250207 Technische vragen B - CU-SGP participatiewet
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Naam indiener: Fractie: Datum van indienen: Onderwerp:
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Wim Stam ChristenUnie-SGP 6-2-2025 Participatiekoers
In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Datum beantwoording: Inleiding
Vragen (Antwoorden volgen direct onder de vragen)
1. U schrijft “We verhogen de uitstroom naar betaald werk jaarlijks met 5%”: a. Hoe berekent u dit? 1x per jaar op totale bestand? Houdt u rekening met wisseling in instroom? Wordt dat bepaald over totale bestand (wetend dat ca 80% in de niveau 1-3 zit en de uitstroom niet erg waarschijnlijk is) b. Hoe realistisch is dit doel als we zien dat slechts 20% in de niveau 4-6 zit. 2. U geeft op pag 14 een verdeling naar ladderniveau. U geeft ook aan dat in onze gemeente de gemiddelde verblijfsduur in de uitkering korter is dan vergelijkbare gemeentes en dat wij een lager uitkeringspercentage hebben dan het landelijk gemiddelde. Is bekend hoe de verdeling over de 6 niveaus gemiddeld in Nederland is dan wel gemiddeld bij vergelijkbare gemeentes? 3. Bij inburgering zet u in op taalontwikkeling. Maar in hoeverre wordt ook aandacht besteed aan: a. culturele verschillen (die bij zowel de communicatie met de gemeente dan wel het gedrag bij een werkgever beïnvloeden; statushouders uit niet westerse landen hebben vaak andere gewoonten en daarmee samenhangend gedrag) b. Opleidings en kennisniveau (iemand die in zijn eigen land een goede opleiding en bijbehorende baan heeft, moet je hier niet aan de lopende band zetten, maar kun je met een stuk aanvullende opleiding op een passender baan inzetten). 4.
We begrijpen dat we ca 8 ton overhouden van de BUIG uitkering die we vervolgens inzetten elders in de begroting. Vervolgens hebben we nog aanvullende kosten in dit domein zodat de
totale uitgaven 13, 5 miljoen zijn. Wat is het aandeel in het gemeentefonds of andere doeluitkeringen voor die domein en is dat dekkend om het verschil (13,5-7,9=5,6 miljoen) af te dekken? 5. We zien aan de tabel op pag 49 dat het “overschot” in de afgelopen jaren wel is teruggelopen. Hoe reeel is het dan om voor de komende jaren vast met 8 ton te rekenen? En hoe groot is de kans dat het rijk op basis van de overschotten de BUIG uitkering voor onze gemeente gaat reduceren?