CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

250211 - Advies Commissie mer over Bestemmingsplan VVP

Politieke commissie 12 februari 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Vinkeveense Plassen 20252.435 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen 2025, gemeente De Ronde Venen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 11 februari 2025 / projectnummer: 3123

Advies over het MER in het kort De gemeente De Ronde Venen wil een bestemmingsplan1 vaststellen voor het Vinkeveense Plassengebied. Belangrijk doel van het plan is onder andere om bij te dragen aan het behoud van de legakkers. Voor het besluit over het bestemmingsplan is een milieueffectrapport (MER) opgesteld.2 De gemeenteraad van De Ronde Venen heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: de Commissie) gevraagd te adviseren over het MER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER. Hierbij betrekt zij ook het tussentijdse advies dat zij in 2017 heeft uitgebracht over een concept-MER. Op basis hiervan is het oorspronkelijke MER aangevuld (zie verder hst. 2). Op 8 januari 2025 heeft de Commissie de gemeente bezocht en aanvullende uitleg en antwoorden op vragen gekregen. Deze informatie heeft de Commissie bij haar advies betrokken en wordt openbaar gemaakt op de website van de gemeente.

Wat staat er in het MER? Het MER bestaat uit twee delen: deel A is het MER zoals dat in 2017 is opgesteld en is getoetst door de Commissie. Deel B is de aanvulling op deel A op grond van reacties, toetsing en vanwege de bijstelling van het bestemmingsplan. Het MER beschrijft in deel B het voorkeursalternatief (VKA) en geeft aan dat het oorspronkelijke plan uit 2017 inmiddels veranderd is. Eerst was het plan om de bebouwingsmogelijkheden van legakkers te verruimen, gecombineerd met een onderhoudsplicht van de legakkers. Nu is er geen sprake meer van verruimen, maar is het plan om de bestaande illegale bebouwing grotendeels te legaliseren (en de rest te verwijderen), gecombineerd met een onderhoudsplicht. Verder zal compensatie van negatieve effecten van het plan op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) 3 niet plaatsvinden op de legakkers, maar op de locatie ‘in ’t Meertje’. Het MER concludeert onder andere (zie blz. 13 van de samenvatting van het MER): • •

• •

1

‘Lozingen op de plassen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. (…) Dit kan onder meer door aansluiting op de riolering of verwerking van afvalwater’. ‘De ecologische toestand vraagt (…) om mitigerende en compenserende maatregelen (…) gericht op het zo veel mogelijk laten ontstaan of behouden van natuurlijke overgangen tussen water en land.’ ‘Op het Natura 2000-gebied Botshol treden geen significante effecten op.’ ‘Een belangrijke factor bij de beleving van de legakkers bestaat uit de beeldkwaliteit van de bebouwing en beplanting en het tegengaan van verrommeling’.

Het ontwerp-bestemmingsplan voor het Vinkeveense Plassengebied is ter inzage gelegd op 6 mei 2023, dus voordat de Omgevingswet in werking trad. Dat betekent dat de regelgeving die gold vóór 1 januari 2024 van toepassing is. En ook dat nog sprake is van een bestemmingsplan. Op het moment dat het bestemmingsplan is vastgesteld en onherroepelijk is, wordt het onderdeel van het omgevingsplan van de gemeente De Ronde Venen.

2 3

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied, 17 april 2023. Het MER stelt: ‘Het VKA zal door de mogelijkheid van het bebouwen, en daarmee intensiever gebruiken, van de legakkers en open water leiden tot een aanzienlijk grotere verstoring en afname van beschikbaar schaars leefgebied, en zeker de samenhang’.

-1-

• •

‘Voor de omgeving (woongenot) is zeer belangrijk hoe de gemeente ontwikkelingen als eventuele evenementen op de zandeilanden wil sturen.’ ‘Parkeren kan een probleem zijn. (…) Extra parkeervoorzieningen, effectief gebruik van bestaande voorzieningen (…) en een parkeerverwijssysteem kunnen hierbij helpen.’

Wat is het advies van de Commissie? De Commissie stelt vast dat vooral op de onderwerpen landschap (beeldkwaliteit), natuur en water sinds 2017 veel kennis en inzicht is verzameld. Dit is vertaald in een plan met een visie op een natuurrijk en schoon plassengebied. De effectbeoordeling is belangrijk verbeterd en de Vinkeveense Plassen worden nu beschouwd als cruciale ecologische schakel voor omliggende wetlands. Ook constateert de Commissie dat voldoende gevolg is gegeven aan haar advies in de tussentijdse toetsing van het MER in 2017. Het stikstofonderzoek voor het bestemmingsplan is actueel en duidelijk. Dat de feitelijke situatie in het gebied slechter is dan de referentiesituatie is meegenomen in de berekeningen. Ook gaat het onderzoek uit van het ergste scenario. Positieve effecten van het plan, zoals de verandering van landbouwbestemming naar natuurbestemming van 'in 't Meertje', zijn daarbij nog niet meegenomen. De Commissie onderschrijft de conclusie in het MER dat de doelen voor de Natura 2000-gebieden niet worden belemmerd door het plan. De Commissie is van oordeel dat het MER de essentiële informatie bevat om een besluit te kunnen nemen over het Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied waarin het milieubelang volwaardig wordt meegewogen. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar beoordeling toe en geeft ze aanbevelingen voor het vervolg.

-2-

Figuur 1 Plangebied ‘Bestemmingsplan Plassengebied’ – Bron: MER Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied, 17 april 2023

Aanleiding MER In en rond het Vinkeveense plassengebied spelen diverse problemen, zoals gebrek aan middelen om de kwetsbare legakkers te onderhouden en bebouwing op de legakkers die onder de huidige regelgeving4 illegaal is. De gemeente De Ronde Venen bereidt daarom een afzonderlijk bestemmingsplan voor de Vinkeveense Plassen voor. Omdat het plan mogelijke effecten heeft op nabijgelegen beschermde natuur is een ‘Passende beoordeling’ opgesteld, waarin effecten op beschermde soorten worden onderzocht. Hierdoor is ook het opstellen van een milieueffectrapport verplicht. Initiatiefnemer voor het bestemmingsplan zijn burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen. Bevoegd gezag is de gemeenteraad van die gemeente. In 2017 heeft de Commissie een tussentijds advies uitgebracht over een concept-MER. Mede op basis hiervan is het oorspronkelijke MER aangevuld. Wetgeving van toepassing op dit plan Voor dit plan en het MER is de wetgeving van toepassing zoals die gold vóór 1 januari 2024. Dit betreft onder andere de Wet milieubeheer. De Omgevingswet geldt niet, omdat het plan ter inzage is gelegd voordat de Omgevingswet op 1 januari 2024 van kracht werd. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen.

Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag besluit over het Bestemmingsplan. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3123 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

4

Het omgevingsplan van de gemeente De Ronde Venen.

-3-

Toelichting op het advies In dit hoofdstuk gaat de Commissie eerst in sectie 2.1 in op haar tussentijdse advies op het MER in 2017. Hoe is daar in het nu voorliggende MER mee omgegaan? En tot welke aanbeveling(en) leidt dit? Daarna doet de Commissie in sectie 2.2 een aanbeveling voor de monitoring.

Hoe is omgegaan met het tussentijdse advies van 2017 In haar advies in 2017 constateert de Commissie dat op de volgende onderdelen nog extra informatie nodig is: • • •

Een beschrijving van de te behouden kwaliteiten op het gebied van landschap, natuur en water, en op basis daarvan, maatregelen waarmee de kwaliteiten behouden blijven. Een beschrijving van de mogelijke versterkingen van het Natuurnetwerk Nederland die kunnen worden ingezet zodat per saldo geen natuurschade aan dit netwerk ontstaat. Een beter navolgbare effectbeoordelingstabel. Daarvoor is het van belang om duidelijker te maken tegen welke situatie de effecten zijn afgezet. En om de scores toe te lichten die zijn gebaseerd op tegengestelde effecten.

In het voorliggende MER wordt in Bijlage A ‘adviezen en zienswijzen’ op blz. 218 aangegeven hoe met deze drie adviezen is omgegaan. De Commissie beoordeelt dit als volgt: Landschap Deel B van het MER gaat in op de landschappelijke kernwaarden en de maatregelen waarmee deze worden behouden in het VKA. Het Beeldkwaliteitsplan 5 beschrijft vervolgens de gewenste beeldkwaliteit van de legakkers. Doel daarbij is het behouden van de karakteristieken van de legakkers en de cultuurhistorische structuren in het gebied. Per zone is de wijze beschreven waarop de legakkers in de toekomst worden ingericht en beheerd. Hierbij worden visualisaties gegeven van legakkers in de verschillende zones. Ook worden de uitgangspunten beschreven voor bebouwing, beplanting, beschoeiing, aanlegsteigers en erfafscheiding. Daarmee is er voldoende informatie over de huidige toestand van het landschap en over de consequenties van het plan beschikbaar voor de besluitvorming. Natuur en water Ook op het vlak van natuur en water is de informatie over bijzondere gebiedskwaliteiten uitgebreid aangevuld in het MER deel B en bijlagen bij het MER. Het Natuurplan uit 20196 benoemt deze kwaliteiten en beschrijft mogelijke maatregelen om ze te versterken. Het ‘Inspiratiedocument Natuur Vinkeveense Plassen’ uit 20227 bouwt hierop voort en biedt inspiratie en visie.

Het natuurkwaliteitsplan8 vertaalt dit in concrete maatregelen en beheer en doet dit in termen waar zowel eigenaren van legakkers als handhavers iets mee kunnen. Het recente rapport ‘NNN-toetsing Bestemmingsplan’9 biedt een integraal overzicht van de

5

KuiperCompagnons, 2024 - Landschaps- en stedenbouwkundig plan Vinkeveense Plassengebied.

6

Van Helsdingen, A.A. & J.D. Buizer, 2018 - Op naar natuurlijk waterplezier! Natuurplan Vinkeveense plassengebied, Bureau Waardenburg.

7

Kos, G., 2022 - Inspiratiedocument natuur Vinkeveense plassen - Arcadis Nederland B.V.

8

KuiperCompagnons B.V., 2024 - Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied, revisie 7.

9

KuiperCompagnons B.V., 2024 - NNN Toetsing Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied.

-4-

maatregelen en regels die voor een sterk natuurgebied en een schoon waterlichaam moeten zorgen. Voor de waterkwaliteit van de plassen is verkend welke maatregelen het meeste soelaas bieden om vervuiling te voorkomen. Met het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht zijn maatregelen afgesproken die kunnen worden ingezet als de initiële maatregelen onvoldoende zouden blijken te werken. Deze zijn vastgelegd in het plan voor de monitoring en evaluatie van de waterkwaliteitsontwikkeling. Daarmee is er voldoende informatie over natuur en water beschikbaar voor besluitvorming. Stikstof Het stikstofonderzoek voor het bestemmingsplan is actueel. De opzet en conclusies zijn duidelijk. Er is op een goede manier omgegaan met de complicatie dat de feitelijke situatie in het gebied slechter is dan de referentiesituatie door beide situaties mee te nemen in de Aerius-modelberekeningen. De uitgangspunten van het stikstofonderzoek zijn ‘worst case’ gekozen, waarbij sommige positieve effecten die het plan kan hebben op de stikstofbelasting van bijvoorbeeld de Botshol buiten beschouwing zijn gelaten. Een voorbeeld is de functieverandering naar natuur bij ‘in`t Meertje’. In de huidige agrarische bestemming van in 't Meertje kan hier dierlijke mest worden uitgereden, maar na herbestemming tot natuur is dit uitgesloten. De Commissie ondersteunt derhalve de eindconclusie dat ‘ de instandhoudings-

doelstellingen die voor voorgenoemde Natura 2000-gebieden zijn gesteld, niet worden belemmerd door het stikstofeffect van het planvoornemen’. Effectbeoordelingstabel In 2017 vroeg de Commissie om een betere onderbouwing van de effectbepaling van de minimale en maximale varianten voor de deelgebieden. In het voorliggende MER gebeurt dat niet, omdat het oorspronkelijke voornemen inmiddels is gewijzigd en de eerdere varianten zijn vervallen. Een betere onderbouwing van de effectbeoordeling in 2017 is daarmee niet meer relevant. Wel beveelt de Commissie aan om nader toe te lichten bij of in het definitieve bestemmingsplan hoe de effectbeoordeling van de varianten uit het MER een rol heeft gespeeld bij het formuleren van het VKA10. Dat wil zeggen, bij het bepalen van de beste

‘balans tussen ontwikkelmogelijkheden voor legakkereigenaren enerzijds en de bestaande opgaven voor natuur, landschap en handhaving anderzijds’11. Dit is belangrijk voor de navolgbaarheid van de onderbouwing van het plan.

Monitoringsprogramma De Commissie onderschrijft dat het monitoren van de ontwikkelingen en de daarmee gepaard gaande milieueffecten van groot belang is. Zeker ook gezien de illegale ontwikkelingen in het gebied in het verleden en met het oog op toekomstige handhaving. De Commissie beveelt daarom aan om het monitoringsplan in ieder geval te richten op de mate waarin:

10

Het MER (zie blz. 6 van de samenvatting van het MER) zegt hierover: ‘In samenspraak met stakeholders, insprekers en de

gemeenteraad zijn deelgebieden opgesteld. Voor deze deelgebieden zijn minimale en maximale varianten bepaald; overwegend de minimale en maximale invulling van de bebouwings- en recreatieve mogelijkheden in het desbetreffende deelgebied. In het MER deel A zijn per variant de effecten onderzocht. Dit deel vormt de basis voor de uiteindelijke ontwikkelingen die planologisch-juridisch vastgelegd kunnen worden in het bestemmingsplan.’ 11

Zie blz .169 van het MER.

-5-

•

het bestemmingsplan in voldoende mate leidt tot de gewenste inrichting en het behoud van de karakteristieken van de legakkers en de cultuurhistorische structuren in het gebied;

•

de legakkers straks weer meer ruimte bieden voor de ontwikkeling van natuur, zowel op het land, als in het water rondom het land en de overgangen tussen beide;

•

de belasting van de waterkwaliteit door het gebruik van de legakkers en eilanden inderdaad binnen de perken blijft. Dit met het oog op het achterwege blijven van blauwwierbloeien en het herstel van waterlevensgemeenschappen, waardoor de doelen van de Kaderrichtlijn Water binnen bereik komen.

-6-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: mr. drs. Peter Glas (voorzitter) drs. Allard van Leerdam drs. Rob Verheem (secretaris) ir. Marlies Verspui Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Vaststellen van een bestemmingsplan Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Een MER is nodig omdat effecten op Natura 2000-gebieden kunnen optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Dit plan valt onder de regelgeving van voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024). Dit betreft onder andere de Wet milieubeheer.

De Omgevingswet geldt niet, omdat het plan ter inzage is gelegd voordat de Omgevingswet op 1 januari 2024 van kracht werd. Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad van de gemeente De Ronde Venen. Initiatiefnemer besluit College van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen. Bevoegd gezag mer-procedure Gemeenteraad van de gemeente De Ronde Venen. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3123 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15145075/1