250902 Technische vragen - ChristenUnie-DGP - Realisatie uitbreiding woonwagenstandplaatsen
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Naam indiener: Fractie: Datum van indienen: Onderwerp:
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Wim Stam ChristenUnie-SGP 1-9-2025 Realisatie uitbreiding woonwagenstandplaatsen
In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Cees van Uden Datum beantwoording: 4 september 2025 Inleiding
. Vragen (Antwoorden volgen direct onder de vragen)
1) Klopt het dat het nu in totaal om 15 standplaatsen gaat? Antwoord: Het definitieve aantal standplaatsen aan Molenland is nog niet bekend. Uit het woonbehoefteonderzoek en de verkennende gesprekken met de bewoners is duidelijk geworden dat het gaat om maximaal 18 standplaatsen. Het is op dit moment nog niet duidelijk of alle 18 standplaatsen op de locatie Molenland gerealiseerd gaan worden. Dit heeft onder meer te maken met het (particuliere) initiatief van een bewoner om elders standplaatsen te realiseren. Voor de standplaatsen aan Molenland is ook nog niet duidelijk of alle standplaatsen direct gerealiseerd worden of een aantal standplaatsen gereserveerd wordt voor toekomstig gebruik. 2) Worden al die standplaatsen in dit voorstel aan Molenland gerealiseerd? Antwoord: Het raadsvoorstel ziet op de realisatie van de standplaatsen aan Molenland. Mogelijk worden er standplaatsen elders gerealiseerd door het particuliere initiatief van een huidig bewoners van de
woonwagenlocatie. Voor standplaatsen op particulier terrein van derden heeft de gemeente uitsluitend de rol van vergunningverlener. 3) Daarmee is de locatie Waverveenspad van de baan? Of wordt daar extra (particulier initiatief) alsnog standplaatsen (8?) gerealiseerd? Antwoord: De locatie Waverveensepad is niet meer in beeld voor woonwagenstandplaatsen. Door de provincie is aangegeven dat het perceel Waverveensepad nodig is voor de tracéwijziging van de N201. 4) Hoe groot is de kans dat de gemeente op termijn weer opnieuw extra standplaatsen moet realiseren (u geeft al aan dat met enkele jaren er 1 extra plek nodig zou zijn). Antwoord: In het vast te stellen Woonwagenbeleid 2026 is verwoord dat bij de eventuele aanleg van nieuwe standplaatsen we ons richten op uitsluitend woonwagenbewoners met binding aan de gemeente De Ronde Venen. Dit zijn woonwagenbewoners die in de afgelopen 10 jaar minimaal 6 jaar aaneengesloten in de gemeente De Ronde Venen hebben gewoond. Het is aannemelijk dat dit in beginsel en voornamelijk gaat om de kinderen van de huidige bewoners. Gelet op de leeftijden van de kinderen van de huidige bewoners zal op de middellange termijn vraag komen naar standplaatsen. Het is op dit moment onzeker of er dan ook daadwerkelijk nieuwe standplaatsen aangelegd moeten worden aangezien er ook standplaatsen zullen vrijkomen in de toekomst (doorstroming).
Met de vraag naar een extra plek binnen enkele jaren is al rekening gehouden in deze voorgenomen uitbreiding aan Molenland.
5) In het RV wordt aangegeven dat de gemeente verantwoordelijk zou zijn voor het realiseren van standplaatsen, maar de argumentatie is onvolledig. Er wordt verwezen naar de verantwoordelijkheid voor volkshuisvesting maar dat is niet hetzelfde als verantwoordelijk voor realisatie van standplaatsen. a. Graag een betere juridische onderbouwing waarom de gemeente standplaatsen moet realiseren. b. Waar is expliciet wettelijk voorgeschreven dat de gemeente standplaatsen moet realiseren op kosten van de gemeenschap of is alleen aangegeven dat de gemeente bestemmingsplantechnisch realisatie mogelijk moet maken? Antwoord: Het antwoord op vraag a en b is samengevoegd. In Nederland is het recht op gelijke behandeling verankerd in artikel 1 van de Grondwet. Dit artikel stelt dat iedereen die zich in Nederland bevindt, in gelijke gevallen gelijk moet worden behandeld. Discriminatie op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke voorkeur, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke andere grond dan ook is verboden. Binnen deze context is erkend dat Sinti, Roma en woonwagenbewoners, die zich van generatie op generatie als zodanig identificeren en een eigen cultuur hebben die hen onderscheidt van andere bevolkingsgroepen, onder het begrip “ras” vallen. Ook de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) biedt bescherming tegen discriminatie. Artikel
7a, lid 1, van deze wet verbiedt onderscheid op grond van ras binnen het domein van sociale bescherming, waaronder ook huisvesting valt. Daarnaast biedt artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) bescherming van het privé-, familie- en gezinsleven. Volgens vaste jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) vormt het leven in een woonwagen een essentieel onderdeel van het gezinsleven van Sinti, Roma en woonwagenbewoners. Lidstaten hebben op grond van dit artikel een positieve verplichting om deze levensstijl te faciliteren (EHRM 18 januari 2001, ECLI:CE:ECHR:2001:0118JUD002723895 (Chapman/Verenigd Koninkrijk); EHRM 17 oktober 2013, ECLI:CE:ECHR:2013:1017JUD002701307 (Winterstein/Frankrijk)). Voor gemeente betekent dit dat zij in haar woonbeleid rekening moeten houden met de specifieke woonbehoeften van woonwagenbewoners en voldoende standplaatsen moeten aanbieden, zodat deze bewoners binnen een redelijke termijn een plek kunnen verkrijgen. Het College voor de Rechten van de Mens (CRM) heeft in haar uitspraak geoordeeld dat de gemeente ongeoorloofd onderscheid maakt. De gemeente is verplicht is om te zorgen voor een zo gelijkwaardig mogelijk aanbod van woonruimte voor zowel sociale huurders als woonwagenbewoners.
En nu de wachttijden voor standplaatsen structureel veel langer zijn dan voor reguliere sociale huurwoningen, kan de gemeente worden verplicht het beleid aan te passen en extra standplaatsen te realiseren, zie hiertoe ook de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 29 mei 2024; ECLI:NL:RBDHA:2024:7830. We zijn als gemeente daarom verantwoordelijk voor de realisatie van standplaatsen. De realisatie had ook gekund door in het woonbeleid op te nemen om bij reguliere woningbouwontwikkelingen een aantal standplaatsen te realiseren. Het project Oosterland of het project De Maricken II hadden hiervoor bijvoorbeeld goede mogelijkheden geweest. Dit zou dan wel invloed hebben gehad op de opbrengst. Door geen realisatie van standplaatsen te eisen is er een hogere opbrengst voor de gemeente. c. en is daarbij ook voorgeschreven welk aantal (of is dat een eigen inschatting van de gemeente)? Antwoord: Er is geen specifiek aantal voorgeschreven. Zoals eerder verwoord is de gemeente verplicht om te zorgen voor een zo gelijkwaardig mogelijk aanbod van woonruimte voor zowel sociale huurders als woonwagenbewoners. 6) De gemeente, hoewel verantwoordelijk voor volkshuisvesting, realiseert ook geen (sociale) woningen. Maar hier wordt de raad gevraagd een budget van ca 3 miljoen beschikbaar te stellen.
Waarom moet de gemeente wel de financiële last dragen voor standplaatsen maar niet voor de realisatie van woningen? Antwoord: Door in het woonbeleid op te nemen dat het realiseren van sociale huurwoningen verplicht is, worden marktpartijen c.q. grondeigenaren gedwongen om de grond onder de marktprijs aan te bieden om het aandeel sociale woningbouw te realiseren. In het huidige woonbeleid is niet opgenomen dat er ook standplaatsen gerealiseerd moeten worden bij (grote) woningbouwontwikkelingen. Daarom is het een op zichzelf staande ontwikkeling waar directe kosten voor de gemeente aan verbonden zijn. Een voordeel hiervan is
dat de standplaatsen bij elkaar op 1 locatie worden gerealiseerd. Gelet op de historie is de noodzaak om spoedige nieuwe standplaatsen te realiseren groot. Uitbreiding van de huidige woonwagenlocatie kan sneller dan het realiseren van standplaatsen via een nieuwe reguliere woningbouwontwikkeling. In sommige gevallen zou ook Cazas Wonen een rol kunnen spelen in de realisatie van standplaatsen. Maar ook dan zal de gemeente verantwoordelijk zijn voor het aanleggen van de standplaatsen. 7) Kunt u nader onderbouwen waarom de kosten voor aankoop en inrichting zo extreem hoog zijn. 3 miljoen voor 15 standplaatsen betekent 200.000 per standplaats. Voor dat geld kun je ook 15 gloednieuwe tiny houses realiseren of een gebouw met 15 startersappartementen. Antwoord: De grond bouwrijp maken als ook de aanleg van de standplaatsen op deze locatie (veengrond) is kostbaar. 8) Welke alternatieven zijn overwogen om een goedkopere oplossing te realiseren (wellicht is het herontwikkelen van standplaatsen op een andere locatie (met opbrengst bij verkoop huidige locatie) wel veel goedkoper? Antwoord: Er zijn locaties onderzocht waarvan het perceel in eigendom van de gemeente is. Deze locaties werden als niet haalbaar geacht vanwege de ligging (gelet op de omvang, de omgeving als ook te verwachten extra kosten vanwege aansluiting op voorzieningen).
Zoals eerder aangegeven is het (in de toekomst) ook mogelijk om standplaatsen te realiseren via een reguliere woningbouwontwikkeling. Maar gelet op de noodzaak op uitbreiding kan niet gewacht worden op een toekomstige woningbouwontwikkeling. 9) We nemen aan dat de standplaatsen hetzij worden verkocht aan CAZAS hetzij in eigendom van de gemeente blijven maar dat dan (via CAZAS?) huurinkomsten worden geint. In de financiële onderbouwing zien we geen toekomstige huurinkomsten staan en slechts verkoopopbrengsten voor 6 standplaatsen staan. Kunt u hier een nadere uitleg en een financiële uitwerking van geven. Antwoord: Het uitgangspunt is dat de standplaatsen niet in eigendom van de gemeente blijven. De standplaatsen worden overgedragen aan Cazas of aan de bewoners. Het is nog niet duidelijk welke opbrengsten hier tegenover staan. Op dit moment worden er gesprekken gevoerd met zowel Cazas Wonen als de bewoners. Als het budget beschikbaar wordt gesteld worden deze afspraken geïntensiveerd om tot overeenstemming te komen omdat dan duidelijk is dat uitvoering gegeven kan worden aan de realisatie van uitbreiding van de standplaatsen. 10) Zijn de te realiseren standplaatsen ook beschikbaar voor alle woningzoekenden / starters in onze gemeente (bv om tiny houses op te bouwen). Antwoord: De te realiseren standplaatsen zijn nu bedoeld voor woonwagens en niet voor tiny houses.
.