Bijlage 08 Rapportage Fugro 1991
Tekst van het document
~Gi2O
FUGRO B.V. Regio West
Rapport betreffende RECONSTRUCTIE BAAMBRUGSE ZUWE TE VINKEVEEN
Opdrachtnummer: D-3878
Opdrachtgever
Gemeente De Ronde Venen Postbus 250 3640 AG MIJDRECHT
Grondonderzoek
16, 19 t/m 21 en 30 november 1990
Rapportdatum
24 april 1991
Veurse Achterweg 10, Postbus 63, 2260 AB Leidschendam, Tel.: 070-3111333, Fax: 070-3203640
-
-
n raR
Blz. 1.0 INLEIDING
1
2.0 PROJECTOMSCHRIJVING
2
3.0 GRONDONDERZOEK 3.1 Algemeen 3.2 Sondeerwerkzaamheden 3.3 Boorwerkzaamheden 3.4 Laboratoriumonderzoek
3 3 3 3 4
4.0 TERREIN- EN BODEMGESTELDHEID
G
5.0 GEOTECHNISCHE ADVIEZEN 5.1 Algemeen 5.2 Zettingsanalyse 5.2.1 Algemeen 5.2.2 Zettingsberekening 5.2.3 Tijd- zettingsverloop 5.2.4 Resultaten zettingsanalyse 5.3 Wegreconstructie met lichte materialen 5.3.1 Algemeen 5.3.2 Toepassing Polystyreen-hardschuim 5.3.3 Toepassing Schuimbeton 5.3.4 Toepassing Argex-korrels 5.3.5 Toepassing Flugsand 5.4 Uitvoeringsaspecten 5.5 Kabels en leidingen
Bijlagen: - Situatietekening D-3878-1 - "Continu Elektrisch Sonderen" - Sondeergrafieken D-3878-DKM1 t/m DKM15 - "Aanduiding Grondsoorten" - Boringen D-3878-B1 t/m B3 - Handboringen D-3878-HB1 t/m HB8 - Resultaten samendrukkingsproeven D-3878-2 t/m 13 - Resultaten zettingsberekening D-3878-14 en -15 - Tijd-zettingsdiagram D-3878-16 - "Richtlijnen grondverbetering"
6 7 7 7 9 10 11 12 12 13 14 15 16 17 18
i
p
-
INHOUDSOPGAVE
-funRn Opdrachtnummer: D-3878
i
1 .0 INLEIDING
Op 12 november 1990 ontving Fugro b.v. van Gemeente De Ronde Venen te Mijdrecht, de opdracht voor het uitvoeren van een grondonderzoek alsmede het uitbrengen van geotechnische adviezen ten behoeve van de reconstructie van de Baambrugse Zuwe te Vinkeveen.
In 1986 is door Fugro een soortgelijk grondonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de reconstructie van de Herenweg en Achterbos te Vinkeveen. De resultaten van het onderzoek alsmede de daarop gebaseerde adviezen zijn gepresenteerd in rapport C-5162 d.d. 15 september 1986.
Op 18 januari 1991 werd een concept rapportage uitgebracht, welke met de opdrachtgever is besproken. Naar aanleiding van deze bespreking is het rapport op enkele punten aangevuld.
Dit rapport bevat de resultaten van het uitgevoerde grondonderzoek alsmede de geotechnische adviezen.
~GRD Opdrachtnummer: D-3878
2.0 PROJECTOMSCHRIJVING
De Baambrugse Zuwe vormt de verbinding tussen Vinkeveen en Baambrugge. het nu onderzochte gedeelte loopt van het dorp Vinkeveen tot aan Rijksweg 2 en heeft een lengte van ca. 3,5 km.
De Baambrugse Zuwe is een zogenaamde veenweg, die vele reconstructies heeft ondergaan en momenteel ernstig is verzakt. Het uitgevoerde grondonderzoek alsmede de daarop gebaseerde adviezen dienen het opstellen van een reconstructieplan mogelijk te maken. Dit plan kan resulteren in: -
Het traditioneel periodiek ophogen van de weg;
-
Het éénmalig en duurzaam ophogen van de weg;
-
Een combinatie van voornoemde oplossingen.
Bij alle oplossingen dient er rekening mee te worden gehouden, dat de aan de weg gelegen woningen tijdens de reconstructie "bereikbaar" blijven. Verder dienen de nutsleidingen in het weglichaam te kunnen worden aangelegd en onderhouden.
2
Opdrachtnummer: D-3878
~uGRn -P
3.0 GRONDONDERZOEK
3.1 Algemeen Het grondonderzoek heeft bestaan uit sonderingen, boringen en laboratoriumonderzoek.
3.2 Sondeerwerkzaamheden -------------------Het sondeerwerk heeft bestaan uit 15 diepsonderingen met meting van de plaatselijke mantelwrijving (code DKM). De resultaten zijn getekend op de grafieken D-3878-DKM1 t/m DKM15 waarop de diepte is uitgezet in meters ten opzichte van maaiveld.
De sonderingen zijn vanaf een standaard sondeertruck uitgevoerd met de elektrische Fugro(kleefmantel)conus conform norm NEN3680, waarbij het verticaal sonderen is gecontroleerd door middel van een in de conus ingebouwde hellingmeter. Een beschrijving van de gevolgde meet- en registratiemethode is gegeven op de bijlage "Continu Elektrisch Sonderen".
De sondeerlocaties zijn door de sondeerbaas uitgezet en zijn globaal aangegeven op situatietekening D-3878-1. Hierbij heeft als basis gediend de door de opdrachtgever verstrekte tekening.
3.3 Boorwerkzaamheden ----------------1
In totaal zijn 3 pulsboringen tot een diepte van 8 m _ maaiveld en 8 handboringen tot 3 m : maaiveld uitgevoerd. De boringen werden in en naast de
j
weg gemaakt, waarbij rekening werd gehouden met het doorgaande verkeer.
De tijdens het boren omhooggevoerde grond is in de vorm van geroerde monsters meegenomen naar het laboratorium te Leidschendam voor nadere classificatie. Met behulp van het Ackermann-steekapparaat zijn verder in totaal 18 ongeroerde monsters gestoken. In de boorgaten werden, gezien de aangrenzende sloten, geen bepalingen van de freatische waterstanden verricht.
3
Opdrachtnummer: D-3878
pGRII -
De resultaten van de pulsboringen zijn weergegeven op de boorstaten D-3878-B1 t/m B3. Hierop is tevens een deel van de resultaten van het laboratoriumonderzoek samengevat. Het resultaat van de handboringen is gepresenteerd op de handboorstaten HB1 t/m HB8. De boorlocaties zijn aangegeven op de situatietekening D-3878-1 .
3.4 Laboratoriumonderzoek --------------------In het geotechnisch Fugro laboratorium te Leidschendam zijn alle monsters geclassificeerd. Op de ongeroerde monsters zijn tevens proeven uitgevoerd ter bepaling van het nat en droog volumegewicht alsmede het watergehalte. Bij de cohesieve grondmonsters is, indien mogelijk, de ongedraineerde cohesie bepaald door middel van de handvinproef. De resultaten van voornoemde proeven zijn gepresenteerd op de boorstaten D-3878-B1 t/m B3.
Verder zijn 6 samendrukkingsproeven uitgevoerd, waarbij op de derde belastingstrap de consolidatiecoëfficiënt is bepaald. De resultaten van deze proeven zijn gepresenteerd op de bijlagen D-3878-2 t/m -13.
n
-- -------------
--------- -------------------
------___._. -~_
__ ____
- -- -- _ .-_ __- -
_ ~GRg
Opdrachtnummer: D-3878
4.0 TERREIN- EN BODEMGESTELDHEID
Het maaiveldniveau ter plaatse van de sondeerlocaties werd ten tijde van het onderzoek geschat op ca. 2,0 m _ tot 1,75 m _ N.A.P.
Het gewenste waterpeil van het nabijgelegen open water bedraagt 2,15 m : N.A.P.
De stijghoogte in de diepe zandlaag varieert volgens de grondwaterkaart van Nederland van ca. 2,0 m - N.A.P. t.p.v. de Rijksweg tot ca. 4,5 m : N.A.P. in het dorp Vinkeveen.
Op basis van het grondonderzoek kan de bodemgesteldheid globaal als volgt worden geschematiseerd:
Diepte in m _ N.A.P.
Bodembeschrijving
maaiveld
- ca. 2,5
ZAND, vermengd met grind, puin en sintels
ca. 2,5
- 7,5 à 8,0
VEEN
7,5 à 8,0
- 22,0
ZAND, matig vast tot vast gepakt, op ca. 10 m - N.A.P. plaatselijk zeer los gepakt
22,0
Maximaal verkende diepte
Voor het uitvoeren van de zettingsanalyse is onderscheid gemaakt in de volgende drie profielen:
Profiel 1 :
Het hierboven beschreven profiel dat nagenoeg over het hele traject is aangetroffen.
Profiel 2:
Ter plaatse van de sonderingen DKM10, DKM12 en DKM14 bevatten de onderste meters van de veenlaag meer minerale stof. De dikte van de veenlaag neemt bovendien t.p.v. sondering DKM15 af. Ter plaatse van de sonderingen DKM11 en DKM13 worden deze afwijkingen ten opzichte van profiel 1 echter niet aangetroffen.
Profiel 3:
De oorspronkelijke situatie voor aanleg van de weg.
5
--
_--
GRD -p Opdrachtnummer: D-3878
5.0 GEOTECHNISCHE ADVIEZEN
5.1 Algemeen De geotechnische adviezen bevatten de resultaten van een uitgevoerde zettingsanalyse en de mogelijkheden tot de toepassing van alternatieve wegconstructies. Verder zal worden ingegaan op uitvoeringsaspecten, mede in verband met de aanwezigheid van kabels en/of leidingstroken.
De uitgevoerde zettingsanalyse verschaft met name informatie voor het periodiek ophogen van de weg. Het éénmalig duurzaam ophogen van de weg zal alleen mogelijk blijken te zijn bij het toepassen van lichte materialen in alternatieve wegconstructies.
Het periodiek ophogen van de weg kan bestaan uit het steeds opnieuw overlagen van de bestaande wegconstructie of uit het verwijderen van de huidige wegconstructie ten einde deze te vervangen door een nieuwe, niet zettingsvrije, wegconstructie. Een eis is daarbij dat een nieuw aan te brengen constructie een minimale drooglegging van 0,15 m dient te bezitten, hetgeen overeenkomt met een wegpeil van tenminste 2,0 m - N.A.P.
Voor het duurzaam ophogen van de weg is uitgegaan van een ontwerppeil van 1,75 m _ N.A.P. en 1,65 m - N.A.P. Incidenteel zwaar vrachtverkeer dient mogelijk te zijn.
De uitvoeringsaspecten hebben met name betrekking op het bereikbaar blijven van
j
de aan de weg gelegen woonhuizen. De aanwezigheid van nutsleidingen in de weg schept additionele randvoorwaarden.
6
-- --------_ _~~._
-
__
-
— -
Opdrachtnummer: D-3878
~ CRD a~ ~ — - ---- --
5.2 Zettingsanalyse --------------5.2.1 Alqemeen Door het aanbrengen van ophogingen danwel andere belastingen wordt in samendrukbare lagen een zettingsproces op gang gebracht. De zettingen worden veroorzaakt door verhogingen van de korrelspanningen en treden tijdsafhankelijk
De theoretische eindzettingen welke na een periode van ca. 27 jaar (10.000 dagen) zullen worden bereikt kunnen worden berekend met de formule van Terzaghi, welke luidt:
Z =
h x ln C
waarin
P1 Po
: z
= samendrukking in m
h
= laagdikte in m
C
= samendrukkingsconstante
Po
= korrelspanning vóór de belastingverhoging in kN/m2
P1
= korrelspanning na de belastingverhoging in kN/m 2
5.2.2 Zettingsberekening Ten gevolge van de aanleg en onderhoud van de weg is in de samendrukbare 1
veenlagen een zettingsproces op gang gebracht. Dit zettingsproces is nog niet tot stilstand gekomen daar elke nieuwe belastingsverhoging, bijvoorbeeld een nieuwe asfaltlaag, nieuwe zettingen doet optreden. Voor de huidige situatie wordt geschat dat de zettingen t.p.v. profiel 1 ca. 10 - 20 mm per jaar zullen bedragen en t.p.v. profiel 2 ca. 5 - 15 mm per jaar. Dit betekent tevens dat
j
het aanbrengen van een nieuwe asfaltlaag met een dikte van bijv. 50 mm iedere 3 tot 5 jaar herhaald moet worden teneinde de weg op het zelfde peil te houden. In de onderstaande tabel zijn de zettingen, welke zullen optreden indien geen nieuwe lagen worden aangebracht, in tabelvorm weergegeven.
7
Opdrachtnummer: D-3878
Tijd in jaren
Zetting in mm profiel 1 profiel 2
1
10 -
20
5 -
15
3
25 -
40
20 -
35
5
40 -
55
35 -
50
10
60 -
80
50 -
70
30
120 - 160
100 - 130
50
160 - 200
140 - 170
Bij een reconstructie van de weg zullen ophogingen en/of verbetering van de fundering van de weg noodzakelijk zijn. Indien dit gepaard gaat met een belastingverhoging dient rekening te worden gehouden met zettingen.
Voor de berekening zijn de stijfheidseigenschappen van de bodem bepaald aan de hand van de voor dit en voor eerdere projecten uitgevoerde samendrukkingsproeven, op grond van visuele waarnemingen van de boorprofielen en op basis van ervaring. Gezien de samenstelling van de samendrukbare lagen kunnen de resultaten van de samendrukkingsproeven over geringe hoogte zeer sterk uiteenlopen. Dit effect is in de beoordeling van de resultaten van de samendrukkingsproeven meegenomen.
In de berekeningen is een geringe onderdruk ten opzichte van de hydrostatische waterdruk i.v.m. de lagere stijghoogte in het pleistocene zandpakket nabij het dorp Vinkeveen in rekening gebracht (profiel 1).
De grondwaterstand is aangehouden op ca. 2,15 m : N.A.P. Bij de analyses is rekening gehouden met het onder water zakken van de grondlagen, waardoor het effectief gewicht van de ophoging vermindert. De berekeningen hebben betrekking op de uiteindelijke zettingen. Dit zijn de zettingen die over een periode van ca. 27 jaar optreden.
8
GRO -p Opdrachtnummer: D-3878
Op de bijlage D-3878-14 is de berekende zetting als functie van de belastingsverhoging op het maaiveld weergegeven. Op bijlage D-3878-15 is het verband tussen de bruto en netto ophogingen weergegeven indien wordt opgehoogd met zand (droog volumegewicht van 17 kN/m3), dat goed wordt verdicht.
De resultaten kunnen als volgt worden samengevat:
Belastingverhoging in kN/m2
Zetting na 27 jaar in m Profiel 1
Profiel 2
Profiel 3
5
0,40
0,25
0,50
10
0,75
0,55
1,00
15
1,05
0,75
1,40
20
1,35
0,95
1,70
Opmerking: Het toepassen van een zandophoging ter plaatse van een maagdelijk terrein met de eerder beschreven bodemgesteldheid (profiel 3) zou bij ophogingen van 0,45 m tot 1,5 m leiden tot het zakken van de ophoging tot onder het oorspronkelijk aanwezige maaiveld.
5.2.3 Tijd- zettingverloop Het optreden van zettingen is een tijdsafhankelijk proces. De tijdsduur is sterk afhankelijk van de laagdikte, de doorlatendheid van de samendrukbare lagen en de afstromingsmogelijkheid van het uit te dringen water. Daarnaast berust een deel van het zettingsproces op het losmaken van aan de korrels gebonden water, een proces waarvan de tijdsduur in het algemeen gesteld wordt op 10.000 dagen (ca. 27 jaar).
9
- ---------
- - --
— -~---------
--
- --
--------
~
GR D
Opdrachtnummer: D-3878
Het zettingsverloop in de tijd is in grafiekvorm weergegeven op bijlage D-3878-16. De zetting is hierin gegeven in procenten van de eindzetting. In tabelvorm samengevat is het verloop van de zettingen als volgt:
Tijd in jaren
Percentage van de eindzetting
0,5
40
1,0
60
3,0
85
27,0
100
5.2.4 Resultaten zettingsanalvse Uit de analyse blijkt dat een verhoging van het gewicht van weg + fundering tot zettingen leidt. Indien tevens een verhoging van het wegpeil dient te worden gerealiseerd is het duidelijk dat dit slechts in beperkte mate met een relatief zwaar ophoogmateriaal als zand kan worden bereikt.
Indien het peil van de weg slechts 0,20 m dient te worden verhoogd, tot ca. 1,75 m : N.A.P., is een bruto ophoging van 1,0 m noodzakelijk om deze netto ophoging te bereiken. De zettingen, groot 0,80 m, zullen in een periode van ca. 30 jaar optreden. Op basis van het in hoofdstuk 5.2.3 gepresenteerde tijd-zettingsverloop zal 40 % van de zett-ng, ca. 0,3 m, reeds na een half jaar zijn opgetreden. Na één jaar bedraagt de opgetreden zetting ca. 0,50 m. De resterende zettingen zullen gedurende de navolgende 29 jaar optreden.
Een belangrijk bezwaar tegen deze oplossing is dat de zettingen niet gelijkmatig tot ontwikkeling zullen komen, waardoor een golvend wegoppervlak zal ontstaan. Het aanbrengen van een bruto ophoging van 1,0 m lijkt daarnaast op praktische problemen te stuiten.
M
~
-pi
CaRO
Opdrachtnummer: D-3878
Eventueel kan worden besloten de weg in fasen met zand op te hogen. Indien de weg 0,50 m wordt opgehoogd zal na 1 jaar ca. 0,2 m zetting zijn opgetreden. Na 3 jaar bedraagt de zetting 0,3 m. Als op dat moment opnieuw 0,50 m wordt opgehoogd zal de totaal opgetreden zetting na 6 jaar ca. 0,70 m bedragen. De resterende 0,10 m zetting zal in de volgende periode van ca. 25 jaar optreden.
Een alternatief kan bestaan uit het verwijderen van de huidige wegfundering en deze vervangen door een nieuwe verhardingsconstructie. Uitgaande van de toepassing van 0,8 m zand, 0,4 m schuimslakken c.q. poreuze lava-slakken, volumegewicht 14 kN/mZ en ca. 0,14 m asfalt kan bij een ontgravingsdiepte van ca. 3,0 m : N.A.P. een wegpeil van 1,65 m : N.A.P. worden gerealiseerd. Een dergelijke verhardingsconstructie is echter wel aan zettingen onderhevig.
De belastingsverhoging ten opzichte van de huidige situatie bedraagt ca. i
6 kN/mz. Uit de grafiek op bijlage D-3878-14 is af te lezen dat ter plaatse van 1
profiel 1 een zetting van ca. 0,45 m en ter plaatse van profiel 2 een zetting van ca. 0,32 m na 30 jaar te verwachten is. Na 1 jaar zal ca. 60 % van deze
j
zetting, resptectievelijk 0,27 m en 0,19 m zijn opgetreden. Ter plaatse van profiel 1 wordt op dat moment de kritische drooglegging van 0,15 m bereikt. Na
1
'
een periode van 1 jaar is het derhalve opnieuw noodzakelijk een laag asfalt aan te brengen.
Indien het zand wordt vervangen door Flugsand bedraagt de belastingverhoging ca. 3,5 kN/mZ. De bijbehorende zetting na 30 jaar bedraagt ca. 0,27 m voor profiel 1 en ca. 0,18 m voor profiel 2. Na deze periode wordt de drooglegging opnieuw kritiek.
Uit het voorgaande blijkt, dat een reconstructie met traditionele materialen zeer ingrijpend en niet duurzaam is. Dergelijke oplossingen dienen dan ook te worden afgewogen tegen de in hoofdstuk 5.2.2 beschreven aanpak.
HE
--
_~_.~~~-•--
--
- -- -
TJOR113
Opdrachtnummer: D-3878
Deze aanpak betreft het periodiek, ca. 1 keer per 3 jaar, aanbrengen van een nieuwe laag asfalt en het accepteren van zettingen in de orde van grootte van 5 à 20 mm/jaar.
Tenzij een paalfundering wordt toegepast, dient een eventuele wegreconstructie, waarbij het peil van de weg duurzaam wordt verhoogd dan ook te worden uitgevoerd met lichte materialen of in combinatie met lichte materialen.
5.3 Wegconstructie met lichte materialen 5.3.1 Alqemeen De huidige wegfundering heeft over het algemeen een dikte 0,5 à 1,0 m.
Onder
deze fundering bevindt zich veen met matige sterkte-eigenschappen. Plaatselijk zal de structuur van het veen ten gevolge van de dynamische belastingen van het vrachtverkeer verstoord zijn. Dit veen zal nauwelijks nog enige sterkte bezitten. Verder dient een verdere verstoring van de structuur van het veen voorkomen te worden door een goede drukverdelende of funderingslaag in de nieuwe wegconstructie op te nemen. In eerste instantie zal worden uitgegaan van een drukverdelende
laag van 0,6 m en de vervanging van het veen tot minimaal
3,0 m - N.A.P.
Plaatselijk is de huidige wegconstructie gering van dikte. De druk op de ondergrond zal hier ca. 6 à 8 kN/m2 zijn. Voor een volledig zettingsvrije j
constructie dient de nieuwe weg + fundering in ieder geval lichter te zijn dan 8 kN/m 2. Bij de eerder vermelde uitgangspunten is dit alleen mogelijk, indien P5-hardschuim onder de funderingsconstructie wordt aangebracht. Andere zeer lichte materialen, zoals Argexkorrels en schuimbeton, zullen in combinatie met de funderingslaag + wegdek een hogere druk op de ondergrond geven en nog geringe zettingen veroorzaken.
12
N-W Opdrachtnummer: D-3878
Gezien de eisen die aan de weg gesteld worden, dient de funderingslaag uit slakken te bestaan. Hierbij gaat de voorkeur uit naar schuimslakken of poreuze lavaslakken met een volumegewicht van 14 kN/m3. Hoogovenslakken komen vanwege het hoge volumegwicht en mogelijke toekomstige graafproblemen niet in aanmerking. De slakken dienen bij voorkeur afgedekt te worden met asfalt. Een
I
afdekking met straatzand en klinkers zal namelijk extra geluidsoverlast van het
i
verkeer veroorzaken. onder trottoirs of groenstroken kunnen, in plaats van slakken flugsand of argexkorrels worden toegepast.
5.3.2 Toepassinq Polystyreen-hardschuim Polystyreen-hardschuim (PS-hardschuim) heeft een te verwaarlozen gewicht en zal onder water ten gevolge van de opwaartse kracht een negatief gewicht bezitten. Met PS-hardschuim zijn aldus constructies mogelijk, die geen verhoging van de oorspronkelijke korrelspanning opleveren. Bij dergelijke constructies zullen geen of nagenoeg geen zettingen optreden.
Weqpeil 1,75 m - N.A.P.
- 0,14 m asfalt - 0,6 m schuimslakken/lavaslakken - geotextiel - 0,5 m PS-hardschuim; kwaliteit PS-20 - geotextiel - ontgravingspeil ca. 3,0 m : N.A.P. - restzettingen: nihil k
Wegpeil 1,65 m _ N.A.P.
- idem met 0,60 m PS-hardschuim in plaats van 0,5 m
13
M~~ Opdrachtnummer: D-3878
Uitvoeringsaspecten van de toepassing van PS-hardschuim zijn:
-
Het PS-hardschuim dient in minimaal 2 lagen "kruiselings en overlappend" te worden aangebracht.
-
Het geotextiel dient aangebracht te worden in verband met de mechanische bescherming van het PS-hardschuim. De treksterkte dient minimaal 40 kN/ml te bedragen.
-
De slakken, welke op de PS-hardschuim worden aangebracht dienen statisch te worden verdicht.
-
Een afdekking met oliebestendig folie kan achterwege blijven, aangezien het PS-hardschuim onder water zal worden toegepast. Bij een geringe olie/benzineverontreiniging zal aldus geen aantasting plaatsvinden, terwijl bij een ernstige verontreiniging ingrijpende maatregelen dienen te worden getroffen; vooral buiten het PS-hardschuim.
-
Het PS-hardschuim kan zowel in den droge als in den natte worden aangebracht. Bij een uitvoering in den droge kunnen, afhankelijk van de tijdsduur van de verlaging, zettingen in de omgeving optreden. Een uitvoering in den natte verdient de voorkeur. Hierbij dienen de blokken aan elkaar te worden gelijmd of in het wegenbouwdoek te worden ingepakt. Vervolgens dient het PS-hardschuim in het water te worden gelaten en op de juiste plaats te worden afgezonken.
5.3.3 Toepassinq Schuimbeton Een constructie met schuimbeton zal niet geheel zettingsvrij zijn. Daar
r {
betrouwbare gegevens omtrent wateropname en duurzaamheid niet voorhanden zijn is het niet reëel te stellen dat het schuimbeton onder water een blijvend negatief gewicht zal bezitten. Een dergelijke constructie zal, uitgaande van
j
een onderwater gewicht van 2 kN/m 2 , aan geringe restzettingen onderhevig zijn.
14
Opdrachtnummer: D-3878
Weqpeil 1 ,75 m - N.A.P.
- 0,14 m asfalt - 0,6 m schuimslakken/lavaslakken - 0,6 m schuimbeton, droog volumegewicht 5 kN/m3 - ontgravingspeil ca. 3,10 m : N.A.P. restzettingen: 0,05 m
I Wegpeil 1 ,65 m _ N.A.P.
- idem met 0,75 m schuimbeton - restzettingen: 0,05 - 0,10 m
5.3.4 Toepassinq Arqex-korrels Een constructie met Argex-korrels zal niet geheel zettingsvrij zijn. Een dergelijke constructie zal dan ook aan restzettingen onderhevig zijn.
Wegpeil 1,75 m : N.A.P.
- 0,14 m asfalt - 0,6 m schuimslakken/lavaslakken - 0,6 m Argex-korrels, droog volumegewicht 5 kN/m 3 - ontgravingspeil ca. 3,10 m _ N.A.P. - restzettingen: ca. 0,05 m
Wegpeil 1 ,65 m : N.A.P.
- idem met 0,75 m Argex-korrels - restzettingen: ca. 0,05 - 0,10 m
15
Opdrachtnummer: D-3878
Uitvoeringsaspecten bij de toepassing van Argex-korrels zijn:
-
De Argex-korrels dienen of in den droge of in dure worsten/matten in natte te worden aangebracht. Indien Argex-korrels los in den natte
den
worden
gestort blijken zij gedurende enige tijd te blijven drijven alvorens zij naar de bodem zakken. Praktisch gezien kan dit tot problemen leiden bij de uitvoering. De Argex-korrels laten zich moeilijk verdichten. Het verdichten dient te worden verricht met een trilplaat van 100 à 200 kgf volgens de richtlijnen van Argex. Teneinde de verdichtingswerkzaamheden te kunnen uitvoeren dient de waterstand tot minimaal 0,20 m onder de bovenzijde van de Argex-korrels te worden verlaagd. -
Geadviseerd wordt tijdens het aanbrengen van het Argex in den droge maatregelen tegen stofoverlast te treffen.
-
De toplaag van het Argex dient te worden gestabiliseerd met behulp van cementwater of te worden afgedekt met wegenbouwdoek.
5.3.5 Toepassinq Fluqsand De toepassing van flugsand heeft als voordeel dat de dikte van de laag schuimdanwel lavaslakken kan worden beperkt tot 0,4 m. Het relatief grote gewicht van dit "lichte" materiaal heeft als nadeel dat de te verwachten restzettingen niet gering zullen zijn. Na ca. 3 jaar zal de constructie tot op het huidige peil zijn gezakt.
Wegpeil 1 ,75 m : N.A.P.
- 0,14 m asfalt 0,4 m schuimslakken/lavaslakken - 0,8 m flugsand, verdicht volumegewicht 11 kN/m3, of stortgewicht minder dan 9,0 kN/m3. - ontgravingspeil ca. 3,10 m - N.A.P. - restzettingen: 0,25 - 0,30 m.
M
Opdrachtnummer: D-3878
Wegpeil 1 ,65 m _ N.A.P.
- idem met 0,9 m flugsand - restzettingen: 0,30 - 0,35 m.
Uitvoeringsaspecten c.q. eisen met betrekking tot de toepassing van flugsand zijn:
-
Het flugsand dient te worden verdicht volgens de bijlage "Richtlijnen grondverbetering". Teneinde de verdichtingswerkzaamheden te kunnen uitvoeren dient de waterstand tot minimaal 0,20 m onder de bovenzijde van
i
het flugsand te worden verlaagd. Het aantal gangen waarin de verdichting wordt uitgevoerd dient minimaal 10 te bedragen.
( I.
-
Het percentage deeltjes , 63 µm dient maximaal 7
-
De verbrijzelingssterkte dient hoog te zijn. Dit kan bijvoorbeeld blijken
te bedragen.
uit een nagenoeg identieke korrelverdeling voor en na een CBR-proef.
5.4 Uitvoeringsaspecten ------------------Een eventueel uit te voeren reconstructie van de weg zal overlast voor de bewoners aan de Baambrugse Zuwe, alsmede de gebruikers van de weg met zich meebrengen. Uitgangspunt bij een reconstructie is dat de woningen bereikbaar blijven.
Een volledige reconstructie van de weg, waarbij het wegpeil wordt verhoogd, zal de grootste problemen voor de bereikbaarheid opleveren. Het in fasen uitvoeren van de werkzaamheden is in dat geval noodzakelijk.
Het is niet praktisch de reconstructie per weghelft uit te voeren. In dat geval is namelijk de stabiliteit van het niet in uitvoering zijnde wegdeel in de uitvoeringsfase alleen te waarborgen door het installeren van een stalen damwand tot ca. 10 m - N.A.P. Bovendien moeten in dat geval extra voorzieningen worden getroffen t.p.v. inritten naar de woonhuizen.
17
BRIM
Opdrachtnummer: D-3878
Geadviseerd wordt een volledige reconstructie in vakken uit te voeren, waarbij de lengte van het vak zo wordt gekozen dat aan het einde van een werkdag in minimaal één richting personenautoverkeer mogelijk is. Gedurende de werkdag zal de weg voor auto's gesloten moeten worden. Voor voetgangers en fietsers kunnen aanvullende maatregelen worden getroffen, bijv. een constructie van PS-hardschuim in de aangrenzende sloot, waardoor voor hen een doorgaande route beschikbaar blijft. Doorgaand vrachtverkeer zal geen gebruik van het onder reconstructie zijnde wegdeel kunnen maken.
5.5 Kabels en leidingen ------------------De kabels en leidingen kunnen in principe in de groenstroken, bermen en percelen worden aangelegd. Doorvoeren onder de weg kan hetzij door middel van mantelbuizen danwel door middel van een strook opgevuld met Flugsand i.p.v. slakken plaatsvinden. De strook Flugsand dient zo smal mogelijk te worden gehouden. De constructie met mantelbuizen verdient de voorkeur. / FUGRO BlV/~
Ií~
)
C-M. de Leeuw,
Projectleider.
Leidschendam, 24 april 1991 Rapport opgesteld door: Ing. E. de Jong, Adviseur. Eng/Sch.
18