Beantwoording technische vragen giften en bijstand CDA
Tekst van het document
Technische vragen; Politieke commissie 17 febr.: Agendapunt Informatiebrief: Giften en bijstand Datum: 30-1-2021 Van: Ria de Korte-Verhoef
Hierbij technische vragen van het CDA. Het CDA is blij dat het college initiatief heeft genomen de informatienota Giften en Bijstand naar de raad toe te zenden. Vervolgens is het belangrijk om met elkaar van gedachten te wisselen over het “grijze gebied” van het ontvangen van giften van mensen in de bijstand. Niet alleen de casus uit Wijdemeren geeft daar aanleiding toe maar ook het onlangs verschenen rapport “Ongekend Onrecht” over de toeslagenaffaire. Vanwege het laatste rapport willen wij het thema ook breder trekken naar straffen die de gemeente oplegt en de gevolgen daarvan voor inwoners. In het rapport Ongekend Onrecht wordt gesproken over proportionaliteit, hardheidsclausule, bewust en onbewust administratieve fouten maken en doorgeslagen fraudejacht. Op de informatienota Giften en Bijstand en het rapport Ongekend Onrecht zijn onze vragen gebaseerd. 1. Hoeveel mensen in De Ronde Venen zitten op dit moment bij de schuldsanering of schuldhulp omdat dit voornamelijk is veroorzaakt is door de toeslagen affaire of andere boeteopleggingen vanuit de landelijke overheid of gemeentelijke overheid? Dit wordt momenteel uitgezocht. De cijfers worden woensdag aangeleverd.
2. Heeft u in beeld hoeveel mensen in De Ronde Venen zijn gedupeerd door de toeslagen affaire? Als zij niet in beeld zijn, bent u bereid om hier actief een oproep naar te doen om hen extra te ondersteunen? Op dit moment hebben we een lijst van de VNG ontvangen waarop staat dat er 43 inwoners vanuit onze gemeente gedupeerd zijn. Alleen we weten niet wie het zijn. Daarom hebben we een oproep gedaan in de Groene Venen. 3. Veel gemeenten bieden nu mensen, die te maken hebben met boetes vanuit de toeslagenaffaire, extra hulp aan. Wordt dit in onze gemeente gedaan en zo ja hoe? In de Groene Venen hebben wij een oproep gedaan dat inwoners die gedupeerd zijn door de Toeslagenaffaire zich kunnen melden bij team Toegang. Vanuit Team Toegang hebben we 1 klantmanager vrijgemaakt die aanspeekpunt is voor deze inwoners. Op moment dat inwoners zich melden zullen wij de brede uitvraag doen op 5 verschillende leefgebieden. Daar waar zij ondersteuning nodig hebben zullen wij deze inzetten en samen met de inwoner regievoeren op de gemaakte afspraken.
In de toeslagenaffaire werden mensen streng bestraft die onbewust een administratieve fout hadden gemaakt. Wij hebben als raad een (oud) voorbeeld binnengekregen waar mensen in de bijstand onbewust niet gemeld hebben dat zij giften hadden gekregen. Een onbewuste administratieve fout. Dit werd bestraft met een boete wat veel geld was voor iemand in de bijstand. 4. Wordt er in de bijstand verschil gemaakt tussen bewuste en onbewuste fouten. Hoe wordt met onbewuste fouten omgegaan? Het gesprek wordt altijd met de inwoner aangegaan om in het individuele geval de situatie te bespreken. Het menselijke aspect wordt hierin meegenomen en meegewogen, wanneer vastgesteld wordt dat de fout zodanig onbewust of buiten iemands schuld om is gemaakt, wordt hier niet op gesanctioneerd. 5. Worden in het sociaal domein ook bij andere vermeende fouten boetes opgelegd aan inwoners en zo ja op welke terreinen gebeurt dat, bijv. bij Wmo of jeugdhulp? Bij de uitvoering van de Jeugdwet en de WMO is het niet mogelijk om boetes op te leggen 6. Is in de gemeente De Ronde Venen de mogelijkheid om bij boetes voor fouten van inwoners in het sociaal domein rekening te houden met proportionaliteit, of gebruik te maken van de hardheidsclausule of discretionaire bevoegdheid van de wethouder.
Zo ja, bij hoeveel mensen is het laatste jaar gebruik gemaakt van voornoemde middelen als het gaat om (onbewuste) fouten van inwoners in het sociaal domein? Dit is niet aan de orde geweest 7. Als mensen (onbewuste) fouten hebben gemaakt, worden zij dan verdacht van fraude en wordt dit dan aan andere instanties doorgegeven. Zo ja, bij hoeveel mensen is fraude vastgesteld en dit doorgegeven aan andere instanties? Zo ja, bij welke instanties? Betreft dit ook de mensen die "onbewuste administratieve" fouten hebben gemaakt. Voor ons geeft het schenden van een verplichting binnen onze wet en regelgeving niet aanleiding tot een sneeuwbal/domino-effect richting andere instanties. Vanuit de privacy wetgeving is dit ook niet mogelijk, voor zover wij weten. 8. Bij de toeslagenaffaire kregen mensen bij onbewuste fouten de kwalificatie ‘opzet grove schuld’. Wordt die kwalificatie ook gegeven bij inwoners die fouten maken in het sociaal domein. Opzet/grove schuld moet door de gemeente onderbouwd en aangetoond worden, conform ons Boetebesluit. Merendeel stellen wij de termen normale verwijtbaarheid of verminderde verwijtbaarheid vast. 9. Als mensen in het sociaal domein fouten maken komt het dan voor dat mensen niet een minnelijke schikking krijgen? Zo ja, wanneer is dat het geval? Inwoners krijgen altijd de gelegenheid om te komen met een betalingsvoorstel.
Vanuit de wet moeten wij ons houden aan de beslagvrije voet.
10. Worden mensen in de bijstand wonend in De Ronde Venen, gecontroleerd door algoritmes? Neen. Binnen onze gemeente gebruiken we geen algoritmes om bijstandsfraude op te sporen. Wij weten dat er gemeentes zijn die van bijstandsontvangers risicoprofielen maken. Onze gemeente doet dit niet. 11. Tenslotte: Welke inzichten levert het rapport “Ongekend onrecht” voor u op om onbewust frauderende mensen te benaderen, wordt er beleid of uitvoering aangepast? Wij zijn van mening dat wij onze inwoners professioneel benaderen. Iedere inwoner/casus is uniek. Binnen ons werkwijze zorgen wij ervoor dat we het menselijke niet uit het oog verliezen. Door de inwoners niet als nummertjes te zien, maar als een individu en het geconstateerde eerst te onderzoeken middels een zorgvuldig onderzoek en de inwoner de kans te geven om zijn verhaal te doen, hebben wij hiermee alle elementen geborgd in onze werkwijze.
Onderwerp:
Informatienota Giften en Bijstand.
Datum:
18 januari 2021.
Geacht college
De ChristenUnie-SGP heeft eerder afgelopen week aangegeven de informatienota “Giften en bijstand” van 5 januari jl. in de eerstvolgende commissie SI te willen bespreken. We hebben daarbij aangegeven vooraf nog een aantal verduidelijkingsvragen te zullen indienen. Bij deze doen wij dat.
Inmiddels heeft de wethouder in de commissie van deze week in overweging gegeven om voor dit onderwerp een aparte avond te beleggen. De ChristenUnie-SGP vindt dat ook een prima oplossing mits dat op korte termijn plaats vind. Voor een goede behandeling hechten we er wel aan om de beantwoording van onze vragen vooraf schriftelijk te ontvangen, zodat deelnemers vooraf een beter beeld van de casuïstiek krijgen en dat een goede behandeling van het onderwerp mogelijk maakt.
Als het college behoefte heeft om aanvullend toelichting te geven de toepassing van de participatiewet, buiten onze vragen, dan is zij bij deze van harte uitgenodigd om daar in de beantwoording gebruik van te maken.
Onze vragen betreffen twee onderdelen: “Analyse tekst informatienota” en “Overige vragen”
ANALYSE TEKST INFORMATIENOTA Zinsnede: “Deze giftenuitzondering is geregeld in artikel 31 lid 2 onder m Participatiewet en stelt dat giften geoorloofd zijn ‘voor zover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn’.” Vraag: hoe beoordeelt het college (welke kenmerken of criteria gebruikt ze daarbij) voor het afwegen van dit oordeel?
Iedere afzonderlijke casus wordt afgewogen, is er jurisprudentie bekend inzake het type gift dat ontvangen is? Zo ja, beoordeling binnen dat kader en tevens of het naar het oordeel van het college
verantwoord is. Zo nee, beoordeling aan de hand van eigen verordening/beleid of de gift verantwoord is te achten, tot slot speelt ook maatschappelijk referentiekader een rol van betekenis
Zinsnede: “De klantmanagers beoordelen in overleg met de kwaliteitsmedewerker naar aanleiding van jurisprudentie of een gift vrijgelaten dient te worden of niet” Vraag: moeten we hieruit afleiden dat uitsluitend jurisprudentie (dus afwegingen van derden / de rechter) bepalend zijn voor het oordeel er er dus geen eigen afweging gemaakt wordt?
Er zijn zo veel verschillende soorten giften en omstandigheden te bedenken dat jurisprudentie lang niet overal toereikend is. Op onderwerpen waar jurisprudentie is ontstaan weegt dit mee in de afweging van het college. De stelling dat uitsluitend op basis van jurisprudentie bepaald wordt is dus niet correct.
Zinsnede: “Wij passen zeker maatwerk toe en onderzoeken alle feiten en omstandigheden.” Vraag: dit lijkt toch in tegenspraak met de voorgaande zin over jurisprudentie. Maatwerk is nl een eigen afweging. Hoe kunt u maatwerk bieden als u de jurisprudentie volgt?
Jurisprudentie helpt in sommige gevallen om een kader te scheppen, maar is lang niet altijd toereikend. Daar waar wel jurisprudentie ligt heeft het college altijd nog de discretionaire bevoegdheid om binnen de individuele feiten/omstandigheden een afweging te maken
Zinsnede: “We willen zoveel als mogelijk maatwerk leveren maar geen rechtsongelijkheid creëren.” Vraag: leidt maatwerk niet per definitie tot een vorm van rechtsongelijkheid? Namelijk in het ene geval wordt een gift wel en in een ander geval niet toegestaan (om welke reden dan ook) wat per definitie ongelijk is. Het toepassen van maatwerk is noodzakelijk, zolang we uit kunnen leggen waarom we dit toepassen in een dergelijke situatie. Belangrijk blijft dus om per situatie de afweging te maken hoe de omstandigheden eruit zien en voor gelijke gevallen naar gelijke oplossingen te zoeken.
Zinsnede: “De uitvoering zal echt niet moeilijk doen als een inwoner een keertje een volle boodschappentas toegeschoven krijgt als deze in de bijstand zit. Maar een structurele gift aannemen in de bijstand kan voor problemen zorgen.” Vraag: wanneer wordt iets naar het oordeel van het college structureel (Vb Wijdemeren betrof een situatie waarin wekelijks boodschappen door familie werden verstrekt). En speelt de hoogte / omvang / karakter (incidenteel vs structureel) en het doel (stel een gift van € 100 voor sinterklaaskadootjes voor de kinderen of € 500 voor zwemlessen voor gezinsleden die niet kunnen zwemmen) nog een rol bij die afweging? Ook andere voorbeelden horen we her en der in de lande zoals Crowdfunding vergoeding grafsteen bij overlijden van partner, beschikbaar stellen van vakantieverblijf door diaconaal fonds bv als iemand drie jaar lang niet met vakantie is geweest.
Zoals eerder gesteld zal bij iedere gift moeten worden onderzocht wat de oorzaak is, wat de omstandigheden zijn, hoe dit opweegt tegen andere vormen van giften en of deze dus vrijgelaten moet worden. Er is geen beleid vastgesteld over de hoogte/duur/omvang van giften om hier kader in te scheppen. Er zijn hier geen vaste getallen aan te hangen.
Zinsnede: “Een inwoner krijgt een heronderzoeksformulier waarin hij/zij zijn woonsituatie en financiële situatie moet weergeven. Dit moet onderbouwd worden met bewijsstukken, denk hierbij aan bijvoorbeeld bankafschriften. Naar aanleiding van dit onderzoek checken wij of de uitkering rechtmatig is verstrekt” en “We onderzoeken altijd de persoonlijke omstandigheden van deze inwoner en wegen deze mee om te komen tot een besluit.” Vraag: Hoe beoordeelt u de situatie waarin een bijdrage is verleent waarbij de bijstandsgerechtigde kan aantonen die bijdrage niet voor eigen belang gebruikt te hebben (bv verrekening voor vrijwilligerswerk is via de bankrekening van de bijstandsgerechtigde gelopen maar per saldo heeft de bijstandsgerechtigde net zoveel kosten gemaakt voor het vrijwilligersdoel als er inkomsten/giften zijn geweest).
Onderdeel van het heronderzoek is ook het gesprek met de inwoner. Op het moment dat er bijzonderheden blijken uit de ingeleverde stukken wordt daar met de inwoner over gesproken. Onderdeel in de afweging is dan ook de verklaring van de inwoner.
Vraag: Hoe beoordeelt u een schenking voor een bijzondere bijdrage waarvoor de gemeente op grond van het begrip “voorliggende voorziening” geen bijzondere bijstand heeft verstrekt ook al is de bijdrage van die voorliggende voorziening verre van voldoende om de kosten te dragen. Bv een medische behandeling die vier keer zoveel kost dan de ziektekostenverzekering vergoed; familie en vrienden schenken dan het resterende deel omdat de bijstandsgerechtigde dat geld niet heeft.
De bestemming van een gift is mede van belang in de beoordeling of een gift naar het oordeel van het college verantwoord is. jurisprudentie stelt in beginsel dat als de gift betrekking heeft op kosten die in de algemene bijstand zijn begrepen, dit aanleiding kan zijn om de gift volledig in aanmerking te nemen. Dit is ook het geval als de gift ter vrije besteding is. Aangezien in geschetste casus wordt gesteld dat de gift een specifiek doel heeft, en dit ook door de inwoner onderbouwd kan worden. kan dat aanleiding zijn om een gift vrij te laten.
Zinsnede: “Als we terugkijken over het jaar 2020 dan kunnen we zeggen dat we één zaak hebben gehad waarbij wij over zijn gegaan tot een terugvordering waar sprake is van een gift.” Vraag: is in dat geval ook een boete opgelegd en zo ja hoe groot wat die boete? Vraag: in hoeveel gevallen is in de jaren 2016, 2017, 2018 en 2019 tot terugvordering overgegaan, is in die gevallen ook een boete opgelegd en zo ja met welke omvang.
Vraag: heeft de terugvordering en de boete geleid tot schuldenproblematiek bij de betreffende inwoners, zo ja in hoeveel gevallen en hoe is dat dan opgelost?
Overleggen met Alberta!! Momenteel kunnen geen exacte cijfers over ons systeem hierover halen.
OVERIGE VRAGEN In hoeverre is de meldingsplicht van invloed op de beoordeling. M.a.w. iemand heeft een gift of een ontvangen bedrag/goederen niet gemeld en de gemeente ontdekt dat; is het zelfstandige feit van niet melden dan van invloed op de beoordeling of de gift vrijgesteld wordt (gift is per definitie automatisch onrechtmatig en wordt met boete teruggevorderd ongeacht de persoonlijke omstandigheden)?
De meldingsplicht kan van invloed zijn. zoals bekend is het aan de inwoner om alle feiten of omstandigheden door te geven die van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand. Echter ook hier zit de nuance in de omstandigheden in het individuele geval. Zijn er omstandigheden waardoor er niet gemeld werd? Dit kan meewegen in de afweging of de inlichtingenplicht geschonden is met de consequenties die daar aan vast hangen.
In hoeveel gevallen is er in de jaren 2016, 2017, 2018, 2019 en 2020 een sanctie opgelegd in verband met het overtreden van de meldingsplicht en betrof dat in alle gevallen het niet melden van giften? Zo nee, welke andere feiten waren dan niet gemeld wat wel had moeten gebeuren en tot een sanctie heeft geleid.
Overleg met Alberta. Cijfers kunnen we niet zo uit het systeem halen. Zo tussen haar en Wim Stam besproken.
Tot slot: mede gezien de ervaringen in de afgelopen vijf jaar met de participatiewet; zijn er situaties geweest waarin het college dan wel de ambtelijke organisatie werd geconfronteerd met situaties waarin ze op grond van de participatiewet handelend moest optreden of geen verstrekking (bv bijzondere bijstand) kon doen terwijl men dat liever om moverende redenen wel had gedaan. Zo ja kunt u aangeven in wat voor omstandigheden of situaties u de participatiewet dan te beperkend vond?
Namens de fractie ChristenUnie-SGP De Ronde Venen
Met vriendelijke groet
W.H.P. Stam Fractievoorzitter