CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

250304 Technische vragen B - RVB - Bestemmingsplan VVP

Politieke commissie 12 maart 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Vinkeveense Plassen2.638 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

Categorie:

B

Naam indiener: Roger Fernhout Fractie: RVB (Ronde Venen Belang) Datum van indienen: 03-03-2025 Onderwerp: Bestemmingsplan “Vinkeveense Plassen 2025” In te vullen door organisatie Behandelend ambtenaar: Datum beantwoording: Volgnummer: Naar nu blijkt worden door SGL “Ligplaatsontheffingen” uitgegeven, voorzien van een Abonnementsnummer, het aantal schepen waarvoor ontheffing wordt verleend, de periode (1 april tm 1 oktober) alsmede het bedrag van 48€ zijnde de leges per schip. Aan het dossier hebben wij Abonnementsnummer: 3495 (Watersport Vereniging De Unie van Watertoeristen) laten toevoegen. Vragen 1; a. Behouden de Watersport Vereniging De Unie van Watertoeristen en andere met een SGL ontheffing, na vaststelling van het bestemmingsplan, deze rechten en zo ja waarom? b. Hoeveel Ligplaatsontheffingen heeft SGL voor het seizoen 2024 en zal zij voor 2025 afgeven en wat is het totaal aantal schepen m.b.t. genoemde jaren? c. Op basis van welke afspraak cq welk recht meent SGL Ligplaatsontheffingen op de Vinkeveense plassen te mogen uitgeven? In 2017 heeft gemeente middels veiling 42 legakkers verkocht waarbij kopers een beschoeiingsverplichting zijn aangegaan en wel binnen 3 jaar (dit onder een direct opeisbare boete van 150 % van de kosten van beschoeiing). Zoals eerder aangegeven zijn diverse eilanden nog niet of conform afspraak geschoeid zoals o.a.

de eilanden met veilingnummers: 40 (kleine plas), 39 (kleine plas), Op de verkavelingskaart zijn een aantal verkochte eilanden lang en smal, neem als voorbeeld kavels 5619 en in mindere mate 5619 (random voorbeelden). de grenzen groen gearceerd zijn op voorhand opgerekt, de kavels zijn op voorhand groter gemaakt! En de kavels zijn verkaveld! Vragen 2: a. Heeft gemeente kaveleigenaren de boete opgelegd van 150% en zo ja welke veilingnummers betreft het en zo nee, waarom niet? b. Wanneer en hoe gaat gemeente deze verplichtingen handhaven? c. Niet alle verkocht kavels zouden een beschoeiingsplicht hebben, is dat correct en zo ja welke kavels zijn dat dan?

Vraag 3: Mogen eilanden welke over het algemeen al tientallen jaren een herkenbare kavel zijn al dan niet met een (belabberde schoeiing) vergroot cq uitgebreid worden met m2 of wordt eigenaar gehouden aan de formaten van het fotomoment per peildatum 2018 of 2023 cq de contouren zoals deze al jaren is, de huidige situatie (als zodanig ook beschoeid)? Vragen 4: a. In geval gezonken kavels met de bestemming legakker boven water worden gehaald hoe wordt dan het aan M2 bepaald (zie met 15040M2 bijvoorbeeld kadastraal perceel 4423)? b. In geval deze kavels nog niet gesplitst (verkaveld zijn) en groter dan 1500M2 zijn komen deze kavels dan alsnog in aanmerking voor de zgn Coulance regeling? Citaat m.b.t. de Coulanceregeling: “Om eigenaren tegemoet te komen is bepaald dat wanneer een bestaande kavel een oppervlakte heeft van ten minste 1.500 m2, en hierover een zienswijze is ingediend op het ontwerpbestemmingsplan, een kavel gesplitst kan worden in delen van minimaal 750 m2 per kavel. Deze aanpassingen zijn verwerkt op de verkavelingskaart die onderdeel is van het bestemmingsplan. Voor de overige kavels geldt dat de luchtfoto van 27 april 2023 leidend is voor de aanwezigheid van een kavel.” Vraag 5: a.

Kan worden aangenomen dat anders dan op de plankaarten aangegeven voor nu en in de toekomst geen coulance regelingen uitgesloten worden cq zijn, dat er geen aanpassingen meer aan de plankaart kan komen? b. Indien het antwoord op vraag 5a met neen wordt beantwoord dan is de vraag; hoeveel coulance regelingen zijn er nog mogelijk? Bij de diverse bestemmingen missen wij m.b.t. de bouwregels de materialisering en nadere duiding, zoals; a. Een overzicht met materialen welke gebruikt mogen of moeten worden m.b.t. de bouw van een blokhut? b. Welke beschoeiingen al dan niet zijn toegestaan of juist moeten worden aangebracht? c. Van welke materialen erfscheidingen of zo u wilt kavelscheidingen moeten of mogen zijn? d. Graag zien wij een betere uitwerking van de zgn 25% inheemse beplanting en hoe die 25% gezien moet worden? Het perceel achter het park Waeterrijck ruim 36.000M2 groot bestond in 2018 uit 4 kavels in april 2023 waren het 8 kavels en vandaag de dag uit 29 kavels. Vragen 6: a. Welke peildatum wordt hier wenselijk geacht 2018 of 2023? b. Hoe zit het met dat pad waar de gemeente een dreiging tot handhaving heeft gestuurd, zo hebben wij begrepen? Gaat de gemeente daar nu vergunning voor verharding verlenen? c. Heeft college voornemens medewerking te verlenen m.b.t. tot ontsluiting voor gemobiliseerd verkeer? d.

Geldt voor die verharding dat deze meetelt in de maximale verharding die op die kavels mag worden aangelegd?

Tijdens de Commissievergadering van 12 februari jl. bleek dat overnachten aan eigen kavel niet is toegestaan. Vragen 7: a. Geldt deze regel voor alleen de legakkers Groen, X, Z, GL1, 2 en 3 of geldt deze regel ook voor de gebieden R-VR1 tm R-VR6? b. M.b.t. de voorgenomen maximale scheepslengte van 8 meter; voor welke kavels (bestemmingen) geldt deze regel? c. Gelden de 8 meter max. scheepslengte, de max. 3 dagen aanmeren en niet overnachten op eigen schip ook voor

de bestaande recreatie woningen op Elinzon, Buitenborg en Waeterrijck? d. M.b.t. GL1 tm 3 geldt voor een steiger een maximale afmeting van 6X1.2mtr. Geldt deze afmeting ook voor de kavels met de bestemming R-VR1 tm R-VR6? e. Citaat “Concrete uitgangspunten zone 1: Maximaal 250 m3 recreatiewoning binnen bouwvlak (pagina 24 toelichting)”; Hoe kan in deze zone maximaal 250 m3 gebouwd worden als wij (op pagina 27) uitgaan van maximale bebouwing in zone I van 40m2 X 3.5mtr hoog = 140m3? f. In de zones 1, 2 en 3 gelden maximale bebouwingspercentages. Uit hoeveel bouwsels mogen deze mag deze maximale bebouwing bestaan? Op de zandeilanden met aanduiding DR1 lijkt bebouwing mogelijk te zijn. De punten uit 11.1 en 11.2 zijn daarover niet duidelijk. Bebouwing 40m2 kan verdeeld worden over twee bouwsels van 20m2. Stelling > In de praktijk zou een kavel van 750m2 dus een blokhut en een blokschuur kunnen hebben waardoor een tweede mogelijkheid om te recreëren niet uitgesloten kan worden. Vragen 8: a. Kan worden aangegeven op welke Zandeilanden er maximaal wat gebouwd mag worden waarbij u eilanden 9, 1 en 4 buiten beschouwing kunt laten (op dit punt is het bestemmingsplan duidelijk)? b. Is bovenstaande stelling correct en hoe gaan wij dit fenomeen handhaven? Vragen m.b.t.

het uitvoeringsplan VTH Vinkeveense plassen; Pagina 6: In 2024 zijn tbv handhaving kosten gemaakt ad €480.000 Vragen 1; a. Hoe zijn de kosten van handhaving onder verdeeld binnen dit bedrag, dus; Kosten personeel (handhavers), kosten boot, kosten personeel juridisch en de kosten m.b.t. de juridisch procedures. b. En hoeveel procedures zijn er totaal geweest bij de rechtbank inzake handhaving, en zitten de kosten van de daarin gewerkte uren in dit bedrag verwerkt. Pagina 8; Vraag; Er wordt een team vergunningverlening samengesteld alsook wordt een systeem om de situatie per kavel te registreren opgetuigd; Graag een opgave van de initiële alsook de jaarlijkse kosten die dit met zich brengt, of zijn dit de kosten genoemd op pagina 9 onderaan (daar gaat het niet over het samenstellen van “een team”)? Pagina 9; Vraag; a. Zijn de cijfers in de tabel op deze blz. mbt “capaciteit” de voorziene uren? b. En zo ja welk met welk uurtarief dient dan gerekend te worden? c. Hoe verhoudt deze urenspecificatie van 700 uur X uurtarief zich met de kosten voor handhaving uit 2024 ad euro €480.000? d. Het lijkt opportuun dus ook over 2024 zoals hierboven verzocht een specificatie te ontvangen van de verdeling van deze euro €480.000 uit 2024 in een kostenpostenoverzicht.

Pagina 11; Geschat wordt dat er de eerste jaren voor de 1400 kavels in totaal aanwezig in dit gebied voor jaarlijks 250-400 omgevingsvergunningen worden aangevraagd. Bij een maximum van 400 aanvragen per jaar (het maximum aantal door de gemeente genoemd) kost dit conform de tabel op pagina 11 per vergunning; 5700 uur (totaal per jaar) : 400 aanvragen = 14,25 uur aan workload per vergunning. Van de 400 aanvragen gaat 20 % in bezwaar (zie bovenaan pagina 11), dat is 80 bezwaarzaken per jaar. Van deze 80 aanvragers die bezwaar maken gaat (zo wordt gemeld op pagina 11) 40 tot 60 % in beroep. Dat is, uitgaande van 40 % (de laagste schatting dus), 32 beroepszaken per jaar. De totale jaarlijkse kosten (zie pagina 12 bovenaan) voor de werkzaamheden in 2025 bedragen, €576.000. Vraag; Voor een totale bovenaan pagina 12 genoemde kostenpost ad €575.000 staat een totale tijdsinvestering (die genoemd in de tabel van pagina 11) van 5700 uur. Klopt het dat hier is gerekend met een uurtarief van euro 100,- per

uur voor alle in de tabel genoemde medewerkers? Vraag; Klopt het dat voor 400 aanvragen per jaar gerekend wordt met een tijdsbesteding per aanvraag van 1 uur voor de inspanning van de/een juridisch medewerker v.w.b. zowel het adviseren bij de bouwaanvraag alsook het behandelen van bezwaar en beroep? Indien 1 uur correct is; hoe staat dat in verhouding tot de €480.000 aan kosten die in 2024 in totaal zijn gemaakt voor juridische werkzaamheden, inclusief bezwaar en beroepsprocedures? (het is dus van belang om te weten hoeveel uren in die euro 480.000 aan werkzame uren aan juridisch medewerkers in 2024 moeten worden toegeschreven om een beeld te krijgen of het juist is dat in met 1 uur werk wordt gerekend!) Pagina 12; Legesopbrengsten; Zoals is vermeld gaat de gemeente uit van 400 aanvragen voor vergunningen in 2025 (zie ook tabel pagina 12). De gemeente wil bij aanvragen voor vergunningen eerst een vooroverleg. Dat kost €1.500 waarvan €750 in mindering wordt gebracht indien een vergunningaanvraag volgt. Bij 400 voorziene vergunningaanvragen is de opbrengst inzake vooroverleg als leges opbrengst; 400 X €750 = €300.000. Dit bedrag is in de tabel op pagina 12 vermeld. Daarnaast is een bedrag door de aanvrager van een vergunning ad 3,4 % verschuldigd aan leges over de bouwkosten vermeerderd met euro €230 aan vaste vergunningkosten. E.e.a.

resulteert in; 400 aanvragen X 3,4 % van €20.000 aan bouwkosten (zoals door de gemeente qua kosten begroot per aanvraag) = €272.000 plus 400 X €230 vaste legeskosten = €92.000. Dat is in totaal €364.000. In de tabel staat €546.000 aan opbrengst. Dat is een verschil van maar liefst euro 182.000 euro! Vraag; Graag uitleg van hoe en waar dit verschil mee te maken heeft? Graag uitleg waarom wordt uitgegaan van een gemiddeld legesbedrag van €1.365 per aanvraag, terwijl op pagina 12 wordt uiteengezet dat wordt gerekend met 3,4 % leges over bouwkosten ad €20.000 en een vast leges bedrag per aanvraag ad €230 dus per aanvraag 3,4 % van €20.000 + €230 vast = €910.00 (in totaal dus €364.000 ipv €546.000) Heeft dat te maken met het verlenen achteraf van de vergunning als er reeds gebouwd is? En voor hoeveel van de 400 bouwaanvragen geldt dat dan, d.w.z.

voor hoeveel van de 400 aanvragen geldt de 50% verhoging? Immers als voor alle 400 aanvragen gerekend wordt met een verhoging van 50% van de legeskosten omdat alle vergunning achteraf worden verleend dan is de opbrengst; 400X 3,4 % ad 20.000 = €272.000 vermeerderd met 50% (en er vanuit gaande dat de eenmalige legesbijdrage ad €230 niet ook met 50% wordt verhoogd) = €408.000 en geen €546.000 zoals aangegeven in de tabel! Alleen als ook de eenmalige vaste legesbijdrage ad euro €230 per aanvraag met 50 % wordt verhoogd bij legesberekening wanneer het bouwwerk reeds is voltooid bij aanvraag van de vergunning en dat dit bij alle 400 aanvragen het bedrag van de legesopbrengst op pagina 12. Indien dit het geval is, dan klopt het opgenomen bedrag Immers 400 X €910 = €364.000 vermeerder met 50% is €546.000. Op pagina 12 wordt gemeld dat het legesbedrag ad €546.000 een voorzichtige raming zou betreffen. Graag een nadere uitleg en onderbouwing daarvan? Is dat het geval indien wordt uitgegaan van het maximale aantal te verwerken aanvragen waarop gerekend kan worden ad 400 stuks en tevens wanneer er bij alle 400 aanvragen wordt gerekend met 50% verhoging van het

verschuldigde legesbedrag omdat het bouwwerk er al staat voordat de vergunning wordt verleend? Pagina 17: Uit de tabel op pagina 17 blijkt dat er 6400 uren nodig zouden zijn voor de in die tabel genoemde uren van de noodzakelijke medewerkers. Dat zijn de medewerkers en uren die eveneens worden genoemd in de tabel op de pagina’s 9 en 11. Op pagina 11 staat echter vermeld dat voor 2025 het aantal uren voor de werkzaamheden wordt berekend op 5700 uur. Het uurtarief daarvoor, zie pagina 12 is €100 per uur (5700 uur X €100 per uur = €570.000 totaal , op pagina 12 word vermeld €576.000 totaal) Bijzonder is dat in de tabel op pagina 17 opeens gerekend wordt met een uurtarief van €90 i.p.v. euro 100 zoals eerder in dit stuk aangegeven! Dit terwijl de personeelskosten alleen maar omhoog gaan in de tijd! Uitgaande van €100 per uur zou in de tabel op pagina 17 het totaal benodigde bedrag niet €576.000 hebben moeten zijn, maar €640.000 (6400 uren X €100 per uur) Dat is dus €64.000 meer dan hier in de tabel van het kostenoverzicht op pagina 18 vermeld! Vraag; waarom is er een verschil in uurloonkosten? Dit , tezamen met het becijferde bedrag in deze tabel aan opbrengst van €546.000 aan leges voor 400 aanvragen die dan allemaal betrekking zouden moeten hebben op aanvragen mbt bouwwerken die er t.t.v.

de aanvraag al staan en daarom alle 400 stuks te maken krijgen met een verhoging van 50 % van het legesbedrag, maken deze begroting “verdacht” en onrealistisch. Daarbij komt dan tevens nog dat conform deze begroting de kosten voor toezichthouders en handhavingsjuristen t.o.v. 2024 niet zouden toenemen in 2025 en ook dat lijkt alleen wensdenken te zijn. Immers de kosten voor die zaken en werkzaamheden zullen in 2025 zeker toenemen t.o.v. 2024. Niet alleen in aantal bezwaren en beroepen, op pagina 11 wordt immers ingeschat dat 20 % van de 400 aanvragers bezwaar maakt, 80 mensen dus en daarna daarvan weer 40-60% bij de rechtbank in beroep gaat, zo’n 40 personen, maar ook omdat er met dit bedrag geen uitbreiding inzit t.o.v. de inzet van juristen en toezichthouders t.o.v. 2024, terwijl, zie pagina 6, in 2024 er 2 toezichthouders voor 16 uur in de week en 2 handhavingsjuristen waren ingehuurd, waarbij de toezichthouders in de zomer 2 keer per week en 1 keer per week in de winter hebben gevaren.

Op pagina 11 echter is vermeld dat in 2025, de nieuwe periode dus waarop dit document ziet, toezichthouders elke dag op de plassen varen van april tot november en in de winterperiode op 3 dagen per week en ook op de weekenden! Dat zou dan hetzelfde kosten als het veel geringere aantal uren dat in 2024 werd gewerkt?! Het is dus zaak om meer duiding te geven aan de verdeling over de diverse posten in 2024 m.b.t. handhaving uitgegeven, met name vwb loonkosten toezichthouders en aantallen afgehandelde bezwaren en beroepen in dat jaar met de daarbij gevallen kosten! Vraag; Waarom zou hetgeen hierboven aangegeven geen invloed hebben op de totale jaarlijkse aangegeven te voorziene kosten voor al deze extra werkzaamheden t.o.v. het bedrag zoals dat voor minder werkzaamheden in 2024 werd uitgegeven? Graag een duidelijke uiteenzetting, tenzij inderdaad wordt gemeld dat de kostenraming op pagina’s 17 en 18 niet correct is en er dus geen uitvoeringsruimte bestaat ad €145.000.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15216305/2