250325 Inspraaknotitie Snoek Lange Coupure 1A
Tekst van het document
Inspraaknotitie Lange Coupure 1A t.b.v. raadsvergadering van 27 maart 2025 Geachte raad, Een jaar geleden heb ik hier – tot tweemaal toe – ingesproken namens de gebroeders Snoek over het plan Lange Coupure 1A. Nu doe ik dat opnieuw. In de tussentijd zijn wij bij de rechtbank in Utrecht geweest, die onomwonden en kraakhelder heeft vastgesteld dat aan uw raadsbesluit de nodige gebreken kleefden (“wel erg kort door de bocht”). Enkelen van u waren begin september bij de rechtbankzitting aanwezig, hetgeen wij zeer hebben gewaardeerd. Maar wij vinden het belangrijk dat u allen - hier in de openbaarheid van een raadszitting - weet wat zich daar heeft afgespeeld, want dat heeft niet alleen ons maar ook de rechtbank enorm verbaasd. 1. Essentiële stukken waren door de gemeente buiten het dossier gelaten. Zo ontbrak de bedrijfseconomische analyse waarmee de gebroeders Snoek de noodzaak van uitbreiding hadden onderbouwd. 1 2. Verouderde stukken waren door de gemeente aan het dossier toegevoegd. Hoewel binnen deze raad vorig jaar al duidelijk was dat de ruimtelijke onderbouwing (d.d. 14 november 2022) buitenopslag uitsloot, zoals ook de rechtbank inmiddels heeft vastgesteld, 2 bleef de gemeente zich hardnekkig beroepen op een verouderde versie van die onderbouwing. 3. Het verweerschrift van de gemeente bevatte pertinente onwaarheden.
Aan de hand van twee figuren (zie hieronder) werd in het door uw advocaat opgestelde verweerschrift met suggestieve pijlen ineens beweerd dat de locatie Lange Coupure 1A in het UNESCO Werelderfgoed gebied zou liggen, terwijl dit aantoonbaar onjuist is: de locatie ligt juist in de ‘oksel’ buiten dit gebied. 3
Zie overweging 30 van de rechtbank: ‘Dit stuk was al bekend bij het college en de gemeenteraad.’ Zie overweging 34 van de rechtbank: ‘het beëindigen van de buitenopslag’. 3 Zie overweging 26 van de rechtbank: ‘Zoals is besproken op de zitting, is vastgesteld dat het perceel van eiseres niet binnen het UNESCO werelderfgoed is gelegen.’ 1 2
Ik weet niet wat u van deze gang van zaken vindt. Maar dit doet niet alleen bij de rechtbank de wenkbrauwen sterk fronzen. Ook doet dit het vertrouwen van de burger in de overheid absoluut geen goed. Want een foutje is menselijk, maar met deze reeks van misslagen plaatst de overheid de burger welbewust in een verkeerd daglicht, alsof de gebroeders Snoek de rechtbank van desinformatie wilden voorzien. Eerlijk gezegd denk ik dat ieder hier aanwezig de hand in eigen boezem zou moeten steken. Inderdaad, de informatievoorziening van het college aan de raad was niet altijd volledig, althans niet tijdig. Het is dan ook volkomen terecht dat uw raad vorige maand om toezending van het verweerschrift heeft verzocht. Maar waarom - zo vragen wij ons oprecht af - wordt van ons beroepschrift alles openbaar gemaakt, inclusief telefoonnummers en handtekening, terwijl het stuk van de advocaat van de gemeente eerst nauwkeurig wordt gelakt? Maar ook u als raad gaat niet vrijuit. Want we moeten elkaar niet voorhouden dat bij de rechtbank is krom gepraat wat eigenlijk recht was. Integendeel, het raadsbesluit zelf bleek al krom met een onhoudbaar standpunt over ruimtelijke uitstraling en schootsvelden. Dus hoogstens werd dat wat al krom was, ter zitting nog krommer, zelfs tenenkrommend. En dat brengt mij bij de aanvullende motivering die nu is voorgesteld. -
-
-
U doet ineens voorkomen alsof de waarde van schootsvelden voor u nooit een argument is geweest. 4 U weet dat dit niet waar is en moet dit dan ook niet beweren. Het is ermee begonnen dat u dit argument expliciet hebt opgenomen in uw ontwerpbesluit (d.d. 20 december 2022). Vervolgens hebben wij hierop gereageerd, waarna sommigen van u mij hierover uitgebreid hebben bevraagd. U stelt nu ineens dat uitsluitend de omvang van het bouwplan reden is geweest voor weigering van de vvgb, maar uw aanvullende motivering bevat vervolgens enkel een herhaling van feitelijke informatie over die omvang die reeds bekend was bij de rechtbank toen zij uitspraak deed. Dat is geen verbeterde motivering, zeker niet nu bekend is dat u in het verleden wel akkoord bent gegaan met overschrijding van bebouwingspercentages. U betwist de economische onderbouwing door de gebroeders Snoek, maar gaat daarmee volledig voorbij aan de uitgebreide communicatie die over dit document heeft plaatsgevonden tussen gemeente en provincie. En u komt wederom met een eigen interpretatie van de buitenopslag, die volgens de rechtbank juist zal worden beëindigd. Een zorgvuldige belangenafweging door uw raad begint ermee dat de betrokken belangen zorgvuldig worden geïnventariseerd, maar daarvan is de afgelopen vier maanden geen sprake geweest.
Zie punt 8 van de aanvullende motivering “De raad is daar eerder welllicht niet zo duidelijk over geweest nu zij in de eerdere weigering kort is ingegaan op een paar cultuurhistorische argumenten zoals aangedragen door Snoek en MooiSticht.”
4
Hoe dan wel? In de bijlage ziet u hoe ik de tussenuitspraak met de gebroeders Snoek heb besproken. 5 1) Eén argument tegen verlening van de vvgb (namelijk ‘goede ruimtelijke ordening’) is gehalveerd, omdat aan deze ruimtelijke inbedding niet alleen een kwantitatief aspect is verbonden (‘te groot’), maar ook een kwalitatief aspect (beëindigen van buitenopslag en nieuwbouw in hout) dat juist pleit vóór verlening van de vvgb. 2) Een ander tegenargument (behoud én herstel van schootsvelden) 6 komt niet alleen te vervallen, maar is juist een argument geworden vóór verlening van de vvgb. 3) Een argument dat pleit vóór verlening van de vvgb is door de gemeente ten onrechte gereduceerd tot ‘economische belangen’, 7 terwijl het hier gaat om economische noodzaak die blijkens de provinciale regelgeving juist kan rechtvaardigen dat de omvang van een bouwplan hoger uitvalt dan het geldende maximumpercentage en daarmee een ruimtelijke relevant belang is. 4) Nieuwe argumenten die ter zitting zijn aangevoerd, zoals ligging binnen het UNESCO Werelderfgoed gebied en het ontbreken van bewijs voor economische noodzaak, zijn door de rechtbank eveneens van tafel geveegd. U mag zelf oordelen over deze figuur, maar ik denk oprecht dat de belangenafweging maar één kant kan opvallen, hoe groot u nu ook ineens de omvang van het bouwplan wilt maken als argument.
En ik verzeker u: de regelmatig hier geuite vrees voor precedentwerking is ongegrond. Want mocht er in de toekomst ooit een ander bouwplan komen dat eveneens ‘te groot’ is, dan zal dit nooit exact voldoen aan het specifieke samenstel van omstandigheden dat hier nu in de weegschaal ligt. Tot besluit: ik hoop uiteraard voor de gebroeders Snoek dat deze inspraak alsnog zal leiden tot het verlenen van de vvgb. Maar ik hoop ook echt dat deze inspraak zal aanzetten tot herbezinning op uw eigen functioneren (zowel college als raad) in dit besluitvormingsproces en op de proceshouding die de gemeente tegenover haar burgers heeft ingenomen.
In de figuur corresponderen de getallen tussen haakjes met de relevante overwegingen van de tussenuitspraak. 6 Overweging 28 van de tussenuitspraak: “In de motivering om de verklaring van geen bedenkingen te weigeren, benadrukt de gemeenteraad dat het niet alleen gaat om het behoud van de schootsvelden maar ook om de mogelijkheid open te houden om de schootsvelden te herstellen. Dit is volgens de gemeenteraad vastgelegd in de dubbelbestemming “waarde — schootsvelden” van artikel 11 van het bestemmingsplan. De gemeenteraad gaat daarbij echter voorbij aan de (militair-historische) analyse die MooiSticht heeft uitgevoerd op basis waarvan de conclusie is dat de waarde van het schootsvelden door het bouwplan niet wordt aangetast en de belangrijkste voorwaarde gedurende het militaire functioneren was dat de bebouwing binnen wettelijk bepaalde ‘verboden kringen’ (schootcirkels) makkelijk verwijderbaar moest zijn. Vandaar dat de nieuwbouw in hout wordt uitgevoerd.” 7 Overweging 33 van de tussenuitspraak: “Economische noodzaak of continuïteit van het bedrijf, is iets anders dan “economische belangen”.” 5
Bijlage: