CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

250404 Beantwoording technische vragen - PvdAGL - Voorkeursscenario toekomst afvalbrengstations

Gemeenteraad 12 mei 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Voorkeursscenario toekomst afvalbrengstations1.954 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

Categorie:

A/B/ C (Doorhalen wat niet van toepassing is)

Naam indiener: Pieter Kroon Fractie: PvdA/GroenLinks Datum van indienen: 1 april 2025 Onderwerp: Voorkeursscenario toekomst afvalbrengstations In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Maarten van der Greft Datum beantwoording: 04-04-2025 Inleiding n.v.t. Vragen 1. Het college stelt scenario 1 als voorkeursscenario voor. Scenario 2 gaat meer richting een circulair ambachtscentrum, met uitzondering van educatie en een lichtere of geen inzet op circulair ondernemerschap. Wat zou het effect zijn op de kosten en de afvalstoffenheffing, als er voor scenario 1 gekozen zou worden, waarbij alleen de Kringkoop toegevoegd wordt op een locatie waarop dat te combineren is? Antwoord vraag 1: Scenario 2 onderscheidt zich van scenario 1 door de aanwezigheid van een kringloopwinkel en faciliteiten voor inname, demontage, sortering en reparatie van herbruikbare goederen. Het achterwege laten van deze faciliteiten betekent circa € 150.000 minder beheerkosten (met name personeelskosten). Dit zou een besparing op de afvalstoffenheffing van ongeveer € 7,50. Wij willen daarbij meegeven dat juist ook de demontage en reparatiemogelijkheden de synergie van een kringloopwinkel en afvalbrengstation mogelijk maken. Wanneer de wens bestaat meer in te zetten op circulariteit, is het te overwegen om deze faciliteiten toe te voegen en de verkoop op een andere locatie te laten.

Een afvalbrengstation in combinatie met een Kringloopwinkel (minimaal 4000 m²) is niet mogelijk op de locatie aan de Ringdijk in Wilnis. (zie ook vraag 4)

2. Bij scenario’s met een koppeling met Kringkoop wordt dit als potentieel risico geschetst. Is Kringkoop een zelfstandige stichting? Hoe groot is het risico dat Kringkoop op termijn weg zou kunnen vallen en welke invloed heeft de gemeente daarop? Antwoord vraag 2: Kringkoop is een zelfstandige stichting, die een subsidierelatie heeft met de gemeente. In de afgelopen jaren heeft Kringkoop het financieel lastig gehad. In scenario 2 (en 3) investeert de gemeente in de fysieke kringlooplocatie. Dat brengt het risico met zich mee dat de Kringkoop of een andere kringlooporganisatie de activiteiten beëindigt of zelfs volledig ophoudt te bestaan. In dat geval zijn er geen huurinkomsten meer en is het onduidelijk of opnieuw invulling voor de locatie kan worden gevonden. 3. In aanvulling hierop: is of kan vooraf geen due diligence onderzoek gedaan worden naar de kringlooporganisatie en/of een verplichting tot langjarige samenwerking opgelegd worden, waarmee het risico maximaal verkleind wordt? Antwoord vraag 3: Nee, dit is (nog) niet gedaan. Het rapport van IPR Normag betreft een verkennend onderzoek op basis van beschikbare onderzoeken en gegevens en deskundigenoordeel. Specifieke onderzoeken zijn onderdeel van de volgende fase. Een eventueel due dillegence onderzoek kan daar onderdeel van uitmaken als het gekozen voorkeursscenario daar aanleiding toe geeft. 4.

Dat scenario 1 als voorkeursscenario uit het onderzoek komt, is mede het gevolg van het nog onvoldoende uitontwikkeld zijn van een circulair verdienmodel. De verwachting is echter dat dat gedurende de levensduur van dit nieuwe afvalbrengstation zal veranderen. Biedt het kiezen voor scenario 1 op de voorgestelde locatie de mogelijkheid om op termijn door te groeien naar bijvoorbeeld scenario 2? Zo nee, wat is er nodig om dit wel mogelijk te maken? Antwoord vraag 4: We willen vooropstellen dat scenario 1 een realistisch circulair ambitieniveau heeft, een flinke verbetering ten opzichte van de huidige situatie, die goed past bij onze gemeente. Er wordt ingezet op hoogwaardig recyclen, en zoveel mogelijk ingeleverde spullen en materialen worden aangeboden aan kringloopwinkels en andere maatschappelijke organisaties die deze kunnen hergebruiken. Binnen dit scenario zijn er nog extra stappen mogelijk wanneer een circulair ondernemersnetwerk tot stand komt. Dat circulair ondernemersnetwerk is er (nog) niet, daardoor is het de komende tijd ook niet realistisch om naar scenario 2 toe te groeien. Ondernemers geven zelf ook aan hier momenteel weinig behoefte aan te hebben en er is al een tekort aan ruimte. We hebben een grote kringloopwinkel binnen onze gemeente die, door middel van afstemming, prima de spullen kan ophalen. De afstanden zijn kort.

Dit vergt iets meer logistiek en afstemming. Als wordt gekeken naar ruimtegebruik is het niet waarschijnlijk dat een volledig scenario 2 op de locatie aan de Ringdijk in Wilnis kan worden gerealiseerd. Er is op

deze locatie wel enige ruimte om extra voorzieningen toe te voegen, maar met name een kringloopwinkel vraagt veel ruimte (minimaal 4000 m²). Op basis van de scenariokeuze en eventuele aanvullende (onderzoeks)wensen van de gemeenteraad, kan in de volgende stap worden onderzocht wat er wel en niet mogelijk is op de voorgestelde locatie of dat een andere locatie moet worden gezocht. 5. In aanvulling hierop: er is een prognose gemaakt van de kosten voor de verschillende scenario’s. Hierin is naar wij begrijpen niet meegenomen dat de prijs voor verwerking van reststromen de komende jaren stijgt en opbrengst van gescheiden stromen toeneemt. Dat geeft mogelijk een onjuist beeld van het te verwachten effect op de afvalstoffenheffing gedurende de levensduur van de investering. Dit kan alternatieve scenario’s, genomen over de levensduur, immers aantrekkelijker maken. Is hier een indicatie van te geven? Antwoord vraag 5: De ontwikkeling van grondstoffenopbrengsten is heel onzeker. Mogelijk zijn er stromen die gaan renderen, maar het kan ook dat er stromen geen opbrengsten genereren of juist kosten met zich meebrengen. Het is dan ook niet mogelijk om een enigszins betrouwbare indicatie van de ontwikkeling van opbrengsten, voor een langere termijn, te geven. Daarom zijn deze nu niet meegenomen in de scenariovergelijking. De vermeden verwerkingskosten zijn wel meegenomen.

De verbranding van de stroom restafval brengt extra kosten met zich mee. In scenario’s 2 en 3 is bij de vergelijking uitgegaan van een hoger scheidingspercentage en dus lagere verwerkingskosten dan in scenario 1. 6. In zowel scenario 1 als 2 wordt het aantal mogelijk in te leveren afvalstromen in Abcoude beperkt. Om welke niet meer in te zamelen afvalstromen gaat het? In hoeverre wordt er nu gebruik gemaakt van het afvalbrengstation Abcoude voor inlevering van deze stromen? Antwoord vraag 6: De keuzes voor specifieke afvalstromen zijn nog niet gemaakt. De gedachte is om enkele minder courante stromen niet meer in te zamelen in Abcoude om daarmee de ruimte te creëren om het terrein veiliger en vriendelijker in te richten. In het vervolg wordt onderzocht welke stromen dit zouden kunnen zijn. Deze keuzes moeten ook eenvoudig uit te leggen zijn, zodat inwoners weten waar ze voor welke stroom moeten zijn. 7. De bereikbaarheid per auto van de afvalbrengstations is goed. Welke mogelijkheden zijn er voor inwoners zonder auto om hun afval in te leveren? Uit de enquête blijkt dat dat voor sommige inwoners een reden is om geen afval naar het afvalbrengstation te brengen. Antwoord vraag 7: In de praktijk blijkt dat inwoners zonder auto afval van geringe omvang met de fiets brengen of voor grotere hoeveelheden/afmetingen iemand met een auto uit hun

netwerk vragen. Wie niet in staat is om grof afval naar het afvalbrengstation te brengen, kan het tegen betaling laten ophalen. Daarvoor gelden wel regels over hoeveel per week mag worden aangeboden. Inwoners met een kwijtschelding van gemeentelijke belastingen hoeven (tot een bepaald maximum) niet te betalen. 8. Op pagina 5 van het raadsvoorstel lezen we dat omgevingsfactoren, zoals ontsluiting en milieuaspecten, nog in kaart gebracht moeten worden. Zijn deze aspecten helemaal niet meegewogen in de beoordelingscriteria om te komen tot de voorgestelde locatie(s)? Antwoord vraag 8: Nee, in het onderzoek van IPR Normag staat de scenariovergelijking (los van locaties) centraal. In de startnotitie is daarnaast gevraagd potentieel geschikte locaties in beeld te brengen. Voor elk scenario is aangegeven of dit op basis van de benodigde oppervlakte op de locaties zou passen. Bij de locaties zijn wel enkele relevante kenmerken benoemd, maar ze zijn niet onderling vergeleken. In de scenario’s zijn ‘standaard’ kosten voor de locatie meegenomen, zoals grondkosten op basis van een prijs van € 220/m² en kosten voor het bouwrijp maken. In het vervolg kan locatie-specifiek worden onderzocht met welke kosten rekening moet worden gehouden. Dit kan hoger uitvallen (bijvoorbeeld omdat infrastructuur aanpassing behoeft), maar ook lager (bv. doordat grondkosten lager uitvallen). 9.

Met de voorgestelde keuze voor scenario 1 doen we als gemeente minder aan onze circulaire ambities dan in de overige scenario’s. Dat terwijl we ook stellen ons aan te sluiten bij landelijke afspraken, en ons in te zetten voor een klimaatneutrale en circulaire gemeente in 2050. Kan inzichtelijk gemaakt worden in hoeverre de drie scenario’s het bereiken van de doelstelling van een klimaatneutrale en circulaire gemeente in 2050 mogelijk maken? En in hoeverre sluit dit aan bij de gemeentelijke doelstellingen en de Europese- en Rijks wet- en regelgeving die gedurende de levensduur van dit brengstation verwacht wordt? Antwoord vraag 9: Scenario 1 legt de basis voor hoogwaardige recycling en hergebruik, Scenario 2 voegt waarde toe door demontage en reparatie, en Scenario 3 gaat verder door educatie en samenwerking met lokale bedrijven te integreren. De drie scenario’s sluit aan bij Gemeentelijke Doelstellingen en Europese- en Rijkswetgeving:  Gemeentelijke Doelstellingen: Alle drie de scenario's ondersteunen de gemeentelijke ambitie om in 2050 onderdeel te zijn van een circulaire samenleving door middel van het verbeteren van de leveringszekerheid van producten, componenten en materialen. De scenario’s focussen zich namelijk op recycling, hergebruik, en samenwerking met lokale bedrijven en maatschappelijke partners.

Een ambitieuzer scenario (2 of 3) kan een grotere bijdrage leveren aan de gestelde doelstelling, maar dit blijft grotendeels afhankelijk van in hoeverre inwoners en ondernemers hier daadwerkelijk gebruik van maken. Ook hoeft integratie van bepaalde circulaire functies in het afvalbrengstation niet altijd de meest effectieve oplossing te zijn. (zie ook toelichting op vraag 4)

Europese- en Rijkswetgeving: De scenario's zijn in lijn met de huidige Europese Green Deal en de Rijksdoelstellingen voor een circulaire economie, die streven naar vermindering van afval. Over ontwikkelingen gedurende de hele levensduur van het afvalbrengstation is nog geen uitspraak te doen. Deze levensduur is tientallen jaren en de (inter)nationale ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid zijn momenteel erg onvoorspelbaar. 10.Op pagina 10 van de enquête lezen we dat jongere leeftijdsgroepen onder gerepresenteerd zijn in de uitkomsten van de enquête. Is hiervoor gecorrigeerd in de resultaten van de enquête om de representativiteit te borgen?

Antwoord vraag 10: De uitkomsten zijn niet gecorrigeerd voor de iets lagere deelname door jongeren. Het inwonerspanel bestaat uit 1.482 panelleden. Het panel is zorgvuldig en op uitnodiging samengesteld. Daarbij is rekening gehouden met spreiding over kernen, geslacht en leeftijd. Onderzoek met het inwonerspanel geeft daardoor een representatief beeld van de mening van onze inwoners. De respons van de vragenlijst over de afvalbrengstations was 54% wat bij een digitale vragenlijst2 hoog is. Corrigeren voor deze specifieke groep is eigenlijk niet mogelijk, omdat je dan de antwoorden van een beperkt aantal respondenten van toepassing verklaard op de hele groep. Terwijl er een reden kan zijn dat juist deze groep minder gereageerd heeft. We hebben wel gekeken naar de antwoorden die de jongeren die wel gereageerd hebben, gegeven hebben. Hieronder enkele uitspraken hierover. Daarbij is het belangrijk op te merken dat de verschillen met andere leeftijdsgroepen klein zijn.

 De jongeren bezoeken de afvalbrengstations minder vaak, daarbij geven zij vaker als reden: geen grof afval;  De waardering/tevredenheid van jongeren is lager; Dit geldt vrijwel over de hele breedte (uitstraling, wachttijd, etc.);  Jongeren zijn iets meer bereid extra te betalen voor meer gemak en hechten iets meer belang aan een goede plek om herbruikbare goederen in te leveren;  Als het gaat om zichtbaarheid van reparatie van goederen of de bereidheid om meer te betalen voor een meer circulair ABS, antwoorden de jongeren vergelijkbaar met de andere leeftijdscategorieën.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15381130/2