250415 Inspraakreactie Jeroen Janssen
Tekst van het document
Aan: het College van Burgemeester en Wethouders van De Ronde Venen Betreft: Reactie op het voornemen tot zonering en bouwbeperkingen op de Vinkeveense Plassen Geacht College, Met deze brief wil ik mijn ernstige zorgen uiten over de voorgestelde bebouwingszones op de Vinkeveense Plassen, en in het bijzonder over de rechtsongelijkheid die ontstaat voor eigenaren van huisjes in Zone 3. Daarnaast wil ik aandacht vragen voor de disproportionele lasten die wij als eilandgebruikers dragen voor het behoud van dit bijzondere gebied. Hoewel ik zelf de brief van 2 september 1993 niet rechtstreeks heb ontvangen – waarin staat dat de bestaande huisjes mogen blijven totdat het college een besluit neemt over geplaatste schuurtjes op de akkers – ben ik hier destijds wel van op de hoogte gebracht door andere betrokkenen. Ook heb ik een kopie van de brief in bezit. Via deze weg maak ik dan ook graag gebruik van de gelegenheid om mijn reactie te geven. 1. Onevenwichtige zoneverdeling en rechtsongelijkheid Volgens het huidige voorstel gelden de volgende maximale bebouwingspercentages:
Zone 1: 25% Zone 2: 20% Zone 3: 15% (grenzend aan natuurgebied De Botshol)
Hoewel deze indeling beoogt natuur en recreatie te beschermen, leidt zij tot een ongelijke behandeling. Eigenaren in Zone 3 – waaronder ik – worden geconfronteerd met strengere regels, terwijl wij doorgaans méér investeren in onderhoud en ecologisch beheer van het gebied doordat in de zone 3 meer eilanden zijn dan legakkers. Eilandpercelen, zoals in Zone 3, vergen namelijk meer meters beschoeiing, en liggen vaak in diepere wateren. Terwijl wij dus minder mogen, hebben we structureel hogere kosten. 2. Disproportionele lasten voor eilandeigenaren Ons eiland ligt in open watergebied met een sterke invloed van de zuidzuidwestenwind. Dit dwingt ons tot extra maatregelen tegen stormschade en golfslag. De aanleg van een speciale steiger als golfbreker is daar een voorbeeld van. Deze voorkomt niet alleen schade aan het eiland maar beschermt ook de oever tegen afkalving, waarmee ook natuurverlies wordt voorkomen. Daarnaast moeten wij binnenkort onze beschoeiing vervangen. Volgens gemeentelijke richtlijnen dient dit met specifieke, duurzame materialen te gebeuren. De geraamde kosten bedragen circa €120.000 – , een fors
bedrag voor een klein eiland. Een natuurvriendelijke oever is vanwege de ligging geen optie. Wij dragen deze kosten volledig zelf, terwijl deze direct bijdragen aan de doelen die de gemeente stelt: behoud van het landschap, natuurwaarde en veiligheid. 3. Zone 3: Het best onderhouden gebied Volgens een onafhankelijk onderzoek (in opdracht van de gemeente De Ronde Venen) is juist Zone 3 het best onderhouden gebied van de Vinkeveense Plassen. Eilandeneigenaren in deze zone nemen al decennia verantwoordelijkheid voor onderhoud, herstel en ecologisch beheer. Deze inzet wordt nu beantwoord met striktere beperkingen – wat voelt als een bestraffing van goed gedrag en ontmoedigend werkt voor particuliere natuurzorg. 4. Juridische en ethische bezwaren
Gelijkheidsbeginsel: Het is niet uit te leggen dat eigenaren in Zone 3, die méér bijdragen aan natuurbehoud, onder strengere regels vallen dan andere zones. Vertrouwensbeginsel: Gedurende ruim 30 jaar heeft de gemeente een gedoogbeleid gevoerd, met schriftelijke bevestiging dat bestaande bebouwing mocht blijven. Nu zonder overgangsmaatregelen afwijken is niet redelijk. Verjaring: De bestaande bebouwing bestaat al tientallen jaren met stilzwijgende toestemming. Juridisch en moreel is het niet houdbaar om nu alsnog handhavend op te treden zonder erkenning van inzet en investeringen.
5. Beperking landeigenaren versus externe verstoringen Hoewel Zone 3 onder het mom van natuurbehoud streng wordt gereguleerd, blijven grote bronnen van daadwerkelijke verstoring buiten schot: waaronder motorclubs op de Botsholse dijk, mensen die vanaf werkschuur Botshol het gebied kunnen betreden en schepen die voor anker liggen.
Recreatie vindt vooral plaats in de maanden mei t/m augustus, afhankelijk van het weer – daarbuiten is Grote boten liggen met regelmaat voor anker in Zone 3, met veel grotere impact op natuurwaarde dan de kleine, met groen omringde huisjes. Zone 3 is bovendien de minst drukke zone van het gebied, met de minste recreatieve belasting in de maanden mei t/m augustus.
Wat is dan de milieuwinst van een verlaging van het bebouwingspercentage van 20% naar 15%, als grotere invloeden ongereguleerd blijven? 6. Investeringen versus minimale rechten Ruim 25 jaar geleden investeerden wij €25.000 om een deel van het weggespoelde eiland op ecologisch verantwoorde wijze te herstellen. Inmiddels zijn we genoodzaakt om wederom te investeren – ditmaal €120.000 – in nieuwe beschoeiing en stormbescherming, conform gemeentelijke eisen. Daartegenover staat een maximum bebouwingsoppervlak van slechts 15%. Deze verhouding tussen investering en gebruiksrecht is scheef, demotiverend en onredelijk tegenover degenen die juist bijdragen aan het behoud van de plassen. 7. Bestemmingsplan en nadeelcompensatie De vaststelling van het bestemmingsplan triggert nadeelcompensatie, met name voor bewoners van Zones 2 en 3. Door de bebouwingsrechten in Zone 3 te beperken tot 15% – lager dan andere zones – ontstaat een waardeverlies dat recht geeft op compensatie. Dit is een belangrijk juridisch gevolg dat meegewogen moet worden. Oplossingsrichting: Indien voor alle zones een gelijke norm van 20% zou gelden, dan blijven de totale bebouwingsoppervlaktes binnen het toegestane bouwoppervlak van het gebied, en ontstaat er géén juridische ongelijkheid.
Dit is niet alleen rechtvaardig, maar ook een inhoudelijke tegemoetkoming aan de zorgen van natuurorganisaties zoals de Stichting Natuurvrienden Vinkeveense Plassen. Via een uniforme 20%-norm kan bovendien méér worden bereikt: een evenwichtige verdeling van bouwmogelijkheden én effectieve natuurcompensatie binnen het plangebied zelf. 8. Oproep Ik verzoek u dringend om:
Een gelijke behandeling van bewoners in Zone 3 door een uniforme 20%-norm toe te passen; Respect voor bestaande bebouwing, voortgekomen uit het gedoogbeleid; Een eerlijk overgangsbeleid, waarin langdurige investeringen en ecologisch beheer worden erkend; Meeweging van extra lasten en risico’s van eilandgebruik (wind, onderhoud, stormschade); Het voorkomen van onnodige juridische procedures en claims door ongelijke behandeling of waardeverlies.
De Vinkeveense Plassen verdienen bescherming – maar niet ten koste van degenen die ze al jarenlang vrijwillig onderhouden en verdedigen tegen verval. Ik vertrouw erop dat uw College in deze beleidsvorming oog houdt voor redelijkheid, gelijkheid en de inzet van betrokken bewoners. Met vriendelijke groet, Jeroen Janssen Jolanda Janssen [F1535] [14-4-25]