250414 Inspraakreactie P. van den Berg (en R. Hendriks) - mondelinge toelichting
Tekst van het document
Geachte voorzitter, geachte raadsleden. Namens de families Van den Berg en Van der Hoeven, eigenaren van een legakker in het deel “Groen - Legakker 2”, willen wij het volgende aan u voorleggen. Onze opmerkingen en vragen betreffen 2 onderwerpen: 1. De verkaveling van onze legakker; 2. Het toegestane oppervlak van steigers. T.a.v. punt 1: de verkaveling. Er is een zienswijze (nr. 141) ingebracht m.b.t. hetgeen hierover in het Ontwerpbestemmingsplan is opgenomen. Kortweg gezegd: wij zijn het niet eens met het gegeven dat de gemeente het perceel wat in eigendom is, als 1 kavel beschouwt. Een onderbouwing dat wij vinden dat het als 2 kavels beschouwd moet worden, is in onze zienswijze aangegeven. Tevens is separaat daaraan een uitgebreidere motivatie van onze zienswijze per brief aan de wethouder op 21 maart jl. toegezonden en vorige week aan de gemeenteraad. Ik ga niet verder in op hetgeen in deze brief is vermeld. Wel willen wij opmerkingen plaatsen t.a.v. de gevolgde “procedure” van de gemeente m.b.t. de verkavelingskaart. Op de 1e plaats: het gebruik van luchtfoto’s. Wij vinden het zeer merkwaardig dat de gemeente sec afgaat op luchtfoto’s bij het bepalen van de verkaveling. Beide families hebben na de aankoop van de legakker in 2021 om persoonlijke, familiaire redenen bewust gekozen om tussen hun eigendommen geen afscheiding te maken.
Ze hebben hiermee gewacht in verband met hetgeen zou worden opgenomen in het bestemmingsplan m.b.t. de verkaveling, de bebouwingsmogelijkheden, etc. Door sec af te gaan op fysieke afscheidingen op luchtfoto’s gaat men in bepaalde gevallen (zoals in dit geval) helemaal voorbij aan de eigendomssituatie, zoals ook vastgelegd bij het kadaster. De vraag rijst dan: als men voor april 2023 een afscheiding (in welke vorm dan ook) had aangebracht, waren dan de percelen als 2 kavels opgenomen? Zo ja, dan geeft dit toch wel een wrange smaak. Op de 2e plaats: communicatie vanuit de gemeente naar de eigenaren. De gemeente heeft tijdens een andere procedure toegegeven de ijkdatum van april 2023 bewust niet gecommuniceerd te hebben (in ieder geval niet naar de eigenaren van de legakkers). Dit om te voorkomen dat er nog meer “splitsingen” gehonoreerd zouden moeten worden. Dit is op zijn zachts gezegd een nogal achterdochtige houding van de gemeente. En dit is zeker geen blijk van een transparante overheid. Op de 3e plaats: de coulanceregeling. Wij kunnen deze regeling niet vinden. We hebben gezocht op Internet, maar helaas. Het lijkt er op dat de coulanceregeling een “beleidsregel” is, in ieder geval de gecommuniceerde uitgangspunten van deze regeling duiden hier op.
Indien dit zo is, dan rijst de vraag of de gemeente de formele Awb-procedure heeft gevolgd voor het vaststellen van de beleidsregels. Indien dat niet is gebeurd: waarom niet?
Dit wat betreft ons 1e onderwerp, de verkaveling. Het 2e punt wat wij willen benoemen is het oppervlak van de steigers, bebouwing, ed. Wij zien in het bestemmingsplan heel veel detailvoorschriften. Wij zouden graag meer flexibiliteit zien in oppervlak steigers, bebouwing, e.d. Door zoveel detail (middel)voorschriften op te nemen, ontstaat een zeer star geheel van voorschriften en voorwaarden. Dit doet o.i. ook absoluut geen recht aan hetgeen bijvoorbeeld de Omgevingswet (Omgevingsplan) wil. Het lijkt een plan uit de jaren 80 of 90 van de vorige eeuw en niet uit de huidige tijd. Helaas lijkt nu het tijdstip al gepasseerd om de doelen scherper in beeld te brengen, en de voorwaarden om die doelen te bereiken goed te verwoorden, zonder te verzanden in veel detailregeltjes. Wellicht kan er toch nog eens gekeken worden enige flexibiliteit in de regels. Tot slot de volgende opmerking. In het ontwerpbestemmingsplan was in artikel 33.3 een afwijkingsmogelijkheid vermeld voor de maximale maatvoering van steigers. Deze afwijkingsmogelijkheid is niet meer in het bestemmingsplan opgenomen. Wij hebben nergens kunnen ontdekken wat de reden hiervan is. Ook niet in Bijlage 20, nota zienswijzen. Wellicht zien wij iets over het hoofd? Indien de gemeente bewust deze “ambtelijke wijziging” niet benoemt, is dit uitermate zorgelijk. Wij hopen dat e.e.a.
kan leiden tot op onderdelen aanpassing van het bestemmingsplan.
Namens de families Van den Berg en Van der Hoeven,
R. Hendriks