CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

250220 Aanvullende vragen CDA en SenP - Vinkeveense Plassen mbt Zandeilanden

Politieke commissie 12 maart 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Vinkeveense Plassen1.085 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college:

Categorie:

A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

B (Doorhalen wat niet van toepassing is)

Naam indieners: Jan Geijtenbeek en Jan Rouwenhorst Fracties: Seniorenpartij De Ronde Venen en CDA De Ronde Venen Datum van indienen: 20 februari 2025. Onderwerp: Zandeilanden Vinkeveense plassen In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Datum beantwoording: Inleiding

De zandeilanden in de Vinkeveense plassen zijn belangrijk vanwege hun beschermende functie. Omwonenden hebben zorgen geuit over de mogelijke instabiliteit van de zandeilanden. De voorgenomen intensivering van het gebruik van de zandeilanden, zoals aangegeven in het voorliggende ontwerpbestemmingsplan, geeft aanleiding tot het stellen van raadsvragen over mogelijke risico’s én de borging van de veiligheid die de zandeilanden moeten bieden.

Vragen (Antwoorden volgen direct onder de vragen)

1. De grote waterdiepte van de Noordplas geeft een hoge golfslag. Er zijn destijds twaalf zandeilanden opgespoten en voorzien van beschoeiing. Enerzijds dienen deze zandeilanden om de nog overgebleven legakkers tegen deze golfslag te beschermen, anderzijds hebben de

zandeilanden 1, 2 en 3 primair een beschermende functie voor de veiligheid van de bewoners en (perceel)eigenaren ten noordoosten van deze eilanden. Vragen: a. Wie is/zijn primair verantwoordelijk voor (de voortzetting van) de veilige inrichting van de openbare ruimte ter plekke van (met name) de zandeilanden 1, 2 en 3? b. Waaruit blijkt dat die verantwoordelijkheid ook in de toekomst serieus wordt genomen en ook zal worden geborgd? c. Welke inspannings- en resultaatverplichtingen zijn daarbij blijvend voor wie van toepassing en hoe wordt daaraan invulling gegeven? 2. Naar aanleiding van de “Stabiliteitsanalyse zandeilanden Vinkeveense Plassen”(23-09-2019) is aanbevolen: “om voorafgaand aan een eventuele ontwikkeling van de eilanden goed de hiermee samenhangende veiligheidsrisico’s te beschouwen. Dit is enerzijds, omdat een ontwikkeling mogelijk gepaard gaat met bouwactiviteiten. Hierbij kan worden gedacht aan gewichtstoename door ophoging, hei- en/of trilwerkzaamheden, baggeren, etc. Dit leidt tot een mogelijke trigger voor verwekingsvloeiing. Anderzijds zullen de gevolgen van een eventuele inscharing door instabiliteit groter zijn door de grotere economische waarde en toename van personen die dan ontstaat.

Dit zou betekenen dat een andere gevolgklasse moet worden aangehouden met een kleinere toelaatbare faalkans.” Als er wordt overwogen om nieuwe bouwwerken op de eilanden aan te brengen, dan wordt een maatwerkbeschouwing aanbevolen van de daarmee gepaard gaande risico’s op basis van lokaal grondonderzoek. De risico’s kunnen op voorhand worden beperkt door alleen uit te gaan van kleine, lichte bouwwerken (één laags, houten constructie, op staal gefundeerd, etc.), alleen tijdelijk verblijf / geen permanente bewoning en lichte beschoeiingen (zoals nu ook al worden toegepast). Vragen: a. Wanneer heeft het college (of recreatieschap) deze aanbevolen nadere onderzoeken laten uitvoeren en welke conclusies zijn n.a.v. dat onderzoek getrokken in de betreffende rapportage(s)? (Graag bronvermelding met datum van de uitgevoerde onderzoeken verstrekken) b. Is er aanleiding (of juist niet) om alsnog nader onderzoek te (laten) verrichten, gelet de nieuwe, ruimere mogelijkheden die het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan biedt, zowel qua bebouwing als intensivering van het ruimtegebruik? c. Welke waarborgen bieden de onderzoeksresultaten (m.b.t. de ruimere mogelijkheden in het voorliggende ontwerpbestemmingsplan) voor het goedkeuren en uitvoeren van de nu beoogde plannen? Dit tegen de achtergrond van het zekerstellen van de veiligheid voor de recreanten en de omwonenden. d.

Omdat ons niet is gebleken dat er conform het advies Fugo elke paar jaar een vervolg onderzoek is uitgevoerd, lijkt nieuw onderzoek wenselijk, dan wel nodig, gezien de plannen

voor deze eilanden in het nieuwe bestemmingsplan. Deelt het college deze opvatting wel of niet? Graag een beargumenteerde beantwoording. e. Waarom zijn niet alle onderwatertaluds onderzocht terwijl bekend was dat andere eilanden steilere onderwatertaluds hebben? f.

Zijn er in de huidige planning (al) nieuwe dieptemetingen opgenomen om situaties te monitoren die kunnen leiden tot het risico van plotselinge dijkval?

g. Welke kosten zijn daarvoor in welk uitvoeringsjaar opgenomen in de planning? h. Zo niet (in combinatie van 2f), waarom niet, gelet de gesignaleerde risico’s van (binnenwaartse) afkalving van een oever door de uitschurende werking van het water en/of nieuwe, extra bebouwing dan wel intensiever gebruik door recreanten? i.

Bij eerder uitgevoerd onderzoek hebben duikers holtes aangetroffen in de onderwatertaluds. Destijds werd aangenomen dat het om kleinschalige holtes zou gaan en dat (daarom) weinig effect zouden hebben op het de onderwatertaluds. Waarom zijn deze holtes (na verloop van tijd) alsnog niet indringender onderzocht i.v.m. mogelijke instabiliteit?

3. De in het verleden uitgevoerde (beperkte) onderzoeken vonden plaats op basis van dieptemeting en literatuuronderzoek. Op basis van deze dieptemetingen is alleen het onderwatertalud van Zandeiland 1 onderzocht en zijn deze gegevens zonder grondonderzoek vertaald maar de andere zandeilanden Vragen: a. Zijn er plannen voor de aanleg van “natuurlijke oevers” op basis van stenen beschoeiing op de zandeilanden en zo ja, wordt daarbij de instabiliteit van de zandeilanden en de mogelijkheid van het ontstaan van drijfzand in de voorbereidingen betrokken? b. Wordt bij het realiseren van nieuwe bouwwerken op de zandeilanden uitgegaan van een wijze van fundering die de stabiliteit van de zandeilanden niet in gevaar brengt? (Zoals succesvol gerealiseerd bij de Watersportvereniging Vinkeveen Abcoude door een tweetal ‘ingevaren’ (woon)boten)? c. Als maatgevende omstandigheid wordt aangegeven dat er gemodelleerd is op een bovenbelasting van 7,5 kN/m2, waarbij voorkomen dient te worden dat er gemotoriseerd verkeer aanwezig is. Daarbij geeft u zelf aan dat dit een veilig uitgangspunt is omdat de (zand)eiland slecht bereikbaar zijn voor voertuigen. In de praktijk kunnen er wel voertuigen komen. Hoe veilig is het nu werkelijk? 4.

Naar aanleiding van de inspraak (14-01-2025, zienswijze 121) geeft het college aan “Volgens ons zijn de zandeilanden veilig en de beschoeiing van de zandeilanden wordt de komende jaren vervangen (eigenaar: Recreatieschap Stichtse Groenlanden).” Vragen: Op grond van welke onderzoekconclusies baseert u uw overtuiging dat de zandeilanden ‘veilig’ zijn?

5. Naar aanleiding van de inspraak (14-01-2025, zienswijze 121) geeft het college aan dat de beschoeiing “de komende jaren (wordt) vervangen”. Vragen: a. Waar in het van toepassing zijnde meerjarenonderhoudsplan (MJOP) is dit expliciet (inclusief datering) vastgelegd? b. Is het apert onjuist dat wij veronderstellen dat het recreatieschap herhaaldelijk over een reeks van jaren niet heeft waargemaakt wat eerder werd toegezegd op het gebied van onderhoudsplannen m.b.t. de Vinkeveense plassen? c. Welke (extra) garantie is er dan nu wel om te stellen dat de beschoeiing van de zandeilanden de komende jaren wel wordt vervangen?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15177719/1