CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

260506 - Beantwoording Technische vragen B - RVB - Bostholsebrug

Gemeenteraad 10 juni 2026, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Beschikbaar stellen aanvullend budget voor aanpassing Botsholsebrug2.529 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college:

Categorie:

A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

A

Naam indiener: Roger Fernhout Fractie: RVB (Ronde Venen Belang) Datum van indienen: 19-05-2026 Onderwerp: Raadsvoorstel Beschikbaar stellen aanvullend budget voor aanpassing Botholsebrug In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Anja Vijselaar Datum beantwoording: 26-05-2026 Inleiding: “In oktober 2024 startte de vervanging van de Botsholsebrug in Abcoude, die in maart 2025 is opgeleverd. Na ingebruikname bleek de toegankelijkheid voor agrarisch verkeer verslechterd”. Herstelkosten €250.000,00 een foutje bedankt. Citaat RV; “In de programmabegroting 2024 is voor de vervanging van Botsholsebrug een investeringsbudget van € 944.000,- beschikbaar.”

De fractie van Ronde Venen Belang heeft schriftelijke vragen B ingediend bij de griffie naar aanleiding van het raadsvoorstel ‘Beschikbaar stellen aanvullend budget voor aanpassing Botholsebrug’. Omdat een aanzienlijk deel van deze vragen een politiek-bestuurlijk karakter heeft en niet louter technisch van aard is, heeft het college ervoor gekozen de volledige set vragen integraal te behandelen en vast te stellen tijdens de reguliere collegevergadering van 26 mei 2026 en daarmee geclassificeerd als schriftelijke vragen A. Vragen | vraag: 1. Hoe beoordeelt de verantwoordelijke wethouder het feit dat kort na oplevering van de Botsholsebrug moet worden vastgesteld dat agrarisch verkeer onvoldoende gebruik kan maken van de brug en hiervoor aanvullend €250.000,00 gemeenschapsgeld nodig is? Antwoord: Het college betreurt dat na oplevering van de Botsholsebrug is gebleken dat agrarisch verkeer in de praktijk onvoldoende gebruik kan maken van de brug en dat hiervoor aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. Bij de voorbereiding en uitvoering van het project is gehandeld op basis van de beschikbare informatie, onderzoeken en inzichten van dat moment. Tegelijkertijd constateren wij dat de praktische uitwerking anders blijkt te zijn dan vooraf voorzien. Dat is onwenselijk, mede omdat hiervoor aanvullend gemeenschapsgeld benodigd is.

Het college vindt het belangrijk om te bezien hoe dergelijke situaties in toekomstige projecten zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen, onder andere door aandacht voor gebruikstoetsen en praktijkervaringen van betrokken doelgroepen. 2. Erkent de wethouder dat hier sprake is van een ernstige ontwerp-, beoordelings- dan wel uitvoeringsfout? Zo

nee, hoe kwalificeert de wethouder deze situatie dan? Antwoord: Het college kwalificeert deze situatie niet als een ernstige ontwerp-, beoordelings- of uitvoeringsfout. Tijdens de voorbereiding, de onderzoeken en de participatietrajecten is niet gebleken dat agrarisch verkeer bij de oude brug structurele hinder ondervond bij het passeren of dat de aanwezige constructie daarbij problemen opleverde. Op basis van de destijds beschikbare informatie bestond daarom geen aanleiding om te verwachten dat met name zwaar landbouwverkeer bij het opdraaien van de nieuwe brug de leuningen zou raken. Na ingebruikname is in de praktijk gebleken dat de feitelijke situatie anders uitwerkt dan vooraf was voorzien. Dat is vanzelfsprekend onwenselijk en reden om aanvullende maatregelen te treffen zodat de brug veilig en doelmatig gebruikt kan worden door alle verkeersdeelnemers 3. Acht de wethouder zichzelf politiek verantwoordelijk voor het feit dat een brugproject met een investeringsbudget van €944.000,00 kort na oplevering opnieuw ingrijpend moet worden aangepast? Zo nee, wie dan wel? Antwoord: Het college voelt een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de voorstellen en de uitvoering. 4. Graag ontvangen wij een kopie van de gedetailleerde begroting, offerte of overeenkomst waar het investeringsbudget van €944.000,00 op gebaseerd is.

Antwoord: Het college verstrekt in beginsel geen gedetailleerde begrotingen, offertes of contractstukken openbaar aan de raad, omdat deze documenten bedrijfsvertrouwelijke en aanbestedingsgevoelige informatie kunnen bevatten. De raad wordt geïnformeerd over de financiële kaders en investeringsbudgetten via de reguliere besluitvorming en bijbehorende financiële onderbouwing. Het vaststellen en uitvoeren van overeenkomsten binnen de door de raad ter beschikking gestelde budgetten behoort tot de bevoegdheid van het college. 5. Welke partij heeft vastgesteld dat het oorspronkelijke ontwerp geschikt was voor agrarisch verkeer en heeft de wethouder deze beoordeling vooraf gecontroleerd of laten toetsen? Antwoord: In overleg met de gebiedscoöperatie waarin agrariërs deelnemen, de projectleiders en aannemers is voorafgaand aan de start van de werkzaamheden overeenstemming bereikt over het uit te voeren ontwerp. 6. Graag ontvangen wij de gedetailleerde begroting of offerte waaruit blijkt dat de fout voor €250.000,00 zal worden hersteld, inclusief een uitsplitsing van ontwerp-, uitvoerings-, advies-, grond- en bijkomende kosten. Alsmede een urenoverzicht van de betrokken ambtenaren. Antwoord: Zie antwoord 4. 7. Graag ontvangen wij een overzicht van alle kunstwerken die de afgelopen 4 jaar (vanaf 1 april 2022) zijn vervangen cq zijn gerenoveerd incl.

de initiële budgetten en de budgetoverschrijdingen (denk hierbij aan de Demmerikse brug, de brug over de hoofdtocht aan de Botsholsedijk, de Heulbrug etc) en welke aannemer deze opdracht uitvoerde alsmede de oorzaak en verantwoording van eventuele meerkosten. Antwoord: Alle kunstwerken die zijn vervangen dan wel gerenoveerd zijn opgenomen in het Beheerplan kunstwerken 2020 – 2024, door de raad vastgesteld op 28 november 2019. De budgetten zijn opgenomen in de verschillende programmabegrotingen die ook door de raad zijn vastgesteld. Mutaties en voortgang is gemeld in de verschillende bestuursrapportages.

8. In hoeveel van deze projecten was sprake van fouten in het ontwerp, de uitvoering, de toetsing of de voorbereiding die hebben geleid tot aanvullende kosten of herstelwerkzaamheden? Antwoord: Het is voorgekomen dat gedurende de uitvoering van het project aanvullende werkzaamheden zijn uitgevoerd of plannen zijn bijgesteld om het resultaat te optimaliseren. De oorzaken zijn hierbij verschillend van aard. In sommige gevallen was het hierbij nodig dat er extra budget nodig was. Hierbij willen we benadrukken dat het niet altijd om fouten gaat maar ook om verbeteringen. 9. Heeft de wethouder vooraf signalen ontvangen van inwoners, gebruikers, agrariërs of deskundigen dat het ontwerp mogelijk niet zou voldoen? Zo ja, wat is met deze signalen gedaan? Antwoord: Het college heeft signalen ontvangen, met name met betrekking tot de signalering op de brug. In overleg met aanwonenden zijn, zoveel mogelijk als binnen de wettelijke kaders aanpassingen gedaan. 10. Waarom zou de belastingbetaler opdraaien voor herstelkosten die direct voortvloeien uit een brug die kort na oplevering niet naar behoren blijkt te functioneren? Antwoord: In het algemeen worden alle kosten die de gemeente maakt gefinancierd met gemeenschapsgeld tenzij er sprake is van externe financiering. Daarvan is in dit geval geen sprake.

Het is de verantwoordelijkheid van het college en de raad om zorgvuldigheid te betrachten ten aanzien van de besteding van gemeenschapsgeld en daarmee herstelkosten en dergelijke zoveel mogelijk te voorkomen. 11. Is de wethouder voornemens of worden de herstelkosten geheel of gedeeltelijk verhaald op de verantwoordelijke partij(en)? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Daar er geen partij is om op te verhalen is het college dit niet van plan. 12. Deelt de wethouder de mening dat inwoners mogen verwachten dat een brug van bijna één miljoen euro bij oplevering direct geschikt is voor normaal gebruik door alle beoogde verkeersdeelnemers? Antwoord: Het college deelt deze mening. 13. Waarom acht de wethouder de medewerking van aanwonenden “essentieel” voor het herstel van een fout in de openbare ruimte? Betekent dit dat zonder instemming van bewoners het herstel van de brug vertraging oploopt of zelfs niet uitgevoerd kan worden of iets anders? Antwoord: Medewerking en participatie van aanwonenden is altijd essentieel bij aanpassingen in de buitenruimte. In dit geval zullen er mogelijk aanpassingen worden getroffen direct grenzend aan en op een privaat perceel. Daarom is medewerking van omwonenden, uiteraard in goed overleg, essentieel. 14.

Welke kosten gaan gepaard met deze “medewerking” (uitwerking in tekst en Euro’s)? Antwoord: De medewerking op zichzelf brengt geen extra kosten met zich mee. 15. In het voorstel schrijft het college enerzijds dat “de oplossing is besproken en tot stand gekomen met omwonenden” en anderzijds dat “de definitieve participatie nog zal worden opgestart”. Hoe verhouden deze twee uitspraken zich tot elkaar?

Antwoord: Het concept-ontwerp is voorgelegd en afgestemd met de gebiedscoöperatie en ondernemers, tevens zijn er gesprekken gevoerd met de betrokken grondgebruiker/eigenaren. Na vaststelling van het budget zal de samenwerking/ participatie met de betrokken grondeigenaren plaats vinden om te komen tot de definitieve oplossing. 16. Op basis van welke aanbestedingsrechtelijke grondslag acht de wethouder deze onderhandse gunning rechtmatig? Antwoord: Vanuit de aanbestedingswet bestaat louter de verplichting om een opdracht Europees aan te besteden boven het drempelbedrag van €5.538.000, voor het overige moet de gekozen procedure proportioneel zijn en dat moet per opdracht worden bepaald. In het onderhavige geval achten wij het proportioneel om de opdracht enkelvoudig onderhands te gunnen. Reden hiervoor is dat de aannemer het oorspronkelijke werk heeft uitgevoerd, het werk, de situatie en de omgeving inmiddels goed kent. Dit verkleint de kans op fouten en vermindert overlast voor de omgeving. 17. Is onderzocht of (een deel van) de herstelkosten kan worden verhaald op de oorspronkelijke aannemer, ontwerper? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Zie het antwoord bij vraag 11. 18. Welk drempelbedrag m.b.t.

de totale gunning was van toepassing bij de toekenning van de oorspronkelijke (totale) opdracht en wat betekende dat voor de (verplichte) wijze van aanbesteding? Antwoord: Het drempelbedrag om werken verplicht Europees aan te besteden bedroeg in 2024 €5.538.000. Onder dit bedrag moet steeds per opdracht worden bekeken welke procedure proportioneel is. Dit is aan de gemeente om zelf te bepalen. Destijds is op basis van de geraamde waarde gekozen voor een meervoudige onderhandse procedure. Dit sluit aan bij de wet -en regelgeving waaronder de gids Proportionaliteit. 19. Hoeveel partijen zijn destijds (op basis van het genoemde drempelbedrag) uitgenodigd (op basis van het geldende drempelbedrag en de lokale inkoopvoorwaarden én landelijke kaders)? Antwoord: Bij deze meervoudige onderhandse aanbesteding zijn drie partijen uitgenodigd. Dit sluit aan bij de inkoopvoorwaarden en de landelijke kaders. 20. Is het juist dat de opdracht is gegund aan aannemerscombinatie Griekspoor en Vobi Infra? Antwoord: Nee, deze opdracht is gegund aan de VOBI. 21. Gebruikelijk is dat de opdracht wordt gegund op basis van vooraf vastgestelde factoren, zoals prijs, kwaliteit en levertijd.

Hoe verhouden die factoren zich tot de vaststelling dat na oplevering en ingebruikname de toegankelijkheid voor agrarisch verkeer verslechterd bleek? Anders gesteld: Voldeed de brug (na vervanging en bij oplevering) volledig aan alle voorwaarden, zoals in opdracht van het college, opgenomen in de tender? Antwoord: De brug is opgeleverd conform de opdracht. 22. Zo ja, hoe kan dan (pas) na oplevering de ‘verslechterde toegankelijkheid voor agrarisch verkeer’ geconstateerd worden?

Antwoord: Dit is na oplevering geconstateerd, omdat vooraf in het participatietraject niet duidelijk naar voren is gekomen dat de brugleuningen geraakt worden. 23. A; In het geval dat de Botsholsebrug, bij oplevering niet bleek te voldoen aan de vastgelegde tendervoorwaarden, is er sprake van een toerekenbare tekortkoming, dan wel non-conformiteit. Doorgaans heeft de opdrachtgever dan - juridisch gezien - recht op wat er is afgesproken in het bestek en/of de aanbestedingsstukken. Heeft de gemeente de aannemer (daarom) in gebreke gesteld /kunnen stellen en op basis daarvan de aannemer gesommeerd de afwijkingen t.o. v. de tendervoorwaarden alsnog te herstellen binnen een redelijke termijn. Antwoord: Zie de antwoorden bij de vragen 17 en 21. B; Zo niet waarom niet? Graag bij a. dan wel bij b. een duidelijk beargumenteerde onderbouwing en verklarende uitleg van het antwoord. Antwoord: Zie de antwoorden bij de vragen 17 en 21. 24. A; Waarom heeft het college opgestelde tendertekst (en daarin dus ook de gespecificeerde voorwaardent.a.v. een goede toegankelijkheid voor agrarisch verkeer) opgenomen dat de nieuwe brug moest worden voorzien van “nieuwe, starre leuningen”? Antwoord: Starre leuningen zijn verplicht conform de NEN-Norm 6787 paragraaf 5.1.8. B; Is het college bereid die opgestelde gespecificeerde voorwaarden in de tendertekst t.a.v.

een goede toegankelijkheid voor agrarisch verkeer aan de raad voor te leggen? Antwoord: Het college is niet voornemens de volledige tendertekst of daarin opgenomen technische en uitvoeringsgerichte voorwaarden aan de raad voor te leggen. Het opstellen van aanbestedingsstukken en uitvoeringsvoorwaarden behoort tot de uitvoerende bevoegdheden van het college. Daarbij geldt dat dergelijke documenten vaak technische, aanbestedingsrechtelijke en deels bedrijfsgevoelige informatie bevatten. Uiteraard wordt de raad wel geïnformeerd over de uitgangspunten en doelstellingen van het project, waaronder het belang van een goede toegankelijkheid voor agrarisch verkeer.

25. Het college vraagt de raad “in te stemmen met het beschikbaar stellen van een investeringsbudget van € 250.000 ten behoeve van de gewenste aanpassingen aan de situatie bij de Botsholse brug.” Hoe valt uit de leggen dat die nu noodzakelijk geachte aanpassingen niet eerder hadden kunnen worden voorzien door het college in de rol van een zorgvuldig handelende aanbesteder? Antwoord: Zie antwoord op vraag 2. 26. Uit het raadsvoorstel is op te maken dat het gevraagde budget vooral betrekking heeft op vervanging van de starre leuningen. Om welke bedrag gaat het en waaraan wordt het overblijvende deel van het budget besteed? Antwoord: In het raadsvoorstel wordt niet gevraagd om aanpassingen aan de leuningen, dit is namelijk niet toegestaan conform de NEN-Norm 6787 paragraaf 5.1.8. In het raadsvoorstel wordt gevraagd om de aanpassing aan de inrij curve.

27. Is het juist of onjuist dat de omvang van het nu gevraagde budget automatisch en vanzelfsprekend (als drempelbedrag) moet leiden tot een zogenoemde eenvoudig onderhandse aanbesteding? Antwoord: Het bedrag staat het toe dat dit onderhands enkelvoudig wordt gegund. 28. In onderdeel ‘Argumenten 1.3’ van het raadsvoorstel staat: “Dit ontwerp is afgestemd met de betrokken ondernemers.” A; Kan hieruit de conclusie getrokken worden dat er tijdens het opstellen van de oorspronkelijke tender dus geen of onvoldoende afstemming “met betrokken ondernemers” heeft plaatsgevonden? Antwoord: Deze conclusie deelt het college niet, daar er juist regelmatig participatie heeft plaats gevonden. B; Wat zegt dat over de wijze waarop vorm en inhoud is gegeven aan participatie? Antwoord: Het college ziet geen causaal verband tussen de mate van participatie en de ontstane situatie. 29. In het onderdeel “Evaluatie” van het raadsvoorstel staat: “Hoewel de participatie vroegtijdig heeft plaatsgevonden en zowel de gebiedscoöperatie “Onze Drie Polders” als de omwonenden betrokken zijn geweest bij het participatietraject, is overeenstemming over de “gesproken taal” essentieel voor nieuwe projecten. De gemeente zal zich verder verdiepen in de gebruikers.

De gebruikers op hun beurt, dienen de gemeente “mee te nemen” in de bedrijfsvoering en de complexiteit van ondernemerschap.” A; Hoe heeft de ‘vroegtijdige participatie’ concreet plaatsgevonden en hoe is toen omgegaan met de inbreng van de deelnemende berokkenen? Antwoord: In de voorbereidende fase zijn alle stakeholders regelmatig betrokken geweest en hebben zij invloed gehad op het ontwerp. B; Wat wordt bedoeld met de aanduiding: “gesproken taal” en waarom is die aanduiding uitdrukkelijk tussen aanhalingstekens is geplaatst? Antwoord: Het college is zich bewust van het feit dat er in communicatie interpretatieverschillen van de dingen die gezegd worden kunnen zijn en zal daarop moeten doorvragen ten tijde van de participatie en de totstandkoming van wegen, bruggen en andere projecten in de buitenruimte. C; Hoe gaat het college zich verdiepen in de gebruikers en dat laten blijken? Antwoord: Zie antwoord B en D. D: “De gebruikers (…) dienen de gemeente “mee te nemen” in de bedrijfsvoering en de complexiteit van ondernemerschap.” Wat wordt concreet bedoeld met deze ‘cryptische’ omschrijving? Antwoord: Ten tijde van de participatie in de voorbereidingsfase is het voor stakeholders essentieel om wensen, eisen en behoeften duidelijk in kaart te brengen. De volgende stap daarin is het zelf waarnemen van het gebruik, in dit geval het passeren van de brug.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16990454/2