260108 Beantwoording Technische vragen - GL-PvdA - Pothuizen Amstelhoek
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Naam indiener: Ernst Schreurs/Joey de Mol Fractie: GroenLinks-PvdA Datum van indienen: 6 januari 2026 Onderwerp: Ruimtelijk kader woningbouwlocatie Pothuizen Amstelhoek
In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Anja Vijselaar Datum beantwoording: 8 januari 2026 Inleiding n.v.t. Vragen 1. In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat de bodem van projectlocatie Pothuizen vervuild is. a. Welke bodemonderzoeken zijn uitgevoerd voor deze locatie en kunnen die met de raad worden gedeeld? Antwoord Op de locatie zijn in opdracht van de ontwikkelaar (Lithos B.V.) diverse bodemonderzoeken uitgevoerd en er is een raamsaneringsplan opgesteld en beschikt door de (voormalige) RUD. (Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht, nu samengegaan met de ODRU en zijn per 01/01/2026 verdergegaan onder de naam ODU, Omgevingsdienst Utrecht) • Nader bodemonderzoek Terrein Pothuizen Onroerend Goed B.V., opgesteld door Aveco de Bondt, 30 oktober 2014. • Aanvullend bodemonderzoek Terrein Pothuizen Onroerend Goed B.V., opgesteld door Aveco de Bondt, 24 februari 2017. • Raamsaneringsplan Ontwikkeling Ringdijk Amstelhoek Ringdijk 1ste bedijking 1-3 te Amstelhoek, opgesteld door Aveco de Bondt, 22 mei 2017. • Beschikking instemmen raamsaneringsplan, 5 oktober 2017
• Verkennend bodemonderzoek perceel A 2850 te Amstelhoek, KWA Adviseurs, datum 30 maart 2018. De bodemrapporten zijn op verzoek voor inzage beschikbaar. b. Welke verontreiniging(en) is/zijn daarbij aangetroffen, in welke concentraties en in welke bodemlagen? Indien er nog geen onderzoeken zijn uitgevoerd, welke verontreinigende stoffen worden verwacht? Antwoord De ontwikkelaar heeft een ingenieurs-/adviesbureau (BK adviseurs) in de hand genomen om deze onderzoeken uit te voeren en te begeleiden. BK Adviseurs heeft een samenvattende notitie opgesteld (zie bijlage). Hierin zijn de verontreinigingen beschreven en ook de aanvullende onderzoeken die noodzakelijk zijn ten behoeve van het op te stellen saneringsplan en uit te voeren saneringswerkzaamheden. c. Wat zijn de gezondheidsrisico’s van deze verontreinigingen, vooral in de context van wonen, spelende kinderen en langdurig verblijf? Antwoord Nadat de locatie is gesaneerd is de locatie geschikt om te wonen. Er zal een leeflaag met kwaliteit ‘wonen’ worden gerealiseerd, waardoor de onderliggende verontreinigingen worden afgesloten. De sanering heeft als doel om de locatie geschikt te maken voor het toekomstige gebruik als woningbouw (wonen, spelende kinderen en langdurig verblijf). Voor de vervuilde grond onder de schone leeflaag gelden gebruiksbeperkingen danwel nazorgmaatregelen.
Deze maatregelen zullen in een nazorgplan samen met de evaluatie van de sanering door de ODU (Omgevingsdienst Utrecht) worden beschikt. 2. Het terrein is momenteel van de woonomgeving afgescheiden door stalen damwanden. Welke functie hebben deze in de context van de bodemverontreiniging? En wat gaat er met deze damwanden gebeuren bij het uitvoeren van dit project? Antwoord De stalen damwanden hebben vooral een functie gehad als afschermende werking voor de bedrijfsactiviteiten van Pothuizen (zicht/ geluid). Met de realisatie van de woningen worden de damwanden verwijderd om de zichtlijnen naar het landschap te herstellen. Uiteraard zal ook het verwijderen van de damwanden onderdeel uitmaken van het saneringsplan en de daarin opgenomen maatregelen. 3. Welke concrete afspraken zijn er met de projectontwikkelaar gemaakt over het saneren van de vervuilde bodem/het geschikt maken van de bodem voor woningbouw?
Antwoord De ontwikkelaar is verantwoordelijk voor het saneren van de vervuilde bodem. Voor de realisatie van het woningbouwplan moet de locatie gesaneerd worden. Hiervoor zal een saneringsplan worden opgesteld en de ODU zal dit saneringsplan beoordelen en goedkeuren. De start van een bodemsanering moet gemeld worden. Het is gangbaar dat een toezichthouder bodem dan ook ter plekke komt. De afronding van een sanering moet ook gemeld worden met bijgevoegd een evaluatierapport. Dit rapport moet door de ODU goedgekeurd worden. Pas dan mag er gestart worden met de bouw.
4. Zijn er afspraken gemaakt over eventuele nazorg, monitoring of aanvullende maatregelen indien in de toekomst blijkt dat verontreiniging alsnog gezondheidsrisico’s oplevert of nieuwe inzichten ontstaan over schadelijkheid van stoffen? Zo ja, welke? Zo nee, kunnen hierover afspraken worden vastgelegd? Antwoord Eventuele nazorg, monitoring of aanvullende maatregelen vloeien voort uit het a.) te saneringsplan, b.) de evaluatie van de sanering en c.) het nazorgplan. Dit zal de ODU ook beoordelen. 5. Wat wordt de inrichting van de rechthoekige groene zone ten oosten van het plangebied? Krijg dit net als de driehoek een recreatieve functie? Antwoord De inrichting van de rechthoekige groene zone ten oosten van het plangebied krijgt inderdaad net zoals de driehoek een recreatieve functie. 6. Net als bij de Cliffordweg 7 worden de bestaande woningen niet meegenomen bij de berekening voor het aantal te realiseren betaalbare woningen. Het college heeft eerder aangegeven dat de reden hiervoor is dat de woonvisie zou spreken over ‘toe te voegen’ woningen. Hoewel deze term in de woonvisie voorkomt, wordt die niet gehanteerd bij de paragrafen over betaalbaarheid. Het gaat in al die gevallen namelijk om het toevoegen van 4.800 woningen. Dat is juist, omdat we 4.800 extra woningen woningen willen realiseren. Maar dat staat los van de betaalbaarheidseisen bij nieuwbouw.
Als het over betaalbaarheid gaat, wordt in de woonvisie consequent gesproken over nieuwbouw. Bijvoorbeeld: -
Pagina 4: “Twee derde van de nieuwbouw moet betaalbaar zijn: 30% is sociale huur en 36% is betaalbare koop of middeldure huur;” - Pagina 12: “We willen dat de nieuwbouw betaalbaar is.” - Pagina 14: “Minimaal tweederde van de nieuwbouwwoningen moet betaalbaar zijn” - Pagina 15: “36% van de nieuwbouw is middeldure huur of betaalbare koop” Als we dan naar de uitzonderingsprojecten kijken, waaronder deze, op pagina 35, staat er het volgende: “Voor deze projecten geldt wel de eis om 30% sociale huurwoningen te realiseren of zijn er afspraken over een afdracht aan het vereveningsfonds.” Hier wordt niet gesproken over ‘toe te voegen’ woningen, maar over het realiseren van 30% sociale huurwoningen. Waar in de woonvisie staat dat de berekening gebaseerd zou moeten worden op het aantal toe te voegen woningen? En als dat er niet in staat, waarom wordt hier dan wel vanuit gegaan in dit ruimtelijk kader? Antwoord Voor de berekening wordt uitgegaan van de Verordening sociale woningbouw De Ronde Venen. Deze verordening is in 2022 vastgesteld. In hoofdstuk 2 van de verordening onder artikel 4 staat het volgende: ‘In de 1e wijziging Woonvisie 2025 De Ronde Venen is bepaald dat bij elk bouwplan zoals bedoeld in artikel 2, het aandeel sociale huurwoningen minimaal 30% bedraagt.’ De verordening is in lijn
met de Woonvisie 2025. Voor de berekening van het aantal sociale huurwoningen wordt in artikel 5 uitgegaan van het volgende: ‘1. Het in artikel 4 verplichte aandeel sociale huurwoningen wordt berekend over het maximaal toegestane aantal nieuw te bouwen zelfstandige woningen binnen het plangebied, zoals vastgelegd in een principebesluit of ander planologisch besluit van het bevoegd gezag over het bouwplan. Het aantal eventueel toegestane zelfstandige woningen binnen het tot dat moment vigerend bestemmingsplan c.q. de tot dat moment geldende bestemming is daarop in mindering gebracht.’ De berekeningsmethodiek uit de verordening (zoals hierboven beschreven) is toegepast op dit raadsvoorstel en Ruimtelijk Kader.