260303 Memo namens college - Straatman Koster - reactie nota Grondbeleid en amendement (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Straatman Koster advocaten
Postbus 717, 3000 AS Rotterdam
Besoekadres:
Millenniumtoren 24°, Weena 690, Rotterdam T: 010 — 24 00 447
NOTITIE - VERTROUWELIJK °°" “°° **° Datum
:
12 februari 2026
Aan
:
Gemeente De Ronde Venen
ta.v.
van
.
, advocaat Mobiel: E-mail:
onze ref.
:
01-1163
betreft
:
Advies Nota Grondbeleid en Grondprijsbrief
Inleiding en vraagstelling 1;
In de raadsvergadering van 29 januari 2026 is een raadvoorstel aan de orde geweest waarin de gemeenteraad (hierna: “de Raad”) wordt verzocht de “Nota Grondbeleid 2026 — 2032” vast te stellen. In de eerdere Nota’s Grondbeleid was de “Grondprijsbrief” integraal onderdeel van de Nota Grondbeleid. In het raadsvoorstel d.d.
9 december 2025 is
de “Grondprijsbrief’ losgekoppeld van de Nota Grondbeleid 2026 — 2032. Uit het raadvoorstel blijkt dat hiervoor is gekozen (in hoofdzaak) omdat aanpassingen dan eenvoudiger zouden kunnen worden doorgevoerd (meer flexibiliteit). 2.
— Tijdens de raadsvergadering van 29 januari 2026 is het volgende amendement (hierna: “het Amendement’) ingediend: “De Nota Grondbeleid 2026 - 2032 vast te stellen met dien verstande dat de grondprijsbrief voor goedkeuring aan de raad wordt voorgelegd.” Vanwege het Amendement en het staken van de stemmen is het raadvoorstel aangehouden.
3.
Op 5 maart 2026 wordt de Nota Grondbeleid 2026 — 2032 opnieuw behandeld in de Raad. In dat verband is mij gevraagd of het vaststellen van een “Grondprijsbrief’ een bevoegdheid is van het college van burgemeester en wethouders (hierna: “het College”) of van de Raad. Opmerking vooraf: in deze notitie doe ik nadrukkelijk geen uitspraken over (het al dan niet overnemen van) de inhoud van het Amendement of de wijze waarop het College en de Raad hun bevoegdheden onderling wensen te verdelen. In deze notitie beperkt ik mij tot de vraag of een Grondprijzenbrief als zodanig normaal gesproken (op basis van de Gemeentewet) wordt gezien als een bevoegdheid van het College of de Raad.
Straatman Koster Advocaten is de handelsnaam van Straatman Koster Advocaten B.V., statutair gevestigd te Rotterdam (KvK Rotterdam nr. 24389790). Straatman Koster Advocaten is een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. De algemene voorwaarden van Straatman Koster Advocaten, waarin een beperking van de aansprakelijkheid is bedongen, zijn op alle opdrachten van toepassing. De algemene voorwaarden worden op verzoek toegezonden en zijn eveneens te vinden op www.straatmankoster.nl.
Straatman Koster advocaten
Antwoord op de vraag Op grond van artikel 160 lid 1 sub d. van de Gemeentewet is het College bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten. Onder het begrip “privaatrechtelijke rechtshandelingen” valt bijvoorbeeld het sluiten van
koopovereenkomsten/gronduitgifteovereenkomsten. Zie bijvoorbeeld' de navolgende overweging
van
de
rechtbank
Zeeland-West-Brabant
d.d.
14
oktober
2015,
ECLI:NL:RBZWB:2015:7030: “De rechtbank stelt bij de beoordeling het volgende voorop. Een overeenkomst is tot stand gekomen indien het aanbod van de ene partij, betreffende de voor beide partijen essentiéle onderwerpen, door de andere partij is aanvaard. Omdat in deze zaak de wederpartij van [eisers] de gemeente is, is ook het volgende van belang. Het gaat hier om een privaatrechteliike rechtshandeling, te weten de aankoop van onroerende zaken. Het college van B&W is op grond van artikel 160, eerste lid, aanhef en sub e van de Gemeentewet bevoegd om tot privaatrechtelijke_rechtshandelingen van de gemeente te besluiten. In artikel 169 lid 4 Gemeentewet is voorzien in een inlichtingenplicht van het college van B&W jegens de gemeenteraad ter zake de uitoefening van deze bevoegdheid. Tot het verschaffen van inlichtingen dient het college van B&W blijkens artikel 160 lid 4 Gemeentewet over te gaan indien de gemeenteraad daarom vraagt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen voor de gemeente kan hebben. In dit laatste geval neemt het college van B&W geen besluit dan nadat de gemeenteraad in de gelegenheid is gesteld ziin wensen en bedenkingen ter kennis van het college van B&W te brengen.” [onderstreept door ST] Onderdeel van het sluiten van een koopovereenkomst/gronduitgifteovereenkomst is het bepalen van de grondprijs (grondprijzen maken immers deel uit van dergelijke overeen-
komsten). Het vaststellen van grondprijzen is aldus (in beginsel) een bevoegdheid van het College. Het vaststellen van een grondprijzenbrief is een manier om (op voorhand) vast te leggen hoe het College zal omgaan met het vaststellen van grondprijzen in het kader van het sluiten van koopovereenkomsten/gronduitgifteovereenkomsten. Dit betreft derhalve een voorbereidende handeling voor het aangaan van een privaatrechtelijke rechtshandeling.
Dit is ook wat het VNG bedoelt met de navolgende passage”:
' Zie bijvoorbeeld ook hoofdstuk 4.2.1. van de VNG uitgave “Van Contact naar Contract” (https://vng.nl/sites/default/files/publicaties/2013/20130626 van contact_naar_contract_20130327.pdf).
2 Wie is bevoegd tot het vaststellen van grondprijzen, de raad of het college? (https://vng.nl/vragen-enantwoorden/wie-is-bevoegd-tot-het-vaststellen-van-grondprijzen-de-raad-of-het-college). Dit antwoord is ook aangehaald in het Amendement. 2/4
Straatman Koster advocaten
“Het college is op grond van artikel 160 lid 1 onder d Gemeentewet bevoegd te besluiten tot het aangaan van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het vaststellen van grondprijzen is een voorbereidende handeling voor het aangaan van de privaatrechtelijke_rechtshandeling
tot
grondverkoop/gronduitgifte
en
behoort
daarom ook tot de bevoegdheid van het college. Via de mogelijkheid van de raad om financiéle kaders te stellen, kan de raad wel invloed uitoefenen op de vaststelling van de grondprijzen. [onderstreept door ST] 8.
Zie in dit verband ook de navolgende tekst op de website van de vereniging van griffiers®: “Antwoord: De stelregel is dat het college 0.g.v. artikel 160 Gemeentewet bevoegd is tot het aangaan van privaatrechtelijke handelingen, maar dat wanneer er sprake is van kaderstellend beleid, de raad een rol speelt. Dat is niet op wettelijke basis maar afgeleid van de taak van de raad en het college. In concreto betekent het dus dat in de betreffende gemeente het college de grondprijzen heeft kunnen vaststellen en de raad de nota grondbeleid, als daar intern afspraken over zijn gemaakt.” [onderstreept door ST]
9.
In de meeste gemeenten worden de grondprijzenbrief ook vastgesteld door het College. Zie in dit verband de navolgende passage uit het document “De grondprijs voor Sociale
Huurwoningen” van Aedes*: “3.2 DE ACTUELE GRONDPRIJZEN Veel gemeenten stellen de grondprijzen jaarliiks of eens in de 2 a 3 jaar vast in een grondprijzenbrief. Soms staan de grondprijzen ook in de paragraaf grondbeleid van de begroting of de Nota grondbeleid. In de meeste gemeenten is het vaststellen van de grondprijzen een bevoegdheid van het College en wordt de Raad hierover geinformeerd. Sommige gemeenten maken de grondprijzen niet openbaar omdat dit gezien wordt als marktgevoelige informatie. Ook zijn er gemeenten die de grondprijzen voor sociale huurwoningen vastleggen in de prestatieafspraken met corporaties (en huurderskoepels). [onderstreept door ST] 10.
Kortom: het uitgangspunt is dat het vaststellen van een grondprijzenbrief een bevoegdheid is van het College.
11.
Het voorgaande laat onverlet dat de Raad inderdaad — zoals opgemerkt in het Amendement — ook een rol kan spelen in het kader van de vaststelling van financiéle kaders. Rol van de Raad
12.
In het in het Amendement is opgemerkt dat in het in randnummer 7 van deze notitie aangehaalde antwoord van de VNG ook wordt opgemerkt dat een rol voor de Raad is
3 https://www.griffiers.nl/bevoegdheden. 4 https://aedes.nl/media/document/grondprijs-voor-sociale-huurwoningendefpdf. Aedes is de vereniging voor Woningbouwcorporaties. 3/4
Straatman Koster advocaten
weggelegd. De link waar de VNG naar verwijst is offline maar is wel terug te vinden®>. De VNG wijst voor wat betreft de rol van de Raad aldus met name op de inlichtingenplicht van het College aan de Raad (169 Gemeentewet). Ook wijst de VNG op overige kaderstellende instrumenten, waarbij kan worden opgemerkt dat de Nota Grondbeleid 2026 —
2032° in feite ook een dergelijk kaderstellend instrument is: “Overige kaderstellende instrumenten De meeste gemeenten beschikken over een verordening op grond van artikel 212 Gemeentewet. In deze verordening zijn de financiéle grenzen voor bijvoorbeeld de aankoop en verkoop van goederen en diensten of het aangaan of verstrekken van leningen opgenomen. Boven deze grenzen moet het college de raad vooraf informeren en neemt het college geen besluit voordat het de raad in de gelegenheid heeft gesteld zijn wensen en bedenkingen aan het college heeft gemeld. Daarnaast heeft de raad ook nog andere instrumenten om zijn kaderstellende taak bij het sluiten van overeenkomsten nader in te vullen. Deze instrumenten zijn bijvoorbeeld het raadsprogramma, kaderstellende beleidsnota’s en de programmabegroting. Zo kan de raad met het vaststellen van de begroting het college toestemming geven om per beleidsprogramma uitgaven te doen tot de in de begroting genoemde bedragen. Deze uitgaven moeten wel plaatsvinden binnen de in het programma genoemde beleidskaders. Past een uitgave niet binnen de begroting, dan moet het college vooraf aan de raad een begrotingswijziging vragen.” 13.
Voorts oefent de Raad invloed uit door middel van de begroting (budgetrecht). Zo is in de Programmabegroting 2026-2029 een passage opgenomen over grondbeleid. Een dergelijke begroting werkt ook kaderstellend. Conclusie
14.
Concluderend: het uitgangspunt van de (bevoegdheidsverdeling binnen de) Gemeentewet is dat het College bevoegd is tot het vaststellen van een grondprijzenbrief. De Raad heeft in dit verband een kaderstellende rol.
kK
RR
K
5Zie de volgende link: https://web.archive.org/web/20230602222003/https:/vng.nl/artikelen/raadgeverovereenkomsten.
6 In de Financiéle verordening gemeente De Ronde Venen 2023 staat slechts dat het College een Nota grondbeleid aanbiedt aan de Raad. 4/4