CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

260202 Technische vragen B - ChristenUnie-SGP - Visie vrijkomende agrarische bebouwing

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadvoorstel Visie Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB)725 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

Naam indiener: Fractie: Datum van indienen: Onderwerp:

Categorie:

A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)

Wim Stam ChristenUnie-SGP 2-2-2026 VAB

In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Datum beantwoording: Inleiding

De documenten geven geen helder beeld van wat nu precies de effecten zijn bij functiewijziging. De “sloopsystematiek” is erg technisch, veel jargon en voor de leek niet goed bevatbaar. Er is een eenvoudige uitleg nodig over hoe dat in de praktijk uit werkt. In de technische commissie hier dus graag een goede toelichting met heldere voorbeelden. 1. Vragen (Antwoorden volgen direct onder de vragen)

2. Hoe groot zijn nu de verschillen tussen wat de provincie toe staat of voorschrijft en wat het college het liefste zien dan wel wat de sector zou wensen? Kunt u dat in een overzicht uitwerken? 3. Waar zitten de grootste knelpunten mbt de beperkingen die de provincie oplegt als het gaat om effectief en rendabel (geleidelijk) stoppen van de agrarische functie. 4. In het RV staat “Gemeenten beslissen vervolgens zelf of ze met de sloopmetersystematiek willen gaan werken.” Wat is de consequentie als deze gemeente niet met die systematiek wil of gaat werken. Welke impact heeft dat dan op de uitvoerbaarheid van de VAB-visie. 5. Waarom heeft de provincie zo’n focus op ontstening. De gebouwen (en dus de gebouwde omvang) staan er al, zijn legaal en vergund. Vergaande ontstening lijkt wel een straf voor agrariers als ze stoppen (wat in sommige gevallen de nadrukkelijke wens van de provincie is; zie

het UPLG). We snappen dat functiewijziging geen uitbreiding van de bebouwing moet opleveren, maar hier gaat het om significante hoeveelheid sloop (naar we begrijpen minimaal 50%). Waarom dan toch die vergaande eisen van de provincie op ontstening, wat is het doel daar dan bij? 6. Is in de VAB opgenomen dat het college vooralsnog de sloopmeter systematiek wil hanteren, maar wel in de toekomst blijft werken aan meer mogelijkheden dan nu via die systematiek geboden wordt (bv in lijn met de kanttekening 1.1; maar dat lezen we niet terug in het besluit). 7. Naar ons idee is het RV met zichzelf in tegenspraak. Enerzijds wordt gezegd “In 2024 schreef de provincie Utrecht een ontwerp VAB-aanpak 2024-2026, genaamd ‘Erven met perspectief’, met als doel ‘om erftransities te versnellen en vereenvoudigen en eigenaren meer en concreter perspectief voor toekomstig gebruik te bieden’” anderzijds lezen we “Gemiddeld gezien is dit ongeveer gelijk aan de huidige regels uit de provinciale verordening. In individuele gevallen kan het slechter of beter uitpakken.”. Het lijkt erop dat de voorwaarden niet wijzigen, maar er alleen een ander etiketje aan geplakt wordt. Klopt de conclusie dat het wijzigen van de systematiek dus geen enkele verruiming in zich heeft? Zo niet, waar zit die verruiming voor de sector dan wel? 8.

In het RV lezen we ook “Er zijn 16 verdiepende interviews gevoerd met agrariërs die in de enquête hadden aangegeven verder te willen praten. We zijn bij hen op locatie langsgegaan. Tevens is gesproken met een aantal belanghebbenden en organisaties (zoals LTO, plattelandscoach, MooiSticht, verschillende architecten, gebiedsproces Botshol, Nellestein en Waardassackerpolder)”. Is in die gesprekken ook de sloopmetersystematiek besproken en hoe kijken de agrariërs en de organisaties daar tegenaan? 9. We kunnen ons ook functies (werken) voorstellen die niet gelijk agrarisch zijn, maar wel logisch zijn voor het buitengebied maar mogelijk nu worden uitgesloten. Bv een houtzagerij (industrieel), een verhuurbedrijf voor agrarische middelen (tractors, machines, etc.) of een reparatiebedrijf van dit soort middelen. 10. Zijn de in hoofdstuk 3 genoemde voorbeelden van functies die wel zou de mogen in overeenstemming met wat de provincie toe staat of zijn dit voorbeelden die het college wenst / voorstelt, maar waarvan er een aantal zijn waar de provincie voor ligt (zo ja, welke). 11. Geldt dat ook voor de passage over ontstening (3.3)? 12. In de tabel pag 42 wordt over “eenheden” gesproken. Wat zijn dat? 13. Wat wordt bedoeld met de zin “Minimaal 3 en maximaal 3 volumes.

Ondergeschikt extra volume als parkeerschuur, verwarmingsruimte, ontmoetingsruimte, of kas is voorstelbaar als deze het ensemble versterkt of een collectieve functie heef” op pag 47 (onder “Bebouwing”).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16559115/2