251203 Memo Inconsistenties Was-Wordtlijsten Technische vragen B - CU-SGP - Lokale verordeningen
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college:
Categorie:
A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Naam indiener: Fractie: Datum van indienen: Onderwerp:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Wim Stam Christenunie-SGP 24-11-2025 Lokale verordeningen.
In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Anja Vijselaar Datum beantwoording: 2-12-2025
Inleiding
Op 25 november 2025 zijn door de CU-SGP technische vragen B gesteld over de belastingverordeningen 2026. Op basis van deze beantwoording zijn nu al inconsistenties in de was-wordtlijsten van de belastingverordeningen in kaart gebracht. In deze memo hebben wij deze inconsistenties puntgewijs inzichtelijk gemaakt. Memo Naar aanleiding van de gestelde technische vragen B door de CU-SGP over de belastingverordeningen 2026, en in het bijzonder de expliciete vraag waarom in de was-wordtlijst bij sommige regels geen opmerkingen zijn opgenomen terwijl deze bij andere regels wel vermeld staan, stellen wij deze memo op om de inconsistenties puntsgewijs inzichtelijk te maken. Hieronder staan de bevindingen, punt voor punt: Verordening onroerendezaakbelastingen 2026 Voor de Verordening onroerendezaakbelastingen 2026 ontbrak bij de opmerkingen met betrekking tot de tarieven/percentages 2026 de vermelding dat deze conform de Programmabegroting 2026–2029 zijn. Hieronder vindt u de ontbrekende opmerkingen: Verordening onroerendezaakbelastingen 2026 Artikel 5. Belastingtarieven 1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
Nieuw toe te voegen opmerkingen
heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,2109% b. de eigenarenbelasting 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0721%
Conform programmabegroting 2026 - 2029
2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2898%
Conform programmabegroting 2026 - 2029
Conform programmabegroting 2026 - 2029
Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2026 Zie hieronder voor de Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2026 de opmerking dat de tarieven en percentages voor 2026 conform de Programmabegroting 2026–2029 zijn vastgesteld en dat het woord ‘onroerendezaakbelastingen’ is aangepast naar ‘roerendezaakbelastingen’. Zie hieronder de ontbrekende opmerkingen. Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2026 Artikel 7. Belastingtarieven
Nieuw toe te voegen opmerkingen
1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. a. de gebruikersbelasting 0,2109%
Conform programmabegroting 2026 - 2029
b. de eigenarenbelasting 1. voor roerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0721%
Conform programmabegroting 2026 - 2029
2. voor roerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2898% 3. Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen roerendezaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.
Conform programmabegroting 2026 - 2029 Het woordje roerendezaakbelastingen toegevoegd om te duidelijk te belichten om wat voor belastbaar object het gaat in de verordening.
Verordening forensenbelasting 2026 Zie hieronder de toe te voegen opmerking voor de Verordening forensenbelasting 2026: Verordening forensenbelasting 2026 Artikel 4. Maatstaf van heffing 1. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen of indien van toepassing de roerendezaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt is vastgesteld.
Nieuw toe te voegen opmerkingen Expliciet toegevoegd dat de forensenbelasting voor zowel onroerendezaakbelastingen of indien van toepassing de roerendezaakbelastingen geldt.
Verordening marktgelden en elektriciteitskosten 2026 Voor de Verordening marktgelden en elektriciteitskosten 2026 zijn er een aantal opmerkingen toe te voegen. Hieronder volgt een opsomming van deze opmerkingen. Verordening marktgelden en elektriciteitskosten 2026 Verordening marktgelden en elektriciteitskosten 2026 Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2026 en elektriciteitskosten 2026
Artikel 1. Begripsbepalingen e. breedte: het totale aantal ingenomen strekkende meters (m1) breedte of diepte, daaronder begrepen de grondplaats die wordt gebruikt voor gronduitstallingen, kramen, tafels, tenten, luifels, zeilen, parasols, of andere soortgelijke opstallen, alsmede motorvoertuigen en of aanhangwagens; f. oppervlakte: het totale aantal ingenomen vierkante meters (m2), daaronder begrepen de grondplaats die wordt gebruikt voor gronduitstallingen, kramen, tafels, tenten, luifels, zeilen, parasols, of andere soortgelijke opstallen, alsmede motorvoertuigen en of aanhangwagens; g. elektriciteitsverbruik: het verbruik van elektrische energie ten behoeve van de aansluiting op en het gebruik van door of namens de gemeente beschikbaar gestelde elektriciteitsvoorzieningen op of nabij de marktlocatie, gemeten in kilowattuur (kWh), ongeacht of dit verbruik plaatsvindt via een vaste aansluiting, een tijdelijke aansluiting of een andere door de gemeente toegestane wijze van levering.
Nieuw toe te voegen opmerkingen Aan de titel zijn elektriciteitskosten toegevoegd, omdat in de verordening is opgenomen dat de gemeente vanaf 2026 een bedrag voor de stroomvoorziening bij de marktkramen gaat heffen. Begrip toegevoegd omdat we voor de Verordening marktgelden en elektriciteitskosten 2026 zijn overgestapt van een meterprijs naar een vierkantmeterprijs. Begrip toegevoegd omdat we voor de Verordening marktgelden en elektriciteitskosten 2026 zijn overgestapt van een meterprijs naar een vierkantmeterprijs. Begrip is toegevoegd omdat de gemeente vanaf 2026 een bedrag voor de stroomvoorziening aan de marktkramen gaat heffen.
Artikel 2. Belastbaar feit
Onder de naam marktgelden worden rechten geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, bestaande uit het ter beschikking stellen van een standplaats voor het uitoefenen van de markthandel en daarmee verband houdende handelingen en/of het gebruik van verstrekte hulpmiddelen. Artikel 4. Heffingsmaatstaf De heffingsgrondslag voor het marktgeld is het aantal m² in gebruik genomen marktruimte. Voor de berekening van het recht op de markten worden de standplaatsen overeenkomstig de Marktverordening onderscheiden in dagplaatsen, standwerkersplaatsen en vaste standplaatsen.
De tekst is aangepast omdat de verordening op de schop is gegaan: er wordt nu gewerkt met een vierkantemeterprijs in plaats van een meterprijs, en de stroomvoorziening wordt in rekening gebracht.
De tekst is aangepast omdat wij in 2026 in de Verordening marktgelden en elektriciteitskosten 2026 zijn overgestapt van een meterprijs naar een vierkantmeterprijs. De tarieven in de omliggende gemeenten liggen hoger; met deze aanpassing sluiten onze tarieven beter aan bij het regionale niveau.
Artikel 5. Belastingtarief a. voor dagplaatsen en standwerkersplaatsen per m² ingenomen marktruimte, per marktdag of een gedeelte daarvan: € 1,00; b. voor vaste standplaatsen op de markt per m² ingenomen marktruimte, per kwartaal twaalf maal het onder ad a, van dit artikel genoemde bedrag; c. voor standplaatsen buiten de markten per m² ingenomen marktruimte, per marktdag of een gedeelte daarvan: € 1,00. Artikel 6 Toepassing tarieven a. het aantal m² van de ingenomen marktruimte wordt berekend door het aantal meters over de grootste lengte te vermenigvuldigen met het aantal meters over de grootste breedte van de standplaats, waarbij de ruimte die wordt ingenomen voor de opslag van een reservevoorraad van koopwaren, al dan niet op voertuigen, tafels en dergelijke geplaatst, geacht wordt deel uit te maken van de standplaats; b. gedeelten van een m² worden afgerond op een vierkante meter afgerond naar beneden; c. alle opmetingen worden verricht door het college van burgemeester en wethouders of de door hen daartoe aangewezen ambtenaren.
Artikel 7 Tarief stroomvoorziening Het recht voor het gebruik van de stroomvoorziening bedraagt € 1,00 per marktdag, vermeerderd met een bedrag voor het afgenomen vermogen volgens onderstaande tabel: Kosten elektriciteitsgebruik, Vermogen: Prijs per marktdag < 1 kWh €2 > 1,01 en < 2,5 kWh € 4 > 2,51 en < 5,5 kWh € 8 > 5,5 en < 11 kWh € 15 > 11 en < 15 kWh € 20 > 15 € 30 Artikel 8 Elektriciteit Het college is bevoegd een maximum te stellen aan de afname van elektriciteit per standplaats. a. Het marktgeld wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Nieuw tarief per m², conform de programmabegroting 2026–2029. De sub is enigszins aangepast om de tekst te laten aansluiten op het nieuwe tarief onder sub a. Nieuw tarief per m², conform de programmabegroting 2026–2029. Er is een nieuw artikel toegevoegd over de toepassing van de tarieven. Tekst opgenomen waarin wordt uitgelegd hoe het aantal m² van de ingenomen marktruimte wordt berekend.
Het aantal m² wordt naar beneden afgerond. Conform de modelverordening.
Nieuw artikel toegevoegd met het tarief voor de stroomvoorziening. Nieuw tarief stroomvoorziening
Nieuwe tarieventabel stroomvoorziening
Escape ingebouwd om hoge kosten te voorkomen als er een groot verbruik van stroom is. Alleen a. is toegevoegd; de tekst is verder gelijk gebleven.
b. Het marktgeld en de bijdrage voor de elektriciteit worden vooraf per kwartaal in rekening gebracht, waarbij een kwartaal wordt berekend door twaalf maal de verschuldigde bedragen op grond van artikelen 5 en 7 in rekening te brengen.
Wijze van heffing is toegevoegd voor stroomvoorzieningen. De bijdrage voor de stroomvoorziening wordt per kwartaal in rekening gebracht.
Verordening lijkbezorgingsrechten 2026 Voor de was-wordtlijst van de Verordening lijkbezorgingsrechten 2026 dient bij elke tariefsverhoging een index van 2,8% te worden toegepast. Deze indexatie is conform de Programmabegroting 2026–2029. Algemeen De overige aanpassingen hebben betrekking op het corrigeren van jaartallen, technische wijzigingen, spelfouten en het rechtzetten van teksten om de uniformiteit in de verordeningen te waarborgen. Hierdoor zijn er geen opmerkingen toegevoegd.