CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Aanbiedingsbrief SGL 2e begrwijz 2022 begr 2023

Gemeenteraad 24 november 2022, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Zienswijze 2e begrwijz 2022 en begr 2023 SGL1.642 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de deelnemers in het Recreatieschap Stichtse Groenlanden Onderwerp: zienswijzeprocedure 2e begrotingswijziging 2022 en ontwerpbegroting 2023

Utrecht, 3 oktober 2022

Geachte colleges, raden en staten, Bijgaand bieden wij u, conform artikel 29 van de geldende Gemeenschappelijke regeling, voor zienswijze de 2e begrotingswijziging 2022 en de ontwerpbegroting 2023 van het Recreatieschap aan. Op beide stukken kunt u, zoals in artikel 29 vermeld is, desgewenst gedurende 8 weken, dit wil zeggen t/m woensdag 30 november 2022, uw zienswijze ter kennis brengen aan het dagelijks bestuur. De t/m 30 november 2022 binnen gekomen zienswijzen worden doorgeleid aan het algemeen bestuur en betrokken bij het vaststellen van de begrotingswijziging 2022 en de ontwerpbegroting 2023 in de AB-vergadering van 5 december 2022. In die vergadering een vaststellingsbesluit nemen over de begroting 2023 is belangrijk om als Recreatieschap vanaf 1 januari 2023 rechtsgeldig uitgaven te kunnen doen en Staatsbosbeheer te laten starten met de werkzaamheden. Bovendien is deze uiterste termijn zo met het Ministerie van BZK afgesproken, als voorwaarde om toestemming te krijgen voor latere indiening van deze begroting dan de gebruikelijke datum van 15 augustus van het lopend jaar. In deze brief lichten wij de beide financiële stukken, hun samenhang en de context waarin deze gezien moeten worden graag nader aan u toe. Daarbij nemen we de uitkomsten van de bespreking van deze beide stukken in het algemeen bestuur van 30 september 2022 mee.

De context; opheffing RMN, aangaan samenwerking met Staatsbosbeheer Begin dit jaar heeft u als deelnemers positief besloten over de voorstellen van het algemeen bestuur d.d. 1 november 2021 over opheffing van Recreatie Midden Nederland (RMN), het anders inrichten van de samenwerking binnen het Recreatieschap en de keus voor Staatsbosbeheer als beoogde nieuwe partner voor de taakuitvoering op het terrein van beheer en onderhoud, exploitatie, doorontwikkeling in de vorm van projecten, vergunningverlening, toezicht en handhaving en de bijbehorende bedrijfsvoeringstaken. Het Algemeen bestuur heeft op 16 februari 2022 in lijn met uw instemmende besluitvorming besloten in te stemmen met opheffing van RMN en is het onderzoek naar samenwerking met Staatsbosbeheer gestart. Ook is de gewijzigde tekst van de gemeenschappelijke regeling is in die vergadering vastgesteld. Daarmee wordt een eenvoudiger bestuurlijk construct ingesteld, met alleen 1

collegeleden in het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur. Op basis van een gezamenlijk voorstel heeft het algemeen bestuur op 30 juni 2022 besloten definitief met Staatsbosbeheer in zee te gaan. U bent daarover geïnformeerd, onder andere in de klankbordbijeenkomst voor raads- en statenleden op 13 juni 2022. Toen is ook een eerste beeld geschetst van de te verwachten financiële gevolgen, structureel en incidenteel; harde cijfers konden toen niet gegeven worden. Dat kan inmiddels wel. Incidentele kosten van het veranderproces en de dekking Inmiddels is er zicht op de incidentele kosten van het veranderproces, bestaande uit de opheffingskosten RMN enerzijds en de transitiekosten Staatsbosbeheer anderzijds. De opheffingskosten RMN 2022, waarvan de kosten van het met de vakbonden uit onderhandelde sociaal plan een groot deel vormen, komen voor rekening van het Recreatieschap en het Plassenschap Loosdrecht e.o. samen. Zij zijn immers de deelnemers in RMN. Het gaat om een bedrag van € 1,25 mln., waarvan op grond van de verdeelsleutel (69% voor het Recreatieschap, 31% voor het Plassenschap) € 0,86 voor rekening van het Recreatieschap komt.

De transitiekosten die Staatsbosbeheer in de jaren 2022, 2023 en 2024 maakt om de taken en medewerkers van RMN in hun organisatie in te bedden en het gebruikelijk beheermodel ook voor het gebied van het Recreatieschap in te voeren, komen volledig voor rekening van het Recreatieschap. Hiervoor is een taakstellend budget van € 1,1 mln. afgesproken. Daarmee komt het totaal aan incidentele kosten voor de jaren 2022, 2023 en 2024 uit op € 1,96 mln. Vanaf het begin van het omvormingsproces, in 2020, is duidelijk geweest dat met het opheffen van RMN en de transitie voor het Recreatieschap naar de nieuwe samenwerkingsvorm eenmalige kosten gemoeid zouden zijn. Gaandeweg het proces werd steeds duidelijker, dat er de afgelopen jaren flink achterstallig onderhoud bij RMN was ontstaan, wat gerepareerd moet worden om met een schone lei de nieuwe samenwerkingsvorm in te kunnen stappen en met Staatsbosbeheer een goede start te kunnen maken. Tijdens de klankbordbijeenkomst voor de raads- en statenleden op 13 juni 2022 is daar ook informatie over gedeeld. Ook is in die bijeenkomst de eerder bestuurlijk gekozen volgorde voor het dekken van de (drietrap) toegelicht. Deze behelst dat eerst de middelen van RMN worden ingezet, dan die van het Recreatieschap en vervolgens zo nodig een eenmalige extra deelnemersbijdrage wordt gevraagd.

Daarbij is naar aanleiding van vragen van raads- en statenleden aangegeven dat de bestuurlijke inzet was de dekking van de incidentele kosten zonder een eenmalige extra deelnemersbijdrage op te lossen, maar dat er nog de nodige onzekerheden en risico’s waren, waardoor niet vast stond of dit ook zou lukken. In de maanden daarna is er meer zicht gekomen op de exploitaties 2022 van RMN en het Recreatieschap en zijn de afspraken met Staatsbosbeheer definitief gemaakt over de inspanningen die zij moet doen in de transitie en de kosten die daarmee gemoeid zijn. Dat laatste heeft geleid tot het overeengekomen taakstellend budget van € 1,1 mln. waarmee de risico’s voor het Recreatieschap volledig zijn afgekocht. Daarmee kon ook de totale raming van de incidentele kosten opgemaakt worden, eindigend op genoemde € 1,96 mln. Voor deze incidentele kosten heeft het Algemeen bestuur op 30 september 2022 een dekkingsbesluit genomen. Dit besluit is gebaseerd op de eerder bestuurlijk gekozen volgorde (drietrap), waarin eerst de middelen van RMN worden ingezet, dan die van het Recreatieschap en vervolgens zo nodig een eenmalige extra deelnemersbijdrage wordt gevraagd.

Daarbij is vastgesteld, dat de tijdens de klankbordbijeenkomst op 13 juni 2022 uitgesproken bestuurlijke inzet om de dekking van de incidentele kosten zonder eenmalige extra deelnemersbijdrage op te lossen niet op een verantwoorde manier te realiseren is. 2

In het dekkingsvoorstel zit besloten dat het verwachte exploitatieoverschot 2022 van RMN volledig wordt ingezet en dat dit ook gebeurt met de algemene reserve van het Recreatieschap per ultimo 2022, welke voor een deel is toe te rekenen aan programma A en voor een ander deel is toe te rekenen aan programma B. Aan de algemene reserve is overigens al eerder het exploitatieoverschot 2021 van RMN toegevoegd. Het doen van een beroep op de bestemmingsreserves van het Recreatieschap, naast het inzetten van de volledige algemene reserve, wordt niet verantwoord geacht gezien de verplichtingen die inmiddels zijn aangegaan en de risico’s, vooral van prijsstijgingen (lonen, energie en bouwmaterialen) die met betrekking tot deze bestemmingsreserves spelen. Met inachtneming van het inzetten van het verwachte exploitatieresultaat ultimo 2022 van RMN en de volledige algemene reserve van het Recreatieschap, kan de eenmalige extra deelnemersbijdrage beperkt blijven tot € 0,76 mln. totaal. In onderstaand overzicht is het dekkingsvoorstel gevisualiseerd weergegeven.

Drietrap voor dekking: RMN/SGL/Deelnemers Liquidatiekosten RMN: € 1,25 mln. Aandeel LSD (31%)

€ 388.000

Aandeel SGL (69%)

€ 863.000

Trap 1: RMN

Trap 2: SGL

€ 1,96 mln. Transitiekosten SBB: € 1,1 mln. 2022

€ 400.000

2023

€ 350.000

2024

€ 350.000

Totaal liquidatie – en transitiekosten

Trap 3: Deelnemers

Algemene reserve

-

Exploitatie 2022

€ 91.000

AR – programma A

€ 780.000

AR – programma B

€ 330.000

Exploitatie 2022/2023

-

DB -Programma A

€ 454.000

DB -Programma B

€ 307.000

Omdat het belangrijk gevonden wordt in financiële zin dit jaar een streep onder de transitie te zetten en vanaf 1 januari 2023 met een schone lei met de samenwerking met Staatsbosbeheer te starten zijn de incidentele kosten en de daarvoor op te halen eenmalige extra deelnemersbijdrage opgenomen in de 2e begrotingswijziging 2022. Dat is zuiver omdat deze kosten volgen uit de besluiten die in 2022 genomen zijn en geen relatie hebben met de ambities en plannen die de gemeenten en de provincie voor 2023 en verder hebben. In bijlage 4 bij bedoelde 2e begrotingswijziging 2022 treft u een overzicht aan van het aandeel van uw gemeente of provincie in deze eenmalige bijdrage, verdeeld over programma A en programma B op basis van de verdeelsleutel die geldt voor 2022. In het algemeen bestuur is afgesproken dat de deelnemers de gelegenheid krijgen deze aanvullende bijdrage in één keer in 2022 of gespreid over 2022, 2023 en 2024, telkens voor 1/3de deel, te voldoen. Dit laatste leidt niet tot een wijziging van het totaal te betalen bedrag.

Structurele kosten taakuitvoering ingaande 2023 en de dekking Zoals eerder gemeld is met Staatsbosbeheer voor de jaren 2023 en 2024 een taakstellend budget voor de taakuitvoering overeen gekomen. Voor 2023 gaat het om een bedrag van € 3,06 mln. geïndexeerd (prijspeil 2023). Dit bedrag kan volledig gedekt worden uit de reguliere, geïndexeerde 3

deelnemersbijdrage (met 2%), zoals opgenomen in de kadernota 2023. In de ontwerpbegroting 2023 vindt u deze twee belangrijke posten terug. In deze ontwerpbegroting 2023 zijn per saldo geen transitiekosten opgenomen omdat deze volledig in het boekjaar 2022 genomen worden. De transitiekosten die in 2023 boekhoudkundig moeten worden genomen, worden gedekt door een onttrekking van gelijke omvang uit een aan te leggen bestemmingsreserve transitie Staatsbosbeheer die opgenomen is in de 2e begrotingswijziging 2023 en gevoed wordt vanuit de algemene reserve en de eenmalige extra deelnemersbijdrage. Op deze manier werken deze transitiekosten neutraal uit voor het exploitatieresultaat 2023. Verder staat in deze begroting de bestuurlijke intentie vermeld om de komende jaren te werken aan het weer opbouwen van de algemene reserve, die in 2022 volledig wordt ingezet om de incidentele kosten te dekken. Dit naar gelang de uitkomsten van de exploitatie 2022 en de afwikkeling van de incidentele liquidatiekosten van RMN en de transitiekosten van Staatsbosbeheer dat mogelijk maken. Ook over de ontwerpbegroting 2023 kunt u uw zienswijze geven. Tot slot is nog goed om te vermelden dat de structurele kosten van RMN per 1 januari 2023 weg vallen. RMN wordt immers opgeheven.

Met vriendelijke groet, Namens het Dagelijks bestuur

V. Molkenboer,

J. Brand,

Voorzitter

Secretaris

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11935725/1