250430 - Technische vragen B - CDA en D66 - vragen over horeca op Zandeiland 1
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Categorie:
B
Naam indieners: Jan Rouwenhorst (CDA) en Joanne Freeve (D66) Fracties: CDA + D66 Datum van indienen: 30 april 2025 Onderwerp: Zandeiland 1 en horeca m.b.t. bestaande vergunde toestand en situatie in het Bestemmingsplan Vinkeveense plassen 2025 In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Datum beantwoording:
Inleiding Omtrent het voorliggende bestemmingsplan ‘VVP 2025 bestaat nog onduidelijkheid over de omvang van de horeca op Zandeiland 1. Het gaat in het bijzonder om de correcte weergave van zowel: ① de omvang van de huidige legale situatie qua exploitatievergunning (horeca) als ② de toekomstig vergunde situatie m.b.t. de omvang van de horeca. In januari 2025 heeft de fractie van D66 daarover inhoudelijke verduidelijkingsvragen gesteld. Toen is gemeld dat het in de huidige situatie gaat om ongeveer 250m² (excl. terras) en dat het nieuwe bestemmingsplan voorziet in gunning voor een extra 700 m² horeca, inclusief 250 m² terras. In april 2025 stelde de fractie van het CDA vragen over de omvang [restaurant + terras] van de horeca met onderscheid tussen (a) de vergunde oppervlakte volgens de vigerende horecavergunning, (b) de nu feitelijk gebruikte oppervlakte voor horeca en (c) de totale omvang van de horeca, zoals bestemd in het goed te keuren bestemmingsplan. Volgens het college is bij de uiteenzetting van het CDA uitgegaan van onjuiste gegevens. Daarom deed het college de suggestie te vragen naar een juiste weergave van feiten op basis van een door het college te verstrekken ‘factsheet’.
Dat voorstel nemen we graag aan, omdat het voor iedereen van belang is om eenduidig te weten wat de totaal toegestane omvang is én wordt van de horeca (paviljoen), terras en het uitgiftepunt voor dagrecreatie. Wilt u bij het verstrekken van het feitenoverzicht (mede) ingaan op de volgende feiten, aannames én vragen:
① De huidige (horeca) exploitatievergunning, d.d. 20 mei 2020, vermeldt 390 m², te weten: 125 m² restaurant + 265 m² terras. Is dit de feitelijke situatie op dit moment? ②
Is sindsdien sprake geweest van uitbreiding, die feitelijk niet is gebaseerd op een (na 2020 verleende) exploitatievergunning? Graag toelichten.
③
Volgens omwonenden zou de huidige omvang van de horeca ongeveer 800 m² zijn (geworden). Als dit onjuist is, wat is dan de huidige oppervlakte van de horeca, uitgesplitst in restaurant (paviljoen) en terras?
③
Indien omwonenden destijds (2023) hebben verzocht om handhaving op basis van de (toen) vigerende exploitatievergunning, hoe heeft de gemeente daarop geacteerd?
④
Wat gaat nu de totale omvang van de horecavoorziening in het nieuwe bestemmingsplan worden? a. 390 m² (reeds officieel gegund in 2020): bestaande uit restaurant + terras) 700 m² nieuw (inclusief 250 m² terras) ---------+ 1.090 m² of b. de nu fysiek aanwezige omvang (bestaande uit de in 4a aangegeven 390 m² + een (veronderstelde) oppervlakte van zo’n 400 m², die formeel niet in een horeca-exploitatie is vergund): 800 m² 700 m² nieuw (inclusief 250 m² terras) --------+ 1.500 m² of c. een andere, namelijk in totaal X m², uitgesplitst in de volgende onderdelen Y etc.
⑤ In het meest recente jaarverslag van Stichtse Groenlanden (2023) staat op pag. 19: “Op zandeiland 1 is er een uitgiftepunt/kiosk toegevoegd nabij het strand. Recreanten op het zwemstrand kunnen zo beter bediend worden. Dit is een overeenkomst met Wander Island.” (= uitbater van het paviljoen). a. Om welke overeenkomst (wanneer gesloten tussen wie) gaat het? b. Hoe past de omvang van dit genoemde uitgiftepunt in het huidige bestemmingsplan en in het voorliggende ontwerpbestemmingsplan (hoeveel m²) en waar gelokaliseerd op Zandeiland 1? ⑥
Kloppen de veronderstellingen (a. en b.) dat: a. de verantwoordelijkheid voor de functies die worden gegeven (aan of op de zandeilanden) ligt bij de gemeente en uiteindelijk bij de Raad die het concept bestemmingsplan goedkeurt; b. het Recreatieschap het bestemmingsplan niet goedkeurt, maar daaraan uitvoering geeft (met toezicht en handhaving) binnen de kaders die
vastgelegd zijn in het bestemmingsplan. c. Zo nee, wat is dan de verdeling van verantwoordelijkheden?