250416 inspraakreactie Klaas Bolt n.a.v. afwijzing coulanceregeling door college
Tekst van het document
Geachte leden van de gemeenteraad. Dank voor de mogelijkheid tot inspraak. Ik wil u aandacht vragen voor de, naar mijn mening onjuiste, wijze waarop de gemeente het oppervlak van mijn legakker (Achterbos 6 F1228, lengte 165m, zie foto 1) heeft vastgesteld; het blijkt nu te klein om in aanmerking te komen voor de coulanceregeling (kleiner dan 1500m2). Tijdens mijn inspraakreactie op 23 januari 2025 heb ik dit al ter sprake gebracht; reactie college: “We hebben uw kavel nauwkeurig nagemeten en komen niet verder dan 1300m2. Dat is te weinig om in aanmerking te komen voor de coulanceregeling.” Voorafgaande aan die inspraakreactie had ik het oppervlak al handmatig zelf opgemeten en kwam op een oppervlak van 1330m2 uit, waarbij ik het reeds opgetreden verlies aan oppervlak door afkalving, het onderwater liggende deel, niet heb meegerekend en zo het lijkt, en dat is belangrijk, ook het college niet (die kwamen op 1300m2), terwijl van aanzienlijke afkalving duidelijk wel sprake is (zie foto’s 2 t/m 5). Hoe is het toch mogelijk dat het college maar tot 1300m2 komt en het afgekalfde oppervlak niet meerekent? Volgens de heer Schutte heeft het college het oppervlak van mijn legakker berekend aan de hand van de verbeelding, een kaart behorend bij het bestemmingsplan, (zie foto 6).
Die kaart geeft volgens hem de afmetingen van de legakker weer, hetgeen weer als basis dient voor de bouwmogelijkheden. Die kaart is een momentopname uit 2018. Daar ook het college net als ik rond de 1300m2 uitkomt, lijkt het erop dat het afgekalfde oppervlak, dat wat onder water ligt, buiten beschouwing wordt gelaten op deze kaart en buiten de aangegeven grenzen van mijn legakker valt, waardoor het niet meegerekend wordt bij bepaling van het werkelijke oppervlak van mijn legakker. Deze kaart geeft aldus een onderwaardering van het werkelijke oppervlak aan, hetgeen gisteravond ook al werd gesuggereerd door de heer van Rijn in zijn betoog. Berekening van het werkelijke oppervlak van mijn legakker aan de hand van deze kaart, de verbeelding, schiet aldus te kort, letterlijk en figuurlijk en dient m.i. aangepast dan wel vervangen te worden. Het afgekalfde oppervlak dient m.i. nl. wel meegerekend worden. Ook omdat men het recht heeft verlies aan oppervlak door afkalving te herstellen; o.a. bij plaatsing van beschoeiing. Aanvullend. In 2019 hebben de oostelijke buren van mijn legakker beschoeiing rondom hun legakker aan laten leggen. In eerste instantie betrof de breedte van de legakker ca. 2 meter (zie foto 7); na plaatsing van de beschoeiing ca 6 meter (zie foto 8), waarbij ik er vanuit ga dat het rechtmatig gebeurd is.
Beiderzijds is er 2 meter bijgekomen en als ik dat naar mijn legakker vertaal dan neemt het oppervlak snel toe tot boven de 1500m2; bij 0,6 meter verlies aan oppervlak door afkalving beiderzijds van mij legakker bereik je die 1500m2 al en ik denk dat daarvan minimaal wel sprake is.
Ik verzoek de raad het college hierop te bevragen en op een juiste en nauwkeurige manier het werkelijke oppervlak van mijn legakker te laten bepalen, dus inclusief dat deel van het oppervlak wat door afkalving onder water ligt. Eventueel op locatie m.b.v. de fysieke prikstok methode, waarmee kan worden bepaald waar de veensteker ooit stopte en de ware breedte van de legakker duidelijk wordt. Zeer waarschijnlijk valt het werkelijke oppervlak dan binnen de coulanceregeling, mocht die dan nog niet vervallen zijn. Ik dank u voor uw aandacht. Met vriendelijke groet, Klaas Bolt