250416 Inspraakreactie Nienke vd Veen (namens Ria v Wees en Jaimy Omlo)
Tekst van het document
Geachte raadsleden en andere aanwezigen. Bedankt voor de spreektijd. Ik ben Nienke vd Veen, ik spreek namens Ria v Wees en haar kleinzoon Jaimy Omlo(mijn partner). Ria v Wees komt al zeker 40 jaar op Vinkeveen, tot 3 jaar geleden samen met Ben v Wees. Met dezelfde boot. Zij huren al die tijd al een stukje legakker bij Proostdij. De boot ligt daar dus al ruim 40 jaar zomer en winter. Zomers verbleven Ben en Ria v Wees daar de hele zomer. Ze overnachten daar dus al 40 jaar ‘s nachts op de boot in de zomer. 9 jaar geleden kreeg Ria een beroerte waardoor zij eenzijdig verlamd geraakt is, waardoor aan boord komen van de boot niet meer een optie was. Daaropvolgend is er een blokhut gebouwd, zodat zij en Ben nog steeds van de pracht van Vinkeveen konden genieten. Er is, vanuit proostdij, zelfs stroomvoorziening aangebracht voor het laden van haar scootmobiel. 3 jaar geleden is Ben van Wees overleden en de gezondheid van Ria gaat nog steeds achteruit. Alleen kan zij niet langer op de legakker in Vinkeveen verblijven. Haar kleinzoon en ik mantelzorgen nu de weekenden in de zomer, zodat zij kan blijven genieten van het mooie Vinkeveen. Er liggen daar enorm veel mooie herinneringen met haar overleden echtgenoot en ook met haar kleinzoon, die al sinds jaar en dag bij hen op de legakker verblijft in de zomer. Eerst in een tentje, en nu op de boot van zijn opa en oma.
Ria slaapt dus in de blokhut en wij slapen op de boot. Ik begrijp uit de inspraken gister en de reacties daarop, dat dit blijkbaar nooit toegestaan geweest is. Wij snappen niet waarom dat dan wel altijd gekund heeft, zonder dat daarop gehandhaafd wordt. Valt dit niet na 40 jaar onder gewoonterecht? Er is nu al een tekort aan betaalbare winterstalling, laat staan als al de boten die winters blijven liggen ook een plek moeten vinden. Daarbij zorgt dit voor een enorme verplaatsing van boten met verbrandingsmotoren, wat volgens mij geen pluspunt voor de natuur van de Vinkeveense plassen kan zijn. Voor Ria zou het het einde van Vinkeveen betekenen als doorgevoerd zou worden dat er een of/of regeling zou komen. Dus zoals er besproken wordt of op de boot of in een blokhut slapen. Zo ook als de boot winters weg zou moeten. Het is dan namelijk voor haar niet langer betaalbaar om de boot te behouden. Wij dragen al zoveel als wij kunnen bij aan het onderhouden van de boot en de kosten van de legakker en het onderhoud daarvan. Als wij niet op de boot kunnen slapen terwijl zij in de blokhut overnacht, kan zij geen gebruik meer maken van de legakker. Bedankt voor uw aandacht.