CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.2 Was wordt lijst Verordening OZB 2024

Gemeenteraad 12 oktober 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordeningen Lokale heffingen 20242.924 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening 2023

Concept Verordening 2024

Verordening op de heffing en de invordering van onroerende zaakbelastingen 2023 Geldend van 24-12-2022 t/m heden Intitulé Verordening op de heffing en de invordering van onroerende zaakbelastingen 2023 De raad van de gemeente De Ronde Venen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,

Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2024 Geldend van …-…- 2023 t/m heden Intitulé Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2024 De raad van de gemeente De Ronde Venen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,

Was

Wordt

onroerende zaakbelastingen 2023

onroerendezaakbelastingen 2024

24-12-2022

…-…- 2023

onroerende zaakbelastingen 2023

onroerendezaakbelastingen 2024

gelet op artikel 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; gelet op artikel 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van onroerende zaakbelastingen Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen onroerende zaakbelastingen 2023 2023 2024 Artikel 1. Belastbaar feit en belastingplicht Artikel 1. Belastbaar feit en belastingplicht Onder de naam 'onroerende zaakbelastingen' worden voor binnen de gemeente Onder de naam 'onroerendezaakbelastingen' worden voor binnen de gemeente onroerende zaakbelastingen gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: 1. 1. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruikt, verder te noemen: bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruikt, verder te noemen: a. gebruikersbelasting; a.

gebruikersbelasting; een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, b. verder te noemen: eigenarenbelasting. b. verder te noemen: eigenarenbelasting. 2. Bij de gebruikersbelasting wordt: 2. Bij de gebruikersbelasting wordt: gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel gegeven; de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruikgever); gebruiker; a.

onroerendezaakbelastingen

toegevoegd (verder: de gebruiker)/ toegevoegd (verder: de gebruikgever) / laatste volzin in een apart lid opgenomen ter verduidelijking.

a. de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker; b.

het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter b. beschikking is gesteld.

onroerendezaakbelastingen 2024

het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik lid b aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter c. beschikking is gesteld. degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is d. gesteld. Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3. 3. Artikel 2. Voorwerp van belasting Artikel 2. Voorwerp van belasting

Lid b / splitsing van lid a ter verduidelijking. lid c / laatste volzin in een apart lid opgenomen ter verduidelijking.

Lid b / splitsing van lid c ter verduidelijking.

Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak.

1. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in lid 1 1. hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. 2. hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op lid 2 grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan 2. woondoeleinden. 3. woondoeleinden. Artikel 3. Maatstaf van heffing Artikel 3. Maatstaf van heffing De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het 1. kalenderjaar, bedoeld in artikel 1. 1. kalenderjaar, bedoeld in artikel 1.

Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. lid, van de Wet waardering onroerende zaken. 2. 2. Artikel 4. Vrijstellingen Artikel 4. Vrijstellingen In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: 1. 1.

voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; a. a. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a b. bedoelde grond; b.

bedoelde grond; onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; zodanige onroerende zaken die dienen als woning; c. c. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; d. d.

natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; e. e.

lid 1 / Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak - toegevoegd n.a.v. modelverordening VNG lid 2 lid 3

openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en f. ander met inbegrip van kunstwerken; f. ander met inbegrip van kunstwerken; waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; g. g. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen h. als woning; h.

als woning; werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; i. i. onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van j. onderwijs; j.

onderwijs; straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; hekken en palen; k. k. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als l. woning; l. woning; begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van m. zodanige onroerende zaken die dienen als woning. m. zodanige onroerende zaken die dienen als woning.

De vrijstelling voor de in onderdeel j van het eerste lid bedoelde onroerende De vrijstelling voor de in onderdeel j van het eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van die zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 2. 2. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. 3. 3. Artikel 5. Belastingtarieven Artikel 5. Belastingtarieven Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. 1. 1. Het percentage bedraagt voor: Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,2038% a. de gebruikersbelasting …..% b. de eigenarenbelasting b.

de eigenarenbelasting 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0639% 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen ….% voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2554% voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen ….% 2. 2. Artikel 6. Wijze van heffing Artikel 6. Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.

Artikel 7. Termijnen van betaling Artikel 7. Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 1. 1.

In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde het bedrag daarvan, minder is dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. telkens een maand later. 2. 2.

De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden 3. gestelde termijnen. 3. gestelde termijnen. Artikel 8. Kwijtschelding Artikel 8. Kwijtschelding Ter zake de belasting, zoals bedoeld in deze verordening, wordt geen Ter zake van de onroerendezaakbelastingen, zoals bedoeld in deze verordening, belasting onroerendezaakbelastingen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend. wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend. Artikel 9. Overgangsrecht Artikel 9. Overgangsrecht De “Verordening onroerende zaakbelastingen 2022” wordt ingetrokken met De “Verordening onroerendezaakbelastingen 2023” wordt ingetrokken met onroerende zaakbelastingen / artikel onroerendezaakbelastingen / artikel ingang van de in artikel 9, tweede lid, genoemde datum van ingang van de ingang van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van ingang van de 9 10 heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 10. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de 1. bekendmaking. 2.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 11. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening onroerende zaakbelastingen De Ronde Venen 2023.'

Artikel 10. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de 1. bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Artikel 11. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening onroerendezaakbelastingen De Ronde Venen 2024.'

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 20 december 2022.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum].

De voorzitter, De griffier,

De voorzitter, De griffier,

2023

2024

onroerende zaakbelastingen De Ronde Venen 2023

onroerendezaakbelastingen De Ronde Venen 2024

20 december 2022

[datum]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13132550/1