CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

251125 Beantwoording Technische vragen B - CU-SGP - Lokale verordeningen

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Verordeningen Lokale heffingen 2026 inclusief tarieven622 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

Naam indiener: Fractie: Datum van indienen: Onderwerp:

Categorie:

A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)

Wim Stam Christenunie-SGP 24-11-2025 Lokale verordeningen.

In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Anja Vijselaar Datum beantwoording: 28-11-2025 Inleiding

. Vragen (Antwoorden volgen direct onder de vragen)

1) We zien dat bij diverse tekstuele aanpassingen (dus niet een jaartal of een percentage) geen opmerkingen (verklaring waarom) wordt aangegeven, en bij anderen weer wel. Waarom is dat niet consistent gedaan? Antwoord U heeft terecht opgemerkt dat bij een aantal tekstuele aanpassingen geen toelichting is opgenomen, terwijl dit bij andere wijzigingen wel is gedaan. Ook ons is deze inconsistentie opgevallen. In het raadsvoorstel hebben wij daarom expliciet uiteengezet welke wijzigingen zijn doorgevoerd en wat hiervan de achtergrond is. De inconsistentie betreft met name enkele tariefregels die conform de Programmabegroting 2026–2029 zijn aangepast; in het raadsvoorstel is deze informatie wél volledig opgenomen. 2) Rioolheffing: Hoe wordt bepaald of een pand meer dan 300 (straks 600) m3 afvoert dan wel hoeveel m3 een pand daadwerkelijk afvoert (hoe meet / bepaalt u dat, welke informatiebron(nen) worden daarvoor gebruikt)? Antwoord In onze gemeente wordt vastgesteld hoeveel afvalwater een pand afvoert op basis van het

geregistreerde drinkwaterverbruik. Dit waterverbruik wordt gemeten via de watermeter van het waterbedrijf. Het GBA (Gemeentebelastingen Amstelland) vraagt deze verbruiksgegevens op bij het waterbedrijf en gebruikt deze namens de gemeente om te bepalen of een pand meer dan 300 m³ (straks 600 m³) water afvoert. Op basis van dit gemeten verbruik wordt vervolgens de hoogte van de rioolheffing vastgesteld. 3) Forensenbelasting: a. we constateren een forse verhoging; 0,0726% van 25000 = 18,15 en u stel voor dit te verhogen naar 45 euro per eenheid van 25.000. Klopt deze conclusie? En wat is de motivatie hiervan? Antwoord Ja, uw conclusie klopt: het huidige percentage van 0,0726% van €25.000 leidt tot een bedrag van €18,15 per eenheid. Het voorstel om dit te verhogen naar €45 per eenheid van €25.000 betekent inderdaad een aanzienlijke verhoging. De motivatie hiervoor eerder opgenomen in de Kadernota 2026 en het is zo dat de opbrengsten uit de forensenbelasting in 2024 en 2025 zijn teruggelopen, onder andere door het koppelen van het tarief voor de OZB-woningen aan de forensenbelasting. Om de opbrengsten vanaf 2026 weer op het niveau van 2023 te brengen, wordt voorgesteld om een vast tarief te hanteren. Dit verklaart de voorgestelde verhoging naar €45 per eenheid. b. Waarom heeft u gekozen voor deze oplossing en bv niet een percentage per (bv) 1.000 euro heffingsmaatstaf.

(dus stel pandwaarde is 100.000 = 100*heffingspercentage) Antwoord Er is bewust gekozen voor deze tariefstructuur in plaats van een heffing per bijvoorbeeld €1.000 waarde-eenheid. Een gedifferentieerd tarief met grotere waardecategorieën voorkomt dat kleine waardeschommelingen leiden tot voortdurende discussie over de exacte heffing, iets wat bij een fijnmazige staffel per €1.000 juist snel zou ontstaan. Bovendien laat onze analyse zien dat het merendeel van de objecten een waarde boven de €250.000 heeft, waardoor een tarief per kleine waarde-eenheid weinig praktisch voordeel biedt. 4) Marktgelden: hoe bepaalt u het vermogen voor de elektriciteitsaansluiting (art. 9.a)? Antwoord Het vermogen voor de elektriciteitsaansluiting (art. 9.a) bepalen wij in eerste instantie op basis van de gegevens die de ondernemers hebben aangeleverd via een uitgezette enquête. Hierin is gevraagd naar welke apparatuur ze hebben en wat de wattage en het vermogen is van die apparatuur. Opgeteld geeft dat het vermogen en de indeling in de categorieën weer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16307151/2