CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

250904 Beantwoording technische vragen - PvdA-GroenLinks - Spoorboekje Klimaatneutraal en Circulair De Ronde Venen

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Spoorboekje Klimaatneutraal en Circulair De Ronde Venen1.840 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

Categorie:

A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)

Naam indiener: Pieter Kroon Fractie: PvdA/GroenLinks Datum van indienen: 2 september 2025 Onderwerp: Spoorboekje Klimaatneutraal en Circulair De Ronde Venen

In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Cees van Uden Datum beantwoording: 4 september 2025 Inleiding n.v.t. Vragen 1. In het raadsvoorstel (pagina 3) reageert het college op verschillende aanbevelingen uit de energiemonitor De Ronde Venen, zoals opgesteld door RoyalHaskoningDHV. Over een aantal van deze reacties hebben wij de volgende vragen: a. Als het gaat om nieuw potentieel voor opwek op land voor de korte of langere termijn, wordt gesteld dat het college hier geen mogelijkheden toe ziet. De belangrijkste reden die aangevoerd wordt is dat windmolens zijn uitgesloten door de gemeenteraad. Tegelijkertijd hebben we de ambitie om klimaatneutraal te worden in 2050. Dat betekent dat er hoe dan ook meer opwek op land nodig zal zijn. Welke potentie is er voor extra opwek met zon in de periode 2030 – 2050 om het doel wel te behalen? Antwoord: Het behalen van het doel door uitsluitend zon op land is erg complex. Het huidige zonneveldenbeleid met 95 hectaren zon op land zorgt voor circa 318 TJ aan opwek. Voor zon-op-grote daken is dat 92 TJ. Hiervan is 63% al gerealiseerd. Het verwachte tekort is 1.800 TJ. Het potentieel aan zon-op-grote daken is ongeveer nog 140 TJ na 2030. Met de huidige stand van techniek en kaders zou dit beteken dat er nogmaals circa 480 hectaren zon nodig is.

De verwachting is dat de provincie de zonneladder in 2026 gaat invoeren waarmee voor agrarische grond dubbel landverbruik verplicht wordt gesteld. Hiermee zouden dus nog meer hectaren land ingezet moeten worden voor de benodigde opwek.

b. Over het onderzoeken van nut, mogelijkheden en wenselijkheid van energieopslag wordt gesteld dat hier overleg is geweest met Stedin. Wat is hiervan de uitkomst? Antwoord: Dit overleg heeft plaatsgevonden. Stedin ziet hierin geen rol voor de gemeente die processen kan versnellen buiten de rol van vergunningverlener. c. Er wordt gesteld niet in te zetten op maximale energieprestatie bij gebouwen. Tegelijkertijd hebben we ook het convenant toekomstbestendig bouwen getekend op niveau brons. Welke ambities staan hierin op het gebied van energieprestatie? Gaan die verder dan de landelijke normen? Zo ja, blijft dat wel het uitgangspunt met vaststellen van dit spoorboekje? Antwoord: Het convenant sluit aan op de BENG normen wat betreft energieprestaties. Voor het convenant niveau brons wordt voor de energiebehoefte(BENG 1) de eis gelijkgesteld aan de wettelijke verplichting. Voor Primaire fossiele energie (BENG 2) en Aandeel hernieuwbare energie(BENG 3) wordt er een kleine plus gevraagd. Het spoorboekje borgt het convenant en daarmee blijven we deze kleine plus vragen. Met de huidige stand van de techniek is het ook mogelijk meer dan brons te vragen en daarmee dus in te zetten op maximale energieprestatie. Dit doen we niet.

2. Het oude spoorboekje en het daaruit volgende transitieplan elektriciteit en transitievisie warmte gingen uit van de volgende uitgangspunten om in 2040 klimaatneutraal te worden: de verwachte behoefte aan elektriciteitsverbruik in 2040, verminderd met 35% energiebesparing, en de resterende opgave zou vervolgens ingevuld worden via 30% innovatie, 20% zon op dak en 50% opwek op land. De cijfers ten aanzien van de verwachte behoefte en de verwachte opwek zijn voorzien van een update naar 2050 op pagina 7 van het spoorboekje. Daarover de volgende vragen: a. Is er bij de cijfers opgenomen op pagina 7 rekening gehouden met de beleidsambities in dit spoorboekje? Zo ja, klopt het dat met de beleidsambities in dit spoorboekje, het doel van een klimaatneutrale gemeente in 2050 niet behaald wordt? Zo nee, hoe ziet het staatje eruit met verwerking van de beleidsambities uit dit spoorboekje? Antwoord: De cijfers op pagina 7 houden rekening met het huidig ingezette gemeentelijk beleid. Het spoorboekje geeft richting voor de inzet maar bevat geen nieuw gemeentelijk beleid. Dit was één van de kaders waarbinnen dit spoorboekje is opgesteld. Het is mogelijk binnen de richting die het spoorboekje biedt aanvullend beleid te formuleren maar dit is vooralsnog niet gedaan.

Als er binnen de looptijd van het spoorboekje geen aanvullend beleid wordt geformuleerd en het landelijk beleid gelijk blijft dan halen we de doelstelling niet. b. We missen de update van de benodigde energiemix in dit nieuwe spoorboekje. Welke mix van energiebesparing, innovatie, zon op dak en opwek op land is er nodig om in 2050 klimaatneutraal zijn? Antwoord: Het spoorboekje sluit aan op het huidige gemeentelijke beleid. Dit laat een tekort van 1.800 TJ in opwek zien uitgaande van een besparing van circa 803 TJ. De invulling van dit tekort kan op verschillende manieren nader worden uitgewerkt. Dit past alleen niet binnen de gestelde kaders (geen extra's bovenop landelijk beleid, geen nieuw gemeentelijk beleid, op basis van vrijwilligheid) waardoor hier geen invulling aan is gegeven. c. We zien in dit spoorboekje geen tussendoelen. Klopt dat? Zo ja, welke tussendoelen

zouden er gesteld kunnen worden om het doel van een klimaatneutrale gemeente in 2050 te behalen? Zo nee, wat zijn de tussendoelen? Antwoord: Er zijn geen tussendoelen gesteld. Tussendoelen zorgen er niet voor dat het einddoel wel wordt gehaald. Hiervoor is er aanvullend beleid nodig. d. Het oude spoorboekje ging uit van elke vijf jaar een evaluatie, om zo te vinger aan de pols te houden, totdat het doel in 2040 behaald was. Onder het kopje evaluatie van het raadsvoorstel wordt echter gesteld dat er geen vaste evaluaties plaatsvinden en er dus geen structuur is van monitoring en evaluatie van het beleid. Hoe moet de raad dan haar controlerende taak uitvoeren ten aanzien van de voortgang en het behalen van de (tussen)doelen? Antwoord: Zoals in het raadsvoorstel aangegeven zal de periodieke raadsinformatiebrief duurzaamheid worden uitgebreid met een dashboard. Hiermee wordt de voortgang op de doelstelling inzichtelijk gemaakt. Op basis van de nieuwsbrief en het dashboard wordt de raad op een meer doorlopende manier in staat gesteld haar controlerende taak uit te voeren in plaats van een vooraf bepaalde evaluatie. 3. In het nieuwe spoorboekje staat dat uitgegaan wordt van nuchtere en realistisch ambities. Dat ambities realistisch moeten zijn, kunnen we volgen. Ons was echter onduidelijk wat we moeten verstaan onder ‘nuchtere’ ambities.

Er is immers een duidelijk en noodzakelijk doel: klimaatneutraal worden. Waar moeten we bij nuchtere ambities aan denken? Antwoord: Nuchtere ambities gaan uit van het in lijn blijven met het landelijk beleid en geen extra's inzetten om koploper op klimaatgebied te zijn ten koste van onze inwoners. 4. Op pagina 19 gaat het over slimme netwerken en wordt gesproken over energyhubs. Die zijn vooral gericht op bedrijven(terreinen). Wordt er ook breder gekeken naar de vorming van energiegemeenschappen, waarin de opwek en het energieverbruik, op het niveau van lokale gemeenschappen, zoveel mogelijk, onder meer via opslag, aan elkaar wordt gekoppeld? Zo ja, is hierover ook overleg geweest met Stedin en wat is daarvan de uitkomst? Antwoord: Binnen het traject slimme netwerken is er de beleidsmatige ruimte naast energyhubs ons ook te verdiepen in andere type netwerken zoals energiegemeenschappen. Dit is tot nu toe nog niet gedaan. Afhankelijk van beschikbare capaciteit, middelen en ontwikkelingen rondom dit thema kan hier wel op worden ingezet. 5. Op pagina 21 lezen we dat in 2030 wordt gekeken waar we staan en hoe richting 2050 een circulaire bedrijfsvoering te realiseren.

Betreft dit een voorstel dat te zijner tijd aan de raad wordt voorgelegd ter besluitvorming? Zo nee, waarom niet en hoe wordt de raad hierbij betrokken? Antwoord: Als er aanvullend beleid nodig is om te komen tot een circulaire bedrijfsvoering dan zal dit aan de raad worden voorgelegd. 6. Op pagina 22 wordt gesproken over de ambities voor klimaatadaptatie. Onduidelijk is echter per welke datum de gemeente klimaatadaptief wil zijn. Is dat net als voor klimaatneutraal en circulair 2050? Antwoord: We sluiten aan bij het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie waarin vooralsnog de doelstelling is om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. Wat dat exact inhoud wordt landelijk nog aan gewerkt.

7. Op pagina 26 wordt gesteld dat in 2029 in RES-verband gekeken wordt naar de opwek op land voor na 2030. Als gemeente hebben we echter de eigenstandige ambitie om klimaatneutraal te worden en stond in het vorige spoorboekje al hoeveel we in 2040 op land op wilden wekken om dan klimaatneutraal te zijn, nog voordat er een RES was. Wat is de reden om bij deze update niet uit te gaan van de eigenstandige ambitie, maar in plaats daarvan op de RES te wachten Antwoord: Het kader is om aan te sluiten bij landelijk beleid. Daarbij past het om de ambitie in RES verband te bepalen en geen eigenstandige tussenambitie te formuleren naast de ambitie voor 2050 waarin we energieneutraal willen zijn als onderdeel van klimaatneutraal. 8. Op pagina 26 wordt gesproken over drie alternatieve vormen van ‘energieopwek’. a. Allereerst wordt waterstof genoemd, maar dit is een opslag- en geen opwekmethode. Betreft dit een schrijffout? Antwoord: Dit betreft geen schrijffout. Waterstof is inderdaad een opslagmethode, maar kan wel zorgen dat opwek met name vanuit zon een grotere bijdrage kan leveren in het energieneutraal worden. Door omzetting naar waterstof kan uitschakelen van zonnepanelen tijdens stroomoverschot worden voorkomen. Het eventueel inzetten van waterstof is in lijn met het realiseren van netbewuste opwek. b. Een andere optie die genoemd wordt is groen gas.

Welke potentie is daarvoor in De Ronde Venen? Gaat het dan om mestvergisters? Wordt daar met dit spoorboekje op ingezet? Antwoord: Hierbij wordt inderdaad gedacht aan mestvergisting. Hier is een eerste verkenning voor gedaan en er lijkt potentie om dit nader te bestuderen. Met het spoorboekje wordt hier niet expliciet op ingezet maar traject grootschalige opwek biedt wel ruimte om als dit kansrijk blijkt nader op in te zetten. c. Als laatste wordt gesproken over kleine kerncentrales. Is, los van de (on)wenselijkheid, de verwachting dat deze voor 2050 ingezet kunnen worden in De Ronde Venen? Zo ja, waarop is dat gebaseerd? Zo nee, waarom zijn die hier genoemd als mogelijk alternatief? Antwoord: Kleine kerncentrales zijn hier genoemd omdat het een techniek is waar veel ontwikkelingen in zijn. Met de huidige stand van de techniek is het geen haalbare oplossing voor 2050 maar we willen niks uitsluiten. 9. Op pagina 3 van de energiemonitor wordt gesproken over 2015 als startjaar, vanwege de gemeentelijke herindeling in dat jaar. Gaat dat om landelijke herindelingen in dat jaar of om de herindeling van De Ronde Venen? In het laatste geval, klopt het jaartal van 2015 niet. Betreft dit een fout of begrijpen we die passage verkeerd? Antwoord: Dit blijkt achteraf een fout te zijn. Het had 2011 moeten zijn. Dit heeft verder geen impact op de inzichten die de cijfers geven.

Er mist alleen een stuk historie. Aangezien dat deze cijfers aansluiten op de klimaatmonitor van de RVO is deze historie daar terug te vinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15928645/2