CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen VVD

Gecombineerde commissies 17 mei 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: 2. Technische vragen die voorafgaand aan de technische commissie gesteld zijn3.931 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Beleidsnota Zoekgebieden Technische vragen VVD fractie

Raadsvoorstel zelf 1. onder de tabel op blz 69 van Bijlage 1 staat: ‘’Bovenstaande getallen zijn indicatief. In het raadsvoorstel is de opgave per gebied afgerond op tientallen, daarbij uitgaande van het minimale scenario.’’ De afwijkingen van de cijfers onder punt 2 van het raadsvoorstel zelf wijken echter meer af dan een afronding op tientallen. Welke verklaring kan hiervoor worden gegeven? Voor het raadsvoorstel zijn de getallen gebaseerd op de tabel op bladzijde 69. Het betreft de kolom ‘totaal minimaal’. Bij het tweede gebied in de tabel staat daar het getal ‘107’, in het raadsvoorstel is dat afgerond op 110 (ondergrens) en vervolgens met 3 vermeningvuldigd om de bovengrens (330) te bepalen. Dit is voor elk gebied gedaan. 2. Er is een opsomming a t/m h onder punt 2 van het raadsvoorstel, dat verwijst naar de gebieden die zijn aangeduid met hoofdletters A t/m R. Is verwarrend. Kunt u dat voor volgende voorstellen aanpassen? Voortaan zullen we dit helderder duiden. 3. Is er een nadere onderbouwing mogelijk met voorlopige cijfers van ontwikkelaars, en/of grondeigenaren en/of netwerkbeheerders, die al enige tijd aan het verkennen zijn, en waar de gegeven cijfers in het raadsvoorstel mogelijk op gebaseerd zijn? We nemen aan dat u met de gegeven cijfers doelt op de minimale en maximimale opwek per gebied.

Deze zijn gebaseerd op de potentieberekening, die is beschreven in paragraaf 4.3 van de beleidsnota zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens. Deze potentie is berekend door te kijken naar de toepasbaarheid van zonnevelden en windmolens in de voorgestelde zoekgebieden. Daarbij kijken we ook naar de gemiddelde verwachte opbrengst van deze technieken. 4. onder 1.3 zegt u dat alle initiatieven “uiteindelijk” aangesloten moeten worden door Stedin. Wanneer is uiteindelijk?

De electriciteitswet bepaalt dat netbeheerders in hun verzorgingsgebied een aansluitplicht hebben. Deze plicht geldt als de ontwikkelaar een vergunning voor de plaatsing van een zonneveld of windmolen heeft en er geen andere (juridische) procedures doorlopen moeten worden. Het initiatief moet dus concreet en goedgekeurd zijn. Het aansluiten van een windmolen of zonneveld kost tijd. Die tijd is afhankelijk van of een station uitgebreid moet worden of niet. Een indicatieve doorlooptijd is 2,5 tot 5 jaar. 5. paragraaf 1.4.2.1. Meldt dat het college zelf beslist over fiat op uitkomst gebiedsproces. Is raad hier niet meer bij betrokken? En hoe verloopt dit proces in relatie tot de Omgevingswet, onder de aanname dat dit de wet is waaronder de ruimtelijke plannen van de gebiedsprocessen worden behandeld? De gemeenteraad stelt de kaders vast. Zo heeft u de beleidsnota Voorwaarden voor zonnevelden en windmolens in juli 2020 vastgesteld. Het raadsvoorstel voor de zoekgebieden zonnevelden en windmolens ligt nu bij u voor ter besluitvorming. Het opstellen van ruimtelijke voorwaarden en aanbestedingscriteria doen wij op basis van die kaders. We zien de ruimtelijke voorwaarden en aanbestedingscriteria daarom als een uitwerking van deze kaders. We informeren de raad over de voortgang in de zoekgebieden met de reguliere raadsinformatienota over duurzaamheid. Die ontvangt u 3 keer per jaar.

Of er daadwerkelijk gestart wordt met een initiatief dat bepaalt de gemeenteraad. Zij neemt de uiteindelijke beslissing over initiatieven met het vaststellen van de omgevingsvergunning en/of het aanpassen van het bestemmingsplan. 6. In dit raadsvoorstel wordt de eenheid Tj gebruikt, en in de RES vaak Twh. Als we willen omrekenen moeten we voortdurend hoofdrekenen met de factor 0,176666. is het mogelijk vanaf nu met dezelfde eenheid te werken? We begrijpen dat het gebruik van twee eenheden lastig kan zijn. De eenheid Tj is gebruikt in het raadsvoorstel en de beleidsnota omdat deze in eerdere gemeentelijke stukken over dit onderwerp is gehanteerd. Met het oog op de herkenbaarheid van deze getallen hebben we Tj opnieuw gebruikt. Als u en andere partijen behoefte hebben aan eenzelfde eenheid dan kunnen we in volgende stukken de eenheid Twh gebruiken. Onder financiën 7. Wanneer weet u of de extra kosten voor 2021 en 2022 ad € 40.000 en € 80.000 gesubsidieerd kunnen worden? De provincie stelt op dit moment verschillende subsidies beschikbaar. Waarschijnlijk kunnen we deze deze subisies gebruiken voor het gebiedsproces. Denk dan aan:

-

-

-

Een voucher voor het inhuren van een juridisch expert. Wij hebben deze gebruikt om de afdwingbaarheid van lokaal eigendom bij zon- en windprojecten te onderzoeken. De provincie sluit niet uit dat wij nog een extra voucher mogen gebruiken. Een voucher voor het inhuren van een participatie expert voor ca 10 uur. Hiermee kunnen wij bijvoorbeeld een participatie expert laten meedenken over het participatietraject of bepaalde taken laten uitvoeren. Een subsidie van maximaal 20.000 euro voor een participatietraject binnen een zoekgebied. De subsidie bedraagt maximaal 75% van de kosten. De subsidie mag gebruikt worden voor het inhuren van een gebiedscoördinator.

Wij wachten met het doen van een aanvraag totdat de gemeenteraad een besluit heeft genomen over de zoekgebieden. De aanvraagprocedure kost ongeveer 3 maanden. 8. Is het al bekend hoe hoog de leges zouden kunnen worden? Antwoord: hiervoor gaan we uit van de door de raad vastgestelde legesverordening. Als voorbeeld: bij een zonneveld van 10 ha zijn de bouwkosten zo’n 10 miljoen. De legeskosten zijn naar schatting 375.000 euro. Als we in De Ronde Venen bijvoorbeeld enkel zonnevelden plaatsen komt dit neer op ca. 238 ha x 37.500 = 8.925.000 euro. Algemeen 9. Hoe is de samenwerking met onze buurgemeenten voorzien bij deze in het raadsvoorstel voorgestelde vervolgstap? In het gebiedproces kunnen alle belanghebbenden meepraten. Dat kunnen ook inwoners uit buurgemeenten zijn die aan de grens wonen. De gebiedscoördinator maakt hier vooraf een participatieplan voor. In de aanloop naar het raadsvoorstel hebben wij ambtelijk en waar nodig bestuurlijk contact gehad met buurgemeenten. Dit blijven wij ook tijdens het gebiedsproces doen. 10. Ter oriëntatie: Wat is de hoogte van de windmolen bij Johnson in Mijdrecht (molen en tiphoogte)? De molen bij Johnson is 125 meter hoog (tiphoogte). De mast is 80 meter hoog.

Beleidsnota Pagina 5 11. Onder volgorde van opstelling staat aangegeven dat het voorstel is om 4 gebieden open te stellen om ruimte te houden in te spelen op toekomstige ontwikkelingen. Welke ontwikkelingen moeten we ons daarbij voorstellen. En waarom 4 en niet 1 of 2 gebieden? Met het voorstellen van 4 gebieden is er duidelijkheid voor inwoners, ontwikkelaars, grondeigenaren en anderen betrokkenen. Deze voorspelbaarheid draagt er aan bij dat projecten met het benodigde tempo kunnen worden gerealiseerd. Tegelijkertijd is de energietransitie een unieke verandering, waarvan we het verloop niet exact kunnen voorspellen. Om daar op in te spelen is voorgesteld om eerst met 4 gebieden te beginnen. 12. Waarom is het Geingebied meegenomen als optie voor wind terwijl hier een motie over aangenomen is? De genoemde motie vraagt het college om de Stelling van Amsterdam uit te sluiten als zoekgebied voor windturbines. Wij hebben die motie uitgevoerd. 13. In het voorstel en in deze notitie staat steeds een minimale opwek per zoekgebied aangegeven. Waarom een minimum benoemen? Als het benodigde totaal behaald is (op welke wijze dan ook), is er toch geen minimum per zoekgebied meer nodig? Het voorstel Zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens voorziet in zoekgebieden waarmee de opwek van 636TJ duurzame energie kan worden gerealiseerd.

We willen de opgave relatief gelijk over de zoekgebieden verdelen waarbij wel wel rekening houden met de potentie per gebied. Door een ondergrens op te nemen zorgen we dat de zoekgebieden allen een evenredig grote opgave hebben in hun gebied. Pagina 7 14. Met het vaststellen van het document legt de raad vast waar ontwikkelingen mogelijk worden en waar uitgesloten. We geven als raad toestemming om te gaan verkennen naar opties die op draagvlak kunnen rekenen. Er is absoluut nog geen sprake van een keuze of we het daadwerkelijk gaan doen, dit zal blijken. Correct? De raad beslist inderdaad bij ieder initiatief over het verlenen van de mogelijke omgevingsvergunning of aanpassing van het bestemmingsplan. Pas daarna kan er daadwerkelijk een windmolen of zonneveld komen. Wel is het zo dat de raad een concrete ambitie en kaders meegeeft aan het gebied. Bijvoorbeeld over de minimale opwek. Dit schept ook verwachtingen. De initiatieven die terugkomen bij de raad zullen daar dan ook binnen passen. Pagina 9

15. Onder 1.2 duizelen de getallen en ze lijken niet overeen te komen. Spoorboekje 2017 zou een totale energievraag van 4052 TJ aanhouden waarvan 117 duurzaam. De verwachting is dat er een verdubbeling zal komen namelijk 1250 TJ in 2040? Dit is geen verdubbeling maar een vermindering lijkt het? Vervolgens is de verwachting dat er 50 % met zon en innovatie (welke innovatie?) opgewekt zal worden en dat de rest 636 TJ door wind en zon zal moeten worden opgewekt?636 x 2 is 1270 die we dan ook niet kunnen plaatsen. Graag uitleg. Het getal van 4053 TJ is het energieverbuik in De Ronde Venen in 2017. Dat is niet alleen elektriciteit maar alle energie. Voor het overgrote deel bestond dat uit het gebruik van aardgas, benzine, diesel en LPG (zie ook de grafiek hieronder). Een veel kleiner deel bestond uit elektriciteit. Daarvan werd toen 117 TJ duurzaam opgewekt. We verwachten dat de vraag naar elektriciteit verdubbelt in 2040 door de opkomst van elektrisch rijden en warmtepompen. Dit wordt dan ongeveer 1250 TJ. 20% daarvan wekken we op met zonnepanelen op daken. En 30% met innovatieve technieken. Dat zijn technieken die op dit moment nog niet opschaalbaar zijn, maar in de toekomst mogelijk wel. Denk aan zonnepanelen in ramen of fietspaden. Om daar in de toekomst gebruik van te kunnen maken, reserveren we een deel van de opgave voor die technieken.

Voor de resterende elektriciteit hebben we zonnevelden en windmolens nodig. Het klopt dat 636 TJ niet exact de helft is van 1250 TJ. Dat komt door een afronding in de potentie van zon op dak, dat is namelijk 19%.

16. Hier staat opgenomen dat het aangeraden wordt om zon en wind in te zetten. Dit is nadrukkelijk nog geen keuze vanuit de raad. Wie raad dit aan?

In zijn algemeenheid is bekend dat het gebruik van windmolens én zonnevelden zorgt voor het meest stabiele aanbod van elektriciteit. Wanneer er geen zon schijnt is er vaak wel wind en andersom. Door zon en wind te combineren zijn er minder pieken en dalen in de stroomopwek. Daardoor is er minder opslagcapaciteit nodig. Daarnaast leveren windmolens in vergelijking met zonnevelden hun stroom vaker en met minder hoge pieken. Daardoor is de kabel die de stroom transporteert vaak minder dik en minder kostbaar. Ook is de kosten-baten verhouding doorgaans gunstiger bij windmolens dan bij zonnevelden. Zodat er meer geld is voor (langere) kabels. En voor winstdeling met omwonenden. Daardoor kunnen windmolens verder weg van elektriciteitsstations staan dan zonnevelden. Als je zonnevelden onder windmolens plaatst kunnen zonnevelden op dezelfde kabel als de windmolens aangesloten worden. Dan drukken niet alle kosten van de lange dure kabel op het zonneveld. In dat geval kan een zonneveld wel verder van een station geplaatst worden dan normaal betaalbaar is. Het plaatsen van zonnevelden onder windmolens zorgt ook voor efficient ruimtegebruik. Pagina 10 17. Waarom wordt er een beknopte weergave gegeven van de Voorwaarden Zonnevelden en Windmolens zoals vastgesteld door de Raad in juli 2022, en niet het integrale stuk? Hier kozen we voor vanweg de leesbaarheid.

De voorwaarde zijn vastgesteld in 2020. U kunt deze vinden op www.duurzaamderondevenen.nl 18. In aanvulling op voorgaande vraag, kunt u dieper ingaan op de regelgeving en wettelijke normen rond geluid en effecten op gezondheid, en kunt u ingaan op de meest recente inzichten en vragen hieromtrent, bijvoorbeeld zoals door de Tweede Kamer gesteld over WHO adviezen? Specifiek zijn we op zoek naar hoe u de meest recente inzichten rond afstanden tot windmolens en geluidsnormen meeneemt. Er gelden wettelijke grenswaarden voor de hoeveelheid geluid die een windturbine bij geluidsgevoelige gebouwen mag produceren. Het beschermingsniveau op de gevel bedraagt gemiddeld 47 decibel overdag en gemiddeld 41 decibel ’s nachts (zie ook 2.6.4. in de Beleidsnota zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens). Voordat een vergunning voor een windturbine wordt verleend, wordt er een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het geluid naar de omgeving wordt berekend. Daarbij wordt rekening gehouden met het geluid dat de windturbine produceert en de eigenschappen van de omgeving. De realisatie van windmolens is een veelbesproken onderwerp. Omwonenden kunnen hinder ervaren van windmolens door geluid en slagschaduw. Ook is uit onderzoek gebleken dat omwonenden minder hinder ervaren van de

windmolens als ze betrokken werden bij de plaatsing ervan en/of daar financieel voordeel van hebben. Wij volgen de onderzoeken van onder andere het RIVM op dit onderwerp met belangstelling. In 2020 bekeek het RIVM veel onderzoeken naar de gevolgen van windmolens op de gezondheid. Op hun website staat daarover: “Uit de literatuurstudie blijkt dat hinder optreedt als gevolg van geluid: hoe sterker het geluid (in dB) van windturbines, hoe groter de hinder ervan. Uit de literatuur bleek niet dat het zogeheten 'laagfrequent geluid' (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt tot die gerelateerd aan "gewoon" geluid. Voor andere gezondheidseffecten zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de ervaren hinder. Deze resultaten onderbouwen de eerdere conclusies van een vergelijkbare opdracht drie jaar geleden.” In een factsheet over laagfrequent geluid (LFG) geeft het RIVM daarnaast aan: “Anders dan bij geluid in het algemeen zijn alleen hinder en mogelijk slaapverstoring gevonden als effecten van blootstelling aan laagfrequent geluid.” Dit gaat om laagfrequent geluid in het algemeen, niet specifiek voor windmolens. Dit betekent dat voor laagfrequent geluid bewezen is dat het hinder en mogelijk slaapverstoring veroorzaakt. Dit geldt ook voor gewoon geluid.

Andere gezondheidseffecten die voor gewoon geluid bewezen zijn, zijn niet bewezen voor laagfrequent geluid. Ook zegt het RIVM: ‘Over de effecten van LFG is minder bekend, omdat er tot op heden beperkt onderzoek is gedaan naar de gevolgen van LFG.’ Het is niet direct duidelijk op welke kamervraag wordt gedoeld in uw vraag. De minister van Economische Zaken en Klimaat antwoordde in oktober 2020 op een vraag van de kamer met betrekking tot geluidsnormen voor windmolens ‘dat er geen nieuwe wetenschappelijke inzichten zijn die aanleiding geven tot een aanpassing van de Nederlandse normering’. Ook gaf de minister aan dat ‘de in Nederland gehanteerde normering ten aanzien ernstige hinder goed vergelijkbaar is met de hinder bij toelaatbare niveaus door andere geluidbronnen en met het criterium dat in de WHO-richtlijnen voor omgevingsgeluid is gehanteerd voor een relevant gezondheidseffect’. 19. Er wordt gesteld dat de zonnevelden of windmolens na de levensduur opgeruimd moeten worden maar niet welke impact dit heeft op milieu en duurzaamheidsvraagstukken, zoals niet recyclebaar materiaal. Zijn er eisen op gebied van het materiaal dat gebruikt wordt voor windmolens, windmolenbladen, zonnepanelen? In de Voorwaarden voor zonnevelden en windmolens staat dat de initiatiefnemer ernaar streeft de materialen zoveel mogelijk te recyclen.

Dat zal de initiatiefnemer aannemlijk moeten maken in zijn bod voor de aanbesteding. 20. Als natuur verloren gaat op een plek door het plaatsen van een windmolen of zonneveld, moet die op een andere plek in de gemeente worden

gecompenseerd. Hoe wordt bepaald of natuur verloren gaat, hoe ziet deze compensatie eruit, en hoe wordt bepaald hoe de compensatie moet plaatsvinden? Zie het antwoord bij vraag 20. 21. Wat er is wettelijk bepaald mb.t de compensatie van natuur? Bij de aanleg van een zonneveld is ecologisch onderzoek nodig. In dit onderzoek wordt in beeld gebracht: • of er beschermde soorten (planten, dieren) aanwezig zijn; • of er beschermde natuurgebieden of ecologische zones in de omgeving zijn; • of er sprake is van een toename van stikstof. Zijn er beschermde soorten of gebieden in of bij de locatie? Dan bevat het onderzoek een beoordeling of de ontwikkeling een negatief effect heeft op deze soorten en natuurgebieden. Als er een mogelijk negatief effect is op beschermde soorten of gebieden dan worden er maatregelen genomen. Soms is een ontheffing nodig van de Wet natuurbescherming Bij windmolens gaat het voornamelijk om dieren die in contact kunnen komen met de wieken. In de Wet natuurbescherming staan regels voor de bescherming van natuurgebieden (de Natura 2000-gebieden) en de bescherming van planten diersoorten. Wanneer een windmolen mogelijk een negatief effect heeft op de bescherming van Natura 2000-gebieden en beschermde plant- en diersoorten dan brengen wij de effecten in kaart. En de maatregelen die getroffen worden om de effecten te beperken of wegnemen.

Voor plaatsing moet duidelijk zijn dat de regels van de Wet natuurbescherming geen onoverkomelijke belemmering opleveren. U vindt deze informatie ook in de Voorwaarden voor zonnevelden en windmolens. 22. Veiligheid: Welke afwegingen worden meegenomen op gebied van veiligheid voor zowel zon als wind? Windmolens moeten aan strenge veiligheidseisen voldoen. Windmolens worden op veiligheid gekeurd en gecertificeerd. Om risico’s te beperken gelden afstandseisen tot verschillende gebouwen en objecten. Dit zijn (beperkt) kwetsbare objecten, (vaar)wegen, spoorwegen, buisleidingen, hoogspanningskabels, dijklichamen en waterkeringen. Windmolens moeten hiertoe de afstand houden die uit de veiligheidsberekeningen blijkt. Voor zonnevelden zijn deze veiligheidseisen er niet.

23. Welke (wettelijke) voorwaarden zijn van toepassing om te voldoen aan “Een windmolen levert geen veiligheidsrisico voor de omgeving”? Zie antwoord hierboven. 24. Is de VRU betrokken geweest bij het voorliggende voorstel en de beleidsnotitie om te adviseren over veiligheid in relatie tot zon en wind en met inachtneming van het gestelde in het regionaal risicoprofiel? De VRU is nog niet betrokken geweest. Dit doen we tijdens het gebiedsproces. De gemeente is verplicht om bij een bestemmingsplanwijziging te overleggen met de relevante bestuursorganen (art. 3.1.1 Bro). 25. Wat is er bepaald met betrekking tot het stilzetten van molens? En hoe gaat dat in de praktijk in z’n werk? Bij wet is geregeld dat een windmolen automatisch stil gezet moet worden als er meer slagschaduw optreedt dan de wettelijke norm. Slagschaduw mag gemiddeld niet meer dan 17 dagen per jaar en meer dan 20 minuten per dag optreden. Dit geldt voor woningen binnen een straal van 12 keer de rotordiameter. In de rechtspraak wordt vaak een maximale duur van 6 uur gehanteerd. De windmolen wordt uitgerust met een stilstandvoorziening. Hierdoor schakelt de turbine automatisch uit als slagschaduw daadwerkelijk optreedt. Als uit het ecologisch onderzoek blijkt dat een nog te plaatsen windmolen effect heeft op vogels en vleermuizen.

Dan kan afgesproken worden met initiatiefnemers dat de windmolen stil gezet wordt in de perioden waarin de vogels en vleermuizen laagvliegen. 26. Uit de individuele gesprekken met belangengroepen kwamen voorwaarden als natuurcompensatie en het stilzetten van eventuele molens bij vogeltrek en vleermuizen naar voren. Op basis van wat zijn de voorwaarden waaronder genoemd bij de vragen mbt pagina 10 bepaald (wat ligt hieraan ten grondslag naast een gesprek)? Deze voorwaarden komen uit de beleidsnota ‘Voorwaarden voor zonnevelden en windmolens’. Deze voorwaarden zijn vastgesteld op basis van een participatietraject. U heeft deze beleidsnota vastgesteld op 2 juli 2020. 27. In een bijeenkomst met agrariërs was een opkomst van 80. Hoeveel zijn er in totaal in onze gemeente? En hoe beoordeelt u de opkomst? We beschouwen de opkomst van agrariërs tijdens die bijeenkomt als positief. Agrariërs laten zien dat zij betrokken zijn bij dit thema. Naast die bijeenkomst in augustus 2019, hebben wij agrariërs gesproken of betrokken op de volgende momenten: o Bijeenkomst in januari 2020

o Keukentafelgesprekken met ongeveer 20 agrariërs o Enquête onder agrariërs o Gesprekken met agrarische belangengroepen zoals de LTO Ook zijn agrariërs betrokken in de bredere participatie. Denk aan het invullen van de Zon- en Windkaart, de online sessie over de Zon- en Windkaart en de sessie met belangengroepen. Bij de laatste waren ook agrarische belangenorganisaties vertegenwoordigd. 28. Hoeveel reacties zijn er uiteindelijk binnen gekomen van inwoners op de zon en windkaart en hoeveel reacties per dorp? Ruim 1500 inwoners hebben de kaart ingevuld (zie ook Beleidsnota zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens, p.13).

Pagina 17 29. Op welke wijze worden belangengroepen, al dan niet met bestaande, lopende en toekomstige petities, meegenomen in de besluitvorming? Wij hebben de inbreng van belangengroepen en de bij ons bekende petitiies meegewogen bij het opstellen van het raadsvoorstel Zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens. De wijze waarop varieerde afhankelijk van de inbreng. Iedereen die dat wil, dus ook belangengroepen, kan inspreken op de inspreekavond(en) in mei. De raad kan de inbreng meewegen in haar besluitvorming. Per zoekgebied start daarna een gebiedsproces. Belanghebbenden kunnen ook dan meepraten.

30. Er lijken nu vooral veel tegenstanders te zijn, althans, voorstanders zijn er mogelijk wel maar die lijken minder georganiseerd. Welke rol ziet de gemeente voor zichzelf om de voordelen voor inwoners van zoekgebieden van mogelijke plaatsing onder de aandacht te brengen? Zoals financiële participatie, mogelijke korting op de energierekening, al die zaken die in de Voorwaarden zoals vastgesteld juli 2022 zijn genoemd? Als gemeente hebben wij een informerende rol richting onze inwoners. Wij willen op verschillende manieren uitleggen wat financiële participatie, omgevingsfonds en omwonendenregeling precies betekent. Dit doen we tijdens het gebiedsproces. Speciaal voor inwoners van een zoekgebied en omwonenden houden we informatieavonden. Tijdens deze avonden leggen we op een duidelijke manier uit wat deze voordelen voor hun betekenen. Ook sturen een brief naar de inwoners in het zoekgebied, plaatsen we een bericht in lokale weekbladen en op social media. Uiteraard besteden we ook aandacht aan de financiële participatie, omgevingsfonds en omwonendenregeling op duurzaamderondevenen.nl en in onze nieuwsbrief Duurzaamheid. Daarnaast start ook de nationale overheid een informatiecampagne over de energietransitie. Pagina 28 31. Onder 2.4.5. wordt aangegeven waar de maximaal toegestane hoogte 146 meter is en dat geldt voor vrijwel het geheel van de eerste vier gebieden.

Vervolgens staat aangegeven dat hogere windmolens niet ondenkbaar zijn. Hoe groot is de kans dat dit wel zou kunnen en in welk gebied/ welke gebieden? Vanaf 146 meter bouwhoogte moet een toets plaatsvinden bij Schiphol of dit object de radar en laagvliegroute niet verstoort. Hoe hoger de windmolen hoe moeilijker het is om door de toets te komen. Maar het is ook niet uitgesloten dat een hogere windmolen er wel doorheen komt. Dat is namelijk afhankelijk van veel factoren, zoals de exacte locatie, materiaal van de wieken, aanwezigheid van andere hoge objecten etc. De laagvliegroute is een zwaardere beperking dan de radarzone. De laagvliegroute loopt ook iets anders dan de radarzone (zie ook p. 28-29 in de beleidsnota). Een aantal polders valt voor een deel niet onder de laagvliegroute. Dat zijn: Groot Wilnis Vinkeveen, Gein Zuid, Angstelgebied Oost en West en de Bovenlanden. Molens boven de 146 meter hebben daar een grotere kans van slagen. 32. In de nota staan windmolens van 175 meter genoemd waaronder op pagina 5. Waarom is er in de nota uitgegaan van 175 meter terwijl 146 meter het maximale zou zijn? In eerdere beleidsstukken hebben we gerekend met molens van 175 meter hoog. Om daar eenduidigheid in te houden hebben we ook in dit voorstel met molens van die hoogte gerekend. Omdat een groot deel van de gemeente in

de radar toetszone en laagvliegroute van Schiphol ligt hebben we daar gerekend met 146 meter. Hogere molens zijn niet ondenkbaar (zie het antwoord op de vorige vraag). Het eerder vastgestelde beleid (de voorwaarden) geldt voor alle windmolens vanaf 20 meter. 33. Onder 2.6.3 staan veiligheidseisen opgenomen. Hoe verhouden deze zich tot de bestaande molen in Mijdrecht? In het vergunningsproces is de windmolen in Mijdrecht gekeurd op alle toemalige milieuwetgeving en veiligheidseisen. De windmolen voldeed daar aan. 34. Worden evenemententerreinen ook meegenomen? Alle relevante zaken worden bij de beoordeling van een initiatief voor een windmolen of zonneveld meegenomen. Bijlage 2 Uitgangspunten gebiedsproces 35. Wat zijn de bevoegdheden van een gebiedscoördinator? De gebiedscoördinator heeft als taak om het lokale participatieproces binnen de zoekgebieden te organiseren en te leiden. De gebiedscoördinator heeft geen bevoegdheden/mandaat om te beslissen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10118465/1