250228 technische vragen B - ChristenUnie-SGP - Verordening leerlingenvervoer
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Naam indiener: Fractie: Datum van indienen: Onderwerp:
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Wim Stam ChristenUnie-SGP 27-2-2025 Leerlingenvervoer
In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Datum beantwoording: Inleiding
. Vragen (Antwoorden volgen direct onder de vragen)
OVER HET RAADSVOORSTEL 1. Heeft u voor het opstellen van dit voorstel een evaluatie uitgevoerd naar de ervaringen van de afgelopen jaren / verordeningsperiode? 2. Zoja: a. hoe is die evaluatie uitgevoerd en hoe zijn de betrokkenen (ouders, leerlingen, scholen, vervoerder) daarin geraadpleegd b. wat waren de uitkomsten van die evaluatie c. tot welke aanpassingen hebben die uitkomsten geleid? 3. Zo nee, waarom is dat niet gedaan? 4. Is nagegaan welke impact de wijzigingen hebben voor de betrokken ouders en leerlingen? Zo ja, kunt u daar een beeld van geven? 5. In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat op dit moment ca 280 leerlingen gebruik hiervan maken. Kunt u ons aangeven hoeveel leerlingen om welke reden daarvan gebruik maken? 6. De wet (WPO art. 4 lid 3) stelt “De regeling eerbiedigt de op godsdienst of levensbeschouwing van de ouders berustende keuze van een school.”. Hoe past u dit principe toe in deze verordening? 7. In het Raadsvoorstel verwijst u onder kanttekening 2.1 naar Beleidsregels art. 9 lid 1c. We vermoeden dat u bedoeld art. 9 lid 2c?
8. In artikel 13 lezen we “Het college kan bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aanwijzen van waaruit de leerling gebruik maakt van het aangepast vervoer”. In de modelverordening van de VNG is daaraan toegevoegd “De opstapplaats bevindt zich op een veilige en beschutte locatie en op een redelijke loopafstand van de woning van de leerling en biedt voldoende ruimte voor een eventuele begeleider.” a. Waarom is deze extra bepaling niet overgenomen? b. Wat vind u een redelijke afstand tussen woning en opstapplaats? c. Aan wat voor criteria moet volgens u dan die opstapplaats voldoen? 9. In artikel 15 lid 2 schrijft u “Als binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, kan het college besluiten een wachttijd van één of meerdere klokuren in te stellen, om het aangepast vervoer zo efficiënt mogelijk in te zetten”. a. Vind er afstemming met de school plaats om te waarborgen dat die wachttijd ook op passende en veilige wijze in die school plaats kan vinden en wie moet dat dan doen (gemeente of ouders)? b. Wat doet u als die school daar niet aan wil mee werken of in kan voorzien? 10. In artikel 18d schrijft u “het stageadres is gelegen op de route van de woning, dan wel de opstapplaats, naar de school”. Het komt ons voor dat dit een vergoeding vrijwel kansloos maakt en dit artikel een dode letter is.
Hoe groot acht u de kans dat een stageadres op die route ligt? 11. In de toelichting op artikel 1 schrijft u “Wanneer een leerling, ondanks zijn handicap wél zelf kan reizen met het openbaar vervoer, is deze in de zin van de Verordening leerlingenvervoer géén gehandicapte leerling”. Betekent dit voor u dat er dan ook geen recht op leerlingenvervoer is? Het is immers mogelijk dat de leerling wel zelf kan reizen, maar dat een passende school toch op meer dan 6 resp 12 km afstand is. 12. In de toelichting op artikel 1 schrijft u “Wanneer de beperking met medicijnen te verbeteren is, is er geen sprake van een beperking in de zin van deze verordening”. Verbeteren is iets anders dan opheffen, dus moet de toelichting niet zuiverder geformuleerd worden? BELEIDSREGELS 13. In artikel 9 lid 2c verlangt u een werkgevers-verklaring en in het RV onder de kanttekening 2.1 schrijft u “Voor de dagen waarop geen verklaring aanwezig is wordt geen aangepast vervoer(taxi) toegekend”. Hoewel dit niet in het genoemde artikel staat; deze toelichting lijkt te veronderstellen dat er een veelheid aan verklaringen moet worden afgegeven. In hoeverre leidt dit niet tot onacceptabele bureaucratie dan wel zal een werkgever daar niet aan willen voldoen? .