250416 Inspraakreactie Peter Horsselenberg
Tekst van het document
Goedenavond leden van de commissie, Mijn naam is Peter Horsselenberg eigenaar van de legakker z12 met bijbehorend 200 m2water (kadaster A4242) op watersportcentrum Proosdij. Ook bezitten wij al 20 jaar een legakker met bijhorend water 2600m2 op de Noordplas en een ligplaatsvergunning bij deze legakker voor een schip van 27 meter van april tot oktober van Recreatieschap Ronde Venen en staatbosbeheer (Sectie F, nr. 2209, Noord Plas Kopie vergunning verstuurd aan griffier. Wij hebben ons varend historisch schip Tjalk Volharding 20 jaar geleden aangeschaft als zomers reactieverblijf (april tot oktober) op onze legakker F2209 midden op de Noordplas op basis van deze verleende ligplaatsvergunning. De Tjalk is de afgelopen 8 jaar in van oktober tot april aangemeerd aan onze legakker bij Watersport centrum Proosdij . Met verbazing zie ik plots een belangrijke wijziging in het concept bestemmingsplan die ons rechtstreeks treft en in mijn ogen een belangrijke wijziging is die ons en een grote groep mensen op een willekeurige manier benadeelt. Expliciet: de bestemming van Z12 en Sectie F, nr. 2209, Noord Plas). is GL2 waardoor artikel 6 van toepassing is. Ook is artikel 22 ‘Water’ van toepassing op onze aanlegplekken. Dit lijkt in te houden dat wij niet meer aan onze eigen steiger en op ons eigen water mogen liggen.
U gaat hiermee voorbij aan het feit dat wij tegelijkertijd al 20 jaar een ligplaatsvergunning hebben van april tot oktober van Recreatieschap Ronde Venen voor onze Tjalk Volharding op Sectie F, nr.2208 en 2209, Noord Plas. Ook gaat u voorbij aan het feit dat z12 met bijbehorend 200 m2water (kadaster A4242) in ons eigendom is en ook gekocht is met een ligplaats voor een schip. Dit ontwerp bestemmingsplan veroorzaakt schade aan ons eigendom en beperkt ons in ons recreëren. Mijn vragen/ opmerkingen aan u zijn de volgende: Ik kan uw inhoudelijke motivatie nergens teruglezen, die rechtvaardigt dat u plots deze grote beleidswijziging in de eindfase van een beleidsontwerp maakt zonder mogelijkheid van het indienen van zienswijzen. Ook lijken de wijzigingen in het ontwerpbestemmingsplan speciaal gericht te zijn op het weren van een specifieke groep gebruikers van de Vinkeveense plassen die juist geen overlast of recreatiedruk veroorzaken. De wijzigingen in het beleidsontwerp treffen ons ook in het bijzonder omdat u voorbijgaat aan het feit dat wij een bestaande ligplaatsvergunning hebben voor ons historisch vaartuig en dat de aanlegplekken ons eigendom zijn en u daarmee ons in het gebruik van ons eigendom beperkt en ons schade berokkend. Ik ga hier kort op in. Beginselen Behoorlijk Bestuur De beginselen van behoorlijk bestuur gelden ook voor beleidsontwerp. Het feit
dat u zich plots (na alle inspraakrondes) richt op het weren van vaartuigen met een bootlengte boven de 8 meter en de belemmerende eisen voor eigenaren die daaraan gekoppeld worden lijkt nu willekeurig. Ook treft uw last minute beleidswijziging met name een speciale groep gebruikers van de Vinkeveense Plassen (eigenaren van grotere klassieke schepen (waaronder ook wij vallen)). Dat komt niet als rechtvaardig over. Het gelijkheidsbeginsel kan hier ook aan gekoppeld worden omdat een speciale groep gebruikers wordt verantwoordelijk wordt gemaakt voor natuurcompensatie voor een ander gebied te, weten GL3, dan waar hun ligplaats is GL2. Het criterium bootlengte >8 meter is geen valide parameter voor compensatiemaatregelen. De grotere schepen hebben juist vaak vuilwatertanks en een aansluiting op de riolering bij hun thuishaven. U motiveert ook nergens waarom u deze criteria en deze groep recreanten selecteert voor beperkende maatregelen en of dit op basis van onderzoek is gebeurd. U laat namelijk nu een specifieke groep gebruikers opdraaien voor iets waar zij nooit bij betrokken of verantwoordelijk voor zijn geweest. Het feit dat er een last minute grote beleidswijziging plaatsvindt in een ontwerpbestemmingsplan gaat in tegen het zorgvuldigheidsprincipe. Natuurcompensatie: Ik wil u in herinnering brengen dat wij tegen hoge persoonlijke kosten juist bijdragen aan natuurbehoud.
Wij hebben de legakkers gekocht toen deze in een slechte staat verkeerden en hebben veel tijd en geld gestoken in herstel daarvan (legakkers beschoeien, riolering aanleggen, beplanten met inheemse planten en onderhouden) en krijgen nu in ruil daarvoor op een willekeurige manier een beperking van het gebruik van ons eigendom. Al met al lijkt bovenstaande een zodanige ingrijpende wijziging van het concept bestemmingsplan, dat dit de vraag oproept is of sprake is van een wezenlijk ander plan. Gezien de impact op een groep gebruikers van de Vinkeveense plassen zoals geschetst in het bovenstaande en door alle wijzigingen is een door mij geraadpleegde jurist van mening dat dit een wezenlijk ander plan is. Ondanks het bovenstaande wil ik tegelijkertijd ook opmerken dat VVD en D66 in ieder durven te benoemen in de afgelopen raadsvergadering dat hiermee de gemeente zijn maatschappelijk draagvlak op het spel zet en dat zij hun politieke verantwoording lijken te nemen bij het kijken naar hoe deze weeffouten gerepareerd kunnen worden op een manier die recht doet aan de getroffenen.