250902 Technische vragen - ChristenUnie-SGP - Rekenkameronderzoek inburgering statushouders
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Naam indiener: Fractie: Datum van indienen: Onderwerp:
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Gertine van Anrooij / Wim Stam ChristenUnie-SGP 1-9-2025 Rekenkameronderzoek inburgering statushouders De Ronde Venen
In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Datum beantwoording: Inleiding
Hoewel dit onderwerp voor de technische commissie van 4 september is geagendeerd, willen wij onze technische vragen toch schriftelijk alvast indienen. Vragen (Antwoorden volgen direct onder de vragen)
1) Het lijkt erop dat bij statushouders ervan uitgegaan worden dat ze niet of nauwelijks geschoold zijn en per definitie in de sociale onderklasse zitten. De beschrijving van de drie inburgeringstrajecten (leerroutes) geeft dat ook aan; ambitieniveau is erg laag. Maar ook onder statushouders zullen mensen zijn met een goede baan en stevige opleiding in hun thuisland. Waarom komen we dat niet tegen in deze beschrijving? 2) Wordt bij het vinden van werk ook gekeken naar de beroepmatige achtergrond van de statushouder (eventueel met een stuk bijscholing) zodat iemand op zijn/haar niveau werk vind (beter voor ons en beter voor de statushouder). 3) In welke mate zetten we langer verblijvende statushouders (dus ingeburgerd) in bij het inburgeren van nieuwe statushouders? 4) In welke mate is de gemeente ook “cultuur-sensitief”. Statushouders komen uit andere landen en culturen waar andere regels, normen, waarden en gedragingen spelen. Dat leidt tot misverstanden. Met name de samenredzaamheid (je helpt je familie / buren; ook financieel) kan tot misverstanden leiden waardoor de statushouder zich niet aan de nederlandse regels / gewoonten houdt omdat die niet in hun “culturele bagage” zitten; vergt dus wat specifieke aandacht. 5) Wat doet de gemeente nu al om bedrijven te stimuleren om statushouders aan te nemen of
leerwerkplekken te geven. 6) Op welke manier controleert de gemeente nu de kwaliteit van uitvoering van taalonderwijs van de diverse onderwijsinstellingen waar gebruik van maken. .