Afdoening toezegging 72 - Politieke commissie - Inwonerparticipatieverordening
Tekst van het document
Beantwoording vragen politieke commissie Inwonerparticipatiebeleid 8 december 2022
Aanleiding In de politieke commissie van 8 december 2022 zijn door de fractie van D66 enkele vragen gesteld over de Inwonerparticipatieverordening. Deze worden hiermee beantwoord.
Kernboodschap De vragen betreffen drie artikelen in de inwonerparticipatieverordening: 1. Artikel 3 lid 5 luidt: “Deze verordening is niet van toepassing op participatie, inspraak of andere inbreng en initiatieven van inwoners, lokale ondernemers of maatschappelijke organisaties die al zijn geregeld in andere al dan niet gemeentelijke verordeningen, regelgeving of procedures. <..>.” Vraag: houdt dit in dat als bijvoorbeeld een ontwikkelaar inwonerparticipatie heeft ingezet dat de gemeente daar dan niet aan hoeft te toetsen? Antwoord: Dit artikel is de vertaling in de verordening van de juridische basisregels dat hogere regelgeving voor lagere regelgeving gaat en dat bijzondere regelgeving voor algemene regelgeving gaat. Dus áls er een formele regeling voor inwonerparticipatie is opgenomen in bijzondere of hogere regelgeving, gaat die voor deze inwonerparticipatieverordening. Een inwonerparticipatie activiteit van een ontwikkelaar is dus niet voldoende om de verordening buiten toepassing te laten. Inwonerparticipatie wordt daarbij breed gezien: Dat gaat ook over inspraak en andere inbreng en initiatieven van inwoners, lokale ondernemers of maatschappelijke organisaties. 2. Artikel 4 is het proces van inwonerparticipatie beschreven.
Artikel 4 lid 3 luidt: “Het bestuursorgaan kan voor specifieke beleidsterreinen nadere regelingen treffen.” Vraag: Is dit een vrijbrief voor het college om anders te handelen? Antwoord: Deze bepaling is een mogelijkheid voor het bestuursorgaan om als een specifiek beleidsterrein er om vraagt voor een aanvulling of afwijking van het inwonerparticipatieproces te kiezen. Dit gaat om een keus van het bestuursorgaan dat ook over het te nemen besluit gaat. Wanneer het om een raadsbevoegdheid gaat, is dat dus de gemeenteraad. Het betreft een mogelijkheid om algemene nadere regelingen te treffen voor een specifiek beleidsterrein en dus niet om op ad hoc basis anders te besluiten. Wanneer het voor een specifiek beleidsterrein bijvoorbeeld altijd nodig is bepaalde doelgroepen te raadplegen of een bepaalde trede op de participatieladder te kiezen, kan dit in een nadere regel worden vastgelegd. 3. In artikel 5 lid 1 zijn de drie manieren beschreven waarop het bestuursorgaan met inwonerparticipatie kan omgaan in de besluitvorming. In lid 2 staat: “Het bestuursorgaan kan van de op grond van lid 1 gemaakte keuze afwijken, bijvoorbeeld omdat het inwonerparticipatietraject sterk uiteenlopende visies opleverde, omdat betrokken belangen onvoldoende zijn meegewogen of omdat de inwonerparticipatie leidde tot nieuwe ideeën en inzichten die op gespannen voet staan met de vooraf gestelde kaders.”
Vraag: Ook in lid 1 zitten al voorwaarden rond uiteenlopende visies en dergelijke. Is dit opnieuw een escape voor het college om zich niet aan de verordening te houden? Antwoord: Dit is in zekere zin een escape. Het bestuursorgaan dat bevoegd is het finale besluit te nemen, mag hiermee afwijken van de keus die het gemaakt heeft op basis van lid 1. Stel de gemeenteraad heeft voor een project vooraf kaders meegegeven en heeft op basis van artikel 5 lid 1 bepaald dat de conclusies uit het inwonerparticipatietraject worden overgenomen. Op dat moment heeft de raad zich gecommitteerd aan de uitkomst van het inwonerparticipatietraject en in feite geen mogelijkheid meer om anders te besluiten. Toch kunnen zich tijdens het inwonerparticipatietraject zaken voordoen, waardoor het overnemen van de uitkomst niet mogelijk of wenselijk is. Bijvoorbeeld wanneer de uitkomst niet één kant op wijst of wanneer er ideeën zijn aangedragen die buiten de gestelde kaders gaan, maar wel om overweging vragen. Dan moet de raad vanuit zijn publieke verantwoordelijkheid een andere afweging kunnen maken. Deze andere afweging moet uiteraard niet lichtzinnig gemaakt worden en heel goed worden uitgelegd en gecommuniceerd.