250509 - Ingekomen stuk inwoners mbt A4 en A22 - geanonimiseerd
Tekst van het document
Onderwerp: Dringend advies: stem tegen amendementen A4 en A22 inzake Vinkeveense Plassen Geachte burgemeester Maarten Divendal, Geachte wethouder Cees van Uden, Geachte gemeenteraad en Geachte Provincie
Graag maken wij u met klem attent op de zeer ernstige gevolgen die anendementen A4 en A22 met zich meebrengen voor de rechtsgelijkheid, juridische houdbaarheid en het toekomstperspectief van het bestemmingsplan Vinkeveense Plassen. 1. Juridische ongelijkheid en rechtsbeginselen De voorstellen in A4 en A22 beogen een forse beperking van de bebouwingsmogelijkheden — tot wel 33% reductie in zone 3 (van 30 m? naar 20 m?). Dat raakt enkel de particuliere kavels en eigenaren in zone 3, zonder dat hiervoor een objectieve rechtvaardiging of ecologische noodzaak bestaat. De provincie heeft herhaaldelijk benadrukt dat alle zones gelijkwaardig moeten worden behandeld binnen het plan. Zie hiervoor ook de onderzoeken die in opdracht van de gemeente zelf zijn uitgevoerd. Bovendien zijn deze amendementen in eerste instantie ingebracht om de verruiming van de bootlengte op de plassen te compenseren. Inmiddels is echter duidelijk geworden dat deze bootlengteverruiming geen extra compensatie vereist (zoals bevestigd door de provincie). Desondanks houden de indieners vast aan een forse beperking van bebouwing — zonder enige onderbouwing, zonder nieuwe ecologische inzichten, en puur op gevoel en het ingeven van natuur-lobbyisten. Zo wordt op basis van drijfveren buiten het planproces een zware last gelegd bij 6én specifieke groep eigenaren, en dat is bestuurlijk onverantwoord.
Daarnaast wordt in A4 een uitsterfregeling voorgesteld op basis van persoonsgebonden gedoogbeschikkingen. Dit betekent dat legaal verkregen gebruiksrechten en eigendomsrechten zonder compensatie zouden worden uitgefaseerd. Deze aanpak is in strijd met het gelijkheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en vormt volgens Straatman Koster Advocaten een aanzienlijk juridisch risico. Daarbij dient vermeld te worden dat het eigendomsrecht het meest omvattende recht is dat iemand kan hebben over een goed of zaak. Het bestaat uit de exclusieve bevoegdheid om te bepalen hoe een goed of zaak wordt gebruikt, mits dit gebruik niet strijdt met rechten van anderen en de op wettelijke voorschriften en regels van ongeschreven recht gegronde beperkingen daarbij in acht worden genomen, uit het recht uit de opbrengst die ermee kan worden behaald, het recht het gebruik en het benutten van gebruik en opbrengst aan een ander te ontzeggen en het recht om er in juridische zin over te beschikken. Elk van deze drie rechten maakt onderdeel uit van het gehele recht van eigendom. Gegronde beperkingen zijn er niet, het recht op opbrengst wordt teniet gedaan met een “schuurtje” van 20 m2 en het is het recht van de kaveleigenaar om ieder ander het gebruik en het benutten van gebruik en opbrengst te ontzeggen.
De rechten op bebouwing zijn beloofd, toegezegd en nota bene aan de inwoners gepresenteerd met vastgestelde percentages in april 2023 in het dorpshuis de Boei. 2. Essentie van het bestemmingsplan ondermijnd Het huidige plan is tot stand gekomen na jarenlange afstemming met provincie, belanghebbenden en natuurorganisaties. De kern ervan is: beperkte, gereguleerde bebouwing in ruil voor investeringen in natuurbehoud en legakkerstructuur. De amendementen A4 en A22 torpederen deze balans volledig; ze tasten het draagvlak aan.
De huisadvocaat waarschuwt expliciet: met A4 (en andere beperkende amendementen)
loopt het plan het risico als "wezenlijk anders" te worden aangemerkt en vernietigd te worden door de Raad van State. Ook de provincie kan via een reactieve aanwijzing ingrijpen vanwege strijd met haar omgevingsverordening. 3. Bestuurlijke risico’s en verlies aan vertrouwen De hoeveelheid moties en amendementen (meer dan dertig) is ongekend. Het is
bestuurlijk onzorgvuldig om vijf voor twaalf de kern van het plan te willen wijzigen, buiten het participatieproces om. De amendementen zijn onvoldoende onderbouwd, ondermijnen een zorgvuldig proces en zetten de deur open voor tientallen tot honderden rechtszaken, planschadeclaims en bestuurlijke hersteltrajecten. Meer nog: het vertrouwen in de gemeente als betrouwbare partner staat op het spel. Als burgers die al jaren investeren in natuurbehoud op onze eilanden, moeten wij constateren dat wij nu worden weggezet als lastposten in plaats van als bondgenoten van de natuur. Dat is respectloos en onterecht. Zonder de inzet van particuliere eigenaren waren veel eilanden allang verloren gegaan — wat sommige zogenaamde ‘natuurliefhebbers’ niet lijken te begrijpen. 4. Economische en ecologische schade Drie partijen zetten nu alles op alles om eigendomsrechten vergaand in te perken — tot zelfs uitsterfbeleid toe. Ondertussen ligt er geen financieel onderbouwd alternatief op tafel. Suggesties over subsidies blijven luchtkastelen, en de gemeente heeft geen enkele garantie dat particuliere eigenaren afstand zullen doen van hun kavels. Integendeel: zulke voorstellen leiden slechts tot jarenlange procedures en verlies van natuur. De partijen die amendement A4 hebben opgesteld zeggen zich in te zetten voor de natuur, maar lijken daarbij geen realistische toekomstvisie te hebben.
Buiten het feit dat dit amendement juridisch op gespannen voet staat met het eigendomsrecht, is het niet onderbouwd, wordt het als zeer onrechtvaardig ervaren en ondermijnt het rechtstreeks het doel van dit bestemmingsplan: het behouden van de natuur. Zelfs dringende adviezen van de provincie worden door deze partijen stelselmatig genegeerd. Hoe is dit mogelijk? Wordt het grotere plaatje van het ecosysteem dan niet gezien? Denken de opstellers van dit anendement werkelijk dat hiermee natuur wordt behouden? Zelfs als er — zoals in het conceptplan — maximaal 25% van een eiland bebouwd zou mogen worden, dan blijft er minimaal 75% natuur over. En dit alles zonder enige overheidsinvestering. Particulieren doen het werk. 75% natuur is beter dan géén natuur. En dat is waar we naartoe gaan met de voorgestelde uitsterfconstructie: zone 3 als lege, open plas over 50 jaar. Het is een feit dat legakkers nog steeds verdwijnen. Zonder onderhoud aan beschoeiing spoelen ze letterlijk weg. Wie gaat er straks nog €50.000 tot €100.000 investeren in een beschoeiing als er niets meer op een eiland mag? De realiteit op de plassen is glashelder: zonder motivatie van eigenaren is er geen toekomst voor de eilanden. En die motivatie verdwijnt als het recht op een bescheiden blokhut wordt afgepakt. De suggestie dat “een ander soort beschoeiing” zou volstaan, getuigt van gebrek aan kennis.
Beschoeiing is een kerende constructie die een oever beschermt tegen afkalven, golfkrachten en andere invioeden die de stabiliteit van de waterkant in
gevaar brengen, verticaal dus. Goedkopere of eenvoudigere oplossingen houden het simpelweg niet tegen de golfslag en de stormen. Als dat wel zo was, waren ze allang toegepast. Zie ook de foto’s die ik bij deze mail heb toegevoegd.
Bovendien hebben we het hier over honderden verschillende particuliere eigenaren en niet over een centraal beheerd natuurgebied. Dit is géén stuk grasland onder regie van één stichting — dit zijn honderden micro-gebieden die met grote inzet van bewoners in stand worden gehouden. En dan de subsidies. De hoop op “subsidies” voor natuurbeheer op deze eilanden is nooit onderbouwd en volledig gebaseerd op wensdenken. Zelfs de recent ingediende brief van De Groene Venen biedt nul komma nul zekerheid op een realistisch uitvoerbaar plan dat plaats zou moeten vinden met hulp van en op andermans eigendom. Dat is juridisch niet mogelijk, het is in strijd met het eigendomsrecht. Zoals al tiidens raadsvergaderingen is opgemerkt: natuur is relatief duur op de Vinkeveense Plassen. Natuurorganisaties gaan geen miljoenen steken in beschoeiing van kleine eilanden als ze elders hele hectaren natuur kunnen realiseren. De realiteit is dat zonder de inzet van particuliere eigenaren, de structuur van het plassengebied onherroepelijk verloren zal gaan.
Wie neemt straks de verantwoordelijkheid als het plan sneuvelt en wie is aansprakelijk? Zijn de initiatiefnemers van deze amendementen bereid de schade te dragen — bestuurlijk, juridisch en financieel? Betalen zij al onze investeringen die door de gemeente zijn opgelegd voor beschoeiing, onderhoud, beplanting en (het afbreken van) de bebouwing terug? Of gaan ze naar het casino en spelen zij roulette met gemeenschapsgeld en het beleid van de afgelopen tien jaar? 5. Schijn van natuurbescherming: realiteit op de plassen Bij een recent bezoek aan de Vinkeveense Plassen zijn wij geschrokken van de staat van een aantal eilanden die in bezit zijn van een familie die — mede via de veiling van enkele jaren geleden — meerdere kavels heeft verworven. Deze steenrijke familie, die zelf in zone 3 woont en geen recreatie wenst in hun” achtertuin”, profileert zich in het debat als voorvechter van de natuur, en ageert actief tegen bebouwing op eilanden in zone 3. Maar de harde realiteit laat een totaal ander beeld zien: hun eilanden verkeren in erbarmelijke staat, zijn niet beschoeid en zullen — als er niets verandert — binnen enkele jaren volledig verdwijnen. Uit feitenmateriaal blijkt dat zij op de veiling van 2017 minstens zeven eilanden in zone 3 hebben gekocht, met een gezamenlijk opperviakte van ruim 34.000 m?. Geen van deze legakkers is sindsdien adequaat onderhouden of beschoeid.
Vijf van de eilanden zijn afgelopen zomer provisorisch voorzien van losliggende houten balken met ijzer aan elkaar verbonden(dat hoort niet in de natuur thuis) die inmiddels deels
loslaten en wegdrijven. Dit heeft niets te maken met ecologisch beheer of natuurbehoud — dit is feitelijk verlies van de natuur. Als dit het beeld is dat
i
j
de gemeente voor ogen heeft als “natuurlijke toekomst” voor de Vinkeveense Plassen, dan rest ons straks enkel een grote open plas zonder legakkerstructuur.
Veiling eiland nr 10 en 11. Het bureau dat dit uitvoerde noemt het “iets nieuws uitproberen— zogenaamd voor veenvorming — maar in werkelijkheid is het een vrijbrief tot verloedering.
Veiling eiland nr 4. En dan amendement A4: op de bijbehorende kaart van de indieners zijn de probleemeilanden (4, 5, 10 en 11 op de veilingkaart)) opvallend genoeg onzichtbaar gemaakt met een grijze waas. Waarom? Omdat ze er in werkelijkheid rampzalig bij liggen — zie ook de bijgevoegde foto's. Eiland 14, dat eerder in zone 3 lag, is plotseling zonder uitleg verplaatst naar zone 2, maar met behoud van de beschoeiingsplicht. Dit roept ernstige vragen op over transparantie en politieke motieven. Het is dan ook wrang dat deze partij zich laat voorstaan op “natuurbescherming” terwijl zij — gesteund door een partij in de raad — tegelijk probeert om het beleid zo bij te sturen dat eigen beschoeiingsplicht vervalt via een uitsterfregeling. Zo dreigt zone 3 te verdwijnen, zonder compensatie, zonder onderhoud, en zonder natuur. Dit kan toch niet de bedoeling zijn? De beschoeiingsplicht voor de opkopers van de veiling eilanden is vastgelegd in de” Model verkoop overeenkomst legakker te Vinkeveen”. Dit had binnen 3 jaar na verkoop moeten worden uitgevoerd onder een dwangsom van “direct opeisbare boete van 150% van de kosten van beschoeiing, exclusief eventuele boeterente en proceskosten(art. 9.4).
Zodra de eerder genoemde opgekochte veiling eilanden in zone 3(nummers 1,2,4,5,10,11 en 14 op de veilingkaart) worden beschoeid zal er 34.000 m2 aan natuur worden behouden, waarvan maar liefst 6760m2 aan legakkers. Het is de uitdrukkelijke verplichting van de opkoper om deze eilanden die al grotendeels in de afgelopen 8 jaren zijn verdwenen zo spoedig mogelijk te beschoeien(verticaal uiteraard). De gemeente heeft de raad onjuist geinformeerd over deze situatie en voorgedaan alsof er overal was toegezien op de beschoeiingsplicht; een kwalijke zaak. Daarmee is het beeld ontstaan dat het allemaal wel wat minder kon in zone 3 met de bebouwing en de verharding; de “kleine particuliere legakker eigenaar” moest hier dan maar voor opdraaien. Nee, de steenrijke opkoper dient zijn verplichtingen na te komen en de balans tussen natuur en recreatie te herstellen met behoud van de legakkers; deze
verantwoordelijkheid ligt geheel en al bij de opkopers en uitdrukkelijk niet bij de particuliere kleinere kavel eigenaar. Discriminatie is bij de grondwet verboden.
Er zijn eigenaren die — zonder zekerheid over legalisatie, zonder subsidie, en met aanzienlijke persoonlijke investeringen — vele tienduizenden euro’s hebben gestoken in het duurzaam onderhouden en beschermen van hun eilanden. Juist deze mensen worden
nu weggezet als “overtreders”, terwijl hun werk het fundament vormt voor het behoud van de huidige structuur. Het is ronduit schokkend, bestuurlijk krom en onrechtmatig dat eigenaren die niets doen worden geprezen vanwege “natuurbescherming”, terwijl zij aantoonbaar hun zorgplicht verzaken. En dat degenen die aantoonbaar bijdragen aan het behoud van de eilandenstructuur, worden gestraft. In plaats van deze mensen te criminaliseren, zou de gemeente hen juist moeten subsidiéren voor het realiseren van alle natuur op hun kavels — volledig zonder kosten voor de overheid. 6. De letter en de geest van de wet De “adviezen” van de huisadvocaat zijn in de verschillende memo’s(12 maart, 19 maart,
7 april, en 16 april) wisselend te noemen; waar aanvankelijk wordt gesproken over de risico’s dat er kwantitatief en kwalitatief teveel wijzigingen worden doorgevoerd en dat belanghebbenden zijn benadeeld omdat zij ten tijde van de terinzagelegging niet kunnen inschatten dat het vast te stellen bestemmingsplan er wezenlijk anders uit zal gaan zien dan het ontwerp, wordt later ineens overgegaan tot een beperking van de bebouwing die heel misschien nog net door de beugel kan. Opvallend is dat de huis advocaat toen hoogstwaarschijnlijk nog niet op de hoogte was van het feit dat er geen enkele compensatie nodig is en wellicht was zij ook niet op de hoogte van de mening van de provincie. “De beperking van de bebouwing zou moeten worden gepresenteerd als één type wijziging-namelijk het beperkt terugbrengen van de bebouwingsmogelijkheden ten opzichte van het ontwerp. De beperking geldt weliswaar voor een vrij omvangrijk gebied en drie verschillende bestemmingen, maar de redeneerlijn moet zijn dat er niets verandert behalve het metrage én dat het metrage ook niet heel sterk verandert ten opzichte van het ontwerp”.
Was de huis advocaat op de hoogte van de werkelijke situatie in zone 3 zoals beschreven in punt 5? Is de provincie daarvan op de hoogte? Er wordt gesproken over metrage terwijl ook het volume fors wordt teruggebracht; een huisje van 40m2 met een hoogte van 3,5(goothoogte even gesteld op3) heeft een volume van 140m3. Een huisje van 30m2 met een hoogte van 3 meter komt op 82,5m3. Als we dit door rekenen voor alle huisjes in de verschillende zones verdwijnt er ca 60.000 m3, dat zijn dus geen metrages. Ook in absolute getallen is het aantal vierkante meters dat zomaar even van de kaart wordt geveegd immens, ca 2,8 ha aan bebouwing en verharding en dat ten opzichte van de 6,8 ha...Er wordt een vreemd getal geintroduceerd, namelijk 100 ha plangebied, waar komt dit vandaan? Het staat in geen verhouding tot de 6,8 ha aan bebouwing en daarvoor is immers gecompenseerd. Het lijken appels met peren; 100 ha gedeeld door 1400 kavels zou neerkomen op 714,28 m2 per kavel en dat hebben we niet, we bouwen niet op het water. Het bouwpercentage is gebaseerd op het landdeel van een kavel. Een schatting van 200m2 land per kavel komt neer op; 1400x200=28 ha en geen 100. Daarmee is vernietiging van het plan gegarandeerd. Bovendien wordt met deze wel zeer lage percentages, lage volumes en vierkante meters voorbij gegaan aan de aard van de bestemming.
De bestemming behelst: een huisje met veranda, verblijfsrecreatie en goede mogelijkheden tot verhuur om nog iets van de investeringen terug te verdienen. Een veranda van 8 m2 is realistisch voor 40m2(zo is dat in een eerder stadium ook voorgesteld), maar wat blijft er dan nog over? We hebben een ruimte nodig voor opslag van onze meubelen, kussens en onderhoudsspullen zoals grasmaaier, kruiwagen, barbecue etc, toch tenminste 6m2. Om aan de eisen van verblijfsrecreatie te voldoen moet er daarnaast toch minimaal een toilet met douche, een keuken en een slaapkamer zijn. Wat blijft er dan nog over? Een schuurtje wat op geen enkele wijze voldoet aan de bestemming verblijfsrecreatie en wat zeker niet verhuurd zal kunnen worden. Het verlagen van de percentages treft bovendien de “kleine man” wel onevenredig hard; met een percentage van 10% met veranda op 100m2 heb je niks, met 20% en een veranda op 100m2 hetzelfde. Cijfers opgesteld achter een bureau zonder na te denken over de werkelijkheid van de verblijfsrecreatie die al tientallen jaren is gedoogd
(dat is iets anders dan illegaal); vrijwel alle huisjes hebben een veranda en dat is ook noodzakelijk bij hitte of regen, het maakt onderdeel uit van de bestemming. De geest van de wet: dat zijn geen cijfers, daarbij wordt gekeken naar waarom een regel is bedacht, wat is de bedoeling ervan. Beperken, verminderen, vernederende regels opstellen voor boot- en kavel eigenaren, misleiding middels eerder vastgelegde afspraken in het coalitie-akkoord, informatie bijeenkomsten met duidelijk vastgelegde bouwpercentages, schending van het eigendoms- en gebruiksrecht; het is de rode draad door dit verhaal. De geest van de wet zit gelukkig anders in elkaar en kijkt naar wat er al die tijd is bedoeld, wat er in het hele proces allemaal is gebeurd en wat de onderlinge samenhang is. Een gezond denkend mens kan dan ook concluderen dat die particuliere kavel eigenaar op handen gedragen zou moeten worden, dat ze positief worden benaderd en in ieder opzicht worden geholpen. Je praat met ze en vraagt wat er nodig is en steunt ze financieel met de hoge kosten voor beschoeiing en onderhoud; je legaliseert in de ruimste zin wat al tientallen jaren is gedoogd; wij zijn immers de eigenaren die de natuur in stand houden, koester dat. 7. Tenslotte
Stop deze negatieve tendens, het is de wereld op zijn kop. Steun het ontwerpbestemmingsplan en kom de kavel eigenaren in ieder opzicht tegemoet. Red de juridische houdbaarheid van dit plan door amendementen A4 en A22 te verwerpen. Volg de lijn van het college, de provincie, het gelijkheidsbeginsel voor alle eigenaren die door de eigen advocaat als basis is vastgelegd, en de honderden betrokken eigenaren die dit plan ondersteunen zoals het ook ter visie is gelegd. De betrouwbaarheid van de gemeente als bestuursorgaan komt onder druk te staan. Dan verliest de gemeente bestuurlijke geloofwaardigheid, en dit heeft langetermijneffect op vertrouwen en samenwerking met burgers, provincie en rechtspraak.
Met vriendelijke groet, , iedereen.
,
en vele anderen. Hoeveel? We schatten