CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen D66

Gecombineerde commissies 17 mei 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: 2. Technische vragen die voorafgaand aan de technische commissie gesteld zijn1.337 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen D66 bij raadsvoorstel Zoekgebieden zon en wind 1. Wat is de juridische status van een zoekgebied? Kunnen belanghebbenden bezwaar maken tegen het aanwijzen daarvan? Kan men rechten ontlenen aan het uitsluiten van een bepaald gebied voor zon en of wind? Als de raad besluit een gebied uit te sluiten, dan betekent dat dat de raad niet meewerkt aan het verlenen van een omgevingsvergunning of het wijzigen van het bestemmingsplan voor een (grootschalig) zonneveld of windmolen in dat gebied. Voor een zoekgebied is dit andersom. Daar spreekt de raad uit dat het college aan de slag kan met het gebiedsproces en een aanbesteding. En dat de raad bereid is mee te werken aan de (ruimtelijke) procedure om één en ander planologisch mogelijk te maken. Denk aan een omgevingsvergunning verlenen aan een initiatief in dat gebied, of het bestemmingsplan wijzigen. Dit betekent dat officieel het bepalen van een zoekgebied beleid is. En dat er juridisch nog geen mogelijkheid is om na het bepalen van een zoekgebied in bezwaar te gaan. Dit komt pas tijdens de (ruimtelijke) procedure waarbij de gemeenteraad over een concreet initiatief in dat gebied een besluit neemt. Zo mag de raad op basis van zienswijzen besluiten een (grootschalig) zonneveld of windmolen niet toe te staan. 2. Er lopen op verschillende plaatsen in Nederland veelbelovende experimenten met drijvende zonnevelden op binnenwateren.

Vallen die ook onder de zoekgebieden voor wind op land en voor zon op land? Zo ja, waarom wordt ons binnenwater niet benut? Het voorstel voor de zoekgebieden geldt ook voor het aanwezige water binnen de zoekgebieden. Wij denken dat u met uw tweede vraag verwijst naar de Vinkeveense Plassen en het Abcoudermeer. Daarom richt de rest van het antwoord zich daar op. Wij stellen voor deze gebieden niet aan te wijzen als zoekgebied om verschillende redenen. De belangrijkste redenen om de Vinkeveense Plassen uit te sluiten zijn dat zij een grote cultuurhistorische, recreatieve en natuurwaarde hebben. Het Abcoudermeer en de directe omgeving is een te klein gebied om ruimte voor keuzes in het gebiedsproces te bieden. Ook heeft het een belangrijke recreatieve waarde en natuurwaarde. 3. Het concept-raadsbesluit bevat onder punt 1 het vaststellen van de Beleidsnota en onder de punten 2 tot en met 5 specifieke onderdelen daarvan. Is dat niet dubbelop? Wij zouden het besluit liever beperken tot de echte discussiepunten. Het klopt dat beslispunten 2 tot en met 5 onderdeel zijn van de Beleidsnota, en daarmee van beslispunt 1. We hebben hier aparte beslispunten van gemaakt omdat dit de kern van het besluit is (de “echte discussiepunten”): de indeling van de gebieden naar geschiktheid, de volgorde, de mogelijkheid voor windmolens en/of zonnevelden en de opwekambitie. 4.

In de nota wordt steeds uitgegaan van windmolens van 175 meter. Op blz 68 blijkt echter dat voor een groot deel van de gemeente 146 meter realistischer is i.v.m. Schiphol. In de publieke discussie duikt ook vaak de gigamolen van 260 meter op. Als de raad nu besluit om zoekgebieden aan te wijzen voor wind op land, wordt daarmee dan ook de maximale hoogte vastgelegd? Zo nee, wie beslist daar dan over?

De raad stelt met het vaststellen van de zoekgebieden niet de definitieve hoogte vast voor de windmolens. Dit beslist de raad pas met het verlenen van de omgevingsvergunning of het wijzigen van het bestemmingsplan. Wel staan in de beleidsnota al belangrijke kaders voor het vervolg. Zo zijn inderdaad in grote gedeelten van De Ronde Venen toetsingszones voor windmolens vanaf 146 meter door de laagvliegroute en de radar van Schiphol. In deze gebieden hebben initiatieven voor windmolens van hoger dan 146 meter een positief advies nodig van de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport. Of een verklaring van geen bezwaar van het ministerie. Voordat de definitieve vergunning door de gemeenteraad afgegeven wordt. Het is niet ondenkbaar dat er goedkeuring wordt gegeven voor hogere windmolens. Dit kan op zijn allerhoogst 240 meter zijn. Molens van 260 meter bestaan op dit moment (nog) niet. 5. Op blz 2 van de Beleidsnota worden ook boerderijmolens genoemd. Kunnen die ook een deel van de opgave voor hun rekening nemen? Gelden er voor boerderijmolens planologische of beleidsmatige beperkingen? Boerderijmolens kunnen zeker een belangrijke bijdrage leveren aan onze opwekambitie. Daarbij is het wel goed te bedenken dat 227 boerderijmolens van 20 meter hoog nodig zijn om dezelfde energie op te wekken als met 1 windmolen van 175 meter.

Het eerder vastgestelde beleid (de voorwaarden) en de zoekgebieden gelden voor windmolens hoger dan 20 meter. Dat betekent dat de zoekgebieden en de voorwaarden niet voor boerderijmolens gelden. Voor boerderijmolens geldt ander beleid. Die molens kunnen nu al door agrariërs geplaatst worden, mits ze voldoen aan een aantal regels. Zo moet een boerderijmolen bijvoorbeeld binnen het bouwvlak staan. Die regels zijn opgenomen in het bestemmingplan buitengebied West (paragraaf 4.3.8 ). 6. Uit het schema op blz 8 leiden we af dat we in 2040 meer energie met zon en wind op land moeten opwekken dan we nu (2018) verbruiken? Klopt dat? Ja dit klopt. We moedigen inwoners en bedrijven maximaal aan om energie te besparen. Toch verwachten we dat de vraag naar elektriciteit verdubbelt in de toekomst, namelijk naar 1250 Terajoule in 2040. Belangrijke oorzaken hiervan zijn de opkomst van elektrisch vervoer en het gebruik van warmtepompen. 7. De ‘Stuurgroep extra opgave’ heeft in een op 9 april jl uitgebracht advies gesteld dat er in 2030 veel meer duurzame stroom nodig is dan eerder berekend (129 TWh in plaats van 84 TWh). Heeft dat nog consequenties voor onze opgave als gemeente of in RES-verband? Deze stuurgroep richtte zich op de aanvullende elektriciteitsvraag van industrie en datacenters.

De stuurgroep adviseert de Minister om ambitieus en actief in te zetten op elektrificatie in de industrie om de industriële transformatie naar klimaatneutraliteit in 2050 tot stand te brengen. De opgave vanuit de RES is niet leidend voor onze ambitie. In lijn met de opdracht van de raad focussen we op het verduurzamen van het eigen verbruik binnen de gemeentegrenzen. Dat brengen we in bij de RES. In gemeente De Ronde Venen zijn geen datacenters aanwezig. Daarnaast is er in de gemeente naar verhouding weinig industrie aanwezig. Voor het Spoorboekje berekenden we de benodigde hoeveelheid duurzame elektriciteit voor de gemeente. Dat deden we met een rekenmodel, data van de Klimaatmonitor en aannames van experts. Dat aantal blijft ons uitgangspunt. We toetsen dit uitgangspunt om de 5 jaar opnieuw en stellen het waar nodig bij. De volgende keer dat we dit doen is in 2022. 8. In onderdeel 3.2 van de beleidsnota gaat het over het zoekgebied Gein-zuid. Windmolens langs het Amsterdam-Rijnkanaal worden hier als kansrijk gezien. Hoe verhoudt zich dat tot de hoogspanningsleiding die hier loopt?

Windmolens moeten een bepaalde afstand houden tot hoogspanningsleidingen. Dit heeft te maken met de veiligheid. De benodigde afstand leidt er niet toe dat dit gebied afvalt voor windmolens, maar het vormt wel een beperking. 9. In onderdeel 3.8 wordt het gebied Groot-Mijdrecht Oost ‘ongeschikt’ verklaard. Wij zien hier juist goede mogelijkheden voor meervoudig gebruik van moeras en zonnevelden. Zie ook de Regionale Veenweiden Strategie. Of komt dit bij een aanpassing tzt? Het gebied Groot Mijdrecht oost kunnen we verdelen in een noordelijk gedeelte en een zuidelijk gedeelte. Voor het noordelijke gedeelte geldt het Pact van de Poldertrots. Dit pact houdt in dat er 50 jaar lang geen planologische ontwikkeling mag plaatsvinden. Behalve als dit in het belang is van de vastgestelde inrichting: de natuurontwikkeling ‘Versoberde Veenribbenvariant’. Zonnevelden (of windmolens) zijn daar niet mee in overeenstemming. Het zuidelijke gedeelte transformeren we in fasen tot het nieuwe natuurgebied Marickenland. Dit is nieuwe natuur, gecombineerd met recreatief medegebruik. Op 2 juli 2020 is de ontwikkeling van Marickenland vastgelegd in een overeenkomst tussen provincie, waterschap, gemeente en Staatsbosbeheer. Onderdeel van deze overeenkomst is een inrichtingsplan. Dat voorziet niet in realisering van zonnevelden, en laat daar ook weinig ruimte toe.

Vooral de creatie van rietlanden, lisdoddevelden en recreatieve voorzieningen, en de doelstelling een vogelgebied te creëren, zijn sterk beperkend. Daarom is dit gebied ongeschikt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10118464/1