250206 Beantwoording technische vragen B - VVD - APV
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Naam indiener: Bart Richter Fractie: VVD De Ronde Venen Datum van indienen: 02-02-2025 Onderwerp: APV In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Maarten Divendal Datum beantwoording: 6-2-2025 Inleiding In het voorliggende raadsvoorstel m.b.t. de conceptversie APV zijn vele wijzigingen, aanvullingen opgenomen. Deels vanwege nieuwe inzichten over de meest geschikte plaats van het artikel (VFL of APV, deels vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet, deels vanwege gerechtelijke uitspraken en deels vanwege het gelijk willen trekken met gemeente Stichtse Vecht. Vooruitlopend op de politieke behandeling hebben wij een aantal technische vragen.
Vragen (Antwoorden volgen direct onder de vragen) 1. Algemeen tekstueel: In de voorliggende Algemene Plaatselijke Verordening (APV) valt op dat er sprake is van complex taalgebruik, wat de toegankelijkheid voor inwoners mogelijk bemoeilijkt. Dit lijkt in contrast te staan met het rijksbrede streven naar duidelijke en begrijpelijke overheidscommunicatie, zoals verankerd in de Wet open overheid (Woo) en de uitgangspunten van Direct Duidelijk, het programma van de Rijksoverheid dat overheden stimuleert om in eenvoudige taal te communiceren. Als voorbeeld artikel 2.2 maar er zijn er velen die voor “de gewone mens” niet te begrijpen zijn naar de mening van de VVD. Vraag:
Kan het college toelichten in hoeverre er bij het opstellen van de APV is ingezet op het gebruik van duidelijke en begrijpelijke taal, conform de landelijke richtlijnen? En wellicht wat politieker (dus beantwoording mag ook achterwege blijven tot de commissiebehandeling, zie het dan als een aankondiging) Is het college bereid om te onderzoeken of de APV toegankelijker kan worden geformuleerd, zodat deze beter aansluit bij de taalvaardigheid van al onze inwoners?
Antwoord: De tekst van de APV is gebaseerd op de modelverordening van de VNG. De tekst van de verordening bevat veel juridische termen en definities die precies moeten worden geformuleerd om misverstanden te voorkomen. De onderwerpen die in de APV worden behandeld, zoals openbare orde en veiligheid, kunnen complex zijn en vereisen gedetailleerde beschrijvingen. Juridische documenten moeten consistent zijn met andere wet- en regelgeving, die vaak ook niet op B1-niveau zijn geschreven. Het zou echter zeker nuttig zijn als er samenvattingen of toelichtingen op B1-niveau beschikbaar zouden zijn om de toegankelijkheid te vergroten. Om de noodzakelijke wijziging van de verordening niet verder te vertragen is hiervoor nu niet gekozen.
2. Wens om gelijk te trekken met Stichtse Vecht: Het college wil de APV gelijk trekken met de Stichtse Vecht. Dit resulteert in een toevoeging en wijziging van vele artikelen. Hierover een paar vragen: -
Wat maakt in de uitvoering / toepassing dat het helpt om gelijk te trekken met Stichtse Vecht?
Antwoord: Als in beide gemeenten dezelfde regels gelden op het gebied van openbare orde is dit voor de politie makkelijker te handhaven. Op dit moment is handhaving in onze gemeente op bepaalde gebieden niet mogelijk omdat een passend verbod in de APV ontbreekt. In de gemeente Stichtse Vecht zijn deze verboden wel opgenomen, vandaar de wens om dit gelijk te trekken. -
Is er overwogen om in plaats van het toevoegen en wijzigen artikelen juist in Stichtse Vecht artikelen te verwijderen of te wijzigen en zo ja wat is de technische motivatie om dit toch op deze wijze op te nemen?
Antwoord: Er vindt jaarlijks overleg plaats om de APV-regels tussen Stichtse Vecht en De Ronde Venen op elkaar aan te laten sluiten. Daarnaast vindt bij de herziening van de APV altijd overleg plaats met de politie. De politie miste bepaalde bevoegdheden om te handhaven in onze APV die wel in de APV van Stichtse Vecht zijn opgenomen en wenselijk zijn, daarom is gekozen voor het toevoegen van enkele artikelen uit de APV van Stichtse Vecht. De APV bevat veel bepalingen die de mogelijkheid bieden om op te treden in overlastsituaties. Zo kan er worden opgetreden op het moment dat het nodig is. Zonder deze bepalingen zou de overlast, ook wanneer die buitenproportioneel is, getolereerd moeten worden. -
Kunt u van alle toegevoegde artikelen (per artikel) die alleen te maken hebben met de wens van het gelijktrekken met Stichtse Vecht aangeven hoeveel keer wij hier binnen De Ronde Venen in de laatste drie jaar een tekortkoming hebben ervaren omdat het artikel niet in de huidige APV is opgenomen?
Antwoord: Het aantal keren per artikel dat een tekortkoming is ervaren is niet bekend. Meldingen worden bij de politie geregistreerd onder een algemene meldcode. Het is niet mogelijk terug te halen wanneer sprake was van een situatie zoals in de bedoelde artikelen. -
De organisatie van politie is doorlopend in ontwikkeling, is het college voornemens om bij een wijziging van basisteam ook direct weer een wijziging van de APV door te voeren?
Antwoord: Er is geen aanleiding om te verwachten dat er op korte termijn een wijziging komt in de gemeenschappelijke basiseenheid van de politie. De politie is een belangrijke partij die zorgt voor handhaving/ uitvoering van de APV. Bij een eventuele wijziging van de basiseenheid - en bij gebleken behoefte - is het voorstelbaar om een wijziging van de APV door te voeren om de APV-regels binnen het dan ontstane gebied aan te laten sluiten.
3. Inhoudelijk op overige artikelen: - Artikel 2:6: dit betreft een nieuwe toevoeging. Naar aanleiding van welke ervaren overlast of ervaren situatie is de noodzaak tot het opnemen van dit artikel? Antwoord: Dit artikel staat in de modelverordening van de VNG. In het kader van deregulering is de bepaling er ooit uitgehaald. Zonder direct verboden in te stellen biedt het artikel ruimte om waar nodig op te treden. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan het flyeren op de verkiezingsdag direct voor de ingang van de stemlocatie. Daarom is ervoor gekozen het artikel terug te laten keren. -
Artikel 2:9a: dit artikel roept naast de vraag gesteld onder 2 de vraag op waarom het college als gemeente aanvullende regels wil stellen op de landelijke wet en regelgeving. Zijn er in de afgelopen drie jaar situaties geweest waardoor de noodzaak van dit artikel aantoonbaar is?
Antwoord: De gemeente is bevoegd om regels te stellen en te handhaven om verstoring van de openbare orde te voorkomen. Regelmatig wordt met drones boven o.a. de Vinkeveense Plassen gevlogen. Hierover worden meldingen bij de politie gedaan. Drones kunnen veel overlast veroorzaken voor de mensen die daar wonen of recreëren. Dit is de reden dat artikel 2:9a is toegevoegd aan de APV. Overigens is een deel van De Ronde Venen al verboden gebied voor het vliegen met drones vanwege natuurbeschermingsgebied, laagvlieggebied en de nabijheid van Schiphol. Het is niet bekend hoeveel meldingen er in de afgelopen 3 jaar zijn geweest waarbij dit artikel ingezet had kunnen worden. -
Artikel 2:21: wat is de praktische uitwerking van dit artikel, welke praktische bevoegdheid krijgt het college hiermee als het gaat om panden van een ondernemer of woningeigenaar? Graag met een voorbeeld van toepassing. Antwoord: De rechthebbende op een bouwwerk kan hiermee verplicht worden toe te laten dat bijvoorbeeld de openbare verlichting wordt aangebracht aan het bouwwerk. Deze gedoogplicht is alleen dan aanwezig wanneer de voorwerpen of voorzieningen ten behoeve van de openbare verlichting het gebruiksrecht van de eigenaar niet aantasten.
-
Artikel 2:21: waarom is het college van mening dat een vermeende lacune in de Omgevingswet
gerepareerd zou moeten worden door een toevoeging in de APV en niet door op te roepen de lacune daar op te lossen waar dat hoort? Antwoord: Een lacune in de Omgevingswet is niet zo eenvoudig aan te passen en kan lang duren. Daarom adviseert de VNG gemeenten om de lacune voorlopig via de APV op te lossen. In artikel 10.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet is voorzien in een gedoogplicht voor het aanbrengen en in stand houden van meetmiddelen, seinen, merken, verkeerstekens of andere tekens voor wegen en waterstaatswerken. Op grond van artikel 10.2, eerste lid, aanhef en onder d, geldt verder een gedoogplicht voor de elektrische geleidingen voor bijvoorbeeld openbare verlichting. Voor bepaalde andere voorzieningen kan tot slot een gedoogplicht worden opgelegd op grond van paragraaf 10.3.2 van de Omgevingswet. Niet alle elementen uit de bepaling in de APV vallen echter onder de bepalingen uit de Omgevingswet. Zo bevat de Omgevingswet bijvoorbeeld wel een gedoogplicht voor elektrische geleidingen ten behoeve van openbare verlichting, maar niet een gedoogplicht voor het aanbrengen van de verlichting zelf. Het advies is dus te voorzien in een gedoogplicht voor zover de Omgevingswet daar niet in voorziet. Het gaat dan om een gedoogplicht voor voorwerpen en voorzieningen ten behoeve van openbare verlichting.
De gedoogplicht in de Omgevingswet omvat wel alle borden en andere voorwerpen en voorzieningen ten behoeve van verkeer. Het resterende deel van de bepaling moet een plaats krijgen in de APV. Deze gedoogplicht kan op grond van de Omgevingswet niet via het omgevingsplan worden opgelegd. -
Artikel 2:45: Wat gaat dit artikel helpen? Voor welke ervaren overlast of onveilige situaties is dit een oplossing? Antwoord: De bedoeling van artikel 2:45 van de APV is de bescherming van het groen en het voorkomen van schade. Het artikel regelt dat het voor onbevoegden verboden is om zich buiten de aangelegde wegen of paden te begeven in door de gemeente onderhouden parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken. Het artikel is niet van toepassing als men in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden verricht. In principe is dit artikel dus alleen bedoeld om te voorkomen dat mensen zich buiten de paden begeven in parken, plantsoenen en andere groenvoorzieningen, om schade aan de beplanting te voorkomen. Bij een openbaar grasveldje dat bedoeld is voor recreatie, zoals een speelveld of trapveld, geldt dit verbod niet. -
Artikel 2:78: Ook hier een combinatie met gevraagde onder 2 maar aanvullend: In de nieuwe tekst is “vrees voor” weggelaten onder 2 en staat er nu alleen “indien er naar zijn oordeel sprake is van ernstige verstoring…” Is het weghalen van de “vrees voor” een bewuste keuze en zo ja waarom? Antwoord: Artikel 2:78 gaat over verblijfsontzeggingen. Met een verblijfsontzeggingsgebied wordt een gebied door de burgemeester aangewezen waar hardnekkige structurele overlast is. Het gaat dan niet om ‘vrees voor’ overlast. Vervolgens kan hij de verblijfsontzegging voor een bepaalde termijn opleggen aan personen die in het aangewezen gebied de openbare orde verstoren. Artikel 2:78a gaat over gebiedsontzeggingen. Een gebiedsontzegging kan opgelegd worden aan een persoon die herhaalde overlast veroorzaakt in een bepaald gebied. Het gebiedsverbod is geschikt voor hardnekkige overlast begaan door specifieke ordeverstoorders. Dit verbod geldt in beginsel voor ten hoogste 24 uur. Er is aansluiting gezocht met de tekst van de APV van Stichtse Vecht. - Artikel 4:6: Hoe bepaal je of er sprake is van geluidshinder en wie bepaald dat? Antwoord:
Het oogmerk van de bepaling is het tegengaan van de hinder die de apparaten, toestellen, machines of voertuigen veroorzaken en daarmee ziet de bepaling op het voorkomen dat de rust wordt verstoord. Het gaat dan om rust als onderdeel van de openbare orde; het niveau van rust in de zin van ‘normale gang van zaken’ in het voor publiek toegankelijke domein. Per geval zal moeten worden bepaald of er sprake is van geluidshinder. De politie en boa’s zijn bevoegd het artikel te handhaven. -
Artikel 5:15: de tijden van het venten op zondag zijn in de nieuwe tekst afwijkend van de tijden waarop winkels open mogen zijn. Wat is hier de technische reden van? Antwoord: Venten betekent dat de goederen steeds op een andere plek worden verkocht. Dus niet op een vaste plaats. Voorbeelden van venters zijn de ijsverkoper, kaasboer of groenteboer met een mobiele wagen. Ook de verkoop van huis aan huis valt onder venten. Door venten op bepaalde tijden te beperken, kan de gemeente zorgen voor rust en leefbaarheid in woonwijken, vooral op zondagochtenden en later op de avonden. Venten kan namelijk ook overlast veroorzaken, bijvoorbeeld door aanbellen of rinkelen met een bel om te laten weten dat de venter ter plaatse is.