CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen RVB

Gecombineerde commissies 17 mei 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: 2. Technische vragen die voorafgaand aan de technische commissie gesteld zijn2.633 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen 9 mei 2021 Fractie Ronde Venen Belang

Beleidsnota Zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens Vraag 1. In het voorstel wordt gesproken over drie soorten ‘gebieden’ Namelijk: • Meest geschikt, Relatief grote voorkeur inwoners • Beperkt geschikt, Voor- en tegenstanders • Ongeschikte gebieden, Relatief grote weerstand of weinig voorkeur Bij hoeveel inwoners/deelnemers van de website zonenwindkaart.nl wordt een gebied als meest geschikt gezien? Bijvoorbeeld bij 500 van de 1500? En bij hoeveel als ongeschikt? Bij bijvoorbeeld 500 van de 1500? Wat zijn de aantallen die refereren naar ‘relatief grote voorkeur inwoners’ en ‘relatief grote weerstand of weinig voorkeur’? Er wordt in het voorstel verwezen naar bijlage 1, maar daar worden de aantallen niet genoemd. En dus voorts; in welk kader in zijn algemeenheid is een “grote voorkeur” groot te noemen in dit verband, en op grond van welke kengetallen? Antwoord: Wij zien de resultaten van de Zon en Wind kaart als een indicatie van de voorkeuren van inwoners. De vlekkenkaarten zijn een van de afwegingen om te komen tot zoekgebieden. Daarnaast namen we ook beleid, kwaliteiten en ontwikkelingen in gebieden mee in onze afweging. De uiteindelijke weging van een gebied is door meerdere factoren bepaald. Daarom is niet 1 op 1 te zeggen dat een bepaald aantal respondenten leidt tot het aanwijzen of uitsluiten van een gebied. Voor meer inzicht in de weging sturen we een bijlage mee.

De afwegingen zijn kwalitatief van aard en niet het resultaat van een berekening. De bijlage bevat daarom een tabel met daarbij de door ons meegenomen factoren, inclusief een duiding van hun zwaarte (kleuren). Deze weging laat zien hoe wij de verschillende factoren meewegen in ons afwegingsproces. Daarbij moet worden opgemerkt dat een factor aanwezig kan zijn in een gebied, maar soms maar voor een beperkt deel. Zo loopt de Stelling van Amsterdam bijvoorbeeld door delen van een aantal zoekgebieden heen.

Vraag 2. Op 18 maart is er om 16.20 per e-mail een nieuwsbrief duurzaamheid door de gemeente verstuurd. Hierin stond onder het kopje Uitstel RES 1.0 ‘dit heeft gevolgen voor het lokale proces’. Om 16.30 is er een nieuwe nieuwsbrief verstuurd en toen stond er onder hetzelfde kopje, ‘dit heeft geen gevolgen voor het lokale proces’. Betekent dit dat door het uitstellen van de RES 1.0 door de U16 de inwoners geen extra tijd krijgen, maar dat na het vaststellen van de zoekgebieden alleen de bestuurders extra tijd krijgen? 1

Graag uitleg hieromtrent m.b.t. waarom het bestuur van de gemeente die extra tijd nodig heeft, en het proces van participatie van de inwoners dat niet zou behoeven.

Antwoord: Het college is erop gericht dat wij samen met inwoners een zorgvuldig proces doorlopen. We hebben daarbij gekeken naar wat er lokaal nodig is. We laten het proces van de RES niet leidend zijn voor het lokale proces. Op 28 januari 2021 heeft de portefeuillehouder Duurzaamheid toegezegd dat De Ronde Venen alleen zoekgebieden bij de RES aanlevert als de raad deze heeft vastgesteld. Omdat er nog geen besluit is genomen geven wij in de RES 1.0 nog niet aan welk deel van het bod wij voor onze rekening nemen. Het uitstellen van de RES 1.0 verandert dit niet. En heeft voor ons proces dus geen gevolgen.

Vraag 3. Klopt het dat tijdens het gebiedsproces inwoners niet meer tegen windmolens in zijn algemeenheid kunnen zijn en dat men alleen nog kan en mag meepraten over hoeveel windturbines en of zonnepanelen er in welk gebied komen? Indien het antwoord daarop ja is, is dan het participatieproces van de inwoners naar uw mening gelopen zoals dat behoort en kunt u dan kort de gelopen stappen daarvan nog eens duidelijk in beeld brengen d.m.v. een korte en overzichtelijke tijdlijn m.b.t. het gelopen proces en de deelname van inwoners daaraan?

Antwoord: In het gebiedsproces wordt met de belanghebbenden gekeken hoe zonnevelden en windmolens passen in het zoekgebied. Het uitgangspunt is daarbij de bandbreedte per gebied. Er is nog geen keuze gemaakt over de verhouding tussen zonnevelden en windmolens. Daarom is ook nog niet bepaald of er in een bepaald gebied windmolens komen. Tijdens het gebiedsproces bespreken we dit. Als windmolens worden uitgesloten, moet de benodigde energie opwekt worden met zonnevelden. Het gebiedsproces gaat daarnaast over de landschappelijke inpassing en de verhouding tussen zonnevelden en windmolens. Maar ook eventuele voorkeurslocatie(s) van de zonnevelden en/of windmolens. Het resultaat van het gebiedsproces nemen wij mee in de aanbesteding.

Vraag 4. Kunnen we een kaart krijgen waarop alle belemmeringen staan (zowel per individuele belemmering als een gecombineerde kaart) die van invloed zijn op het plaatsen van windmolens dan wel zonnevelden, en waarop het College dus de geschiktheid van gebieden al dan niet heeft bepaald ? Zonder compleet te willen zijn gaat het hier om aspecten van: - natuur - archeologie - cultuur(historie) - schiphol - flora en faunawet - vogelrichtlijn / habitat - andere wet- en regelgeving Antwoord: We sturen deze kaart mee. 2

Vraag 5. Kunnen we een kaart krijgen waar uiteindelijk aangegeven staat waar zonder beperkingen windmolens en/of zonnevelden geplaatst kunnen worden, en waar zich dus geen van bovengenoemde belemmeringen zich voordoen? En voorts, mocht zo’n kaart er niet zijn omdat er in onze gemeenten alleen gebieden zijn waar wel één of meer belemmeringen voorkomen, de precieze criteria waarom en op grond waarvan precies (met onderbouwing en uitleg dus) het College bepaalde belemmeringen minder reden acht om toch tot plaatsing over te gaan in een bepaald gebied, dan andere belemmeringen om dat daar niet te doen. Antwoord: Wij hebben deze kaart bijgevoegd. Dit is dezelfde kaart als bij vraag 4. Daarnaast is de kaart die we gestuurd hebben bij de beantwoording van de vragen van het CDA relevant.

Vraag 6. Zijn windmolens en zonnevelden bouwwerken? (nutsvoorzieningen?) Zo ja, gelden dan dezelfde regels als voor andere bouwwerken? Zo nee, graag een toelichting.

Antwoord: Ja, windmolens en zonnevelden zijn bouwwerken. De definitie van een bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. Er wordt in principe geen verschil gemaakt in bouwwerken. Dus dezelfde regels gelden voor bouwwerken. In de provinciale verordening zijn extra regels opgenomen voor mogelijke bebouwing in het buitengebied. Die regelgeving biedt wel ruimte om medewerking te verlenen aan een windmolen of zonneveld in het buitengebied omdat zij van algemeen belang kunnen zijn. Die regelgeving biedt beperkt ruimte voor bijvoorbeeld het bouwen van extra woningen in het buitengebied.

Vraag 7. Vallen de inundatievelden velden naar uw opvatting ook onder de stelling van Amsterdam? Mede door de vermelding van bijgaande tekst op de officiële Unesco site over de Stelling van Amsterdam. Zo ja, is hier rekening mee gehouden bij het raadsvoorstel? Zo nee, hoe verklaart u dat? Defence Line of Amsterdam Extending 135 km around the city of Amsterdam, this defence line (built between 1883 and 1920) is the only example of a fortification based on the principle of controlling the waters. Since the 16th century, the people of the Netherlands have used their expert knowledge of hydraulic engineering for defence purposes. The centre of the country was protected by a network of 45 armed forts, acting in concert with temporary flooding from polders and an intricate system of canals and locks.

3

Antwoord: De inundatievelden zijn onderdeel van het watermanagementsysteem van de Stelling van Amsterdam. Een deel van de inundatievelden ligt binnen de grenzen van het UNESCO werelderfgoed Stelling van Amsterdam. Er liggen ook velden buiten de begrenzing. Die velden hebben niet de UNESCO werelderfgoed status. Het gebied dat de UNESCO status heeft beslaat de kern van de Stelling van Amsterdam, dat is de linie van forten. We hebben de Stelling van Amsterdam met haar UNESCO status beschouwd als een beperkende factor voor zonnevelden en windmolens. U vindt de kaart in de beleidsnota op bladzijde26.

Vraag 8. Geldt de Oude Hollandse Waterlinie naar uw mening onder de beperking voor de plaatsing van windmolens en zonnevelden?

4

Antwoord: De Oude Hollandse Waterlinie is niet meegenomen als beperking voor zonnevelden en windmolens. De Oude Hollandse Waterlinie heeft niet dezelfde waarde als de Stelling van Amsterdam en heeft daarom geen UNESCO status.

Vraag 9. Nieuwe Hollandse Waterlinie. Hiervoor geldt dezelfde vraag als voor de Oude Hollandse Waterlinie.

Antwoord: Voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie is de UNESCO status aangevraagd, als uitbreiding op de Stelling van Amsterdam. Als dit door Unesco wordt gehonoreerd gaan beide waterlinies samen verder onder de naam ‘Hollandse Waterlinies’. De Nieuwe Hollandse Waterlinie ligt in principe niet in de gemeente. Van de Nieuwe Hollandse Waterlinie liggen er enkel een aantal (voormalige) inundatievelden in onze gemeente. Deze overlappen bijna volledig met de inundatievelden van de Stelling van Amsterdam. Om deze reden hebben we de Nieuwe Hollandse Waterlinie niet als aparte beperking meegenomen. Maar volstaat het meewegen van de Stelling van Amsterdam als beperking.

Vraag 10. Raadsadres medici aan Amsterdamse raad Een groot aantal medici heeft een raadsadres aan de Amsterdamse gemeenteraad gestuurd, te vinden met deze link file:///D:/Gebruikers/Gebruiker/Downloads/Afschrift%20aan%20PS%20%20Raadsadres%20Gezondheidseffecten%20windturbines%20definitief%2029-03-2021%20ondertekenaars%20(1).pdf Zou u de vragen uit dit adres kunnen beantwoorden, waarbij uiteraard “Amsterdam” vervangen dient te worden door “De Ronde Venen”? Antwoord: Deze week verschijnt een brief van de GGD Amsterdam en het RIVM die reageren op de zorgen in de brief. Wanneer de brief openbaar is sturen wij deze door. Ook is het antwoord dat wij aan de VVD stuurden nuttig. Zie hieronder. Er gelden wettelijke grenswaarden voor de hoeveelheid geluid die een windturbine bij geluidsgevoelige gebouwen mag produceren. Het beschermingsniveau op de gevel bedraagt gemiddeld 47 decibel overdag en gemiddeld 41 decibel ’s nachts (zie ook 2.6.4. in de Beleidsnota zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens). Voordat een vergunning voor een windturbine wordt verleend, wordt er een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het geluid naar de omgeving wordt berekend. Daarbij wordt rekening gehouden met het geluid dat de windturbine produceert en de eigenschappen van de omgeving. De realisatie van windmolens is een veelbesproken onderwerp.

Omwonenden kunnen hinder ervaren van windmolens door geluid en slagschaduw. Ook is uit onderzoek gebleken dat omwonenden minder hinder ervaren van de windmolens als ze betrokken werden bij de plaatsing ervan en/of daar financieel voordeel van hebben. Wij volgen de onderzoeken van onder andere het RIVM op dit onderwerp met belangstelling. In 2020 bekeek het RIVM veel onderzoeken naar de gevolgen van windmolens op de gezondheid. Op hun website staat daarover: 5

“Uit de literatuurstudie blijkt dat hinder optreedt als gevolg van geluid: hoe sterker het geluid (in dB) van windturbines, hoe groter de hinder ervan. Uit de literatuur bleek niet dat het zogeheten 'laagfrequent geluid' (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt tot die gerelateerd aan "gewoon" geluid. Voor andere gezondheidseffecten zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de ervaren hinder. Deze resultaten onderbouwen de eerdere conclusies van een vergelijkbare opdracht drie jaar geleden.” In een factsheet over laagfrequent geluid (LFG) geeft het RIVM daarnaast aan: “Anders dan bij geluid in het algemeen zijn alleen hinder en mogelijk slaapverstoring gevonden als effecten van blootstelling aan laagfrequent geluid.” Dit gaat om laagfrequent geluid in het algemeen, niet specifiek voor windmolens. Dit betekent dat voor laagfrequent geluid bewezen is dat het hinder en mogelijk slaapverstoring veroorzaakt. Dit geldt ook voor gewoon geluid. Andere gezondheidseffecten die voor gewoon geluid bewezen zijn, zijn niet bewezen voor laagfrequent geluid.

Ook zegt het RIVM: ‘Over de effecten van LFG is minder bekend, omdat er tot op heden beperkt onderzoek is gedaan naar de gevolgen van LFG.’ De minister van Economische Zaken en Klimaat antwoordde in oktober 2020 op een vraag van de kamer met betrekking tot geluidsnormen voor windmolens ‘dat er geen nieuwe wetenschappelijke inzichten zijn die aanleiding geven tot een aanpassing van de Nederlandse normering’. Ook gaf de minister aan dat ‘de in Nederland gehanteerde normering ten aanzien ernstige hinder goed vergelijkbaar is met de hinder bij toelaatbare niveaus door andere geluidbronnen en met het criterium dat in de WHO-richtlijnen voor omgevingsgeluid is gehanteerd voor een relevant gezondheidseffect’. Vraag 11. Kunt u onderstaande figuur uit bovengenoemd rapport maken voor de Ronde Venen indien het voorliggende voorstel voor aanwijzen zoekgebieden door de raad wordt aangenomen?

6

Antwoord: Op dit moment weten we niet waar windmolens komen. Er is nog geen keuze gemaakt waar en of windmolens komen. Daardoor is het niet mogelijk om een soortgelijke kaart te maken.

Vraag 12. Welke afstand tot woningen vindt u voor windmolens nog acceptabel? Kunt dit onderbouwen, mede gezien de beantwoording van vraag 10? (Op basis van EU regelgeving) Antwoord: De gemeente volgt hiervoor de Nederlandse regelgeving. Deze is gebaseerd op grenswaarden voor geluid. Niet op afstanden. Voor meer informatie hierover verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 10.

Vraag 13. Wat zijn de ontwikkelingen ten aanzien van de door de raad aangenomen motie om onderzoek te doen naar windmolens op zee? Antwoord: We bereiden momenteel een Raadsinformatienota voor over de motie. We verwachten deze binnen 2 weken naar de raad te sturen. Vraag 14. Hoe geeft u concreet invulling aan de aangenomen motie om in het Geingebied geen windmolens te plaatsen?

Antwoord: De genoemde motie vraagt het college om de Stelling van Amsterdam uit te sluiten als zoekgebied voor windturbines. Wij hebben die motie uitgevoerd.

Vraag 15. Hoe hoog mogen de windmolens in onze gemeente zijn volgens de wettelijke eisen rondom Schiphol? Antwoord: In paragraaf 2.4.5. van de beleidsnota schrijven wij hierover: ‘… windturbines en hoogbouw [kunnen] van invloed zijn op de vorm en omvang van het gebied waarin luchtvaart veilig mogelijk is, onder andere doordat ze radarverstoringen creëren. Om hier veilig mee om te gaan zijn er meerdere toetszones in Nederland, zoals laagvliegroutes en radarverstoringsgebieden. In deze toetszones gelden beperkingen voor de plaatsing van windmolens. In een groot deel van De Ronde Venen kunnen zonder voorafgaande verklaring van geen bezwaar van het ministerie, geen windmolens hoger dan 146m gerealiseerd worden. Binnen de zone met toetsing voor radar is het onmogelijk windmolens te realiseren zonder een positief advies van de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport. Dit laatste geldt voor het overgrote deel van de gemeente. Beide beperkingen betekenen niet dat windmolens c.q. hogere windmolens ondenkbaar zijn, maar wel dat er getoetst moet worden voor windmolens vanaf 146 meter.’

Vraag 16. Mag van de wettelijke eisen uit vraag 15 worden afgeweken? Zo ja, op grond waarvan is dat mogelijk? Zo nee, is hier rekening mee gehouden bij de bepaling van

7

zoekgebieden? Antwoord: Hiervoor verwijzen wij naar het antwoord op de vorige vraag. Vraag 17. Om een windmolen dan wel een zonneveld in het bestemmingsplan mogelijk te maken moet er sprake zijn van een profijtelijke zaak. Kunt u daarom aangeven hoe profijtelijk een windmolen in welk zoekgebied is? Kunt u daarom aangeven hoe profijtelijk een zonneveld in welk zoekgebied is?

Antwoord: Dat hangt van meerdere factoren af. Het is aan de initiatiefnemer om dat te berekenen. De initiatiefnemer komt met een integraal plan. Wij beoordelen dit plan.

Vraag 18. Hoe gaat voldaan worden aan de doestelling om minimaal 50% van de opgewekte energie ten gunste van de eigen gemeenschap te laten komen? Op welke wijze wordt dit concreet geregeld en welke zeggenschap, bevoegdheden, eigendomsrechten en vruchtgebruikrechten zijn hier van toepassing?

Antwoord: Dit wordt meegenomen als voorwaarde in de tender. Het is aan de initiatiefnemers om met een goed plan te komen. Waarin zij lokaal eigendom en de overige voorwaarden verwerken. Bij de beoordeling van de inschrijvingen kijkt de gemeente onder andere naar de manier waarop inwoners financieel profiteren. Hoe beter een initiatief daar op scoort hoe groter de kans is dat dat initiatief als positief beoordeeld wordt.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10137480/1