Beantwoording vragen fractie RVB over raadsvoorstel 80 21 Besluitvorming in voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (verzamelvoorstel). Informatie
Tekst van het document
Informatienota raad AAN DATUM ORGANISATIEONDERDEEL PORTEFEUILLEHOUDER BEHANDELEND AMBTENAAR TOESTELNUMMER
de gemeenteraad 25 januari 2022 CS Rein Kroon Henrike Geurkink 291816
REGISTRATIENUMMER TER INZAGE BIJLAGE(N)
Vragen fractie RVB Gewijzigde bijlagen I en IIIA bij raadsvoorstel 80/21
Onderwerp Beantwoording vragen fractie RVB over raadsvoorstel 80/21 ‘Besluitvorming in voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (verzamelvoorstel)’ inclusief afdoening toezegging 4/22.
Waarom naar de raad Tijdens de behandeling in de commissie RZ&PW&SI van 12 januari 2022 is toegezegd naar het stroomschema in bijlage I te kijken. Daarnaast heeft de fractie RVB schriftelijk verduidelijkende vragen gesteld.
Inleiding In voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet legt het college diverse besluiten aan de raad voor in een verzamelvoorstel. Dit is besproken in de commissie RZ&PW&SI. De toezegging en vragen van de fractie RVB leiden tot enkele verduidelijkingen in de bijlagen van het raadsvoorstel. De wijzigingen zijn geel gemarkeerd.
Kernboodschap De vragen van de fractie RVB staan vetgedrukt. De antwoorden op de gestelde vragen staan eronder vermeld. 1. Valt het te voeren (Voor)overleg onder de Ow onder de legesverordening, zo ja onder welk artikel en zo nee wanneer wordt de verordening daarop aangepast. Of hoeft die aanpassing niet plaats te vinden omdat het vooroverleg onder de Ow gratis is. Indien het antwoord op bovenstaande vraag is dat dit overleg gratis is, en niet wordt doorberekend op welke wijze dan ook, hoeveel FTE zal dat overleg dan door u begroot ongeveer per jaar kosten? Ja, de ambtelijke kosten voor het voeren van vooroverleg vallen onder de Omgevingswet onder de legesverordening. Dit verandert niet ten opzichte van de huidige werkwijze. Dit valt onder paragraaf 2.2.2 van de tarieventabel. De legesverordening wordt voor inwerkingtreding van de Omgevingswet herzien in verband de wijziging in grondslagen.
Informatienota raad - documentnummer: 54373
2. Tekstvoorstel Bijlage III. In de eerste zin; Een initiatiefnemer vermeldt op basis van art.7.4 Omgevingsregeling....... enz., het woordje "verplicht" op te nemen, zodat deze zin komt te luiden; Een initiatiefnemer vermeldt verplicht op basis van art.7.4 Omgevingsregeling bij elke aanvraag of en zo ja, hoe hij participatie heeft vormgegeven.(immers het is een verplichting om die vraag met òf ja òf met nee te beantwoorden) De zin zoals die daar nu in dit voorstel op volgt, "De gemeente stimuleert dit te doen”, slaat zoals dit nu is geredigeerd in de voorliggende tekst op” het stimuleren door de gemeente van het aangeven door initiatiefnemer om de vraag of hij aan participatie heeft gedaan te beantwoorden", en dat is niet correct daar beantwoording van die vraag een verplichting is! Die verplichting moet niet alleen kunnen worden opgemaakt door de Toelichting te lezen. De suggesties maken de tekst duidelijker. Dit is aangepast. 3. Bijlage II. M.b.t. art. 1.lid 2 en 3. Wat wordt verstaan in lid 2 onder “vloeroppervlak”? Is dat de zgn. grond footprint, of is het totale oppervlak van de winkelruimte dus bijvoorbeeld verdeeld over wellicht meerdere verdiepingen, of losstaande gebouwen? Diezelfde vraag dan ook m.b.t. lid 3 ? M.b.t.
de zinsnede – in lid 3- “op bedrijventerrein Mijdrecht groter dan 5000 m2” die graag verduidelijken! Waar ligt “bedrijventerrein Mijdrecht” en wat heeft die 5000 m2 voor functie? (was het wellicht de bedoeling lid 3 te laten gelden voor alle bedrijventerreinen IN Mijdrecht , groter dan 5.000m2? En als dat het geval is, is het realiseren van bedrijfsruimte van meer dan 1000 m2 op kleinere bedrijventerreinen, dus kleiner dan 5.000 m2, dan niet verplicht Raadsadvies waardig?) De huidige manier van formuleren maakt duidelijk dat bij grote wijzigingen de raad een adviesrol heeft. Met een meer specifieke beschrijving loopt de raad het risico dat zaken niet meer langskomen; Verschillende keuzes leveren verschillende uitkomsten op voor bijvoorbeeld een bedrijf of winkel met een footprint van 500 m² in drie verdiepingen of een winkel met een footprint van 1200 m² met een verkoopvloeroppervlak van 900 m². In de huidige insteek komen deze altijd langs. Bedrijventerrein Mijdrecht is begrensd in het bestemmingsplan “Bedrijventerreinen Mijdrecht en Vinkeveen” en heeft enkel betrekking op de gronden gelegen in Mijdrecht. Voorbancken, gelegen in Vinkeveen, maakt hier geen onderdeel van uit. In antwoord op deze vraag wil het college aandacht vragen voor de aanhef van de lijst en wat hierover in de toelichting is gezegd.
Met het aanwijzen van gevallen waarover de raad advies uitbrengt, ontstaat een nieuwe manier van samenwerken tussen college en raad. In de geest van de Omgevingswet op basis van vertrouwen. Dus: In geval van twijfel, legt het college aanvragen aan de raad voor. 4. M.b.t. art.1 lid 6 Is het correct dat o.g.v. dit lid geen advies van de raad nodig is wanneer ook in het buitengebied onder de in dat lid aangegeven m2 of aantallen om gebruikswijziging van bestaande bebouwing wordt verzocht? En als, zoals in de bijlage wordt gemeld, het
Informatienota raad - documentnummer: 54373 - pagina 2
buitengebied in hoge mate en voor de meeste gevallen wordt gereguleerd door de provinciale Omgevingsverordening, is het dan niet beter om dat ook duidelijk op te nemen in het betreffende lid 6 zodat met dat lid 6 geen valse verwachtingen of onrust wordt gezaaid of mensen daardoor op het verkeerde been worden gezet ? Het klopt dat de grenzen voor gebruikswijziging gelden voor zowel het stedelijk als het landelijk gebied. En het klopt dat dit in het landelijk gebied maar zeer beperkt voorkomt, omdat dergelijke mogelijkheden hier worden beperkt door de Provinciale Omgevingsverordening. Het college verwacht niet dat dit tot onduidelijkheid leidt, omdat “de lijst van gevallen waarin de raad advies uitbrengt” geen uitspraak doet over het wel of niet haalbaar zijn van een vergunningaanvraag, maar over de samenwerking tussen het college en de raad. Het lijkt het college niet verstandig om te veel voorwaarden vanuit bijvoorbeeld de provincie in deze lijst op te nemen, omdat de lijst dan juist de indruk wekt dat hiermee de haalbaarheid wordt getoetst. 5. Bijlage 1 Op blz. 1 van de bijlage laatste alinea , is vermeld; “Een vergunning die het college voor advies .....enz.” Dit moet naar mijn mening zijn; "Een vergunningaanvraag die het college voor advies.....enz”. Dit is aangepast. 6. Dan m.b.t. de procesgang. Als raad hebben wij in bepaalde gevallen het bindend advies recht.
Dat houdt in dat B&W ons daarin dient te volgen. Wij als raad kunnen “ja” of “nee” een vergunning verlenen, en ook kunnen we nadere voorwaarden stellen. De aanvrager heeft daar ook recht op, op dat advies! Uit de bijlage lijkt te volgen dat B&W ons alleen een conceptvergunning" dus een positief besluit op een aanvraag voorlegt. Dus alleen iets voorlegt wanneer zij menen dat een vergunning op de aanvraag kan worden verleend. Dat doet naar mijn mening geen recht aan het bindend adviesrecht van de raad in dat soort zaken. Immers de aanvrager heeft er ook recht op het advies van de raad op zijn aanvraag te vernemen. Dat houdt naar mijn mening in dat zowel wanneer er door B&W een positief besluit wordt genomen op de aanvraag dat wordt voorgelegd aan de raad, maar ook een weigering, een negatief advies. Het kan immers zo zijn dat de raad wél instemt alleen wellicht met nadere voorwaarden of onder andere voorwaarden. Het bindend advies recht geldt voor de aanvraag en niet voor alleen wanneer B&W meent dat positief daarop kan worden beslist en positief adviseert. Ook bij negatief advies van B&W blijft, naar mijn mening, de raad bevoegd een bindend advies te geven en dus dienen ook niet positieve besluiten op aanvragen door B&W aan de raad te worden voorgelegd.
In de bijlage bij het raadsvoorstel ‘Lijst van gevallen waarin advies van de gemeenteraad verplicht is’ is het in artikel 1 als volgt geformuleerd: Advies van de gemeenteraad is verplicht in gevallen waarin het college van burgemeester en wethouders voornemens is om in afwijking van het omgevingsplan middels een omgevingsvergunning medewerking te verlenen aan: …. Daaruit volgt dat aanvragen worden voorgelegd, wanneer het college zich al wel een (positief) oordeel gevormd heeft. Dit is een bewuste keus. De wetgever geeft de bevoegdheid tot het verlenen vergunningen aan het college. De raad geeft bindend advies als dat zo is afgesproken. Dat betekent niet ‘tekenen bij het kruisje’, maar kritisch bezien of alle betrokken belangen bij de aanvraag goed worden afgewogen. Dat kan leiden tot bijstelling, extra voorwaarden of in het uiterste geval het weigeren van een vergunningaanvraag.
Informatienota raad - documentnummer: 54373 - pagina 3
Het college weegt in het vooroverleg en bij de start van een vergunningaanvraag alle betrokken belangen. Hierbij zijn door de raad vastgesteld beleid en vastgestelde visies leidend. Het gaat dus niet om willekeurige inzichten van het college, maar uitvoering van de kaders van de raad. Dit past in de rolverdeling uit de Omgevingswet en de nieuwe manier van samenwerken. Als het college alle aanvragen die onder de categorieën in de lijst vallen moet voorleggen, lopen we het risico dat ook onvoldragen aanvragen aan de raad worden voorgelegd. Veelal wordt de afweging over de haalbaarheid van een plan al in het vooroverleg gemaakt. Juist in gevallen waarin geen vooroverleg is gevoerd, is het risico van een onvoldragen aanvraag groot. Dit komt overigens niet vaak voor.
Consequenties De verduidelijkingen in de bijlagen hebben geen consequenties voor de strekking van de besluitvorming.
Communicatie Niet van toepassing
Vervolg Niet van toepassing
Informatienota raad - documentnummer: 54373 - pagina 4