Beantwoording technische vragen uitgangspuntenbegroting SGL CU SGP
Tekst van het document
Technische vragen uitgangspunten SGL ChristenUnie-SGP Uitgangspunten begroting 2022 SGL 1) SGL geeft een aantal keren aan inkomsten te willen genereren, maar dat dit (mede) afhangt van het nieuwe bestemmingsplan. Maw hoe eerder duidelijkheid mbt bestemmingsmogelijkheden, hoe eerder SGL kosten kan compenseren door inkomsten. a. Wanneer wordt het nieuwe bestemmingsplan nu aan de raad voorgelegd en welke mogelijkheden zijn er om dat te versnellen. Antwoord: Na volgende week wordt u per informatienota over de nieuwe planning geïnformeerd. Deze week vindt een bestuurlijk overleg met de provincie plaats. Aan de hand van dit overleg kan een nieuwe planning worden opgesteld voor het proces van dit bestemmingsplan. Er is zeker geen sprake van versnelling, het gaat er meer om dat we de vertraging niet groter laten zijn dan absoluut noodzakelijk. b. Welke concrete inkomstenbronnen heeft SGL voor ogen die nu binnen huidig bestemmingsplan niet kunnen Antwoord: De maatregelen om inkomsten mee te vergaren die het schap niet kan opstarten zonder het nieuwe bestemmingsplan Plassengebied vindt u in onderstaande tabel uit het rapport ‘Recreatieve ontwikkeling van de zandeilanden – het ontwikkelscenario’. Dit rapport ontving u als bijlage bij een informatienota over dit onderwerp op 13 mei 2020.
c. Zijn die mogelijkheden wel voorzien in het concept bestemmingsplan zoals het nu wordt ontwikkeld en zo ja, kunnen we daar niet vooruitlopend al over in gesprek zodat helder is of dat politiek haalbaar is en zo ja tijd gewonnen kan worden bij het doorvoeren van die plannen Antwoord: Het recreatieschap heeft ons college verzocht om het ontwikkelscenario op te nemen in het bestemmingsplan. Hiervoor wordt beoordeeld in hoeverre dit beleidsmatig mogelijk is en worden benodigde onderzoeken (bijvoorbeeld naar stikstof) uitgevoerd. Afhankelijk hiervan wordt het opgenomen in het bestemmingsplan. Er is een grote samenhang tussen de verschillende zaken, waardoor het lastig is om deze te scheiden. Het is belangrijk om een integrale afweging te maken. Als eenmaal duidelijk is hoe het vervolgproces en de planning voor het bestemmingsplan eruit gaan zien zijn eventuele andere mogelijkheden te onderzoeken. De nieuwe planning wordt binnenkort bekend (zie antwoord 1a). Er zijn in ieder geval een tweetal onderwerpen die zonder bestemmingsplan kunnen: het snelvaren wat kort geleden in de commissie is besproken en wat geen vervolg zal krijgen, en het betaald parkeren dat nu in ontwikkeling is. De andere onderwerpen zullen we niet apart voorleggen i.v.m. de gewenste integrale afweging.
Nu het bestemmingsplan zo lang op zich laat wachten is het een afweging om het plan vast separaat te gaan bespreken. Bij de genoemde informatienota die u in januari van ons krijgt over het bestemmingsplan zullen we dit meenemen met vooren nadelen van eerdere bespreking. 2) SGL geeft aan dat maatregelen mbt biodiversiteit nodig zijn, maar dat ook dit kostenverhogend werkt. Heeft SGL ook gezocht naar maatregelen die de biodiversiteit verbeteren, maar goedkoper uitgevoerd kunnen worden of mogelijk zelfs geld besparen? Antwoord: Het kostenverhogende aspect (zoals genoemd in de uitgangspunten) heeft met name betrekking op de hogere kosten voor ecologisch terrein/bermbeheer. Hierbij moet maaiafval worden afgevoerd, waar het nu gewoon blijft liggen. Met het weghalen van maaisel worden voedingsstoffen weggehaald. Een voedselarmere, verschraalde bodem zorgt voor meer diversiteit en meer bloemen. Voor wat betreft natuurvriendelijke oevers is de initiële investering lager dan bij een harde beschoeiing, maar SGL voorziet dat het dagelijks onderhoud van een natuurvriendelijke oever
duurder is. Hier is nog onvoldoende ervaring mee. Dit zal moeten blijken uit pilots die SGL gaat doen en die ook elders worden uitgevoerd. 3) Op pag. 7 onder kopje “toezicht & handhaving” lezen we “Dit betekent dat de BOA’s doorgaans alleen toezicht houden en het niet mogelijk is om iedere dag op ieder terrein toezicht te houden”. Dit vinden wij een onduidelijke zin; wat is hier nu bedoeld? Antwoord: BOA’s werken doorgaans niet samen op een recreatieterrein, maar alleen. Er zijn enkele BOA’s werkzaam die toezicht houden op meerdere recreatieterreinen van het schap. Daardoor is niet continue een BOA aanwezig op elk recreatieterrein. 4) Wat doet het routebureau precies voor het recreatieschap? Antwoord: Routebureau Utrecht houdt zich dagelijks bezig met het beheer, de ontwikkeling en profilering van bewegwijzerde routes en routenetwerken voor fietsen, wandelen en varen in de provincie Utrecht. Het Routebureau functioneert als het centrale loket voor routegebonden recreatie en is aanspreekpunt voor provincie, gemeenten, routebeheerders, marketingorganisaties, routeontwikkelaars en organisaties die zich bezig houden met recreatieve routes.
Technische vragen fractie PvdA/GroenLinks Uitgangspunten Begroting 2022 Recreatieschap Stichtse Groenlanden 1)
In de uitgangspunten staat het volgende: “Tot en met 2021 wordt er begroot aan de hand van technische levensduur, vanaf 2022 kunnen we begroten op basis van de werkelijke staat van onderhoud. Dit zal naar verwachting een effect hebben op de dotatie groot onderhoud.” Is de verwachting dat dit een positief of negatief effect zal hebben op de dotatie groot onderhoud? Is er ook al een indicatie te geven van de grootte van dit effect? Antwoord: Hier kan het recreatieschap geen uitspraken over doen. Dit zal over een paar maanden blijken.
2)
Stichtse Groenlanden is voornemens om voor volgend jaar beleid te maken t.b.v. klimaatverandering, biodiversiteit, circulaire economie en energietransitie. Het gaat hier onder meer om het beheer van gebieden. Is hier ook specifiek aandacht voor het minder maaien t.b.v. de biodiversiteit? En kan toegelicht worden hoe dit beleid precies vorm gaat krijgen en welke aspecten daarin meegenomen worden? Antwoord: Het recreatieschap maait al minimaal in haar gebieden. In bermen en gebieden met extensief recreatief gebruik zo min mogelijk; in gebieden met intensieve recreatie (ligweides bijvoorbeeld) wat vaker. Zie ook het antwoord op vraag 2 van ChristenUnie-SGP hierboven over de relatie tussen maaiafval en biodiversiteit.
Het schap is voornemens dit beleidsdocument in 2021 op te stellen. De precieze vorm en aspecten zullen mede afhankelijk zijn van de besluiten die binnenkort worden genomen t.a.v. de toekomst van de schappen en RMN. 3)
Zijn de verwachte toenemende kosten voor het beheer gebaseerd op ervaringen of een veronderstelling? Antwoord: Uit ervaring weet het schap dat de meerjarige onderhoudsbestekken die aflopen, destijds zijn uitgezet tijdens de crisis. Daardoor was er toen een relatief gunstig tarief. De verwachting is daarom dat deze tarieven nu hoger uitvallen. Kostenindexatie leidt ook tot een toename.