250401 Technische vragen - PvdAGL - Voorkeursscenario toekomst afvalbrengstations
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Naam indiener: Pieter Kroon Fractie: PvdA/GroenLinks Datum van indienen: 1 april 2025 Onderwerp: Voorkeursscenario toekomst afvalbrengstations
In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Datum beantwoording: Inleiding n.v.t. Vragen 1. Het college stelt scenario 1 als voorkeursscenario voor. Scenario 2 gaat meer richting een circulair ambachtscentrum, met uitzondering van educatie en een lichtere of geen inzet op circulair ondernemerschap. Wat zou het effect zijn op de kosten en de afvalstoffenheffing, als er voor scenario 1 gekozen zou worden, waarbij alleen de Kringkoop toegevoegd wordt op een locatie waarop dat te combineren is? 2. Bij scenario’s met een koppeling met Kringkoop wordt dit als potentieel risico geschetst. Is Kringkoop een zelfstandige stichting? Hoe groot is het risico dat Kringkoop op termijn weg zou kunnen vallen en welke invloed heeft de gemeente daarop? 3. In aanvulling hierop: is of kan vooraf geen due diligence onderzoek gedaan worden naar de kringlooporganisatie en/of een verplichting tot langjarige samenwerking opgelegd worden, waarmee het risico maximaal verkleind wordt? 4. Dat scenario 1 als voorkeursscenario uit het onderzoek komt, is mede het gevolg van het nog onvoldoende uitontwikkeld zijn van een circulair
verdienmodel. De verwachting is echter dat dat gedurende de levensduur van dit nieuwe afvalbrengstation zal veranderen. Biedt het kiezen voor scenario 1 op de voorgestelde locatie de mogelijkheid om op termijn door te groeien naar bijvoorbeeld scenario 2? Zo nee, wat is er nodig om dit wel mogelijk te maken? 5. In aanvulling hierop: er is een prognose gemaakt van de kosten voor de verschillende scenario’s. Hierin is naar wij begrijpen niet meegenomen dat de prijs voor verwerking van reststromen de komende jaren stijgt en opbrengst van gescheiden stromen toeneemt. Dat geeft mogelijk een onjuist beeld van het te verwachten effect op de afvalstoffenheffing gedurende de levensduur van de investering. Dit kan alternatieve scenario’s, genomen over de levensduur, immers aantrekkelijker maken. Is hier een indicatie van te geven? 6. In zowel scenario 1 als 2 wordt het aantal mogelijk in te leveren afvalstromen in Abcoude beperkt. Om welke niet meer in te zamelen afvalstromen gaat het? In hoeverre wordt er nu gebruik gemaakt van het afvalbrengstation Abcoude voor inlevering van deze stromen? 7. De bereikbaarheid per auto van de afvalbrengstations is goed. Welke mogelijkheden zijn er voor inwoners zonder auto om hun afval in te leveren? Uit de enquête blijkt dat dat voor sommige inwoners een reden is om geen afval naar het afvalbrengstation te brengen. 8.
Op pagina 5 van het raadsvoorstel lezen we dat omgevingsfactoren, zoals ontsluiting en milieuaspecten, nog in kaart gebracht moeten worden. Zijn deze aspecten helemaal niet meegewogen in de beoordelingscriteria om te komen tot de voorgestelde locatie(s)? 9. Met de voorgestelde keuze voor scenario 1 doen we als gemeente minder aan onze circulaire ambities dan in de overige scenario’s. Dat terwijl we ook stellen ons aan te sluiten bij landelijke afspraken, en ons in te zetten voor een klimaatneutrale en circulaire gemeente in 2050. Kan inzichtelijk gemaakt worden in hoeverre de drie scenario’s het bereiken van de doelstelling van een klimaatneutrale en circulaire gemeente in 2050 mogelijk maken? En in hoeverre sluit dit aan bij de gemeentelijke doelstellingen en de Europese- en Rijks wet- en regelgeving die gedurende de levensduur van dit brengstation verwacht wordt? 10. Op pagina 10 van de enquête lezen we dat jongere leeftijdsgroepen onder gerepresenteerd zijn in de uitkomsten van de enquête. Is hiervoor gecorrigeerd in de resultaten van de enquête om de representativiteit te borgen?