Beantwoording technische vragen B - CDA, VVD, ChristenUnie SGP- Verordening leerlingenvervoer
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
CDA/VVD/ChristenUnie-SGP Naam indiener: Fractie: Datum van indienen: Onderwerp:
De heer Jan Rouwenhorst/ de heer Peter van der Giessen/ Wim Stam CDA/ VVD/ChristenUnie SGP 6-2-2025 Leerlingenvervoer
In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Maarten van der Greft Datum beantwoording: 10 maart 2025 Inleiding
. Vragen (Antwoorden volgen direct onder de vragen) Tijdens de technische toelichting van 6 februari jl. zijn technische vragen gesteld over het raadsvoorstel Verordening leerlingenvervoer gemeente De Ronde Venen 2025. Bij een aantal vragen is toegezegd om deze vragen schriftelijk te beantwoorden. OVER HET RAADSVOORSTEL 1. Op welke punten is de modelverordening niet overgenomen en waarom niet? Antwoord: De onderstaande punten uit de modelverordening zijn niet overgenomen. De reden hiervoor is per punt opgenomen. -
Het persoonlijk vervoersontwikkelplan. Dit is een schriftelijk plan waarin de activiteiten worden beschreven door middel waarvan de leerling de vaardigheden kan aanleren die nodig zijn om zoveel mogelijk zelfstandig en met het openbaar vervoer of de fiets te reizen.
Reden: De gemeente De Ronde Venen werkt niet met een schriftelijk plan, maar gaat met ouders in gesprek over de mogelijkheden van zelfstandig (leren) reizen.
-
Bij het onderzoek naar de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening kan, als het college dat noodzakelijk acht, ook een medewerker uit een ander domein aansluiten.
Reden: Een medewerker uit een ander domein laten aansluiten kan alleen met toestemming van ouders. Deze situatie komt ook bijna nooit voor. Mocht een dergelijke situatie wel voorkomen dan kan dit met toestemming van ouders ook zonder deze bepaling. -
De opstapplaats bevindt zich op een veilige en beschutte locatie en op een redelijke loopafstand van de woning van de leerling en biedt voldoende ruimte voor een eventuele begeleider.
Reden: Door deze bepaling worden opstapplaatsen uitgesloten die ouders en vervoerder mogelijk geschikt achten. Daarom zien wij geen meerwaarde voor het opnemen van deze bepaling, maar eerder een beperking. Bij het gebruik van opstapplaatsen wordt altijd in overleg met de vervoerder, chauffeur en waar mogelijk met ouders gekeken naar een goede locatie. De vervoerder kijkt samen met een verkeerskundige naar de veiligheid van de opstapplaats. In de artikelsgewijze toelichting is opgenomen dat de opstapplaats binnen een redelijke afstand van de woning is gelegen. Hierin wordt aangegeven dat een reistijd van niet meer dan dertig minuten in elk geval alleszins redelijk is. In de praktijk is de reistijd in De Ronde Venen niet meer dan 15 minuten lopen. 2. Zijn er naast artikel 11 nog andere onderdelen waarmee het beleid ruimer wordt dan waar de gemeente wettelijk toe verplicht is? Als dit zo is op welke punten? Antwoord: Naast artikel 11 zijn onderstaande bepalingen die ruimer zijn dan wettelijk verplicht opgenomen in de verordening. Deze bepalingen zijn wel in de modelverordening opgenomen. Door het opnemen van deze bepalingen wordt de zelfredzaamheid van leerlingen vergroot en de eigen kracht van ouders gestimuleerd. Hierdoor worden goedkopere vervoersvoorzieningen verstrekt en zijn minder chauffeurs nodig. -
Vervoerstraining (artikel 19) Het college kan, naast een vervoersvoorziening, ook een vervoerstraining inzetten ter versterking van de zelfredzaamheid van de leerling, waardoor deze na de training niet langer is aangewezen op een vervoersvoorziening, of door de training gebruik leert te maken van een goedkopere vervoersvoorziening.
-
Vervoersvergoeding op basis van de kosten van door de ouders georganiseerd vervoer (artikel 22) Lid 4. Aan de ouders die structureel alle te vervoeren dagen één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die voor het vervoer al een vergoeding van het college ontvangen, kan door het college een vergoeding van maximaal 50% van de kosten worden verstrekt.
-
lid 5. Als ouders in samenwerking met andere ouders besluiten zelf een vervoersvoorziening te organiseren, kan het college, in afwijking van het tweede lid, een bijzonder kostendekkend tarief hanteren, als dit leidt tot een goedkoper vervoersalternatief.
-
Vergoeding andere passende vervoersvoorziening (artikel 24) Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college na overleg met de ouders een vergoeding verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een elektrische fiets of bakfiets.
-
3. In de toelichting van artikel 1 is opgenomen dat wanneer de beperking met medicijnen te verbeteren is, er geen sprake van een beperking in de zin van deze verordening. Verbeteren is iets anders dan opheffen. Moet de toelichting niet zuiverder geformuleerd worden? Antwoord: De zin waar het hier in artikel 1 van de toelichting in de verordening over gaat is als volgt verduidelijkt “Wanneer de beperking met medicijnen is te verbeteren of op te heffen en de leerling daardoor zelfstandig kan reizen is er geen sprake van een beperking in de zin van deze verordening.”