3
4
Taxatie: het is (op dit moment) aannemelijk dat de OD op 1 april 2026 aan de
10
12
15
6
9
5
9
3
3
robuustheidscriteria zal voldoen Taxatie: het is (op dit moment) de vraag of de OD op 1 april 2026 aan de robuustheidscriteria zal voldoen Taxatie: het is (op dit moment) niet aannemelijk of dat OD op 1 april 2026 aan de robuustheidscriteria zal voldoen
Overzicht omgevingsdiensten die op dit moment voldoen aan de robuustheidscriteria Naam Omgevingsdienst ODBN
Taxatie: uiterlijk 14-2026 robuust PvA
1e VP
Toelichting taxatie
Toelichting rode en oranje vlakken uit de onderliggende duiding per OD
De Minister van IenW heeft ODBN op
Niet van toepassing omdat de
24 juni 2024 per brief laten weten dat
dienst al voldeed op basis van de
de omgevingsdienst voldoet aan de
zelftoets van september 2023.
2e VP
Brabant Noord
robuustheidscriteria. ODNZKG
Noordzeekanaalgebied
De Minister van IenW heeft ODNZKG
Niet van toepassing omdat de
op 24 juni 2024 per brief laten weten
dienst al voldeed op basis van de
dat de omgevingsdienst voldoet aan de
zelftoets van september 2023.
robuustheidscriteria. ODRA
Arnhem
Op basis van de tweede
Niet van toepassing omdat in de
voortgangsrapportage kan worden
onderliggende duiding geen rode
geconcludeerd dat de ODRA voldoet
en oranje vlakken voorkomen.
aan de robuustheidscriteria. ODZOB
Zuid Oost Brabant
Op basis van de eerste en tweede
Niet van toepassing omdat in de
voortgangsrapportage kan worden
onderliggende duiding geen rode
geconcludeerd dat de ODZOB voldoet
en oranje vlakken voorkomen.
aan de robuustheidscriteria.
Overzicht omgevingsdiensten die op dit moment nog niet voldoen aan de robuustheidscriteria Naam Omgevingsdienst DCMR
FUMO
Rijnmond
Friesland
Taxatie: uiterlijk 14-2026 robuust PvA
1 VP e
Toelichting taxatie
Toelichting rode en oranje vlakken uit de onderliggende duiding per OD
Het is aannemelijk dat DCMR
Niet van toepassing omdat in de
per 1 april 2026 zal voldoen
onderliggende duiding geen rode en oranje
aan de robuustheidscriteria.
vlakken voorkomen.
Vanwege een aantal
Het plan om te voldoen aan de
kanttekeningen is het de vraag
kwaliteitscriteria 3.0 is vertraagd en
de FUMO per 1 april 2026 kan
mogelijk kan alleen samenwerking met de
voldoen aan de
noordelijke omgevingsdiensten leiden tot
robuustheidscriteria.
het voldoen aan de criteria. Hiermee is het
2 VP e
de vraag of FUMO op 1 april 2026 zelfstandig voldoet aan de kwaliteitscriteria. Ook wordt het Pagina 13 van 19
Naam Omgevingsdienst
Taxatie: uiterlijk 14-2026 robuust PvA
1 VP e
Toelichting taxatie
2 VP e
Toelichting rode en oranje vlakken uit de onderliggende duiding per OD opleidingsbudget pas in het najaar van 2026 vastgesteld.
ODA
Achterhoek
Het is niet aannemelijk dat de
Niet alle basistaken zijn overgedragen
ODA per 1 april 2026 zal
omdat de provincie haar basistaken bij de
voldoen aan de
ODRN en ODRA belegt. De ODA wil een
robuustheidscriteria.
zelfstandige robuuste dienst zijn en streeft erna voor 1 april 2026 de provinciale taken te hebben overgedragen. Vanwege de beperkte invloed die de ODA heeft op de overdracht van provinciale basistaken, telt het oranje vlak op deze randvoorwaarde niet mee bij de algehele taxatie. Daarnaast wordt niet voldaan aan de omzetnorm. De ODA overweegt een fusie met OD Veluwe om de omzetnorm wel te kunnen halen. De ODA besluit spoedig of ze de verkenning om te fuseren met de OD Veluwe wil doorzetten. Indien de ODA besluit zelfstandig te blijven, is het niet duidelijk hoe de ODA aan de omzetnorm wenst te gaan voldoen. Tot slot lijkt ODA zich niet zondermeer te committeren aan de norm van minstens 3 fte op BI. De ODA laat dit afhangen van de BI-strategie die nog ontwikkeld moet worden.
ODDV
De Vallei
Het is niet aannemelijk dat de
Niet alle basistaken zijn overgedragen
ODDV per 1 april 2026 zal
omdat de provincie haar basistaken bij de
voldoen aan de
ODRN en ODRA belegt. Vanwege de
robuustheidscriteria.
beperkte invloed die de ODDV heeft op de overdracht van provinciale basistaken, telt het rode vlak op deze randvoorwaarde niet mee bij de algehele taxatie. De ODDV zet in op doorontwikkeling en versterking van de milieutaken en ziet daarbij de omzetnorm niet als essentieel. Uit de informatie die door ODDV is verstrekt bij de voortgangsrapportage en het hoor en wederhoor is onduidelijk of voldaan wordt aan de omzetnorm.
ODG
ODH
ODIJ
Groningen
Haaglanden
IJmond
Het is aannemelijk dat ODG per
Niet van toepassing omdat in de
1 april 2026 zal voldoen aan de
onderliggende duiding geen rode en oranje
robuustheidscriteria.
vlakken voorkomen.
Het is aannemelijk dat ODH per
Niet van toepassing omdat in de
1 april 2026 zal voldoen aan de
onderliggende duiding geen rode en oranje
robuustheidscriteria.
vlakken voorkomen.
Vanwege een aantal
Er zijn een aantal criteria (omzetnorm,
kanttekeningen is het de vraag
afspraken over het terugnemen van
of ODIJ per 1 april 2026 kan
milieu-plustaken als ook innovatiebudget) waaraan pas na het actualiseren van de Pagina 14 van 19
Naam Omgevingsdienst
Taxatie: uiterlijk 14-2026 robuust PvA
1 VP e
Toelichting taxatie
Toelichting rode en oranje vlakken uit de onderliggende duiding per OD
voldoen aan de
GR en financieringsstructuur, als onderdeel
robuustheidscriteria.
van de Kadernota 2027, zal worden
2 VP e
voldaan. Het moment van besluitvorming over de Kadernota 2027 leidt ertoe dat pas op 1 januari 2027 structurele middelen beschikbaar komen. ODIJS
IJsselland
Vanwege een aantal
ODIJS neemt voldoende innovatie- en
kanttekeningen is het de vraag
opleidingsbudget op in de
of ODIJS per 1 april 2026 zal
meerjarenbegroting voor 2027 en 2028,
voldoen aan de
maar voldoet hiermee niet op 1 april 2026
robuustheidscriteria.
aan beide criteria. Ook is het de vraag of ODIJS op 1 april 2026 zelfstandig voldoet aan de kwaliteitscriteria.
ODMH
ODNHN
Midden Holland NoordHolland Noord
Het is aannemelijk dat ODMH
Niet van toepassing omdat in de
per 1 april 2026 zal voldoen
onderliggende duiding geen rode en oranje
aan de robuustheidscriteria.
vlakken voorkomen.
Vanwege een aantal
ODNHN maakt geen onderscheid in taken
kanttekeningen is het de vraag
op de begroting. Na eventuele aanpassing
of ODNHN per 1 april 2026 kan
van de financieringssystematiek zou
voldoen aan de
hieraan voldaan kunnen worden. Hier loopt
robuustheidscriteria.
momenteel een onderzoek naar. Er zijn meerdere kpi's waar ODNHN aan wil voldoen, maar waar het - ondanks het éénmalig vrijmaken van € 1 mln, onduidelijk is of er sprake is van structurele financiering. Dit in combinatie met het ontbreken van een planning maakt dat het voor het vaststellen van een innovatie-agenda, >1% innovatiebudget, 3% loonsom als opleidingsbudget, opstellen BI-strategie en werven >3 fte op BI de vraag is of per 1 april 2026 voldaan wordt.
ODR
Rivierenland
Vanwege een aantal
Niet alle basistaken zijn overgedragen
kanttekeningen is het de vraag
omdat de provincie haar basistaken bij de
of ODR per 1 april 2026 zal
ODRN en ODRA belegt. Vanwege de
voldoen aan de
beperkte invloed die de ODR heeft op de
robuustheidscriteria.
overdracht van provinciale basistaken, telt het rode vlak op deze randvoorwaarde niet mee bij de algehele taxatie. Daarnaast voldoet ODR niet aan de omzetnorm. ODR ziet dat door het uitbreiden van de dienstverlening het kan voldoen aan de omzetnorm. Er loopt momenteel een uitgebreid programma Taakuitbreiding met gesprekken met alle deelnemers. Hierin worden de afspraken vastgelegd die uiteindelijk, bij voldoende draagvlak, geborgd worden in de Kadernota 2027. Deze wordt echter pas in juli 2026 Pagina 15 van 19
Naam Omgevingsdienst
Taxatie: uiterlijk 14-2026 robuust PvA
1 VP e
Toelichting taxatie
2 VP e
Toelichting rode en oranje vlakken uit de onderliggende duiding per OD vastgesteld, waardoor op 1 april 2026 niet wordt voldaan.
ODRN
ODT
ODU
ODV
Nijmegen
Twente
Utrecht
Veluwe
Het is aannemelijk dat ODRN
Niet van toepassing omdat in de
per 1 april 2026 zal voldoen
onderliggende duiding geen rode en oranje
aan de robuustheidscriteria.
vlakken voorkomen.
Het is aannemelijk dat ODT per
Niet van toepassing omdat in de
1 april 2026 zal voldoen aan de
onderliggende duiding geen rode en oranje
robuustheidscriteria.
vlakken voorkomen.
Het is aannemelijk dat ODU per
Niet van toepassing omdat in de
1 april 2026 zal voldoen aan de
onderliggende duiding geen rode en oranje
robuustheidscriteria.
vlakken voorkomen.
Op een aantal kanttekeningen
Niet alle basistaken zijn overgedragen
na is het aannemelijk dat ODV
omdat de provincie haar basistaken bij de
per 1 april 2026 zal voldoen
ODRN en ODRA belegt. Vanwege de
aan de robuustheidscriteria.
beperkte invloed die de ODV heeft op de overdracht van provinciale basistaken, telt het rode vlak op deze randvoorwaarde niet mee bij de algehele taxatie. ODV voert enkel milieugerelateerde plustaken uit en geeft daarmee geen mogelijkheid tot uitbreiding van niet-milieugerelateerde plustaken. ODV werkt aan diverse innovatieprojecten van deelnemers, maar het ontbreekt aan een concrete agenda met een visie en daaraan gekoppelde meerjarenprogrammering. Tot slot is onvoldoende duidelijk welke afspraken in de GR gemaakt zijn over het terugnemen van de milieugerelateerde plustaken en of deze toereikend zijn.
ODWH
OZHZ
West Holland
ZuidHolland Zuid
Op één kanttekening na is het
ODWH voert de tweede helft van 2025
aannemelijk dat ODWH per 1
gesprekken met de deelnemers over het
april 2026 zal voldoen aan de
afnemen van meer niet-milieugerelateerde
robuustheidscriteria.
plustaken.
Op een aantal kanttekeningen
OZHZ maakt momenteel geen onderscheid
na is het aannemelijk dat OZHZ
op haar begroting in de basistaken (zowel
per 1 april 2026 zal voldoen
milieu- als niet-milieugerelateerde), de
aan de robuustheidscriteria.
milieugerelateerde plustaken en de nietmilieugerelateerde plustaken. Er is toegezegd dit onderscheid te maken in de ontwerpbegroting voor 2027 welke in april 2026 waarschijnlijk wordt vastgesteld. OZHZ voldoet momenteel niet aan de kwaliteitscriteria, omdat niet wordt voldaan aan het deskundigengebied ketentoezicht. OZHZ onderzoekt of door in een pool te gaan werken met andere OD's, kan worden voldaan aan de vigerende kwaliteitscriteria 3.0. Hiermee is het de
Pagina 16 van 19
Naam Omgevingsdienst
Taxatie: uiterlijk 14-2026 robuust PvA
1 VP e
Toelichting taxatie
2 VP e
Toelichting rode en oranje vlakken uit de onderliggende duiding per OD vraag of OZHZ op 1 april 2026 zelfstandig voldoet aan de kwaliteitscriteria.
OFGV
OMWB
Flevoland, Gooi en Vechtstreek
Het is aannemelijk dat OFGV
Niet van toepassing omdat in de
per 1 april 2026 zal voldoen
onderliggende duiding geen rode en oranje
aan de robuustheidscriteria.
vlakken voorkomen.
Midden West Brabant
Het is aannemelijk dat OMWB
OMWB reserveert 2% van de loonsom aan
per 1 april 2026 zal voldoen
opleidingskosten, als financiële component
aan de robuustheidscriteria.
van het opleidingsplan. Daarnaast rekent het de urenbesteding mee van de medewerkers die scholing volgen om te voldoen aan de norm. Hiermee wordt niet voldaan aan de definitie van opleidingskosten uit het A&O fonds gemeenten die aangeeft dat enkel de uren mogen worden meegerekend van ambtenaren die zich uit hoofde van hun functie met scholing bezighouden, oftewel scholing geven in plaats van volgen.
ODD
RUDLN
Drenthe
Limburg Noord
Het is aannemelijk dat ODD per
Niet van toepassing omdat in de
1 april 2026 zal voldoen aan de
onderliggende duiding geen rode en oranje
robuustheidscriteria.
vlakken voorkomen.
Het is niet aannemelijk dat de
De RUDLN wordt omgevormd tot een
RUDLN per 1 april 2026 zal
robuuste omgevingsdienst voor Noord- en
voldoen aan de
Midden-Limburg (ODNML). Het
robuustheidscriteria.
bedrijfsplan voor de ODNML in wording laat voortgang zien op alle randvoorwaarden en kpi's, maar door het ontbreken van concrete stappen en een meer gedetailleerde planning is het niet aannemelijk dat per 1 april 2026 wordt voldaan. Ondanks dat de provinciale basistaken in de Gemeenschappelijke Regeling belegd zijn bij RUDLN, ligt de uitvoering bij ODZL. De ODNML in wording gaat het gesprek aan om de uitvoering van de provinciale taken ook bij ODNML te leggen. Vanwege de beperkte invloed die de ODNML heeft op de overdracht van provinciale basistaken, telt het oranje vlak op deze randvoorwaarde niet mee bij de algehele taxatie. De dienst wil in een realistisch tempo groeien naar € 22,8 mln. in 2030 en geeft aan per 1 april 2026 te voldoen aan de omzetnorm door o.a. het resterende implementatiebudget aan de begroting voor 2026 toe te kennen. De onderbouwing hiervoor is op dit moment ontoereikend. De dienst overweegt geen Pagina 17 van 19
Naam Omgevingsdienst
Taxatie: uiterlijk 14-2026 robuust PvA
1 VP e
Toelichting taxatie
2 VP e
Toelichting rode en oranje vlakken uit de onderliggende duiding per OD uitbreiding van niet-milieugerelateerde taken, waardoor gezien de omzetnorm, niet wordt voldaan. Tot slot zijn er een aantal kpi's waar nog onvoldoende duidelijk is welke stappen er gezet gaan worden, ondanks het voorzien in de financiële middelen hiervoor op de ontwerp-begroting 2026. Het gaat hierbij onder andere om het hebben van voldoende personeel in vaste dienst of het aantrekken van voldoende capaciteit op BI.
RUDZ
Zeeland
Op één kanttekening na is het
Omdat het werven van de laatst benodigde
aannemelijk dat RUDZ per 1
fte op BI pas kan starten nadat de BI-
april 2026 zal voldoen aan de
strategie is uitgewerkt en de werving van
robuustheidscriteria.
de informatiemanager die de BI-strategie gaat uitwerken ook nog loopt, is het de vraag of per 1 april 2026 er minstens 3 fte op BI aanwezig is.
ODZL
Zuid Limburg
Het is aannemelijk dat ODZL
Niet van toepassing omdat in de
per 1 april 2026 zal voldoen
onderliggende duiding geen rode en oranje
aan de robuustheidscriteria.
vlakken voorkomen.
Pagina 18 van 19
Bijlage 3.
Monitoringsinstrument algehele taxatie
*indien de gemeentelijke basistaken niet volledig zijn overgedragen, weegt de individuele taxatie zwaar mee bij de algehele taxatie. Indien echter de provinciale basistaken niet zijn overgedragen aan de desbetreffende omgevingsdienst, weegt de individuele taxatie niet mee bij de algehele taxatie omdat de omgevingsdienst hier over het algemeen weinig invloed op heeft.
Pagina 19 van 19