CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

251104 Technische vragen - PvdA-GL - Omgevingsvisie De Ronde Venen

Gemeenteraad 20 november 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Omgevingsvisie De Ronde Venen 2040776 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

Categorie:

A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)

Naam indiener: Ernst Schreurs Fractie: PvdA/GroenLinks Datum van indienen: 4 november 2025 Onderwerp: Omgevingsvisie De Ronde Venen

In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Datum beantwoording: Inleiding n.v.t. Vragen 1. P19. Hier wordt gesproken over het in stand houden van ‘het zwembad’. Gaat het hier om het Veenweidebad? Zo ja, klopt het dat het de ambitie is om zowel het Veenweidebad als het zwembad in het Sporthuis Abcoude te behouden? 2. P20. Hier lezen we “In 2040 hebben we grote stappen gezet, waarmee onze doelstelling om in 2050 klimaatneutraal en circulair te zijn, binnen handbereik is. We wekken onze eigen duurzame energie op via een beperkt aantal landschappelijk ingepaste zonnevelden en deze stroom wordt ook grotendeels lokaal gebruikt.” Hierover de volgende vragen: a. Wat is het tussendoel wat we in 2040 bereikt hebben om te stellen dat het doel van 2050 grotendeels binnen handbereik is? b. Is het doel van een klimaatneutrale en circulaire gemeente in 2050 te behalen met de uitgangspunten in deze visie en de inzet op alleen zonnevelden voor opwek op land? 3. P31. Hier lezen we het volgende: “Richting de toekomst ligt er een uitdaging in het duiden van de positie van het landschap. Is het bijvoorbeeld een recreatiegebied waar ook natuur te vinden is, of vice versa.” Wanneer wordt die keuze gemaakt en moet die niet gemaakt worden in de Omgevingsvisie?

4. P45. Hier lezen we dat het convenant toekomstbestendig bouwen wordt gehanteerd op niveau brons, met uitzondering van het aspect van de parkeernorm. Wat is hiervan het gevolg voor toekomstige woningbouwontwikkelingen? 5. P45. Hier lezen we bij punt 6 over het strekken van lijnen over de OV-as. Net als in het koersdocument wordt echter niets gezegd over het belang van een onderliggend net van langzamere lijnen om bij die OV-as te komen. Uit de eerdere technische beantwoording blijkt dat dit wel het uitgangspunt blijft. Is er een technische reden waarom dit niet is opgenomen? 6. P46. Hier lezen we bij punt 12 over de ambitie voor een veilige en gezonde leefomgeving. En daar wordt gesproken over ‘lucht- en geluidsoverlast’. Gaat het hier ook om gezonde lucht? En zo ja, wat is daarvoor dan de ambitie? In een eerdere commissiebehandeling heeft de wethouder aangegeven dit een plek te geven in de nieuwe Omgevingsvisie. Waar zien we dat terug? 7. P50. Hier wordt gesproken over een groene buffer tussen Mijdrecht en Wilnis. Wat is deze groene buffer? Gaat het om een driehoek of om een ander gebied? En waar wordt dan aan gedacht als het gaat om de recreatieve benutting hiervan? 8. P54. Hier lezen we het uitgangspunt voor het behoud van minimaal 1 ontmoetingsplek per dorp. Eerder lazen we dit als bijvoorbeeld het behoud van een dorpshuis.

Echter, ook groene zitplekken of een dorpshuiskamer worden hier als voorbeeld van ontmoetingsplekken genoemd. Betekent dit dat wanneer hier sprake van is, dat voldoende is om hieraan te voldoen? En dat dat ook de sluiting van een bestaand dorpshuis zou kunnen betekenen? 9. P69. Hier lezen we dat ruimte wordt geboden aan schaalvergroting voor agrariërs in de droogmakerijen, zolang het gepaard gaat met verduurzaming. Geldt dit voor zowel grondgebonden als niet-grondgebonden landbouw? En wat is de reden dat hier een ander uitgangspunt geldt voor de landbouw dan in de overige gebieden? 10. P69. Ten aanzien van aanvullende verdienmodellen wordt aangegeven dat we in de droogmakerijen bereid zijn tot het accepteren van landschappelijke consequenties. Wat is de technische reden dat hier meer ruimte voor geboden wordt? Hoe is hiermee rekening gehouden met het provinciale uitgangspunt van landschappelijke inpassing en afname verstedelijking in het buitengebied? 11. P70. Hier lezen we dat er ruimte wordt geboden aan uitbreiding en/of nieuwvestiging van kassen in het glastuinbouwconcentratiegebied. Wat is de reden om hier ruimte voor te bieden? 12. P73. Onder punt 2 lezen we dat ontwikkelingen, waaronder natuurontwikkeling, alleen worden toegelaten als die bijdragen aan de landschappelijke kwaliteit.

Als het gaat om de toevoeging van bebouwing kunnen we ons dat voorstellen, maar ons is onduidelijk hoe natuurontwikkeling niet bij zou kunnen dragen aan de landschappelijke kwaliteit. In principe wordt namelijk altijd voor natuurontwikkeling gekozen die past bij het type landschap. Aan welke situaties moeten we denken waarbij dat niet het geval is? En als we er niet aan meewerken, kan de provincie als verantwoordelijke overheid dan niet zelfs alsnog de natuur realiseren via een projectbesluit?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16174378/2