Beantwoording technische vragen PvdA GL Twister
Tekst van het document
Technische vragen Fractie PvdA/GroenLinks Commissie Ruimtelijke Zaken / Publieke Werken, woensdag 12 januari 2. Onderwijshuisvesting openbare basisschool de Twister
Algemeen: De gemeente is wettelijk verantwoordelijk om te zorgen voor adequate onderwijshuisvesting voor scholen voor basisonderwijs (en scholen voor voortgezet onderwijs) die binnen de gemeentegrenzen zijn gelegen. De gemeente ontvangt binnen de Algemene Uitkering vanuit het Gemeentefonds voor de component Educatie een bedrag van € 4,3 mln. Volgens de modellen van de landelijke PO- en VO raad is hiervan een bedrag van € 2,5 mln. voor onderwijshuisvesting bestemd. Deze bedragen zijn niet geoormerkt en worden berekend met zowel gemeentefonds- als onderwijsindicatoren. In de gemeentebegroting 2022-2025 worden de kosten voor onderwijshuisvesting in 2022 geraamd op € 1.091.000. De schoolbesturen op hun beurt zijn wettelijk verplicht om de schoolgebouwen (-terreinen en -inventaris) in stand te houden (onderhoud en tijdige vervanging). De schoolbesturen ontvangen voor de kosten van deze ‘materiële instandhouding’ een jaarlijkse vergoeding van het rijk. Dit bedrag is vrij te besteden en wordt gebaseerd op een bedrag per leerling (en een bedrag per school). Het is schoolbesturen voor basisonderwijs wettelijk verboden om met het geld van de jaarlijkse rijksbekostiging te investeren in onderwijshuisvesting. Het zgn. ‘investeringsverbod’ geldt niet voor de schoolbesturen voor voortgezet onderwijs.
Schoolbesturen mogen wel met geld, dat NIET uit de rijksbekostiging komt, investeren in onderwijshuisvesting.
1. Er wordt met dit raadsvoorstel voorzien in een creatieve oplossing. De kosten hiervoor worden bijna volledig gedekt vanuit de opbrengsten van de verhuur. Is hier echter niet mogelijk sprake van precedentwerking, dat ook andere scholen investering in lokalen zullen vragen zonder (voldoende) overschrijding van de normering? En waarom wel of niet? -
Schoolbesturen voor bijzonder onderwijs (bijv. katholiek, protestants, algemeen bijzonder) hebben soms zelf budgetten uit particuliere inkomsten opgebouwd. Het staat deze schoolbesturen vrij om deze budgetten ook in te zetten voor onderwijshuisvesting. Deze casus is vrij uniek omdat het hier een schoolbestuur voor openbaar onderwijs betreft dat de rijksbekostiging voor onderwijshuisvesting gebruikte. Wij verwachten dat de huidige twee schoolbesturen voor openbaar onderwijs (AURO en PriMA) dit nooit (nog eens) zullen doen.
2. Terugvordering is per 31-12-2021 aangekondigd. Het college heeft de inspectie wel geïnformeerd dat de raad wordt voorgesteld de investeringsbijdrage beschikbaar te stellen. Wat was daarop de reactie van de inspectie gelet op bovengenoemde datum? Is er teruggevorderd? De rijksinspecteur voor het onderwijs heeft recent telefonisch aangegeven dat 31 december 2021 -gegeven de brief van de gemeente- geen ‘harde’ datum is. Als de raad op 27 januari 2022 besluit het investeringsbudget beschikbaar te stellen, dan kan de bijdrage aan AURO worden overgemaakt. AURO moet met een betalingsbewijs de rijksinspecteur berichten. Deze zal daarop schriftelijk de aangekondigde terugvordering intrekken. Dat kan allemaal bijv. 1 maart 2022 zijn afgerond.
3. Wat gebeurt er als de prognose niet uitkomt? Betaalt AURO het bedrag, waarop zij, alsdan gebleken, geen aansprak kon maken, terug? -
Als de raad het gevraagde investeringsbudget niet beschikbaar stelt, dan vordert de rijksinspecteur van het onderwijs het investeringsbedrag van AURO terug; AURO betaalt dan effectief tweemaal € 235.500; (investering en terugvordering). De rijksinspecteur voor het onderwijs heeft aangegeven (zie ook antwoord 2) de terugvordering in te trekken op basis van een mededeling van AURO met betalingsbewijs.