Beantwoording technische vragen SGL PvdA GL CU-SGP
Tekst van het document
Technische vragen cie 13 jan Stichtse Groenlanden PvdA/GL Vraag: Kennelijk kan SBB nog niet beoordelen of de door het schapsbestuur gewenste taakuitvoer aansluit bij haar beleidsdoelstelling (samenvattende toelichting SGL blz.19, 6.1). Hoe kan dat? Is de beleidsdoelstelling van SBB zo eng geformuleerd, dat daarin alleen heel specifieke of beperkte uitvoeringstaken passen en zo ja, waarom is daar dan, juist om die reden, niet vooraf meer in detail over gesproken met SBB? Antwoord: In paragraaf 6.1 van het transitievoorstel (bijlage 2) worden potentiële risico’s beschreven. Uit de getekende intentieovereenkomst (bijlage 3) valt af te leiden dat Staatsbosbeheer meent dat samenwerking met ons recreatieschap past in haar doelstellingen. Daarmee lijkt het erop dat dit potentiële risico zich niet zal voordoen.
ChristenUnie-SGP Vraag: In het RV onder ad 2 schrijft u “De Ronde Venen levert input via de reactiebrief (zie bijlage en beslispunt 8 van dit raadsvoorstel).” Er is echter geen beslispunt 8; besluit gaat tot/met 6. Wat bedoelt u? In dat verband: de nummering onder ‘voorstel’ (pag 1) is niet conform de nummering in ‘besluit’ (pag 12). Antwoord: Dit klopt inderdaad niet. De correcte verwijzing moet zijn: zie bijlage 8 en beslispunt 5 van dit raadsvoorstel.
Vraag: U geeft aan dat de liquidatiekosten voor DRV € 121.500 zijn, maar de liquidatiekosten voor programma B (waar DRV verantwoordelijk voor is) zijn ingeschat op 0,29 miljoen (dis meer dan het dubbele). Kunt u dit verklaren? Antwoord: De Ronde Venen is niet verantwoordelijk voor 100% van de liquidatiekosten voor programma B. Ook de andere deelnemer, Provincie Utrecht, draagt naar verhouding bij. Het overzicht is als volgt (zie ook pag. 27 van het transitievoorstel): € 121.466 = Liquidatiekosten voor rekening van De Ronde Venen € 172.291 = Liquidatiekosten voor rekening van Provincie Utrecht ------------- + € 293.757 = Totale liquidatiekosten voor programma B (0,29 miljoen)
Vraag: De grootste risico’s lijken te zitten in het wel of niet doorgaan van de DVO met SBB; er worden meerdere mogelijkheden geschetst waarop dat zou kunnen afketsen (kanttekeningen 2.1). Hoe groot schat u dat risico in? Dan wel is er inmiddels al meer zicht op het succesvol overdragen van de taken van RMN naar SBB? En in welke mate is SBB bereidt het personeel van RMN over te nemen? Antwoord: De intentieovereenkomst brengt tot uitdrukking dat ook Staatsbosbeheer er veel aan gelegen is tot samenwerkingsafspraken met ons recreatieschap te komen. Zij hebben daar strategische en inhoudelijke overwegingen voor en ook speelt dat zij als publieke partij graag andere overheden willen ondersteunen bij de uitvoering van beheer en onderhoud in brede zin voor hun recreatiegebieden en – opgaven. Staatsbosbeheer heeft zich ook bereid verklaard het personeel van RMN dat verbonden is aan
het werk dat Staatsbosbeheer gaat uitvoeren over te nemen. Het onderzoek is met grote voortvarendheid aangepakt en verloopt tot nu toe in een open en constructieve sfeer. Dat geeft vertrouwen voor het vervolg.
Vraag: Hebben wij een alternatief scenario, waarbij de provinciale subsidie niet in gevaar komt, indien we met SBB niet tot een overeenkomst komen? Antwoord: De provinciale subsidie hangt niet af van een overeenkomst met SBB. De voorwaarde voor de provinciale subsidie hangt wel af van een samenwerkingsverband (gemeenschappelijke regeling) met de andere deelnemers.
Vraag: In hoeverre heeft straks SBB invloed op onze bestemmingsplannen mn rondom de vinkeveense plassen? Antwoord: De gemeente blijft bevoegd gezag voor het vaststellen van bestemmingsplannen. SBB is hooguit één van de stakeholders indien het bestemmingplan na overeenkomst wordt vastgesteld.
Vraag: Hoe verloopt vervolgens de besluitvorming over wel of niet een DVO met SBB afsluiten. Als wij in januari over dit RV een besluit nemen, zal het contract met SBB vermoedelijk nog niet rond zijn. Gaan de gemeentes daar dan nog een keer een uitspraak over doen (bv als de kosten van SBB aanzienlijk hoger zijn dan RMN ons nu kost en daarmee de deelnemersbijdrage fors omhoog moet)? Antwoord: In beginsel gaat het Algemeen Bestuur van het schap zelf over de wijze waarop de werkzaamheden voor het schap worden uitgevoerd en door wie het wordt uitgevoerd. Het bestuur kan hier zelfstandig over beslissen, binnen de beschikbare financiële ruimte. Toegezegd is dat de raden en staten geïnformeerd zullen worden over de uitkomsten van de gesprekken met Staatsbosbeheer. Er wordt nu gewerkt aan een nader voorstel over de wijze waarop we de raden in juni 2022 betrekken bij de besluitvorming over de samenwerking met Staatsbosbeheer. Het bestuur SGL zal zich hierover binnenkort beraden. Onze burgemeester Maarten Divendal en wethouder Alberta Schuurs hebben zitting in het AB.
Vraag: In hoeverre spelen europese aanbestedingsregels nog een rol en kunnen die het traject en de planning mbt de beoogde DVO met SBB verstoren waarmee per 31-12-2022 geen vervangende partij voor de taken van RMN beschikbaar is. Antwoord: Dit punt is onderkend en maakt onderdeel uit van het onderzoek. Daarbij zullen we gebruik maken van de ervaringen die Staatsbosbeheer heeft met een vergelijkbaar traject dat enkele jaren geleden is doorlopen met de provincie Zuid-Holland en een aantal gemeenten en daar tot een adequate oplossing voor dit vraagstuk heeft geleid. Wij vertrouwen erop dat dat ook hier lukt.
Vraag: Kunt u aangeven waar de “doorlopende tekst gewijzigde Gemeenschappelijke regeling recreatieschap Stichtse Groenlanden” is gewijzigd tov de huidige GR-tekst? Antwoord: zie bijlage “Was wordt tabel GR SGL”.